H5: Inleiding tot de pathologie van neus, keel en oren.
5.1 De Neus.
5.1.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
De neus heeft 3 functies:
Ademhalingsfunctie: verwarming en bevochtiging van ingeademde lucht.
Reukorgaan: hydrofiele en lipofiele moleculen.
Klankkast voor de spraak.
Neusbijholten zin belangrijk voor:
Resonantieruimten voor de spraak.
Ondersteunen van de reuk.
Schedel minder zwaar maken.
4 soorten sinussen:
Sinus frontalis.
Sinus ethmoïdalis.
Sinus sphenoïdalis.
Sinus maximillaris.
5.1.2 Anamnese.
5.1.3 Klinisch onderzoek.
Rhinoscopia anterior en posterior.
Neusendoscopie.
Akoestische rinometrie.
Rinomanometrie.
CT sinussen.
Reuk testen dmv prikkeling van de reukreceptoren.
Smaak testen.
Elektrogustometrie.
5.1.4 Pathologie.
1. Congenitale afwijkingen: meestal onderdeel van een syndroom.
2. Uitwendige inflammaties:
Furunkel in of rond het vestibulum nasi = etterophoping thv neusopening door
staphylococcus aureus. Komt zelden voor.
Erysipelas: door strepotococcus pyogenes.
Rhinophyma: hypertrofie van de talgklieren van de neuspunt.
Impetigo = gele korst van pus en secreet.
3. Inwendige inflammaties:
Coryza (= snotvalling).
Allergische en vasomotorische rhinitis en sinusitis.
4. Tumoren:
1
, In de neus.
In de sinussen (kwaadaardige tumoren zeldzaam).
5. Traumata:
Contusie (= kneuzing).
Septumhematoom: bloedophoping tussen perichondrium en kraakbeen
kraakbeennecrose. !
Neusfractuur: geen urgentie doordat neus eerst moet ontzwellen.
Septumdeviatie.
Septumperforatie: vaak door drugs snuiven.
6. Reukstoornissen: meestal door neurologische of mechanische oorzaak:
Anosmie = niets ruiken.
Hyposmie = verminderd ruiken.
Kakosmie = vieze geur ruiken.
Parosmie = afwijkende geur.
7. Allerlei:
Neusbloeding (= epistaxis).
Corpora aliena.
Polyposis nasi (= neuspoliepen) = chronisch ontstoken slijmvlies.
5.2 De keel: farynx, larynx en mond.
5.2.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
Adenoïden of neusamandelen = op de achter van de nasofarynx thv het zachte verhemelte.
Tonsillen of keelamandelen = ligt tussen de verhemeltebogen.
Larynx heeft 3 functies:
1. Sfincterfunctie (belangrijkste functie).
2. Fonatie of (basis)stemvorming.
3. Door afsluiting van de glottis kan de interthoracale en intra-abdominale druk verhogen.
Gebit:
Melkgebit = 20 tanden.
Blijvend gebit = 32 tanden.
Two digit system van de FDI: !
1e cijfer geeft het kwadrant weer:
o Rechtsboven = 1.
o Linksboven = 2.
o Linksonder = 3.
o Rechtsonder = 4.
o Voor het melkgebit de cijfers 5, 6, 7, 8.
2e cijfer geeft de positie van de tand weer in het kwadrant: altijd tellen vanaf het midden.
Speeksel zorgt voor:
Bescherming van de mondmucosa en de tanden.
Vochtig maken van het voedsel.
Schoonhouden van de smaakpapillen.
Amylaseproductie voor de zetmeelproductie.
3 grote gepaarde speekselklieren:
1. Glandula parotis = grootste.
2
5.1 De Neus.
5.1.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
De neus heeft 3 functies:
Ademhalingsfunctie: verwarming en bevochtiging van ingeademde lucht.
Reukorgaan: hydrofiele en lipofiele moleculen.
Klankkast voor de spraak.
Neusbijholten zin belangrijk voor:
Resonantieruimten voor de spraak.
Ondersteunen van de reuk.
Schedel minder zwaar maken.
4 soorten sinussen:
Sinus frontalis.
Sinus ethmoïdalis.
Sinus sphenoïdalis.
Sinus maximillaris.
5.1.2 Anamnese.
5.1.3 Klinisch onderzoek.
Rhinoscopia anterior en posterior.
Neusendoscopie.
Akoestische rinometrie.
Rinomanometrie.
CT sinussen.
Reuk testen dmv prikkeling van de reukreceptoren.
Smaak testen.
Elektrogustometrie.
5.1.4 Pathologie.
1. Congenitale afwijkingen: meestal onderdeel van een syndroom.
2. Uitwendige inflammaties:
Furunkel in of rond het vestibulum nasi = etterophoping thv neusopening door
staphylococcus aureus. Komt zelden voor.
Erysipelas: door strepotococcus pyogenes.
Rhinophyma: hypertrofie van de talgklieren van de neuspunt.
Impetigo = gele korst van pus en secreet.
3. Inwendige inflammaties:
Coryza (= snotvalling).
Allergische en vasomotorische rhinitis en sinusitis.
4. Tumoren:
1
, In de neus.
In de sinussen (kwaadaardige tumoren zeldzaam).
5. Traumata:
Contusie (= kneuzing).
Septumhematoom: bloedophoping tussen perichondrium en kraakbeen
kraakbeennecrose. !
Neusfractuur: geen urgentie doordat neus eerst moet ontzwellen.
Septumdeviatie.
Septumperforatie: vaak door drugs snuiven.
6. Reukstoornissen: meestal door neurologische of mechanische oorzaak:
Anosmie = niets ruiken.
Hyposmie = verminderd ruiken.
Kakosmie = vieze geur ruiken.
Parosmie = afwijkende geur.
7. Allerlei:
Neusbloeding (= epistaxis).
Corpora aliena.
Polyposis nasi (= neuspoliepen) = chronisch ontstoken slijmvlies.
5.2 De keel: farynx, larynx en mond.
5.2.1 Beknopte anatomie en fysiologie.
Adenoïden of neusamandelen = op de achter van de nasofarynx thv het zachte verhemelte.
Tonsillen of keelamandelen = ligt tussen de verhemeltebogen.
Larynx heeft 3 functies:
1. Sfincterfunctie (belangrijkste functie).
2. Fonatie of (basis)stemvorming.
3. Door afsluiting van de glottis kan de interthoracale en intra-abdominale druk verhogen.
Gebit:
Melkgebit = 20 tanden.
Blijvend gebit = 32 tanden.
Two digit system van de FDI: !
1e cijfer geeft het kwadrant weer:
o Rechtsboven = 1.
o Linksboven = 2.
o Linksonder = 3.
o Rechtsonder = 4.
o Voor het melkgebit de cijfers 5, 6, 7, 8.
2e cijfer geeft de positie van de tand weer in het kwadrant: altijd tellen vanaf het midden.
Speeksel zorgt voor:
Bescherming van de mondmucosa en de tanden.
Vochtig maken van het voedsel.
Schoonhouden van de smaakpapillen.
Amylaseproductie voor de zetmeelproductie.
3 grote gepaarde speekselklieren:
1. Glandula parotis = grootste.
2