H6: Oftalmologie.
6.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
We nemen licht waar met een golflengte van 400 - 800 nanometer.
Oogkas (orbita):
Beschermd het oog.
Bestaat uit:
o Os sphenoïdale (wiggebeen).
o Os zygomaticum (jukbeen).
o Os maxilla (bovenkaak).
o Os lacrimale (traanbeen).
o Os ethmoïdale (zeefbeen).
o Os frontale (voorhoofdsbeen).
In de achterwand opening waardoor gezichtszenuw, N.II of N. opticus naar de hersenen
loopt.
Oogbol:
Figuur 1. !
Rondom het oog zitten 3 concentrische wandlagen; de oogrokken:
1. De sclera (buitenste harde oogrok):
Stevig wit vlies op de oogspieren bevestigd. Beschermd het volledige ook behalve
de voorzijde.
2. Het vaatvlies of chorïdea (de middenste oogrok):
Bevat veel bloedvaten.
Zet zich aan de voorzijde ook voort in de iris.
De overgang tussen choroïdea en iris is vergroeid met de sclera en verdikt door
straallichaam (corpus cillaire; draagt de lens).
Tussen iris en cornea is de voorste oogkamer gevuld met kamervocht.
3. Het netvlies of retina (de binnenste oogrok):
Bevat de zintuigcellen.
Verloop: waar de N.II binnenkomt tot waar de choroïdea overgaat in de iris.
Geen zintuigen waar N.II de oogbol binnenkomt = Papilla nervi optici of papil
(blinde vlek).
Blinde vlek:
Ligt net onder de zone van het netvlies waarmee men het sherpste ziet = gele vlek
(macula).
Retina omvat 2 lagen:
Buitenste pigmentlaag.
Binnenste laag die bestaat uit zintuigcellen en zenuwcellen.
Staafjes zijn schemerzintuigen: nemen intensiteit waar.
Kegeltjes zijn dagzintuigen: zorgen voor kleuren.
Het lichtgevoelige deel van staafjes en kegeltjes ligt achteraan in de uitlopers van de
zintuigcellen het lichtgevoelige pigment rodopsine.
1
6.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
We nemen licht waar met een golflengte van 400 - 800 nanometer.
Oogkas (orbita):
Beschermd het oog.
Bestaat uit:
o Os sphenoïdale (wiggebeen).
o Os zygomaticum (jukbeen).
o Os maxilla (bovenkaak).
o Os lacrimale (traanbeen).
o Os ethmoïdale (zeefbeen).
o Os frontale (voorhoofdsbeen).
In de achterwand opening waardoor gezichtszenuw, N.II of N. opticus naar de hersenen
loopt.
Oogbol:
Figuur 1. !
Rondom het oog zitten 3 concentrische wandlagen; de oogrokken:
1. De sclera (buitenste harde oogrok):
Stevig wit vlies op de oogspieren bevestigd. Beschermd het volledige ook behalve
de voorzijde.
2. Het vaatvlies of chorïdea (de middenste oogrok):
Bevat veel bloedvaten.
Zet zich aan de voorzijde ook voort in de iris.
De overgang tussen choroïdea en iris is vergroeid met de sclera en verdikt door
straallichaam (corpus cillaire; draagt de lens).
Tussen iris en cornea is de voorste oogkamer gevuld met kamervocht.
3. Het netvlies of retina (de binnenste oogrok):
Bevat de zintuigcellen.
Verloop: waar de N.II binnenkomt tot waar de choroïdea overgaat in de iris.
Geen zintuigen waar N.II de oogbol binnenkomt = Papilla nervi optici of papil
(blinde vlek).
Blinde vlek:
Ligt net onder de zone van het netvlies waarmee men het sherpste ziet = gele vlek
(macula).
Retina omvat 2 lagen:
Buitenste pigmentlaag.
Binnenste laag die bestaat uit zintuigcellen en zenuwcellen.
Staafjes zijn schemerzintuigen: nemen intensiteit waar.
Kegeltjes zijn dagzintuigen: zorgen voor kleuren.
Het lichtgevoelige deel van staafjes en kegeltjes ligt achteraan in de uitlopers van de
zintuigcellen het lichtgevoelige pigment rodopsine.
1