1 INLEIDING TOT HET STRAFRECHT
Micro: individuele casussen, interactie tussen betrokkenen, besluitvorming, ervaringen
betrokkenen, bewijsvoering en verdediging
Meso: rechtbanken en gerechtelijke instanties, politie en justitie, reclassering en strafuitvoering,
samenwerkingsverbanden en hulpverlening
Macro: wetgeving en rechtsstelsel, maatschappelijke normen en waarden, politieke invloeden,
internationale en supranationale invloeden
• Na veroordeling tot een gevangenisstraf komt 99% van de gedetineerde vrij.
• Uit RECIDIVE onderzoek blijkt dat 50% recidiveert (niet altijd in dezelfde feiten)
Ons Belgisch strafrecht kent geen definitie van wat een ‘straf’ nu juist inhoudt.
Interpretatie door het Hof van Cassatie in een arrest van 14 juli 1924: Straf is een
leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een
sanctie wegens een gepleegd misdrijf
Ons strafrecht is een schuldstrafrecht: ze laten je liever schuldig vrij, dan onschuldig
in de gevangenis, schuld moet bewezen worden
1.1 KETEN STRAFPROCEDURE
1
,2 VAN FEIT TOT HET HOF: KRITISCH NADENKEN OVER BESTRAFFING
3 WAT IS STRAFRECHT
Strafrecht
= sociaal controlemechanisme waarmee de maatschappij (sociaal) ongewenst gedrag
controleert
= werktuig om normconform gedrag af te dwingen
= geheel van rechtsregels die bepaalde menselijke gedragingen strafbaar stellen en
sancties bepalen die op daders van toepassing zijn
= publiek recht gekenmerkt door het feit dat de strafrechtelijke procedure verloopt
tussen de overheid en de verdachte (so komt hier niet tussen, evt als burgerlijke partij)
Definitie strafrecht in ruime zin
1 Regels:
• Publieke afkeuring van gedrag dat sociaal onaanvaardbaar waardoor er een
sanctie opgelegd moet worden
2 Schuldstrafrecht:
• schuld staat centraal: schuld maakt het verschil tussen wie straf verdient en wie
niet
3 Geheel van regels:
• regels staan in grondwet, strafwetboek en wetboek van strafvordering,
bijkomende wetten en internationale verdragen
4 Regels zijn opgesteld door heersende gemeenschap (via vertegenwoordigers,
democratie)
• de sl bepaalt wat sociaal aanvaardbaar is en wat niet, en welke sanctie er kan
volgen
5 Het moet gaan om een gedraging
• zowel handeling als verzuim (= ook misdrijf: iets niet doen, wat men wel had
moeten doen)
6 De gedraging is strafbaar (legaliteitsprincipe*)
• ze moet door gemeenschap afgekeurd worden en dus opgenomen zijn in
strafwetboek
7 De gedraging wordt gesanctioneerd
• niet enkel herstel maar ook opleggen van sanctie (omschreven in strafwetboek)
• strafrecht = sanctierecht
= de strafrechtketen
Strafrecht = materieel strafrecht + formeel strafrecht
3.1 MATERIEEL STRAFRECHT
Materieel strafrecht = het geheel aan rechtsregels die bepaalde gedragingen
strafbaar stellen en sanctioneren. Hierbij staan twee begrippen centraal :
1) misdrijf: gedragingen waarop onze wet een straf voorzien, wat gaan we
straffen? De omschrijving van de strafbare gedragingen of onthoudingen
2) strafrechtelijke sanctie: door de wet vastgestelde reactie op de schending
van de strafrechtelijke normen + bepaling van de straf. Hoe gaan we het
straffen?
2
,Het materieel strafrecht omvat onder welke voorwaarden iemand strafrechtelijk
verantwoordelijk kan worden gesteld en welke omstandigheden deze
verantwoordelijkheid kunnen uitsluiten of beperken.
• Materieel strafrecht = gericht op de burger
• Een van de belangrijkste bronnen van het materieel strafrecht is het
Strafwetboek.
3.2 FORMEEL STRAFRECHT OF STRAFPROCESRECHT
Formeel strafrecht of strafprocesrecht = het geheel der rechtsregels betreffende
de vaststelling, de opsporing, vervolging en berechting van personen die verdacht
worden een misdrijf te hebben gepleegd
Procedurele spelregels: geeft aan welke procedure gevolgd moet worden als iemand
het materiële strafrecht heeft overtreden terwijl het materiële strafrecht bepaalt wat
wel en niet strafbaar is
• Formeel strafrecht = gericht op de overheid
• Een van de belangrijkste bronnen van het formeel strafrecht is het wetboek van
strafvordering.
4 HISTORIEK VAN HET STRAFRECHT
4.1 ARCHAÏSCHE STELSEL
• Gewoontes en tradities bepaalden de regels
• “Talio-wet’= ‘oog om oog, tand om tand’ (voorloper strafrecht)
à Wraak = middel om te straffen
à Privé karakter: conflicten oplossen tussen SO en dader (niet door
overheidsinstantie)
à Bij lichtere daden kon de wraak afgekocht worden door schadevergoeding
à Talio-wet werd begrensd: enkel terug doen wat jou is aangedaan
Ø leidde toch tot escalaties en burgeroorlogen
4.2. MIDDELEEUWEN ROND 1200 STEDENONTWIKKELING
Door de stedenontwikkeling leefden mensen steeds dichter bij elkaar en was er nood
aan iemand die bemiddelend ging optreden vorsten
Overheid accepteerde niet meer dat SO zelf wraak nam → verbod op eigenrichting
à Vergelding werd genomen door de overheid, als je klacht indiende (zonder: geen
actie)
De rondtrekkende rechters werkten via een systeem van navraag over misdrijven:
vroegen aan de bevolking om de personen aan te wijzen die van een misdrijf verdacht
werden.
Feodale oversten en rondtrekkende rechter met passieve rol en irrationele
bewijsvoering
• Passieve rol: onderzoeken hoe goed de betrokkene lag bij de bevolking en God.
• Irrationele bewijsvoering: steunde op o.a. godsoordelen (bv water/vuurproef)
+ de bewijslast bij de beklaagde, die moest zelf zijn onschuld bewijzen
3
* Legaliteitsprincipe: je kan iemand alleen straffen wanneer deze gedraging in het strafrecht staat
, Gruwelijke straffen
• anno 2022: gevangenisstraf?
Het recht op een menswaardige behandeling en het recht om niet gefolterd te worden
mag NOOIT geschonden worden, terwijl recht op leven in sommige gevallen wel
beperkt wordt (doodstraf)
Einde late Middeleeuwen: ‘Modern Strafrecht’
In het algemeen belang trad de rechtelijke macht op en had een actievere rol
• Criminelen opsporen en vervolgen, ook optreden zonder klacht...
• Misdaad werd beschouwd als een zonde en en straffen als boetedoening (kerk)
• Bewijs verzameling gebeurde geheim, enkel strafuitvoering was openbaar
• Hoofdbewijsmiddel = bekentenis: inquisiteurs deden alles om de beklaagde tot
een bekentenis te brengen waardoor foltering (bv pijnbank) aanvaard werd.
• Straffen waren wreed en publiekelijk ter afschrikking en als moraalles
bv lijfstraffen, ontering aan schandpaal, verbanning, vermogensstraffen...
bv gevangenis was niet goed: niet openbaar en teveel koste voor gemeenschap
• Begrenzing: straffen was pas toegestaan nadat bekentenis werd afgelegd
4.3. DE VERLICHTING, REVOLUTIONAIR STRAFRECHT
Legitimatie van de staat? HOBBES, LOCKE, ROUSSEAU, RAWLS
• ‘Maatschappelijke verdrag of sociaal contract’: je staat je eigenrichting af
o Als alle bestaande structuren en instellingen, wetten, … afwezig waren,
zou de ‘natuurtoestand’, enkel indiviuen zonder toezicht, zonder staat,
leiden tot een chaotische en gevaarlijke situatie en willekeur.
→ toestand verlaten door een-door-regels-beheerste samenleving
o De burgers staan deel van hun vrijheid af aan de gemeenschap in ruil voor
veiligheid, de staat gaat in onze plaats nadenken en heeft de macht van
het volk
• Staat krijgt niet het gezag van GOD maar vanuit de INDIVIDUEN (verschil feodale
staatsopvatting)
• Het maatschappelijk vedrag: levert legitimiteit van de staat op
o Legitiem: gebaseerd op de collectieve wil van individuen om dmv
samenwerking (collectieve regels) eigen private belangen veilig te stellen
o Sociaal contract = de uitdrukking van de algemene wil
• Misdrijf = schendig van het sociaal contract
De magna charta - De verlichting 18e eeuw: reactie op wreedheid, ongelijke straffen
→ recht op bestraffing is gebonden aan 3 principes (= magna charta)
1. Het proportionaliteitsbeginsel: straffen moeten in verhouding zijn met de
ernst v het misdrijf
bv niet in de gevangenis voor door rood licht te rijden
4