VRAGEN BEANTWOORDEN VAN COLLEGE 7
1. Wie betaalt uiteindelijk het integrale btw- bedrag als belasting aan de staat?
De consument betaalt op het einde van de rit de btw. Het systeem zit zodanig in elkaar dat
de overheid niet gaat wachten vanaf de grondstof of de dienst geleverd wordt tot het eind
van het verhaal om de btw te innen. In elk tussenstadium gaan we btw aanrekenen, maar
dat wordt gecompenseerd tussen inkomende btw en uitgaande btw.
2. Wat is inkomende btw?
De uitgaande btw is wat u koopt (u bent geld verschuldigd aan iemand) en de inkomende
btw is van uw uitgaande facturen (iemand moet aan u betalen).
3. Wat is het egel-principe volgens Jim Collins en kan u een voorbeeld van een product of
een bedrijf aangeven dat beantwoordt aan dit egel- principe?
De kwaliteit primeert zo hard, dat de prijs geen rol meer speelt. Die bedrijven zijn qua
strategie zeer rechtlijnig. Ze laten zich niet verleiden door aanvallen van concurrenten of
modetrends. In het begin is het belangrijk de juiste strategie te kiezen, anders moet men
bijsturen. Vanaf het begin moet men de juiste strategie vinden. Als het niet lukt, zal er
ergens iets fout zijn en men moet dat verbeteren. Men moet het vanaf daar blijven
verbeteren.
Hedgehog principe in Good to Great verhaal van de vos en de egel. De egel, als hij de
straat oversteekt en hij ziet gevaar dan stopt hij en steekt hij zijn stekels op en er is
niemand meer om hem te bedreigen. Als er geen bedreiging meer is, doet hij zijn stekels
omlaag en loopt hij verder. Dat is een strategie. De egel kan niet veel, maar een egel gaat
men nooit een groot beest zien aanvallen.
Daarnaast heeft men de vos. Alles dat hij op zijn weg tegenkomt eet hij op, valt hij aan
behalve een egel. Het is een sluwe kerel die snel kan lopen. Elke keer als de vos de egel wilt
aanvallen prikt hij zich, hij kan de egel niet opeten of aanvallen. Daarom doet hij het niet.
Een bedrijf moet zo ook een beetje weten wat hij moet doen. Je hebt bedrijven die zich
voortdurend aanpassen aan trends en als dat niet lukt gaan ze eens iets anders proberen en
als dat niet lukt gaan ze terug iets anders proberen. Ze hebben geen visie en staan niet
achter hun product. Daardoor groeien zij nooit in de markt. Het egelprincipe is dat het
bedrijf heel goed weet wat hij doet en moet doen en wat ervoor nodig is om zijn product
alsmaar beter te maken en te verbeteren en zich niet te laten beïnvloeden door gasten die
heel sluw zijn. De vossen gaan nooit de egel kunnen pakken.
Voorbeeld: strategie van de egel voorbeeld = plooifiets. Het is ontstaan in jaren 80. Die fiets
zou even goed moeten rijden als een gewone fiets. Een ingenieur heeft daarop moeten
zoeken op de vormgeving. Hij heeft zich niet laten beïnvloeden door een mooi design. Wat
er wel toe deed was het kleinst mogelijke volume innemen en comfort. Hij heeft een paar
prototypes gemaakt en aan vrienden voorgesteld. Die waren allemaal redelijk opgetogen en
, tevreden. Hij zei ‘ik ga er 150 van maken’ en vroeg daar geld voor. Hij heeft er meer
bijgemaakt. Die bleven verkocht worden en hij bleef die bijmaken etc. Hij wist dat het goed
was, hij veranderde het uiterlijk niet, maar bleef die voortdurend beter maken. Dat was
eerst met het fameuze wieltje aan de achterzijde, dan kwam het staantje, dan met de
scharnieren. Overal heeft hij verbeteringen aangebracht op hetzelfde model. Hij bleef
voortdurend bij zijn basisprincipe, maar die fiets werd alsmaar beter en beter. Waar hij ook
altijd heel veel belang aan gehecht heeft, is het laten voelen van die fiets als een normale
fiets. Het is niet de goedkoopste plooifiets, maar toch ziet men dat Bromton het grootste
marktaandeel heeft. De mensen die daarmee rijden, moeten er wat voor over hebben om
daarvoor mee te kunnen reizen en rijden en willen dan een goede degelijke fiets. Het is
algemeen geweten dat Bromton de beste is, zonder dat daar reclame rond is. Dat is mond-
tot- mond- reclame. Iedereen weet dat dat de beste is. Er worden daar geen kortingen op
gegeven en men is daar oké mee omdat dat de beste plooifiets is. Waarom zou Bromton dat
netwerk kapot maken? Dat is nu juist het egelprincipe. Ze weten dat ze de beste fiets
hebben en ze blijven die verbeteren.
Apple is ook een goed voorbeeld marktleider, de rest volgt
Cocacola zoekt zijn weg nog: probeert de hele tijd nieuwe dingen uit, maar faalt vaak, stapt
van hun concept af
4. Wat is uw standpunt inzake de stelling dat de overheid regulerend moet optreden
tegenover nieuwe technologieën vs. de stelling dat de overheid hier niet moet ingrijpen?
Student zei: Adam Smith zegt ook dat de markt vrij is, maar op een bepaald moment als
de markt scheefloopt of dat er misbruiken mogelijk zijn. Dan moet de overheid wel
optreden. Dat is inderdaad een taak van de overheid, maar dan krijg je zo de tegentendens.
Je moet daar mee opletten.
De overheid zorgt bijvoorbeeld voor de infrastructuur van de spoorwegen en laat dan maar
privémaatschappijen dat exploiteren je moet daarmee opletten: als je dat aan een
privémaatschappij overlaat, gaan zij daar waarschijnlijk de leuke hapje uitnemen zoals de
halte van Gent naar Brussel, van Gent naar Antwerpen. Die zitten altijd goed vol. Die gaan ze
dan willen maar niet de lijnen naar kleinere gemeenten of ’s avonds. Wat gebeurt er dan?
Die treinen gaan ze dan afschaffen. De privé gaat enkel doen waar ze winst op maken. De
overheid wilt minstens aan elke halte om het uur 1 trein, ter behoefte van de bevolking. De
mensen die geen geld hebben voor een auto, moeten ook ter plaatse kunnen komen.
De hoeveelheid van stations is vooral de katholieke arbeidersbeweging. Het kon niet zijn dat
de arbeiders die tewerk gesteld worden in een stad, dat die daar ’s avonds moesten blijven
slapen onder slechte omstandigheden. Veel mensen woonden op het platteland en die
moesten ’s morgens vroeg en ’s avonds laat met de trein naar de stad. Als ze in de stad
bleven bij al die slechte vrouwen, was dat zeker niet christelijk en katholiek. Zo is ons dicht
spoorwegnetwerk ontstaan: uit sociaal overwegen. Als we dat sociale of maatschappelijke
element zouden verwaarlozen, dan gaan we alleen maar de commerciële zaken hebben.
Daar heeft de overheid wel een regulerende rol in.
Iemand zei ook: de overheid gaat het niet aan wie wat betaalt aan wie en wanneer. De
overheid heeft hier WEL een zeg over. Als je met grote sommen transfers doet, bankbiljetten
omzet in rekening. Vanaf een zeker bedrag moet men u vragen van waar het komt om te