1 Hoofdstuk 3 : De adolescentiefase.
1.1 Vijf kernaspecten uit de psychologische literatuur
a) Verband tussen pubertaire ontwikkelingen, lichaamsbeeld en zelfbeeld
b) Leren over de innerlijke signalen en zijn sensuele en seksuele noden
c) Identiteitsvorming
d) Het opdoen van ervaringen in seksuele relaties en liefdesrelaties
e) Ontwikkeling van een persoonlijk seksueel waardesysteem
1.2 psychosociale aspecten
a) Toename van seksuele dromen en fantasieën, vaak verbonden met masturbatie
b) Onafhankelijkheid
c) Reacties van ouders en maatschappij
1.3 De adolescentiefase
a) De vroegkinderlijke psychoseksuele ontwikkeling wordt op een complexer niveau geïntegreerd:
b) adolescentie= het tweede structurerende moment voor de seksualiteit in levensloopperspectief
c) kleutertijd= eerste structurerende moment (cfr. oedipale fase)
d) Tweede periode waarin we geslachtsrijp worden - komt na het seksuele bewustzijn - 2e kans voor
probleemjongeren
1.4 Psychoanalytische ontwikkelingspsychologie heeft Vier ontwikkelingstaken
1.4.1 De generatieconflicten en agressie jegens de ouders :
a) tweede separatie-individuatieproces
= loskomen/losmaken uit het gezin van de kindertijd en van ouderlijk support opdat een nieuwe, meer
persoonlijke identiteit kan gevormd worden
infantiele karakter van de relatie met ouders wordt opgegeven: verwarring
nadruk op los-maken, afstand nemen, onafhankelijkheid
mbv agressie:
waarden en normen van ouders op de korrel nemen of neerhalen: ‘triomf’
door de nieuwe, vaak ongekende en onbeheerste krachten kunnen in realiteit zaken vernietigd,
beschadigd worden
Immaturiteit:
Men is nog afhankelijk maar wil tegelijk heel onafhankelijk zijn
Erik Erikson moratorium: tussenperiode waarbij je de puber tijd geeft om verantwoordelijkheid op te
nemen
Ze zijn geen kind meer maar ook nog niet matuur genoeg
Ze eisen ruimte op, zijn overal, nemen als het ware de plaats van de ouders in leidt tot conflicten.
autonomie in de adolescentie =
a) op zichzelf vertrouwen (emotionele autonomie)
b) eigen beslissingen nemen
c) onafhankelijk denken
ontwikkeling van emotionele autonomie:
a) toenemend gevoel van verantwoordelijkheid over wat men doet en wie men is
b) binnen gehechtheid aan ouders
c) naar minder emotionele afhankelijkheid van ouders
1/9
, b) periode van transitie/van immaturiteit/ van ambivalentie
tussen kind en volwassene
tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid
tussen representaties van de kindertijd en representaties van autonomie en volwassenheid
immaturiteit: lichaam in volle groei, het zelf in wording en een fragiel innerlijke basis
kern van de persoonlijkheid onder druk (impulstoename en ↓ego-support van ouders )
c) periode van uitgestelde verantwoordelijkheid
Erikson: psychosociaal moratorium: periode van uitgestelde verantwoordelijkheid:
= tijd en ruimte om te experimenteren en oefenen met de nieuwe identiteitsvorming zonder de
volledige verantwoordelijkheid van de consequenties van zijn/haar daden te (moeten) dragen.
d) beschikbaarheid van veilige volwassenen
herschrijven, opnieuw onderhandelen en herdefiniëren van de gehechtheidsband
blijvend belang van de veilige gehechtheidsband met de ouders
periodes van separaties én periodes van reactivatie van gehechtheid
verantwoordelijkheid mee-dragen:
jongere genoeg vasthouden
én geleidelijk perspectief van verantwoordelijkheid bij de jongere opbouwen.
verantwoordelijkheid ‘op maat’/afgestemd op wat de jongere aankan.
aanwezige volwassene:
die de jongeren kan ‘treffen’
die hen beschermt én
stevige structuur en grenzen kan bieden
op kunnen eisen van ruimte en vrijheid om een nieuwe plaats/een nieuw evenwicht te zoeken
1.4.2 De integratie van het seksuele maturerende lichaam in het zelfbeeld :
a) lichamelijke veranderingen:
groeispurt: lichaamsverhoudingen veranderen, uit evenwicht
secundaire geslachtskenmerken
jongeren worden vruchtbaar ze zijn vanaf nu in staat zich voort te planten
b) affect-relationele gevolgen:
verlies van vertrouwdheid
angst en onzekerheid
opnieuw moeten verwerven van bemeestering, fierheid, vertrouwen…
nieuwe en intensere gevoelens en hoe ermee omgaan
zoeken naar omgaan met veranderingen
positieverandering tov leeftijdsgenoten en volwassenen:
verantwoordelijkheid leren dragen voor het eigen seksuele lichaam in de context van relaties
doorheen seksuele ervaringen →seksuele oriëntatie definitief
c) invloed op het zelfbeeld
bij start adolescentie: aanvallen op zelfgevoel:
onvoorspelbare en plotse lichamelijke veranderingen
toename van het driftmatige
de-idealisatie van de ouder → bron van zelfwaardering komt onder druk te staan
gevoelens van onzekerheid, eenzaamheid, onlust; overgevoeligheid voor indruk die men bij anderen
oproept (narcistische kwetsbaarheid)
Zelfbeeld komt onder druk te staan omdat ze cognitief in staat zijn om kritisch te staan tov zichzelf en
anderen
om een stabiel zelfgevoel te handhaven is de vroege adolescent aangewezen op:
2/9
1.1 Vijf kernaspecten uit de psychologische literatuur
a) Verband tussen pubertaire ontwikkelingen, lichaamsbeeld en zelfbeeld
b) Leren over de innerlijke signalen en zijn sensuele en seksuele noden
c) Identiteitsvorming
d) Het opdoen van ervaringen in seksuele relaties en liefdesrelaties
e) Ontwikkeling van een persoonlijk seksueel waardesysteem
1.2 psychosociale aspecten
a) Toename van seksuele dromen en fantasieën, vaak verbonden met masturbatie
b) Onafhankelijkheid
c) Reacties van ouders en maatschappij
1.3 De adolescentiefase
a) De vroegkinderlijke psychoseksuele ontwikkeling wordt op een complexer niveau geïntegreerd:
b) adolescentie= het tweede structurerende moment voor de seksualiteit in levensloopperspectief
c) kleutertijd= eerste structurerende moment (cfr. oedipale fase)
d) Tweede periode waarin we geslachtsrijp worden - komt na het seksuele bewustzijn - 2e kans voor
probleemjongeren
1.4 Psychoanalytische ontwikkelingspsychologie heeft Vier ontwikkelingstaken
1.4.1 De generatieconflicten en agressie jegens de ouders :
a) tweede separatie-individuatieproces
= loskomen/losmaken uit het gezin van de kindertijd en van ouderlijk support opdat een nieuwe, meer
persoonlijke identiteit kan gevormd worden
infantiele karakter van de relatie met ouders wordt opgegeven: verwarring
nadruk op los-maken, afstand nemen, onafhankelijkheid
mbv agressie:
waarden en normen van ouders op de korrel nemen of neerhalen: ‘triomf’
door de nieuwe, vaak ongekende en onbeheerste krachten kunnen in realiteit zaken vernietigd,
beschadigd worden
Immaturiteit:
Men is nog afhankelijk maar wil tegelijk heel onafhankelijk zijn
Erik Erikson moratorium: tussenperiode waarbij je de puber tijd geeft om verantwoordelijkheid op te
nemen
Ze zijn geen kind meer maar ook nog niet matuur genoeg
Ze eisen ruimte op, zijn overal, nemen als het ware de plaats van de ouders in leidt tot conflicten.
autonomie in de adolescentie =
a) op zichzelf vertrouwen (emotionele autonomie)
b) eigen beslissingen nemen
c) onafhankelijk denken
ontwikkeling van emotionele autonomie:
a) toenemend gevoel van verantwoordelijkheid over wat men doet en wie men is
b) binnen gehechtheid aan ouders
c) naar minder emotionele afhankelijkheid van ouders
1/9
, b) periode van transitie/van immaturiteit/ van ambivalentie
tussen kind en volwassene
tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid
tussen representaties van de kindertijd en representaties van autonomie en volwassenheid
immaturiteit: lichaam in volle groei, het zelf in wording en een fragiel innerlijke basis
kern van de persoonlijkheid onder druk (impulstoename en ↓ego-support van ouders )
c) periode van uitgestelde verantwoordelijkheid
Erikson: psychosociaal moratorium: periode van uitgestelde verantwoordelijkheid:
= tijd en ruimte om te experimenteren en oefenen met de nieuwe identiteitsvorming zonder de
volledige verantwoordelijkheid van de consequenties van zijn/haar daden te (moeten) dragen.
d) beschikbaarheid van veilige volwassenen
herschrijven, opnieuw onderhandelen en herdefiniëren van de gehechtheidsband
blijvend belang van de veilige gehechtheidsband met de ouders
periodes van separaties én periodes van reactivatie van gehechtheid
verantwoordelijkheid mee-dragen:
jongere genoeg vasthouden
én geleidelijk perspectief van verantwoordelijkheid bij de jongere opbouwen.
verantwoordelijkheid ‘op maat’/afgestemd op wat de jongere aankan.
aanwezige volwassene:
die de jongeren kan ‘treffen’
die hen beschermt én
stevige structuur en grenzen kan bieden
op kunnen eisen van ruimte en vrijheid om een nieuwe plaats/een nieuw evenwicht te zoeken
1.4.2 De integratie van het seksuele maturerende lichaam in het zelfbeeld :
a) lichamelijke veranderingen:
groeispurt: lichaamsverhoudingen veranderen, uit evenwicht
secundaire geslachtskenmerken
jongeren worden vruchtbaar ze zijn vanaf nu in staat zich voort te planten
b) affect-relationele gevolgen:
verlies van vertrouwdheid
angst en onzekerheid
opnieuw moeten verwerven van bemeestering, fierheid, vertrouwen…
nieuwe en intensere gevoelens en hoe ermee omgaan
zoeken naar omgaan met veranderingen
positieverandering tov leeftijdsgenoten en volwassenen:
verantwoordelijkheid leren dragen voor het eigen seksuele lichaam in de context van relaties
doorheen seksuele ervaringen →seksuele oriëntatie definitief
c) invloed op het zelfbeeld
bij start adolescentie: aanvallen op zelfgevoel:
onvoorspelbare en plotse lichamelijke veranderingen
toename van het driftmatige
de-idealisatie van de ouder → bron van zelfwaardering komt onder druk te staan
gevoelens van onzekerheid, eenzaamheid, onlust; overgevoeligheid voor indruk die men bij anderen
oproept (narcistische kwetsbaarheid)
Zelfbeeld komt onder druk te staan omdat ze cognitief in staat zijn om kritisch te staan tov zichzelf en
anderen
om een stabiel zelfgevoel te handhaven is de vroege adolescent aangewezen op:
2/9