1. BABYJAREN
1.1. GEBOORTE:
Lengte: gemiddeld 50cm
Gewicht: gemiddeld 3kg
Dysmaturiteit SGA: te klein of weegt te weinig t.o.v. zwangerschapsduur
o Heel veel risico’s, daling overlevingskans, doorgaans doen ze het
later vrij goed
o Levensvatbaar: +/- 26 weken
1.2. GEBOORTEPROCES:
Ligging:
o Hoofdligging: perfecte positie
o Stuitligging: poep naar beneden, geen ideale manier (
keizersnede)
o Dwarsligging: 100% keizersnede
Tijdstip:
o Voldragen/ à terme baby: 40 weken
o Vroeggeboren/ preterme: prematuur
o Overdragen/ postterme baby: meer dan twee weken na uitrekening
datum
1.3. FASEN BIJ GEBOORTE:
3 fasen
o Ontsluitings/arbeidsfase begint bij ontsluitingsweeën
o Eindigt bij 10cm ontsluiting
o Uitdrijvings/verlossingsfase + persweeën eindigt bij doorknippen
navelstreng
o Nageboorte placenta (zwakkere weeën)
Nazorg moeder en kind
o Band: huid op huidcontact
o Apgar-score:
- Appearance (roze kleur)
- Pulse (hartslag)
- Grimace (reactie prikkels, vb. voetjes kietelen)
- Activity (spieren)
- Respiration (ademhaling)
o Op deze elementen krijgt het kind een score, hoe hoger hoe beter
(tot 10)
o Gebeurt onmiddellijk na geboorte en 5min erna (kind moet nog
bekomen)
ERVARINGEN
Pasgeborenen
Ingrijpende overgang: van de warme baarmoeder, naar de buitenwereld
Bewuste ervaring? zintuigen zijn klaar, en kan pijn ervaren (pijndrempel
zou hoger liggen)
Nieuwe moeder:
Medisch (vb. zware ingrepen, veel pijn)
1
, Idyllisch beeld (roze wolk): tedere gevoelens vs. bekomen van pijn
Reacties van vrouw: hangt af van het verloop van de bevalling
o Voorbereidheid, aanwezigheid partner, epidurale, verloop arbeid…
IMPACT PREMATURITEIT:
Fragiele en kwetsbare baby
Verlies van controle: vb. je moet de baby aan de dokters vertrouwen
Niet naar huis kunnen
1.4. PASGEBORENEN:
Neonatus = pasgeborene (eerste 4 weken)
Vol mogelijkheden of hulpeloos wezentje
o Aanpassingsmechanismen:
o Controlemechanismen: heeft een baby nog niet
o Aanzet voor vaardigheden
MOTORISCHE REACTIES:
Erfelijke reactiewijzen:
o Huilen: aandacht trekken
o Reflexen:
- Blijvend: vitaal (niezen, hoesten)
- Voorbijgaand: vitaal (zoekreflex, zuigreflex)
Archaïsche reflexen: grijpreflex, zwemreflex
Zie kader dia 20
Slaap is heel belangrijk voor hersenontwikkeling
WAARNEMING EN COGNITIE:
Zintuiglijke indrukken
Adualisme (Piget): geen onderscheid tussen zichzelf en omgeving,
toestand waar geen sprake is van ik bewustzijn, geen grens tussen
innerlijke wereld en realiteit buitenwereld
Zintuigen: tast, temperatuur, pijn, smaak en reuk, gehoor, gezichtszin
ELEMENTAIRE LEERPROCESSEN
Habituatie: wennen, vb. aan de hond thuis
Klassieke conditionering: associatie maken met prikkels die vaak voor
komen
Operante conditionering: link tussen gedrag kind en prikkels
Sociaal leren/ imiteren:
SOCIALE GERICHTHEID EN EMOTIES
Pasgeborene = asociaal wezen
Wel basis voor sociale gerichtheid: appel van gehuil (natuurlijke
gevoeligheden bij volwassene)
Beperkte gevoelswereld, ofwel rustig ofwel huilen
Solitaire glimlach = lachen als maagje vol is
Sociale glimlach = lachen naar opvoeder
1.5. EERSTE LEVENSJAAR
TWEE GEBOORTES?
2
, Fysiologisch staat de baby ver
Psychologisch staat de baby nog niet ver
THEORIE FYSIOLOGISCHE VROEGGEBOORTE PORTMANN
Nestblijvers: zoogdieren die een kortere dracht hebben, vb. puppy’s zijn
blind
Nestvlieders: zoogdieren die een lange dracht hebben, meestal 1 jong. Vb.
veulen die kan direct wandelen.
Baby: nestvlieder, ook nestblijvers (hulpeloos wezentje)
= eerst heb je de fysiologische geboorte, een jaar later heb je de
psychologische geboorte
VERDERE MOTORISCHE ONTWIKKELING
Lengte en gewicht: verdubbelen…
Lichaamsverhoudingen
Hersenen
Zenuwcellen
Skelet...
2 ontwikkelingslijnen
o 1. Van boven naar onder (eerst controle over hoofd, nek, en zo naar
onder)
o 2. Van centrum naar buiten (eerst het midden, dan ellebogen,
polsen, vingers)
4 stadia
1. Kijkstadium (0-3 maanden)
2. Grijpstadium (3-6 maanden)
3. Zitstadium (6-9 maanden)
4. Kruip en optrekstadium (9-12 maanden)
5. Loopstadium (12-15 maanden)
ONTWIKKELING IN WAARNEMING EN COGNITIE
Opname wereld: actief waarnemen, rechtop zitten, verplaatsen
Sensomotorische periode (Piaget)
6 stadia, 4 stadia in eerste levensjaar
Leren en geheugen:
Begin van objectpermanentie: 4 maanden
o Beginnende geheugenfunctie, voorwerpen herkennen en zoeken,
dingen die niet in het gezichtsveld zijn, zijn er nog steeds
3
, Beperkt hoeveelheidsbesef 5 maanden
o Geen getalbegrip
Taal: Actieve taalgebruik gaat pas van start in peuterfase, in eerste
levensjaar gebeurt er ook al wat
Prelinguale fase (eerste levensjaar) Annemarie Schaerlaekens, 4
stadia
1. Huilen enige actieve taalgebruik tem 6 weken
2. Vocaliseren geluidjes maken, open klinkers tem 4
maanden
3. Vocale spel complexer, medeklinkers (klankgroepjes) tem
7/8 m
Tot hiertoe erg parallel bij kinderen uit versch culturen en
taalgroepen = polyglotte: veeltalige taalontwikkeling, worden
gestuurd door rijpingsprocessen + kindgerichte spraak (met
een hogere stem praten
4. Brabbelfase monoglotte ontwikkeling, gemodelleerd naar
moedertaal, klanken die een kind niet vaak hoort zullen
verdwijnen, maakt het makkelijker om structuur te herkennen
in chaotische stroom v klanken.
- vanaf 8m kan het kind makkelijke boodschappen/opdrachten
begrijpen, neemt intonatie en melodie van moedertaal over
- taal ontstaat wanneer brabbelwoordjes systematisch worden
gebruikt om iets te duiden (eerste woorden rond 1j)
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
o Hechting!!
o Sociale glimlach
o Beginnende hechting (2/3 maanden)
o Hechtingsgedrag (7/8 maanden)
Vreemdenangst
Scheidingsangst: bang om verlaten te worden
HISTORIEK HECHTINGSGEDRAG:
Konrad Lorenz
Imprinting, andere persoon imprinten als mama
Eendjes: in de eerste uren zien eendjes het eerste bewegende object als
hun moeder
Harry Harlow
Aapjes: eten geven is heel belangrijk, maar ook zacht contact is belangrijk
Huidige hechtingstheorie:
Bowbly:
Eerste onderzoek bij mensen (na WOII, veel weeshuizen…)
Weeskinderen hadden gebrek aan veiligheid, constant wisselen van
personeel
Ze wisselden constant van personeel = geen hechting, geen band
0-3 maanden: voorhechting: baby weent en iemand reageert
3-6 maanden: beginnende hechting: specifieke mensen krijgen voorkeur
6 maanden- 3jaar: feitelijke hechting: actieve aantrekking tot bepaalde
mensen
4
1.1. GEBOORTE:
Lengte: gemiddeld 50cm
Gewicht: gemiddeld 3kg
Dysmaturiteit SGA: te klein of weegt te weinig t.o.v. zwangerschapsduur
o Heel veel risico’s, daling overlevingskans, doorgaans doen ze het
later vrij goed
o Levensvatbaar: +/- 26 weken
1.2. GEBOORTEPROCES:
Ligging:
o Hoofdligging: perfecte positie
o Stuitligging: poep naar beneden, geen ideale manier (
keizersnede)
o Dwarsligging: 100% keizersnede
Tijdstip:
o Voldragen/ à terme baby: 40 weken
o Vroeggeboren/ preterme: prematuur
o Overdragen/ postterme baby: meer dan twee weken na uitrekening
datum
1.3. FASEN BIJ GEBOORTE:
3 fasen
o Ontsluitings/arbeidsfase begint bij ontsluitingsweeën
o Eindigt bij 10cm ontsluiting
o Uitdrijvings/verlossingsfase + persweeën eindigt bij doorknippen
navelstreng
o Nageboorte placenta (zwakkere weeën)
Nazorg moeder en kind
o Band: huid op huidcontact
o Apgar-score:
- Appearance (roze kleur)
- Pulse (hartslag)
- Grimace (reactie prikkels, vb. voetjes kietelen)
- Activity (spieren)
- Respiration (ademhaling)
o Op deze elementen krijgt het kind een score, hoe hoger hoe beter
(tot 10)
o Gebeurt onmiddellijk na geboorte en 5min erna (kind moet nog
bekomen)
ERVARINGEN
Pasgeborenen
Ingrijpende overgang: van de warme baarmoeder, naar de buitenwereld
Bewuste ervaring? zintuigen zijn klaar, en kan pijn ervaren (pijndrempel
zou hoger liggen)
Nieuwe moeder:
Medisch (vb. zware ingrepen, veel pijn)
1
, Idyllisch beeld (roze wolk): tedere gevoelens vs. bekomen van pijn
Reacties van vrouw: hangt af van het verloop van de bevalling
o Voorbereidheid, aanwezigheid partner, epidurale, verloop arbeid…
IMPACT PREMATURITEIT:
Fragiele en kwetsbare baby
Verlies van controle: vb. je moet de baby aan de dokters vertrouwen
Niet naar huis kunnen
1.4. PASGEBORENEN:
Neonatus = pasgeborene (eerste 4 weken)
Vol mogelijkheden of hulpeloos wezentje
o Aanpassingsmechanismen:
o Controlemechanismen: heeft een baby nog niet
o Aanzet voor vaardigheden
MOTORISCHE REACTIES:
Erfelijke reactiewijzen:
o Huilen: aandacht trekken
o Reflexen:
- Blijvend: vitaal (niezen, hoesten)
- Voorbijgaand: vitaal (zoekreflex, zuigreflex)
Archaïsche reflexen: grijpreflex, zwemreflex
Zie kader dia 20
Slaap is heel belangrijk voor hersenontwikkeling
WAARNEMING EN COGNITIE:
Zintuiglijke indrukken
Adualisme (Piget): geen onderscheid tussen zichzelf en omgeving,
toestand waar geen sprake is van ik bewustzijn, geen grens tussen
innerlijke wereld en realiteit buitenwereld
Zintuigen: tast, temperatuur, pijn, smaak en reuk, gehoor, gezichtszin
ELEMENTAIRE LEERPROCESSEN
Habituatie: wennen, vb. aan de hond thuis
Klassieke conditionering: associatie maken met prikkels die vaak voor
komen
Operante conditionering: link tussen gedrag kind en prikkels
Sociaal leren/ imiteren:
SOCIALE GERICHTHEID EN EMOTIES
Pasgeborene = asociaal wezen
Wel basis voor sociale gerichtheid: appel van gehuil (natuurlijke
gevoeligheden bij volwassene)
Beperkte gevoelswereld, ofwel rustig ofwel huilen
Solitaire glimlach = lachen als maagje vol is
Sociale glimlach = lachen naar opvoeder
1.5. EERSTE LEVENSJAAR
TWEE GEBOORTES?
2
, Fysiologisch staat de baby ver
Psychologisch staat de baby nog niet ver
THEORIE FYSIOLOGISCHE VROEGGEBOORTE PORTMANN
Nestblijvers: zoogdieren die een kortere dracht hebben, vb. puppy’s zijn
blind
Nestvlieders: zoogdieren die een lange dracht hebben, meestal 1 jong. Vb.
veulen die kan direct wandelen.
Baby: nestvlieder, ook nestblijvers (hulpeloos wezentje)
= eerst heb je de fysiologische geboorte, een jaar later heb je de
psychologische geboorte
VERDERE MOTORISCHE ONTWIKKELING
Lengte en gewicht: verdubbelen…
Lichaamsverhoudingen
Hersenen
Zenuwcellen
Skelet...
2 ontwikkelingslijnen
o 1. Van boven naar onder (eerst controle over hoofd, nek, en zo naar
onder)
o 2. Van centrum naar buiten (eerst het midden, dan ellebogen,
polsen, vingers)
4 stadia
1. Kijkstadium (0-3 maanden)
2. Grijpstadium (3-6 maanden)
3. Zitstadium (6-9 maanden)
4. Kruip en optrekstadium (9-12 maanden)
5. Loopstadium (12-15 maanden)
ONTWIKKELING IN WAARNEMING EN COGNITIE
Opname wereld: actief waarnemen, rechtop zitten, verplaatsen
Sensomotorische periode (Piaget)
6 stadia, 4 stadia in eerste levensjaar
Leren en geheugen:
Begin van objectpermanentie: 4 maanden
o Beginnende geheugenfunctie, voorwerpen herkennen en zoeken,
dingen die niet in het gezichtsveld zijn, zijn er nog steeds
3
, Beperkt hoeveelheidsbesef 5 maanden
o Geen getalbegrip
Taal: Actieve taalgebruik gaat pas van start in peuterfase, in eerste
levensjaar gebeurt er ook al wat
Prelinguale fase (eerste levensjaar) Annemarie Schaerlaekens, 4
stadia
1. Huilen enige actieve taalgebruik tem 6 weken
2. Vocaliseren geluidjes maken, open klinkers tem 4
maanden
3. Vocale spel complexer, medeklinkers (klankgroepjes) tem
7/8 m
Tot hiertoe erg parallel bij kinderen uit versch culturen en
taalgroepen = polyglotte: veeltalige taalontwikkeling, worden
gestuurd door rijpingsprocessen + kindgerichte spraak (met
een hogere stem praten
4. Brabbelfase monoglotte ontwikkeling, gemodelleerd naar
moedertaal, klanken die een kind niet vaak hoort zullen
verdwijnen, maakt het makkelijker om structuur te herkennen
in chaotische stroom v klanken.
- vanaf 8m kan het kind makkelijke boodschappen/opdrachten
begrijpen, neemt intonatie en melodie van moedertaal over
- taal ontstaat wanneer brabbelwoordjes systematisch worden
gebruikt om iets te duiden (eerste woorden rond 1j)
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
o Hechting!!
o Sociale glimlach
o Beginnende hechting (2/3 maanden)
o Hechtingsgedrag (7/8 maanden)
Vreemdenangst
Scheidingsangst: bang om verlaten te worden
HISTORIEK HECHTINGSGEDRAG:
Konrad Lorenz
Imprinting, andere persoon imprinten als mama
Eendjes: in de eerste uren zien eendjes het eerste bewegende object als
hun moeder
Harry Harlow
Aapjes: eten geven is heel belangrijk, maar ook zacht contact is belangrijk
Huidige hechtingstheorie:
Bowbly:
Eerste onderzoek bij mensen (na WOII, veel weeshuizen…)
Weeskinderen hadden gebrek aan veiligheid, constant wisselen van
personeel
Ze wisselden constant van personeel = geen hechting, geen band
0-3 maanden: voorhechting: baby weent en iemand reageert
3-6 maanden: beginnende hechting: specifieke mensen krijgen voorkeur
6 maanden- 3jaar: feitelijke hechting: actieve aantrekking tot bepaalde
mensen
4