Paragraaf 1.2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
De directe oorzaak (aanleiding):
In 1914 werd aartshertog Frans Ferdinand, troonopvolger van het keizerrijk Oostenrijk-
Hongarije, en zijn vrouw in Sarajevo vermoord door een Servische nationalist. Als reactie
stuurde Oostenrijk-Hongarije een lijst eisen naar Servië. Servië weigerde deze eisen en
Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië (28 juli 1914).
Europa was verdeeld in twee bondgenootschappen:
Centralen: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (steun van Ottomaanse Rijk).
Geallieerden: Engeland, Frankrijk en Rusland (steun van Servië, Italië en de VS).
Dieper liggende oorzaken (indirecte oorzaken):
- Het nationalisme groeit sterk, ieder land wil het machtigste zijn.
- De Frans-Duitse oorlog (1870-1871): Frankrijk wil de provincies Elzas-Lotharingen
terug en Duitsland bedreigt de koloniale macht.
- Bondgenootschappen, de Geallieerden en de Centralen.
Veel meer propaganda:
Propaganda: Ideeën, feiten of beweringen die met opzet zijn verspreid om een doel/groep te
ondersteunen en andere doelen/groepen te schaden.
Censuur: Het verbieden van bepaalde informatie/visies in de vorm van tekst, video of
muziek. Bedoeld om de mening van een persoon of groep te onderdrukken.
De loopgravenoorlog:
Om verliezen te beperken moesten troepen zich ingraven; in loopgraven. Het uitputten van de
vijand werd de tactiek. Toen dat geen succes bleek te zijn gingen de troepen over in mobiele
tactiek. Nieuwe wapens, tanks en vliegtuigen werden geïntroduceerd.
De eerste totale oorlog:
Door de dienstplicht zijn er massale legers. Achterblijvers werken en zorgen voor de
basisbehoeften van de soldaten. Het aantal slachtoffers was enorm. Landen buiten Europa
deden mee, zoals Japan en de Verenigde Staten. Ook inwoners van koloniën vochten mee.
Het Verdrag van Versailles: