Biology
1 Chap.1. Overview of vertebrate development
1.1 The frog development
1.1.1 Life cycle
Xenopus laevis of Afrikaanse klauwkikker
Orde: Anura
Familie: Pipidae (tongloze kikkers).
Locatie: zuidelijk en centraal Afrika
Lengte: 7,5 - 14 cm
o Mannetjes zijn kleiner en hebben, wanneer ze geslachtsrijp zijn, zwarte voorpoten
Aquatisch en carnivoor
Labo: kunnen in een aquarium gehouden worden
Model in kliniek: fertiliteittest
Vrouwtjes kunnen geprikkeld worden eieren te leggen door hCG (humaan choriongonadotrofine)
intradermaal te injecteren
Vroegere toepassing: vruchtbaarheidstest door urine van een vrouw te injecteren (het leggen van
eieren de volgende dag was een teken van zwangerschap).
Het ei kan in vitro worden bevrucht met behulp van gehakte testis.
o De ontwikkeling gaat door en de embryo's kunnen worden gemanipuleerd
o De snelheid van ontwikkeling is afhankelijk van de temperatuur
Lab → IVF met gehakte testis (mannetjes gebruikt voor sperma-extractie via dissectie)
o 3-5 eilegmomenten per dag
o De ontwikkeling gaat door en de embryo’s kunnen worden gemanipuleerd
o De snelheid van ontwikkeling hangt af van de T
Een uniform cluster van cellen organiseert en differentieert
Cleavage → gastrulatie for gut formation → neurulation → organogenesis → metamorofse full adult (ca
3 months to become a full adult)
From the embryo to the tadpole (larva) to the adult Links: female Rechts: Male
1
,1.1.2 Eicel
Kikker-eicel:
Grootte:
o Kikker-eicel: +- 1 mm diameter
o Zoogdier-eicel: 0.1 mm
o Somatische cel: 10 nm
Bestaat uit:
o Animale pole: Donker gepigmenteerde hemisfeer (de dierlijke hemisfeer) zorgt voor
bescherming tegen UV-licht
Is altijd naar boven gericht door zwaartekracht
o Vegetal pole: bleke hemisfeer
Is altijd naar beneden gericht zwaarder dan zwaartekracht
o Pro-nucleus: binnenkant wacht op fertilisatie
o Ribosomen, mitochondria, light yolk platelets
Yolk platelets: voedsel tijdens de ontwikkeling meestal aan vegetal pole
o Sperma-ingangspunt: linksboven
De eicel is dus radiaal symmetrisch rond zijn dier-plantaardige as.
Dooierplaatjes (leveren "voedsel" leveren tijdens de ontwikkeling tot het uitkomen) zijn zwaar en bevinden
zich meestal aan de plantaardige pool
Door de zwaartekracht zal de eicel zich altijd zo oriënteren
Dor de dooier deelt het plantaardige halfrond zich langzamer dan het dierlijke halfrond
1.1.3 Cortical rotation (rotatie van 30°C)
Corticale rotatie:
Door de bevruchting ontstaat er een corticale reactie
o Gevolg:
Membraan-samenstelling verandering
Doel: polyspermie voorkomen (verdere penetratie van het sperma te voorkomen)
Het binnendringen van sperma gebeurt op dierlijke halfrond (linkerkant)
o 30 minuten na de bevruchting:
Cortex (buitenste laag) zal 30° roteren ten opzichte van het grootste deel van het
cytoplasma en de dooier
cytoskelet van het ei is verantwoordelijk voor deze verandering
Tijdens de corticale rotatie:
o Cortex (pigment laag) zal +- 30 graden roteren in de richting van sperma entry point
Gevolg corticale rotatie
o Zichtbare verandering aan het embryo
Omdat grootste deel pigment gekoppeld is aan cortex en
Omdat de dooier zwaar is zal de zwaartekracht hem op dezelfde plaats houden
De kant tegenover het ingangspunt van het sperma zal grotendeels verstoken zijn van pigment
Bij veel soorten amfibieën zal cortical rotatie een spoor achterlaten
2
, o Er ontstaat een grijze halve maan (het is heel duidelijk bij kikkers in onze vijvers, maar niet
bij Xenopus).
Definitie van dorsale en ventrale zijde (ventraal = gepigmenteerd) = oorspronkelijke asymmetrie
van het embryo
corticale rotatie is van cruciaal belang voor de oorspronkelijke asymmetrie van het embryo
Sperma entry point: vorming: ventrale zijde van het embryo
o Tegenover sperma entry point: vorming dorsale zijde (blastopore lip)
Notatie regel: embryo moet weergeven worden met het sperma-ingangspunt aan de linkerkant
o Corticale rotatie naar links en de grijze halve maan aan de rechterkant
1.1.4 Cleavage
Cleavage/splitsing:
Splitsing van cellen in kleine massa’s
o Geen vorming extra massa
A) Eerste splitsing: Gebeurt verticaal
o start aan animal pole en gaat langzaam naar beneden naar plantaardige pool
o Passeert het ook het punt waar het sperma binnenkomt
o Resultaat: vorming 2 blastomeren (2-cellig stadium)
1 blastomeer vormt linkerkant van het embryo
1 blastomeer vormt de rechterkant van het embryo
B) Tweede splitsing: 2e: loodrecht op 1e; verticaal
o Begint voordat eerste splitsing voltooid is
o Langzamer bij de vegetal pole door hoge dooiergehalte
C) Derde splitsing: Gebeurt meridionaal (loodrecht op de twee eerste)
o Splitsing ligt niet perfect op de evenaar De splitsingen gebeuren synchroon
Ligt meer aan de dierlijke kant door lage dooiergehalte van de animal pole
4 dierlijke blastomeren zijn kleiner dan de 4 plantaardige blastomeren
o Naarmate de splitsing verder gaat
Dierlijke pole: bevat talloze kleine cellen
Plantaardige pole: bevat relatief klein aantal grote, dooiercellen
Tijdens de splitsing blijft volume van eicel hetzelfde (cellen worden kleiner doordat ze verdeeld zijn in
10.000 cellen)
De celdeling zal op een vergelijkbare manier doorgaan
SEM die de voren en blastomeren laten zien.
3
, 1.1.5 Blastula
Blastula:
Vanaf 128 cellen ontstaat er een holte met vloeistof in het dierlijke gebied van het embryo
blastocoel vorming is compleet
o Holte met vloeistof: blastocoel
o Embryo = blastula
2-cellige stadium een kleine intracellulaire ruimte komt tevoorschijn
o Zal uitgroeien tot de blastocoel
Rotatiesymmetrie (behalve het gepigmenteerde deel) → gastrula zal deze symmetrie verbreken →
links - rechts; anterieur-posterieur (zie gastrulatie)
Germ laag (gastrulatie):
o Animal cap: vormt later ectoderm
Epidermis, CZS
o Marginale zone: wordt later mesoderm
Urogenitaal systeem, botten en kraakbeen, dermis (bijv. mond), spieren,
bloedsysteem, vet, hart
o Dooiercellen/yolk cells (voedselembryo): wordt later endoderm
Maagdarmkanaal (GIT, let op: let op de mond), lever, pancreas, longvlies
(gescheiden van slokdarm)
Functie van blastocoel:
1. Creëren van een ruimte waarin gastrulerende cellen zullen migreren (meer specifiek: ze zullen het
dak van de blastocoel volgen)
2. Isoleert de animal cap van de inductieve signalen die uit de plantaardige regio komen (we zullen ze
later analyseren)
1.1.6 Mid-blastula transition (MBT)
Celdeling voor mid blastula transitie:
Alleen S-fase en mitose tijdens celcyclus
o Gevolg: zeer snelle deling (30-45 minuten in plaats van 16 uur)
o Gebeurt bij kikkers en Drosophila, niet bij zoogdieren!
o De snelle delingen gebeurt doordat de celcyclus anders is
S M De G1- en G2-fasen ontbreken gebeurt voor de mid-blastula fase
Tijd deelcyclus: 30 tot 45 minuten
Tijd normale celcyclus: 16 uur
Geen gap-fase = geen RNA-transcriptie! MAAR er is een voorraad ongebruikt
mRNA in de dooier (maternale genoom)
4