THEORIE
Blok 1.4 - Neurorevalidatie
, Nummer Vraag Antwoord
1. Welke van de volgende testen kun je gebruiken om de stabalans A
te testen bij polyneuropathie patiënten?
a. Rombergtest
b. Top-topproef
c. Trunc Control test
d. Straight leg raise
2. Een radiculopathie: C
a. Heeft altijd te maken met een hernia nuclei pulposi (HNP)
b. Geeft uitval in de sensibele huidgebieden van perifere
zenuwen
c. Is een probleem aan de radix
3. Het hiërarchisch model bekijkt het zenuwstelsel vanuit een C
evolutionair perspectief. Uit welke structuren bestaat het paleo-
niveau?
a. Het ruggenmerg en de hersenstam
b. De cortex
c. De basale ganglia en het limbisch systeem
4. Neuronen kunnen worden ingedeeld op basis van hun functie. B
Wat is de functie van de sensorische neuronen?
a. Geleiden impulsen vanaf het centrale zenuwstelsel richting
de periferie
b. Geleiden impulsen richting het centrale zenuwstelsel
c. Integreren sensorische en motorische informatie
5. De snelheid van de geleiding van actiepotentialen hangt niet af C
van:
a. De diameter van de zenuwcel
b. De aanwezigheid van myeline
c. De grootte van de actiepotentiaal
6. Bij depolarisatie is er sprake van: A
a. Een verlaging van de membraanpotentiaal
b. Een kortdurende, lokale verandering in de
membraanpotentiaal
c. Een verhoging van de membraanpotentiaal
7. Welke van de onderstaande symptomen is een voorbeeld van B
autonome verandering ten gevolge van een zenuwlaesie:
a. Verminderde reflexen
b. Veranderde doorbloeding
c. Doofheid en/of prikkelingen
8. Bij een neurotmesis: C
a. Zijn zowel het axon als het endoneurium onbeschadigd
b. Is het axon beschadigd, maar het endoneurium nog intact
c. Zijn zowel het axon als het endoneurium beschadigd
9. Een klassiek beeld van een N. Radialislaesie is de …: B
a. Klauwhand
b. Dropping hand
c. Predikershand
10. Wat is niet waar over het herstel van zenuwen? A
a. Proximale grotere laesies hebben een grotere kans op
herstel dan distale kleine laesies
b. Fylogenetisch ouderen systemen herstellen sneller
c. Grove motoriek herstelt sneller dan fijne motoriek
11. De plexus brachialis kan onderverdeeld worden in vijf elementen. C
Dit zijn de:
1