Inleiding
- Maagdarmstelsel + accessoire organen (pancreas, galwegen…)
- Functies maagdarmstelsel
o Slokdarm en maag: passage en reservoir
o Dunne darm: verdeling van voedsel en opname
o Rectum: evacuatie
- Twee spierlagen: circulair & longitudinaal
- Bezenuwing: myenterische & submucosale plexus
- Complexe samenstelling van GI-stelsel
o Oppervlakte van 300 m2
o 100 miljoen zenuwcellen (meer dan in ruggenmerg)
o Grootste hormoonproductie (> 30 hormonen)
o 100.000 miljard bacteriën
o 60-70% van onze afweercellen
o Sturen continu signalen naar hersenen
- Gut-brain interacties
o Honger = vitale nood à hersenen moeten ervoor zorgen dat dit goed loopt
door signalen te sturen naar het maagdarmstelsel à ‘hongergevoel’
o Vb. geen voedsel à hersenen motiveren om voeding te zoeken
o Voeding in GI-stelsel à signaal naar hersenen à activatie van
beloningssysteem à euforisch gevoel
§ Vrijzetting oa dopamine, seratonine, endogene opiaten,
endocannabinoïden,…
§ Vormt de basis van intermenselijke banden: families eten samen,
koppels gaan samen uit eten,…
- Maagklachten hebben impact op dagelijks functioneren en levenskwaliteit
o Maagklachten: 65% zijn vrouwen; toenemend met leeftijd
- Kankers: colorectale kanker, pancreaskanker, slokdarmkanker
o Colorectale kanker komt veel voor & is een grote doodsoorzaak
o Pancreaskanker is moeilijk te behandelen
Examen: meerkeuzevragen met giscorrectie – pc-examen (geen papieren
examen); achteraf corrigeren en teruggaan kan – meteen resultaat! 1
,Goedaardige aandoeningen slokdarm, maag en duodenum
Hoofdstuk 1: aandoeningen van de slokdarm
1. Symptomen en diagnostiek van slokdarmaandoeningen
à Diagnose: anamnese (typische klachten) + oesofagogastroduodenoscopie
- Motorisch (normale slokdarm) vs niet-motorisch (abnormaal uitzicht slokdarm)
a. Symptomen
(esofagale) Dysfagie
- = het gevoel dat voedsel blijft steken tijdens passage van farynx (keel) naar maag
- ≠orofaryngeale dysfagie = voedselbolus geraakt niet in slokdarm, slikstoornis
o Verslikken bij oro-faryngeale dysfagie, niet bij oesofagale dysfagie
- Twee types (afzonderlijk voorkomen OF een combinatie van beide)
o Oganische dysfagie
§ Door vernauwing van slokdarmlumen door organisch letsel
• Vb. strictuur, web, maligne tumor
§ Eerst enkel voor vaste stofen, nadien soms ook voor vloeistofen
§ Risico op voedselimpactie bij grote, taaie voedselbolus
• Klachten: pijn, speekselvloed en eventueel hik
§ Progressief afhankelijk van hoe snel organisch letsel groeit
• Traag/geen progressie = goedaardig
• Snelle progressie = maligne
o Functionele dysfagie
§ Door contractietoestand sluit het lumen af
• Vb. spasme, primaire motoriekstoornissen (achalasie,
difuse spasmen)
§ Direct hinder bij vloeibaar en vast voedsel
§ Pijnaanvallen door spasmen, los van deglutitie (proces van slikken)
en ook ’s nachts
2
,Globusgevoel
- = het gevoel dat er iets zit in de keel, een brok in de keel
- Er is geen duidelijk verband met de slikbeweging (deglutitie)
- De klachten verdwijnen meestal tijdens het eten
- Moeilijk begrepen; onderliggende oorzaak onbekend (stress?)
- Vooral bij nerveuze patiënten, maar rustige patiënten hebben dit ook…
b. Pijnklachten
Odynofagie
- = pijn na het slikken bij passage van de bolus doorheen slokdarm
- Duidt meestal op ontstekingsletsels: viraal, bacterieel, schimmel, reflux
oesofagitis… à vaak virale of candida (infectieuze) oesofagitis
Impactatiepijn
- = dofe, krampende retrosternale pijn door hevige slokdarmcontracties proximaal
van een bolus die geïmpacteerd zit in een organische vernauwing
Thoracale pijn
- Retrosternale krampende pijn (non-cardiac chest pain NCCP)
- Meestal spontaan
- Zonder verband met doorslikken van voedsel
Dysfagie en/of odynofagie = alarmtekens à uitvoeren van esofagogastroscopie
c. Pyrosis en zure regurgitaties
Pyrosis
- = zuurbranden; een branderig gevoel dat opstijgt achter het sternum
o Typisch voor gastro-oesofagale reflux
Regurgitatie
- = het zuur, bitter of niet-zuur vocht dat tot in de mond komt
- = maaginhoud die terugkomt tot in de keel zodat het geproefd kan worden
o Vooral bij neerliggen, vooroverbukken ….
à Secundaire symptomen: vermagering, keellast, hoest, anemie
3
, 2. Technische onderzoeken bij slokdarmziekten
a. Endoscopie en biopsie
Endoscopie en biopsie
- Oesofagogastroduodenumoscopie = flexibele video-endoscoop
- Routineonderzoek, vaak 1e onderzoek
- Kortdurend onderzoek, patiënt krijgt vaak lichte sedatie (verdoving), risico op
braakneiging (opgepast: aspiratiepneumonie)
- Functies
o Oppervlakkige ontstekingsletsels van mucosa (bv. reflux oesofagitis)
o Diagnostisch: biopsies nemen (Barrett slokdarm, maligniteit, infectie…?)
o Therapeutisch:
§ Ligaturen bij slokdarmvarices te plaatsen
§ Adrenaline injecteren
§ Coagulatie van bloedende letsels
§ Clips bij bloedingen
§ Slokdarmdilataties
§ Prothese plaatsen
§ Vreemde lichamen verwijderen
à Echo-endoscopie = belangrijkste onderzoek bij vermoeden maligne letsels
b. Manometrisch onderzoek
Manometrie
- = meten van contracties (door de meting van intraluminale drukken) in slokdarm;
bij rust en bij slikmaneuvre (nakijken van slokdarmmotoriek)
o Vb. water, appelmoes en brood geven aan slokdarm en kijken naar de
drukken die de slokdarm geeft bij peristaltiek
- Evaluatie van verschillende structuren en functies
o Gastro-oesofagale sfincter (bij rust, relaxatie, contractie + TLESR)
(transient lower oesophageal sphincter relaxations)
o Faryngo-oesofagale sfincter (bij rust, relaxatie, contractie)
o Contracties van slokdarmlichaam: peristaltische en niet-peristaltische
contracties, repetitieve en spontane contracties
- Diagnostisch voor achalsie en slokdarmspasmen
4