Basisboek - Criminologie
Samenvatting - 2025
,
,Hoofdstuk 1 - Inleiding
1.1 Wat is criminologie?
Criminologie = de wetenschap die criminaliteit vanuit verschillende invalshoeken
benadert. Door:
Psychiatrie
Geneeskunde
Sociologie
Psychologie
Rechtswetenschappen
Antropologie
Politicologie
Wat is criminaliteit?
Wat we crimineel gedrag noemen hangt af van de gevolgen die het gedrag heeft
voor zowel de slachtoffers als de samenleving, van de (morele) opvattingen van de
machthebbers, van de publieke opinie, en vaak ook van de context waarin het
gedrag plaatsvindt.
Decriminaliseren: Iets wat voorheen strafbaar gesteld was en nu uit de wet is
gehaald
Criminaliseren: nieuwe feiten binnen de werking van het strafrecht brengen
Er is geen harde grens tussen wat er nou wel of geen crimineel gedrag is, ook al is
er het Wetboek van Strafrecht.
Criminaliteit als sociaal construct ⟶ Criminaliteit wordt geconstrueerd binnen het
geheel van interacties tussen daders, slachtoffers, omstanders en functionarissen
belast met formele sociale controle ⟶ Criminaliteit kan dus worden gezien als een
sociaal construct, dat wil zeggen dat criminaliteit is ‘wat we noemen’, waarover
binnen de samenleving afspraken zijn gemaakt.
Criminaliteit = gedrag dat strafbaar is gesteld in een formele wet
,1.2 Historisch overzicht
Startpunt van Criminologie als wetenschap kun je situeren in het begin van de 19e
eeuw. ⟶ Restorative justice of herstelrechtbeweging: hierin was genoegdoening
(en niet wraak) het uitgangspunt.
Utopia - Betrekking tot de klassieke school
Thomas more stelt de vraag of het opleggen van straffen door de overheid wel is
te rechtvaardigen als diezelfde overheid de veroorzaker is van veel criminaliteit
omdat zij burgers onderdrukt en ‘besteelt’.
⟶ Alleen zware straffen zullen misdaad niet inperken. Ondanks het
verhangen van dieven, kwam erg geen eind aan de stroom van misdaden.
⟶ Men moet op zoek naar de oorzaken van criminaliteit en die wegnemen.
⟶ Doo het stellen van zware straffen op betrekkelijk lichte feiten (bijv.
doodstraf bij diefstal) bestaat het risico dat men overgaat tot het plegen van
zwaardere feiten omdat het risico van zwaardere straffen niet vermeerdert.
Montesquieu stelt dat de staat de vrijheid van zijn onderdanen moet kunnen
garanderen met behulp van heldere wetten die beletten dat te veel macht in
handen van één persoon terechtkomt.
⟶ Richtte zich op een grondwet die de heersende macht beperkingen opgelegde en
controle-mechanismen voor die macht invoerde.
⟶ Dit leidde tot de trias politica, de scheiding der machten. (wetgevende,
uitvoerende, rechterlijke macht).
⟶ Straffen diende in verhouding te staan tot de gepleegde misdrijven, een visie die
zich ontwikkelde tot het ook in het ook in het Nederlandse strafrecht verankerde
proportionaliteitsbeginsel.
Rousseau zag eigendom als de oorzaak van rivaliteit en de tegenstelling tussen
rijkdom en armoede. Hij was een tegenstander van de vooruitgang, die hij als
oorzaak van problemen in de maatschappijzag.
⟶ Ontwikkelde de leer dat geen enkel gezag wettig kan zijn indien het niet is
ingesteld of wordt uitgeoefend door hen die eraan zijn onderworpen.
Rousseau gaat ervan uit dat de burgers alleen gebonden kunnen zijn aan
afspraken die zij zelf hebben ingesteld. Dit is de centrale gedachte van de leer
van het ‘sociaal contract’. Het recht is het instrument om dit vorm te geven.
, Belangrijkste figuur uit klassieke school:
Beccaria zette al zijn bezwaren tegen het bestaande strafrecht en de gangbare
straffen uiteen.
Beccaria verzet zich tegen het willekeurig gebruik van het Strafrecht hij werkte
het ook niet legaliteitsbeginsel uit dat stelt dat er geen straf kan worden
opgelegd zonder een voorafgaande wettelijke strafbaarstelling.
Beccaria gaat ervan uit dat de crimineel zelf uit eigen wil beslist tot het plegen
van criminaliteit.
Hij ziet de oorsprong van criminaliteit dus als iets subjectiefs en is om die reden
een voorstander van vrijheidsstraffen.
Het voorkomen van criminaliteit door middel van straf hangt volgens Beccaria af
van:
1. De kans dat de straf daadwerkelijk wordt opgelegd
2. De snelheid waarmee de straf wordt opgelegd
3. De hoogte van de straf (in verhouding tot de criminaliteit)
Bentham heet het idee dat menselijk gedrag in het algemeen wordt gedreven door
het behalen van zo veel mogelijk voordeel en het vermijden van nadeel
⟶ Neemt aan dat de crimineel een rationele afweging zal maken tussen het
mogelijke voordeel dat het voorgenomen misdrijf hem zal opleveren en het
mogelijke nadeel dat de op te leggen straf hem zal toebrengen.
⟶ Drie basisideeën uit zijn werk die worden gezien als cruciaal voor de preventie
van criminaliteit worden heel belangrijk:
1 De kans dat de straf daadwerkelijk zal worden opgelegd (pakkans)
2 De snelheid waarmee de straf volgt op het delict
3 De hoogte van de straf
⟶ bedacht hoe gevangenissen gebouwd diende te worden (rond)
Na de franse revolutie, met de introductie van de code pènal kwam er een einde
aan het strafrecht van het ancien régiem. Alle burgers werden gelijk voor de wet,
misdrijven werden in het recht precies geformuleerd, lichaamsstraffen werden
afgeschaft, en de doodstraf werd op veel minder delicten gesteld en zonder
voorafgaande verminkingen geëxecuteerd. Er werd gestreefd naar evenredigheid
tussen daad en straf. Het proces werd openbaar en droeg direct en accusatoir