Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Samenvatten Burgerlijk Recht 1 (2 boeken)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's

Samenvatting studieboek Zwaartepunten van het vermogensrecht van W.H.M. Reehuis - ISBN: 9789013121629, Druk: 10, Uitgavejaar: - (Bevat 80 pagina's.)

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Burgerlijk recht 1 (Rijksuniversiteit Groningen)



Samenvatting Burgerlijk recht 1

Inhoudsopgave




1
Birgit Ruiter

, Samenvatting Burgerlijk recht 1 (Rijksuniversiteit Groningen)



Hoofdstuk 1: Personen en Familierecht

1.1. De geboorte
Op het moment dat iemand geboren wordt, ontstaat er een nieuw rechtssubject (NTR
drager van rechten en plichten). Volgens art. 1:1 lid 1 BW heeft iedereen die zich in
Nederland bevindt op het genot burgerlijke rechten. Voor de geboorte zou de baby
juridisch gezien al aanspraak kunnen maken op bijvoorbeeld een erfenis, art. 1:2 BW. Als
de baby niet levend geboren zou zijn, wordt hij geacht nooit te hebben bestaan en
vervallen alle rechten met terugwerkende kracht. Als hij wel zou leven, dan wordt zijn
erfgenaamschap bevestigd.

1.1.2. Familierechtelijke betrekkingen
Bij de geboorte ontstaan er familierechtelijke betrekkingen, art. 1:197 BW. Als de ouders
getrouwd zijn krijgt hij automatisch een vader en een moeder, art. 1:198 lid 1 sub a jo.
1:199 sub A BW.

Bloedverwantschap wordt uitgelegd in art. 1:3 lid 1 BW jo. art. 4:10 BW.

Wie? Graad Lijn
Ouders 1e graad Opgaande lijn
Grootouders 2e graad Opgaande lijn
Afstammelingen Neergaande lijn
Broers, zussen, ooms, Zijlijn
tantes en (achter) neven of
nichten




Er zijn hier verschillende regels over, bijvoorbeeld bij een te nauwe bloedverwantschap
kan men niet huwen, art. 1:41 BW.

1.1.3. Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen: afstammingsrecht
Momenteel geldt het afstammingsrecht uit 1998 wat zoveel mogelijk in overeenstemming
is met het EVRM. Het afstammingsrecht bestaat voornamelijk uit biologische
verwantschap, behalve bij adoptie, die hebben wel een afstammingsband, maar die is
niet biologisch. Sinds 1 april 2014 zijn er nog 2 nieuwe gevallen bijgekomen, namelijk een
kind kan 2 moeders hebben, art. 1:198 lid 1 sub b BW.

Familierechtelijke betrekkingen kunnen op 4 manieren ontstaan:

1. Geboorte
 Familierechtelijke betrekkingen ontstaan altijd automatisch met betrekking tot de
moeder. Als de ouders getrouwd zijn, dan geldt dat ook voor de vader. Dit betekent
dus ook dat de juridische vader niet tevens de biologische vader hoeft te zijn.



2
Birgit Ruiter

, Samenvatting Burgerlijk recht 1 (Rijksuniversiteit Groningen)


Als de vrouw sinds de 306e dag voor de geboorte van het kind was gescheiden (van
tafel en bed) en haar echtgenoot sinds dat tijdstip gescheiden hebben geleefd kan de
vrouw binnen een jaar na de geboorte van het kind verklaren dat de overleden
echtgenoot niet de vader van het kind is, art. 1:199 BW.
 2 moeders kunnen ook juridische ouders worden, daar zitten een aantal voorwaarden
aan: het kind moet verwerkt zijn door kunstmatige donorbevruchting. De ambtenaar
moet dan een geboorteaangifte en officiële verklaring overlegd worden dat de
bevruchting heeft plaatsgevonden met onbekende donor op basis van de Wet
donorgegevens. De niet biologische moeder wordt ook wel ‘meemoeder’ genoemd.
 Geregistreerd partnerschap wordt gezien als hetzelfde als huwelijk. Het kind heeft
dan ook automatisch 2 ouders.
2. Erkenning
Als de ouders niet getrouwd zijn of niet een geregistreerd partnerschap te hebben, dan
moet de vader nog het kind erkennen om de juridische vader te worden. Dit kan ook
iemand doen die niet de biologische vader is.
3. Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
 Daarnaast kan er nog een procedure gestart worden die bekend staat als
‘gerechtelijke vaststelling van het vaderschap’, deze is geregeld in art. 1:207 BW. Dit
kan op basis van het zijn van levensgezel of medewerking verwekking van het kind.
 Deze procedure kan gestart worden door de moeder tot 5 jaar na de geboorte van
het kind, echter kan het ook nog langer onder omstandigheden die genoemd zijn in
art. 1:207 lid 3 BW (totdat het kind de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt). Als het kind
zelf deze procedure wil starten geldt er geen termijn, het kind wordt dan eventueel
bijgestaan door een afstammingscurator, art. 1:212 BW. Zelfs als de desbetreffende
persoon is overleden kan het nog effect hebben, bijvoorbeeld recht hebben op
nalatenschap.
 De rechter kan een DNA-onderzoek bevelen op grond van art. 194 Rv. Er moet wel
een noodzakelijk en voldoende aannemelijk zijn dat de man de verwekker is van het
kind.
 Als de man is overleden kunnen onder omstandigheden zijn graf worden
opengemaakt. Een man kan zich ook laten cremeren, om zijn sporen uit te wissen,
maar dan vinden ze vaak op 1 of andere manier nog sporen om DNA te laten testen
(envelop gelikt).
 Als er genoeg ander bewijs is, dan is een DNA-onderzoek niet nodig.
 Soms wil een man niet meewerken aan het onderzoek. Het recht van het kind
prevaleert dan. De relatief geringe inbreuk van een DNA-onderzoek op de
lichamelijke integriteit van de biologische vader wordt volgende de HR
gerechtvaardigd door het zwaarwegend belang van het kind om te weten wie zijn
biologische vader is. Ook door het feit dat de ouders in de regel verantwoordelijkheid
dragen voor het bestaan van het kind.
4. Adoptie
 De regel in het huidige afstammingsrecht is dat degene uit wie het kind wordt
geboren, de moeder is. Dit zorgt er echter wel voor dat dit consequenties heeft voor
het ‘draagmoederschap’. Het ouderlijk gezag van de draagmoeder zal beëindigd
moeten worden (art. 1:266 BW), daarna kunnen de ‘echte ouders’ het gezag
verwerven.
 Een donor kan bijvoorbeeld niet aangesproken worden voor een bijdrage in de kosten
van het levensonderhoud, art. 1:394 BW, tegen een donor kan ook geen gerechtelijke
vaststelling van het ouderschap worden ingediend, art. 1:207 BW.




3
Birgit Ruiter

, Samenvatting Burgerlijk recht 1 (Rijksuniversiteit Groningen)


1.1.4. De ontkenning van het vader- en moederschap en de vernietiging hiervan
Als een kind wordt geboren tijdens een huwelijk, de man in dit huwelijk is dan bij
geboorte de juridische vader. Als dit niet de biologische vader is en hij wil het kind ook
niet erkennen, dan kan hij het vaderschap ontkennen, art. 1:200 BW. Dit verzoek moet
ingediend worden binnen een jaar nadat hij heeft kennisgenomen dat hij vermoedelijk de
biologische vader is. Hij kan het niet ontkennen als hij heeft ingestemd met een daad
waarvan verwekking het gevolg was.

Sinds 1 april 1998 kan de moeder ook het kind ontkennen, hiervoor moet een verzoek
worden ingediend bij de rechtbank binnen een jaar van geboorte.

Als een man het kind heeft erkend, maar hij is toch niet de biologische vader van het
kind, kan hij de rechtbank verzoeken de erkenning te vernietigen, art. 1:205 BW. De
erkenner moet dan op grond van wilsgebreken (bedreiging, dwaling, bedrog of (tijdens
zijn minderjarigheid) misbruik van omstandigheden aantonen tot erkenning te zijn
bewogen. Het kind heeft hetzelfde recht om dit te verzoeken op dezelfde gronden, art.
1:205 BW. De moeder kan hetzelfde doen, zij heeft toestemming gegeven tot erkenning.
De termijnen hiervoor staan in art. 1:205 BW.

1.1.5. De Staatscommissie Herijking Ouderschap
Deze commissie kreeg een opdracht van de regering om advies uit te brengen over de
wenselijkheid van het wijzen van de huidige afstammings- en gezagsrecht. Dit sluit
namelijk niet meer volledig aan bij de huidige tijd. Er zijn namelijk bijvoorbeeld in
sommige gevallen sprake van het meerdere ouders (dan 2) die een kind opvoeden.

Er kunnen inmiddels andere ouders (die nauw betrokken zijn bij de opvoeding) een
beperkte juridische rol krijgen, zo voelen zij zich ook erkend.

1.1.6. De geboorteaangifte
Als de vader het kind wil erkennen, moet hij dat doen door naar het gemeentehuis te
gaan en een geboorteakte op te laten stellen, art. 1:19e lid 2 jo lid 6 BW. De
gemeenteambtenaar kan ook om andere stukken vragen, art. 1:18 lid 2 jo. art. 1:19 e lid 8
BW.

1.1.7. De voornaam
Bij het doen van aangifte van geboorte moet de vader de voornamen en geslachtsnaam
weten. De ambtenaar kan ook de voornaam weigeren, art. 1:4 lid 2 BW. Mocht het kind
later toch ontevreden zijn met zijn voornaam, dan kan hij dat wijzigen d.m.v. een
procedure bij de rechtbank.

1.1.8. De geslachtsnaam
Sinds 1 januari 1998 bestaat er de keuzemogelijkheid voor het kiezen van de
achternaam. De achternaam (geslachtsnaam) kan die van moeder of vader zijn. Sinds 1
januari 2024 kunnen kinderen ook beide achternamen krijgen, volgorde vrij te bepalen
volgens de Wet Introductie gecombineerde geslachtsnaam. Als het kind is geboren
voordat deze wet van kracht werd, kon de naam van het kind nog aangepast worden tot
1 januari 2025 (overgangsperiode).

Als toekomstige ouders eventueel kiezen voor de achternaam van de moeder of beide
achternamen, is dat handig om vast te leggen voordat het kind geboren is. De ouders
moeten de keuze afleggen in persoon bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Als het
wel na de geboorte gebeurt en de moeder fysiek niet in staat is om dat te doen, dan kan
de moeder een authentieke volmacht verstrekken aan de man voor het (mede) namens
haar afleggen van de verklaring. Als 1 van de overblijvende ouders overlijdt voordat de

4
Birgit Ruiter

Inhoudsopgave

  1. 01 1.1. De geboorte 2
    1. 1.1.2. Familierechtelijke betrekkingen 2
    2. 1.1.3. Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen: afstammingsrecht 2
    3. 1.1.4. De ontkenning van het vader- en moederschap en de vernietiging hiervan 4
    4. 1.1.5. De Staatscommissie Herijking Ouderschap 4
    5. 1.1.6. De geboorteaangifte 4
    6. 1.1.7. De voornaam 4
    7. 1.1.8. De geslachtsnaam 4
    8. 1.1.9. Wijzigen van de geslachtsnaam 5
    9. 1.1.10. De woonplaats 5
    10. 1.1.11 Internationale invloed 5
  2. 02 1.2. Minderjarigheid en ouderlijk gezag 5
    1. 1.2.1. Minderjarigheid 5
    2. 1.2.2. Handelings(on)bekwaamheid 5
    3. 1.2.3. Het ouderlijk gezag 5
    4. 1.2.4. Ontwikkelingen in het gezagsrecht 6
    5. 1.2.5. Gezamenlijk gezag en samenlevingsvormen 6
    6. 1.2.6. Gezamenlijk gezag met een ander dan een ouder 6
    7. 1.2.7. Gezag en overlijden 6
    8. 1.2.8. Voogdij 7
    9. 1.2.9. Gevolgen van het ouderlijk gezag voor persoon, bewind en vertegenwoordiging 7
    10. 1.2.10. Aansprakelijkheid 7
    11. 1.2.11. Het ouderlijk vruchtgenot 8
    12. 1.2.12. Verplichting tot levensonderhoud 8
  3. 03 1.3. Meerderjarigheid 8
  4. 04 1.4. De samenlevingsregelingen 8
    1. 1.4.2. Testamenten 9
    2. 1.4.3. De samenlevingsovereenkomst 9
  5. 05 1.5. Het gezin 9
    1. 1.5.2. Nieuwe testamenten 9
    2. 1.5.3. Erkenning 9
    3. 1.5.4. Ouderlijk gezag 10
    4. 1.5.5. Wellicht toch een huwelijk? 10
  6. 06 1.6. Het huwelijk 10
    1. 1.6.2. Het geregistreerde partnerschap 10
    2. 1.6.3.1. Algemene vermogensrechtelijke gevolgen 10
    3. 1.6.3.3. Huwelijksvoorwaarden 11
    4. 1.6.5. De huwelijksvoltrekking 11
    5. 1.6.6. Aanverwantschap 11
    6. 1.6.7. Het voeren van de geslachtsnaam 11
  7. 07 1.7. Adoptie 11
  8. 08 1.8. Curatele, bewind en mentorschap 12
    1. 1.8.1. Curatele 12
    2. 1.8.2. Bewind 12
    3. 1.8.3. Mentorschap 12
    4. 1.8.5. Het levenstestament 12
  9. 09 1.9. Echtscheiding 12
    1. 1.9.2. Een gewijzigd scheidingsrecht 12
    2. 1.9.3. De echtscheidingsprocedure 13
    3. 1.9.4. Het ouderlijk gezag 13
    4. 1.9.5. Alimentatie 13
    5. 1.9.6. Pensioenverevening 13
    6. 1.9.7. De echtscheidingsbeschikking 13
    7. 1.9.8. Ontbinding van de huwelijksgemeenschap 13
    8. 1.9.9. Ontbinding van de gemeenschap tijdens huwelijk 14
    9. 1.9.10. Afstand van de gemeenschap 14
  10. 10 1.10. Het reparatiehuwelijk 14
  11. 11 1.11. Het overlijden van een partner 14
  12. 12 1.12. Een nieuwe partner 14
  13. 13 1.14. Het overlijden van de resterende partner 14
  14. 14 2.1. Algemeen 15
    1. 2.1.2. Rechten en plichten 15
    2. 2.1.3. Onderscheid ab-intestaat en testamentair erfrecht 15
    3. 2.1.5. International aspect 15
  15. 15 2.2. Geen testament: wie erft volgens de wet 15
    1. 2.2.1. Hoofdregels erfopvolging 15
    2. 2.2.2. Berekening van de erfdelen: hoofdregels 15
    3. 2.2.3. Berekening van de erfdelen: de tweede parentele 16
    4. 2.2.4. Plaatsvervulling 16
    5. 2.2.5. Voorwaarden voor ab-intestaat erfgenaamschap 16
    6. 2.2.6. Geen erfgenamen 16
  16. 16 2.3. Geen testament: wettelijke verdeling 16
    1. 2.3.2. Ongedaan making 17
    2. 2.3.3. Wilsrechten 17
    3. 2.3.4. Stiefkinderen 17
  17. 17 2.4. Andere wettelijke rechten 17
  18. 18 2.5. Testamentair erfrecht: formele aspecten 18
    1. 2.5.1. Karaktereigenschappen van de uiterste wil 18
    2. 2.5.2. Vorm van de uiterste wil 18
  19. 19 2.6. Testamentair erfrecht: materiele aspecten 18
    1. 2.6.2. Erfstelling 18
    2. 2.6.3. Legaat 18
    3. 2.6.4. Last 19
    4. 2.6.5. Executeur 19
    5. 2.6.6. Bewind 19
    6. 2.6.7. Ouderlijke boedelverdeling 19
    7. 2.6.8. Verboden beschikking 19
  20. 20 2.7. Legitieme portie 19
    1. 2.7.2. Oude en nieuwe legitieme portie 19
    2. 2.7.3. Giften en de legitieme portie 20
    3. 2.7.4. Berekening van de legitieme portie 20
  21. 21 2.8. Boedelafwikkeling 20
    1. 2.8.2. Zekerheid omtrent erfopvolging 20
    2. 2.8.4. Verklaring van erfrecht 21
    3. 2.8.5. Volmacht 21
    4. 2.8.6. Vereffening 21
    5. 2.8.7. Verdeling 21
  22. 22 2.9. Overgangsrecht 21
  23. 23 1.1. Vermogen en vermogensrecht 22
  24. 24 1.3. Regeling van het vermogensrecht in het BW 22
  25. 25 2.1. Eigendom 23
    1. 2.1.2. De eigenaar komt het vrije genot van zijn zaak toe 23
    2. 2.1.3. De eigenaar komt de bevoegdheid toe om over zijn zaak te beschikken 23
    3. 2.1.4. Beperkingen aan het recht van de eigenaar 23
    4. 2.1.5. Het eigendomsrecht is een absoluut recht 23
    5. 2.1.6. Het recht van de eigenaar is een absoluut subjectief vermogensrecht op een zaak 23
    6. 2.1.7. Eigendom is een voorbeeld van een absoluut recht op een goed 24
  26. 26 2.2. Beperkte rechten 24
    1. 2.2.1. Beperkte zakelijke rechten 24
    2. 2.2.2. Beperkte rechten die geen zakelijke rechten zijn 24
    3. 2.2.4. Prioriteitsregel 24
    4. 2.2.5. De beperkte rechten vormen een gesloten systeem 24
  27. 27 2.3. Absolute vermogensrechten 24
    1. 2.3.1. Absolute vermogensrechten op goederen 24
    2. 2.3.2. Absolute vermogensrechten die niet op goederen rusten 24
  28. 28 2.5. Zaken- en goederenrecht 25
  29. 29 3.2. Verkrijging onder algemene titel tegenover verkrijging onder bijzondere titel 26
  30. 30 3.3. Gesloten stelsel van verkrijging en verlies van goederen 26
  31. 31 3.4. Originaire verkrijging tegenover derivatieve verkrijging 26
  32. 32 3.5. Het verschil tussen zakelijk recht en persoonlijk recht 26
    1. Het verschil tussen zakelijke verplichting en persoonlijke verplichting 27
  33. 33 3.7. Kwalitatieve rechten en kwalitatieve verplichtingen 27
  34. 34 4.2. Registergoederen en de openbare registers betreffende registergoederen 28
  35. 35 4.3. Andere openbare registers en publicatiemethoden 28
  36. 36 4.4. Voldoen onze privaatrechtelijke publicaties in de praktijk? 28
  37. 37 5.2. Bezit en detentie 30
  38. 38 5.3. Nadere wettelijke regels voor de vaststelling van bezig 30
  39. 39 5.4. Bezitsverkrijging en bezitsverlies 30
  40. 40 5.5. Bezit te goeder trouw 31
  41. 41 5.6. Rechtsgevolgen van bezit 31
    1. 5.6.2. De processuele functie van bezit 31
    2. 5.6.3. Leveringsfunctie bij roerende zaken, niet-registergoederen 31
    3. 5.6.4. Rechtsverschaffende functie bij verkrijging door verjaring 31
    4. 5.6.5. Vergoedingsrechten van de bezitter tegenover de rechthebbende 31
    5. 5.6.6. Bezitsbescherming 32
    6. 5.6.7. Bijzondere aansprakelijkheden 32
  42. 42 6.1. Inleiding 33
  43. 43 6.2. Beschikkingsbevoegdheid 33
    1. 6.2.1. Het begrip beschikkingsbevoegdheid 33
    2. 6.2.2. De rechthebbende is beschikkingsbevoegd, tenzij… 33
    3. 6.2.3. Een niet-rechthebbende is niet beschikkingsbevoegd, tenzij… 34
    4. 6.2.4. Levering door een niet-beschikkingsbevoegde, rechtsgevolg? 34
  44. 44 6.3. Een geldige titel voor overdracht 34
    1. 6.3.2. De titel moet geldig zijn: de overdracht is ‘causaal’ 34
    2. 6.3.3. Gevallen van ongeldige titels 34
    3. 6.3.5. Gevolgen ongeldige titel in faillissement van de verkrijger 34
    4. 6.3.6. Voldoende bepaaldheid bij de titel 34
  45. 45 6.4. Levering 34
    1. 6.4.1. Het leveringsvereiste 34
    2. 6.4.2. Wijzen van levering 35
    3. 6.4.3. Goederenrechtelijke overeenkomst 35
  46. 46 7.2. Derdenbescherming door art. 3:86 BW 36
    1. 7.2.1. De regel van art. 3:86 lid 1 BW 36
    2. 7.2.2. Ratio van de regel van art. 3:86 lid 1 BW 36
    3. 7.2.3. Voor welke goederen en leveringen geldt de regel van art. 3:86 lid 1 BW 36
    4. 7.2.4. Goede trouw van de derde-verkrijger 36
    5. 7.2.5. De derde-verkrijger moet het goed anders dan om niet geleverd hebben gekregen 37
    6. 7.2.6. De zaak is van diefstal afkomstig: de uitzondering van lid 3 op lid 1 37
    7. 7.2.7. De zaak betreft een cultuurgoed 37
    8. 7.2.9. Bescherming tegen beperkte rechten 37
  47. 47 Derdenbescherming door art. 3:88 BW 37
  48. 48 8.2. Levering van roerende zaken, niet registergoederen 39
    1. 8.2.2. Wijzen van bezitsverschaffing 39
    2. 8.2.3. De niet-corporele wijzen van bezitsoverdracht, art. 3:115 BW 39
    3. 8.2.4. Bezitsverschaffing door middel van zakenrechtelijke papieren 39
    4. 8.2.5. De uitzondering op de regel: soms levering door een akte 40
  49. 49 8.3. Levering van registergoederen 40
    1. 8.3.2. De akte van levering 40
    2. 8.3.3. Inschrijving in de daartoe bestemde openbare registers 40
    3. 8.3.4. De periode tussen het verlijden van de akte en de inschrijving 40
    4. 8.3.5. De openbare registers voor registergoederen 40
    5. 8.3.6. Derdenbescherming 41
  50. 50 8.4. Levering van vorderingsrechten 41
    1. 8.4.2. Levering van vordering op naam 41
    2. 8.4.3. Levering van toonder- en ordervorderingen 41
    3. 8.4.4. De gevolgen van overdracht van een vordering 41
    4. 8.4.5. Derdenbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder 41
  51. 51 9.2. Verkrijgende verjaring, 3:99 43
  52. 52 9.3. Verkrijging door verjaring, 3:105 43
  53. 53 10.2. Eigendomsverkrijging door toe-eigening 44
  54. 54 10.3. Eigendomsverkrijging bij gevonden zaken 44
  55. 55 10.4. Eigendomsverkrijging bij een gevonden schat (schatvinding) 44
  56. 56 10.5 Eigendomsverkrijging als gevolg van natrekking 44
  57. 57 10.6. Eigendomsverkrijging als gevolg van vermenging 45
  58. 58 10.7. Eigendomsverkrijging als gevolg van zaaksvorming 45
  59. 59 10.8. Eigendomsverkrijging door vruchttrekking 45
    1. Wijzen van verkrijging: 45
  60. 60 11.2. Verkrijging van beperkte rechten 47
  61. 61 11.3. Tenietgaan van beperkte rechten 47
  62. 62 11.4. Genotsrechten 47
    1. 11.4.1. Vruchtgebruik, gebruik en bewoning 47
    2. 11.4.2. Erfdienstbaarheid 48
    3. 11.4.3. Erfpacht 48
    4. 11.4.4. Opstal 48
    5. 11.4.5. Appartementsrecht 49
    6. 11.4.6. Aanhangsel: burenrecht 49
  63. 63 12.1. Inleiding 50
  64. 64 12.2. Voorrechten 50
  65. 65 12.3. Pand en hypotheek 50
    1. 12.3.1. Inleiding 50
    2. 12.3.2. (Stil) pandrecht op roerende, niet registerzaken en toonder en orderpapieren 51
    3. 12.3.3. (Stil) pandrecht op vordering op naam 51
    4. 12.3.4. Hypotheek 52
  66. 66 13.1. Verbintenis 53
    1. 13.1.1. Het begrip verbintenis 53
    2. 13.1.2. De elementen van een verbintenis 53
  67. 67 14.2. Rechtsregel, rechtsfeit en rechtsgevolg 54
  68. 68 Het rechtsfeit rechtshandeling 54
    1. 14.3.1. Begrip rechtshandeling 54
    2. 14.3.2. Meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen 54
  69. 69 14.4. De rechtsfeiten onrechtmatige en rechtmatige daad 55
    1. 14.4.3. Het rechtsfeit rechtmatige daad 55
  70. 70 14.5. Ook blote feiten kunnen rechtsfeiten zijn 55
  71. 71 14.7. De wettelijke regeling van de bronnen van de verbintenissen 55
  72. 72 15.2. Aanbod en aanvaarding 56
    1. 15.2.1. Aanbod en aanvaarding 56
    2. 15.2.2. Het begrip ‘aanbod’ 56
    3. 15.2.3. Het begrip ‘aanvaarding’ 56
  73. 73 15.3. Wil, verklaring en gerechtvaardigd vertrouwen 57
    1. 15.3.2. Bescherming van de wederpartij die gerechtvaardigd heeft vertrouwd 57
    2. 15.3.3. In uitzonderingsgevallen correctie door redelijkheid en billijkheid 58
    3. 15.3.4. Een bijzonder geval: wilsontbreken ten gevolge van een geestelijke stoornis 58
  74. 74 16.1. Inleiding 59
  75. 75 16.2. Wilsgebreken 59
    1. 16.2.2. Dwaling, art. 6:228 59
    2. 16.2.3. Bedreiging, art. 3:44 lid 2 60
    3. 16.2.4. Bedrog, art. 3:44 lid 3 60
    4. 16.2.5. Misbruik van omstandigheden, art. 3:44 lid 4 61
    5. 16.2.6. Uitoefening beroep op een wilsgebrek 61
    6. 16.2.7. Bevestiging 62
  76. 76 16.3. De persoon 62
    1. 16.3.1. Handelings(on)bekwaamheid 62
    2. 16.3.2. Minderjarige (handelingsonbekwaam categorie 1) 62
    3. 16.3.3. Onder curatele gestelden (handelingsonbekwaamheid categorie 2) 63
    4. 16.3.4. Uitoefening van het beroep op handelingsonbekwaamheid 63
    5. 16.3.5. Bevestiging door handelingsonbekwame aangegane overeenkomst 63
    6. 16.3.6. Handelingsonbekwaamheid tegenover feitelijke onbekwaamheid 63
    7. 16.3.7. Waarschuwingen 63
    8. 16.3.8. Handelingsonbevoegdheid 64
  77. 77 16.4. De vorm 64
  78. 78 16.5. De inhoud 64
    1. 16.5.2. Bepaalbaarheid 64
    2. 16.5.3. Strijd met de goede zeden of de openbare orde 64
    3. 16.5.4. Strijd met de wet 64
    4. 16.5.5. Onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden 64
  79. 79 17.2. Wat is de inhoud van de partijafspraak? 65
    1. 17.2.1. Taalkundige uitleg is te beperkt 65
    2. 17.2.2. Uitleg en vertrouwensleer 65
    3. 17.3. Aanvulling door wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid 65
  80. 80 17.4. De redelijkheid en billijkheid 65
    1. 17.4.2. Aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid 65
    2. 17.4.3. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid 65
    3. 17.4.4. Onvoorziene omstandigheden 66
  81. 81 17.5. Wie stelt de inhoud van een overeenkomst vast? 66
    1. 18.2.2. Wie moet tegenover wie nakomen? 67
    2. 18.2.4. Wanneer en waar moet worden nagekomen? 67
    3. 18.3.2. Afstand 67
    4. 18.3.3. Vermenging 67
    5. 18.3.4. Vernietiging 67
    6. 18.3.5. Ontbinding 67
    7. 18.3.6. Bevrijdende verjaring 68
    8. 18.3.7. Vervaltermijnen 68
  82. 82 19.2. Recht op nakoming 69
  83. 83 19.3. De gevolgen van het niet-nakomen van verbintenissen 69
  84. 84 19.4. Vereisten voor het ontstaan van een verplichting tot schadevergoeding 69
  85. 85 19.7. Toerekenbare tekortkoming/wanprestatie 69
    1. Toerekenbare tekortkoming (wanprestatie), art. 6:74 BW 69
    2. Schuld krachtens verwijtbaarheid 70
    3. Schuld krachtens de wet 70
    4. Krachtens rechtshandeling 70
    5. Krachtens verkeersopvattingen 70
  86. 86 19.8. Nakoming is blijvend onmogelijk of nog mogelijk 70
  87. 87 19.9. Nakoming is nog mogelijk: de verzuimregeling moet in acht worden genomen 70
  88. 88 19.10 Inhoud en omvang schadevergoedingsplicht 71
    1. 19.10.2. Het boetebeding 71
  89. 89 19.11. Niet aan de schuldenaar toerekenbare tekortkomingen/overmacht 71
    1. 19.11.2. Vrijtekeningsbedingen 71
  90. 90 20.2. Opschortingsrecht 73
    1. 20.2.1. De opschortingsrechten van afdeling 6.5.5. 73
  91. 91 20.3. Ontbindingsrecht 73
  92. 92 20.4. Reclamerecht 73
  93. 93 20.6. Rechten voor opeisbaarheid 74
  94. 94 20.7. Schuldeisersverzuim 74
  95. 95 21.2. Aansprakelijkheid op grond van eigen onrechtmatige daad 75
    1. 21.2.1. Vereisten voor de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad 75
    2. Vereiste 1: onrechtmatigheid 75
    3. Relativiteit (alleen bij schending wettelijke plicht) 76
    4. Vereiste 2: toerekening aan de dader 76
    5. Vereiste 3: causaal verband 77
    6. 21.2.7. Wat kan de benadeelde vorderen? 77
    7. 21.2.8. Verjaring 77
    8. 21.2.9. Onrechtmatige daad en wanprestatie 77
  96. 96 21.3. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor personen 78
    1. 21.3.1. Terreinverkenning 78
    2. 21.3.2. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor kinderen 78
    3. 21.3.3. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor ondergeschikten 78
    4. 21.3.4. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikte hulppersonen 79
    5. 21.3.5. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers 79
  97. 97 21.4. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor zaken 79
    1. 21.4.2. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken, opstallen en dieren 79
  98. 98 21.5. Productaansprakelijkheid 80
  99. 99 22.2. Zaakwaarneming 82
  100. 100 22.3. Onverschuldigde betaling 82
    1. Recht op ontbinding 82
  101. 101 22.4. Ongerechtvaardigde verrijking 83
  102. 102 23.2. Omvang van de schadevergoeding 84
    1. 23.2.2. Causaal verband 84

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: augustus 2014 ISBN: 9789013121629 Druk: 10

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
6 april 2025
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
birgitruiter
3,5
(8)
Verkocht
34
Volgers
25
Items
8
Laatst verkocht
6 maanden geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen