H1: Wat is filosofie
Drie aspecten: attitude, methode, domein
Attitude: relativeren, verwondering, vertwijfeling en kritisch denken
René Descartes: ons gezichtsvermogen bedriegt ons vaak, bv: Müller-Lyer illusie: twee pijlen.
ons denken wordt voortdurend op een dwaalspoor gezet door God of een kwaadaardig genie: MALIN Génie
Methode:
1) Eigen intuïties
je pense donc je suis (Descartes)
andere betekenis: common sense = het gezond verstand
fauteuilfilosofen = filosofen die vaak gebruik maken van intuïties
2) Conceptuele analyse
doel: bepalen waarover we precies spreken als we spreken over tijd, liefde, vrijheid, geluk…
belangrijke begrippen die we gebruiken gaan ontleden in meer eenvoudige begrippen
3) Gedachte-experiment
= instrument van de verbeelding
doel: verhelderen van een probleem door te visualiseren, leveren gegevens op die voor of tegen
een bepaalde theorie kunnen worden gebruikt, we kunnen er financiële, technologische en morele
problemen mee omzeilen die zich zouden stellen bij echte wereldexperimenten.
Vb: brain in a vat onze ‘zekerheden’ zijn geen echte, fundamentele zekerheden
Domein:
Filosofie = een domein dat zich bezig houdt met onbeantwoordbare vragen en fundamentele problemen
‘Wat is filosofie?’: Het heeft te maken met de aard van de vragen en problemen waarmee ze zich bezighouden
4 deeldomeinen
1. Metafysica
= de studie van al wat is en van het bestaan van hetgene wat is, vragen hoe die zaken bestaan
Wat is tijd?
Debat over de verhouding tussen lichaam en geest
2. Logica
= studie van geldigheid van redeneringen en argumenten. geldig of ongeldig
Weerleggen van drogredenen
3. Epistemologie of kennisleer
= de aard, de structuur en de mogelijkheid van onze kennis
Weten wat kennis precies is en hoe we weten wat we denken te weten
Vb. brain in a vat
4. Moraalfilosofie of ethiek
= de studie van normatieve oordelen over goed of kwaad
Filosofen beschrijven de verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, geboden en verboden als het
normatieve universum
Wetenschapsfilosofie combineert elementen van de 4 verschillende domeinen
- Algemene wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met filosofische kwesties die verband houden met de wetenschappen.
- Toegepaste wetenschapsfilosofie bekijkt of nieuwe onderzoeksresultaten filosofische problemen deels kunnen oplossen.
,Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosofie heeft in de geschiedenis al heel wat veranderingen ondergaan, vanuit de concurrentie waartegen de
filosofie zich moest afzetten
Antieke oudheid: filosofie moest zich afleiden van de mythologie (de oorsprong van de mens, staat en
wetgeving) de filosofie probeert daar een alternatief voor te geven (Aristoteles en Plato)
Middeleeuwen: religie (christendom), de filosofie wordt de dienstmacht van de theologie, het denken
over het zielenheil en de relatie mens-God
Moderne tijd: wetenschap nieuwe bepaling van de filosofie met nieuwe methodes en nieuwe
doelen/ domeinen (Descartes en Newton)
Elke nieuwe wetenschap roept nieuwe filosofische vragen op
H2: Mechanisering en doelgerichtheid
Studie van doelgerichtheid/ leer van de doelen = teleologie de natuur gaan begrijpen
We leggen uit in welke zin het darwinisme een antwoord biedt op de vraag naar de oorsprong van die
doelgerichtheid.
De mechanisering en het wereldbeeld
Grote wijziging in de intellectuele wereld, had te maken met de opkomst van de natuurwetenschappen
Aristoteles:
Doeloorzaak = cruciaal voor het begrijpen van de hele natuur begrijpen hoe het komt dat veranderingen en
bewegingen optreden, theleologie
Beweging = streven/ verlangen naar iets, uiteindelijk streven naar absolute perfectie = onbewogen beweger
(wanneer de perfectie bereikt wordt, houdt de beweging op) hij doet alles bewegen, maar beweegt zelf niet
en is in rust
beweging van het levende gaan begrijpen om de beweging van het niet-levende te begrijpen
Galileo Galilei: sleutelfiguur in de wetenschappelijke revolutie
formuleerde de traagheidswet: ieder lichaam is in rust, of beweegt voort met een gelijkmatige snelheid en
langs een rechte lijn
iedere verandering is te wijten aan een kracht die van buitenaf inwerkt op het lichaam
Artefact = Design, ontwerp elk ontwerp verwijst naar een ontwerper of maker die het artefact heeft
vervaardigd
Descartes: (eerste helft 17de eeuw)
Het succes van Galileo is te wijten aan het gebruik van de wiskundige methode uit eenvoudige
fundamentele zekerheden andere zekerheden gaan afleiden. Als men enige vooruitgang wil maken, moet de
filosofie die methode ook gebruiken
Moderne wetenschappen waren zo succesvol omdat ze erin slaagden de wereld te mechaniseren, ze maken
gebruik van mechanische oorzaken en niet langer gebruik van doeloorzaken (Aristoteles)
beweging is het effect van een mechanische oorzaak
DE oorzaak van Aristoteles is iets wat in de toekomst ligt, het effect/ beweging gaat vooraf aan de oorzaak
De natuurkunde is een echte wetenschap geworden omdat ze afstand heeft genomen van het idee dat dingen
bewegen omdat ze een bepaald doel willen realiseren, ze heeft de teleologie verbannen
Het menselijk lichaam, de beweging ervan en de structuur moeten we gaan begrijpen vanuit dergelijke
mechanische oorzaken
Ook het menselijk lichaam werd gemechaniseerd
, Voor Descartes was het lichaam niet meer dan een automaat: een machine die zich schijnbaar zelf in stand en
in beweging houdt.
Probleem: De werking van de machine kan je verklaren met behulp van mechanische oorzaken maar het
bestaan ervan lijk je niet anders te kunnen verklaren dan met behulp van doeloorzaken de machine is
gemaakt met een bepaald doel = teleologisch
Oplossing Dascartes: God (heeft doelen meegegeven aan de levende natuur om er naar te streven)
Maar remt op wetenschap
God zelf kan niet wetenschappelijk bestudeerd worden
een echt wetenschappelijk begrip van het levende is niet mogelijk
wetenschappers lijken nog steeds begrip te doen op doeloorzaken om de levende natuur te begrijpen
Kant en de teleologie
Immanuel Kant (eind 18de eeuw)
Volgens Kant gaan men nooit een Newton van de levende natuur hebben, we gaan nooit een diep begrip van
de levende natuur opleggen
Dit komt door de inwendige natuurlijke doelen
Uitwendige natuurlijke doelen: bewegingen van de natuur/ van 1 object in de natuur, waar een ander object
kan van profiteren (vb: de wind verspreid zaden van de paardenbloem, maar dat is niet het doel van de wind)
De doelen zijn bijkomstig of toevallig
Inwendige natuurlijke doelen: doelen die intern zijn aan organismen, waardoor organismen tegelijkertijd
oorzaak en gevolg zijn van zichzelf
Uitwendige natuurlijke doelen zijn geen probleem voor de wetenschap, inwendige natuurlijke doelen zijn dat
wel
Effect en doel zijn met elkaar verweven:
Geeft een probleem: ze zijn natuurlijk dus zouden we er moeten vanuit gaan dat de beste manier om die te
begrijpen is via een mechanisch oordeel,
anderzijds gaat het om doelen waaruit volgt dat de beste manier om die te begrijpen is vanuit een teleologisch
oordeel (iets heeft een doel)
Dit leidt tot een antinomie van het oordeel, die twee zijn niet met elkaar te verzoenen (we kunnen niet
zeggen dat ze enerzijds natuurlijk zijn en anderzijds doelgericht)
3 types van natuurlijke inwendige doelen:
1) Organismen genereren kopieën van zichzelf (kip produceert een kip de oorzaak is ook het doel)
2) Organismen zetten datgene dat verschilt van zichzelf om in een deel van zichzelf ze voeden zich
(metabolisme)
3) De delen van het organisme houden zichzelf, elkaar en het hele organisme in het bestaan
Volgens Kant was de mens op dat moment niet in staat om de levende manier op een niet-teleologische manier
te begrijpen. Hij stelde dat er nooit een Newton van de biologie zou opstaan
Darwin en het Darwinisme
Charles Darwin
Niet overtuigd van de theorie over God en de schepping (Plato en christenen)
Darwin was de eerste om een mechanisme aan te duiden dat de evolutie aandrijft: natuurlijke selectie
Drie aspecten: attitude, methode, domein
Attitude: relativeren, verwondering, vertwijfeling en kritisch denken
René Descartes: ons gezichtsvermogen bedriegt ons vaak, bv: Müller-Lyer illusie: twee pijlen.
ons denken wordt voortdurend op een dwaalspoor gezet door God of een kwaadaardig genie: MALIN Génie
Methode:
1) Eigen intuïties
je pense donc je suis (Descartes)
andere betekenis: common sense = het gezond verstand
fauteuilfilosofen = filosofen die vaak gebruik maken van intuïties
2) Conceptuele analyse
doel: bepalen waarover we precies spreken als we spreken over tijd, liefde, vrijheid, geluk…
belangrijke begrippen die we gebruiken gaan ontleden in meer eenvoudige begrippen
3) Gedachte-experiment
= instrument van de verbeelding
doel: verhelderen van een probleem door te visualiseren, leveren gegevens op die voor of tegen
een bepaalde theorie kunnen worden gebruikt, we kunnen er financiële, technologische en morele
problemen mee omzeilen die zich zouden stellen bij echte wereldexperimenten.
Vb: brain in a vat onze ‘zekerheden’ zijn geen echte, fundamentele zekerheden
Domein:
Filosofie = een domein dat zich bezig houdt met onbeantwoordbare vragen en fundamentele problemen
‘Wat is filosofie?’: Het heeft te maken met de aard van de vragen en problemen waarmee ze zich bezighouden
4 deeldomeinen
1. Metafysica
= de studie van al wat is en van het bestaan van hetgene wat is, vragen hoe die zaken bestaan
Wat is tijd?
Debat over de verhouding tussen lichaam en geest
2. Logica
= studie van geldigheid van redeneringen en argumenten. geldig of ongeldig
Weerleggen van drogredenen
3. Epistemologie of kennisleer
= de aard, de structuur en de mogelijkheid van onze kennis
Weten wat kennis precies is en hoe we weten wat we denken te weten
Vb. brain in a vat
4. Moraalfilosofie of ethiek
= de studie van normatieve oordelen over goed of kwaad
Filosofen beschrijven de verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen, geboden en verboden als het
normatieve universum
Wetenschapsfilosofie combineert elementen van de 4 verschillende domeinen
- Algemene wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met filosofische kwesties die verband houden met de wetenschappen.
- Toegepaste wetenschapsfilosofie bekijkt of nieuwe onderzoeksresultaten filosofische problemen deels kunnen oplossen.
,Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosofie heeft in de geschiedenis al heel wat veranderingen ondergaan, vanuit de concurrentie waartegen de
filosofie zich moest afzetten
Antieke oudheid: filosofie moest zich afleiden van de mythologie (de oorsprong van de mens, staat en
wetgeving) de filosofie probeert daar een alternatief voor te geven (Aristoteles en Plato)
Middeleeuwen: religie (christendom), de filosofie wordt de dienstmacht van de theologie, het denken
over het zielenheil en de relatie mens-God
Moderne tijd: wetenschap nieuwe bepaling van de filosofie met nieuwe methodes en nieuwe
doelen/ domeinen (Descartes en Newton)
Elke nieuwe wetenschap roept nieuwe filosofische vragen op
H2: Mechanisering en doelgerichtheid
Studie van doelgerichtheid/ leer van de doelen = teleologie de natuur gaan begrijpen
We leggen uit in welke zin het darwinisme een antwoord biedt op de vraag naar de oorsprong van die
doelgerichtheid.
De mechanisering en het wereldbeeld
Grote wijziging in de intellectuele wereld, had te maken met de opkomst van de natuurwetenschappen
Aristoteles:
Doeloorzaak = cruciaal voor het begrijpen van de hele natuur begrijpen hoe het komt dat veranderingen en
bewegingen optreden, theleologie
Beweging = streven/ verlangen naar iets, uiteindelijk streven naar absolute perfectie = onbewogen beweger
(wanneer de perfectie bereikt wordt, houdt de beweging op) hij doet alles bewegen, maar beweegt zelf niet
en is in rust
beweging van het levende gaan begrijpen om de beweging van het niet-levende te begrijpen
Galileo Galilei: sleutelfiguur in de wetenschappelijke revolutie
formuleerde de traagheidswet: ieder lichaam is in rust, of beweegt voort met een gelijkmatige snelheid en
langs een rechte lijn
iedere verandering is te wijten aan een kracht die van buitenaf inwerkt op het lichaam
Artefact = Design, ontwerp elk ontwerp verwijst naar een ontwerper of maker die het artefact heeft
vervaardigd
Descartes: (eerste helft 17de eeuw)
Het succes van Galileo is te wijten aan het gebruik van de wiskundige methode uit eenvoudige
fundamentele zekerheden andere zekerheden gaan afleiden. Als men enige vooruitgang wil maken, moet de
filosofie die methode ook gebruiken
Moderne wetenschappen waren zo succesvol omdat ze erin slaagden de wereld te mechaniseren, ze maken
gebruik van mechanische oorzaken en niet langer gebruik van doeloorzaken (Aristoteles)
beweging is het effect van een mechanische oorzaak
DE oorzaak van Aristoteles is iets wat in de toekomst ligt, het effect/ beweging gaat vooraf aan de oorzaak
De natuurkunde is een echte wetenschap geworden omdat ze afstand heeft genomen van het idee dat dingen
bewegen omdat ze een bepaald doel willen realiseren, ze heeft de teleologie verbannen
Het menselijk lichaam, de beweging ervan en de structuur moeten we gaan begrijpen vanuit dergelijke
mechanische oorzaken
Ook het menselijk lichaam werd gemechaniseerd
, Voor Descartes was het lichaam niet meer dan een automaat: een machine die zich schijnbaar zelf in stand en
in beweging houdt.
Probleem: De werking van de machine kan je verklaren met behulp van mechanische oorzaken maar het
bestaan ervan lijk je niet anders te kunnen verklaren dan met behulp van doeloorzaken de machine is
gemaakt met een bepaald doel = teleologisch
Oplossing Dascartes: God (heeft doelen meegegeven aan de levende natuur om er naar te streven)
Maar remt op wetenschap
God zelf kan niet wetenschappelijk bestudeerd worden
een echt wetenschappelijk begrip van het levende is niet mogelijk
wetenschappers lijken nog steeds begrip te doen op doeloorzaken om de levende natuur te begrijpen
Kant en de teleologie
Immanuel Kant (eind 18de eeuw)
Volgens Kant gaan men nooit een Newton van de levende natuur hebben, we gaan nooit een diep begrip van
de levende natuur opleggen
Dit komt door de inwendige natuurlijke doelen
Uitwendige natuurlijke doelen: bewegingen van de natuur/ van 1 object in de natuur, waar een ander object
kan van profiteren (vb: de wind verspreid zaden van de paardenbloem, maar dat is niet het doel van de wind)
De doelen zijn bijkomstig of toevallig
Inwendige natuurlijke doelen: doelen die intern zijn aan organismen, waardoor organismen tegelijkertijd
oorzaak en gevolg zijn van zichzelf
Uitwendige natuurlijke doelen zijn geen probleem voor de wetenschap, inwendige natuurlijke doelen zijn dat
wel
Effect en doel zijn met elkaar verweven:
Geeft een probleem: ze zijn natuurlijk dus zouden we er moeten vanuit gaan dat de beste manier om die te
begrijpen is via een mechanisch oordeel,
anderzijds gaat het om doelen waaruit volgt dat de beste manier om die te begrijpen is vanuit een teleologisch
oordeel (iets heeft een doel)
Dit leidt tot een antinomie van het oordeel, die twee zijn niet met elkaar te verzoenen (we kunnen niet
zeggen dat ze enerzijds natuurlijk zijn en anderzijds doelgericht)
3 types van natuurlijke inwendige doelen:
1) Organismen genereren kopieën van zichzelf (kip produceert een kip de oorzaak is ook het doel)
2) Organismen zetten datgene dat verschilt van zichzelf om in een deel van zichzelf ze voeden zich
(metabolisme)
3) De delen van het organisme houden zichzelf, elkaar en het hele organisme in het bestaan
Volgens Kant was de mens op dat moment niet in staat om de levende manier op een niet-teleologische manier
te begrijpen. Hij stelde dat er nooit een Newton van de biologie zou opstaan
Darwin en het Darwinisme
Charles Darwin
Niet overtuigd van de theorie over God en de schepping (Plato en christenen)
Darwin was de eerste om een mechanisme aan te duiden dat de evolutie aandrijft: natuurlijke selectie