• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 7 van de 263 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Familiaal Vermogensrecht - KU Leuven (14/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 7 van de 263 pagina's

Deze uitgebreide samenvatting van het vak Familiaal Vermogensrecht aan de KU Leuven is gebaseerd op de lesnotities van twee studenten, aangevuld met gedetailleerde informatie uit de lesboeken 'Erfrecht & Giften en Personen-, familie- en relatievermogensrecht'. Het vak werd gedoceerd door professor Alain-Laurent Verbeke. De samenvatting bevat dus zowel het deel over relatievermogensrecht als het deel over erfrecht en giften, inclusief uitleg over drie-bollen-bis theorie. Beide studenten slaagden met deze samenvatting in eerste zit.

Voorbeeld van de inhoud

Familiaal vermogensrecht
Inleiding
●​ Familiaal vermogensrecht = vermogen in context familie:
○​ familie in brede zin (extended familiy): broers, zussen, grootouders, oom… =
volledige bloedlijn
○​ familie in enge zin: papa, mama, kids (wedersamengestelde gezinnen ook) = kern
○​ bv binnen een gezin krijgt dochter een vriendin en ze
krijgen samen 2 zonen => dochter verandert eig van
kerngezin (= kerngezin evolueert)
■​ zelfs zonder relatie bestaat kan er een nieuw
alleenstaand kerngezin bestaan => oude
kerngezin w nu extended family
●​ Polyamorie: ethisch vreemdgaan, meerdere relaties hebben
met elkaar
<-> bourgeois model dat uitgaat van één huwelijk tussen 1 man en 1 vrouw
○​ Het familiaal vermogensrecht vaak bekeken vanuit de klassieke benadering (=
bourgeois model) -> weinig juridische aandacht voor samengestelde gezinnen of
polyamorie
○​ FAMILIE is eigenlijk veel breder dan het klassieke bourgeois model
○​ DUS nog steeds een zeer conservatieve blik vandaag

Hoofdstuk 1. Situering
●​ Huwelijk niet enkel persoonsrechtelijke, maar ook vermogensrechtelijke gevolgen
●​ Huwelijksvermogensrecht omvat geheel van regels dat vermogensrechtelijke verhoudingen
beheerst tussen echtgenoten onderling en tegenover derden, zowel tijdens het huwelijk als
bij ontbinding ervan
2 beperkingen aan huwelijksvermogensrecht:
○​ Duurzame intieme relaties die niet bezegeld zijn door een huwelijk vallen niet
onder het huwelijksvermogensrecht maar worden beheerst door het
samenwoningsrecht (-> relatievermogensrecht)
○​ Financieel-economische elementen die niet rechtstreeks verband houden met het
vermogen w uitgesloten vb: alimentatie (= een onderhoudsuitkering is een uitkering
voor levensonderhoud aan ex-echtgenoot of ex-echtgenote of aan kinderen na
echtscheiding)
■​ vermogen gaat niet over alimentatie
●​ De vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden niet beheerst door de lex
generalis van het gemene verbintenissen- en overeenkomstenrecht, maar door een lex
specialis = huwelijksvermogensrecht
○​ Indien huwelijksvermogensrecht het stilzwijgen bewaart -> geldt de lex generalis
○​ Interne en externe werking huwelijksvermogensrecht
■​ INTERN: tussen de echtgenoten
■​ EXTERN: naar derden toe, met wie echtgenoten contracteren of met wie ze
in juridische verhouding staan
●​ Primair vs secundair huwelijksstelsel
○​ Primair huwelijksstelsel: Regelt op dwingende wijze minimale verplichtingen en
rechten van echtgenoten, zowel onderling als in hun verhouding met derden, zowel
op persoonlijk als vermogensrechtelijk vlak
○​ Secundair huwelijksstelsel: regelt enkel vermogensrechtelijke aspecten (=
huwelijksvermogensstelsels)

, ■​ Echtgenoten kunnen voor of tijdens huwelijk afwijken van deze regels en hun
huwelijksvermogensrechtelijke verhoudingen regelen in het door hen
vastgelegd conventioneel huwelijksvermogensstelsel (= huwelijkscontract)
■​ Het wettelijk huwelijksvermogensstelsel blijft als aanvullend recht indien
iets niet conventioneel is geregeld
●​ 3 vormen van intieme duurzame relatie:
1)​ Feitelijke samenwoning: de facto samen leven op intieme wijze, moet duurzaam
zijn dus niet gewoon bij elkaar wonen zonder duurzaamheid (+ exclusiviteit niet
nodig), er moet ook een externalisering zijn (<-> situationship = duurzame relatie
zonder externalisering)
a.​ PROBLEEM: het is niet geregeld dus gemeen recht toegepast (deze vorm
van samenwonen past niet in klassieke visie dus geen regeling)
b.​ Vb: situationship waarbij men samen studio koopt (naar buitenwereld
toe als 2 maten maar eigenlijk ❤️) -> na 1 jaar eindigt de relatie EN de
ene wordt uitgezet, de ander beweert dat er geen sprake zou zijn van een
intieme duurzame relatie MAAR diegene uitgezet is zegt dat er wel
sprake was van een intieme duurzame relatie waardoor hij een
schadeclaim voor uitzetting wil
i.​ MAAR over deze vorm nog niks geschreven dus we zijn niet mee
met de tijd want nog geen regels
2)​ Wettelijke samenwoning: wettelijk geregeld sinds 1998
3)​ Huwelijk: gezin als hoeksteel van SL, veel regels op vermogensrechtelijk vlak
MAAR systeem biedt weinig ruimte voor mensen die niet in traditioneel plaatje
passen (MAAR al wel optie voor 2 mensen zelfde geslacht sinds 2003)
→ huwelijk: veel regels, feit. samenwonen: gemeen recht en wett. samenwonen: weinig
regels => wetgever is niet fair want minder bescherming bij feit, en wett samenwonen + hier
ook geen alimentatie…

Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen en actuele tendensen
Afdeling I. Familie- en relatievermogensrecht als spiegel van maatschappelijke waarden
EVOLUTIE: strak geregeld huwelijksrecht -> meer contractuele autonomie/een breder
relatievermogensrecht dat zich kenmerkt door verregaande vrijheid
●​ Grenzen aan die vrijheid door belangen en rechten van anderen + rechtn van kids
waarborgen
○​ binnen die vwdn moet familierechtelijke wetgeving moet zoveel mogelijk
keuzevrijheid van betrokkenen waarborgen en ruimte bieden voor diversiteit in
maatschappij
Afdeling II. Ontwikkelingen
Emancipatiebewegingen op 4 vlakken:
1.​ Emancipatie van het proletariaat (arbeiders) -> sociaal-economisch
a.​ Dankzij syndicalisme + Marshallplan -> bevrijding proletariaat (middenklasse
ontstaan)
i.​ Syndicalisme = is politieke en economische ideologie die streeft naar SL
waarin alle productie en distributie in vakbonden wordt georganiseerd
b.​ 18e, 19e eeuw -> FVR was elitair en enkel relevant voor top van samenleving want tot
aan WO II had overgrote deel bevolking geen vermogen
c.​ Huwelijk was oorspronkelijk geen echt liefdesverbond maar wel een familiaal
vermogensverbond (voor Franse revolutie enkel mannelijke erfgenaam)
i.​ Huwelijkscontracten rol als familiaal instrument om familiebanden te
versterken en vermogens uit te breiden via een goed doordachte
huwelijksstrategie

, => huwelijk om vermogen, macht door te geven
d.​ Pas vanaf 19e eeuw seks als gevaarlijk gezien (victoriaanse traditie) = gecontroleerd
systeem
i.​ Victoriaanse traditie: seks ten dienste van familie (liefde was economisch)
ii.​ Later: idee om alles in 1 relatie te consacreren => 1 man + 1 vrouw die
elkaar graag zien met exclusieve seks
e.​ DOOR WO II werden de emancipatiebewegingen versneld -> de uitvinding van de pil
(daardoor nul limieten op seks vlak) + door Marshallplan is middenklasse ontstaan
i.​ Na WO II krijgen we te maken met effect van emancipatie vd arbeider van
begin 20e eeuw => BOOST jaren ’60: groot verschil met ervoor +
permanente economische groei + belang van de EU voor sociale welvaart =
stap naar gedemocratiseerde SL i.p.v. elitaire SL want middenklasse ontstaan
(dit komt door ook economische emancipatie)
ii.​ Middenklasse krijgt ook vermogen DUS schenken en testament maken
steeds belangrijker
→ schenking zou eigenlijk moeten zijn: ik geef/schenk aan mijn kind omdat
ik ze graag zie en niet om fiscale redenen
<-> nu is er alleen maar fiscaal belang; ik moet alles schenken voor ik sterf
want anders veel belastingen (erfbelasting = pestbelasting)
a.​ Men moet aan vermogensplanning doen = ingewikkeld
want we moeten rekening houden met erfbelasting
b.​ MAAR probleem is dat erfbelasting en schenkbelasting
geregionaliseerd (+ inkomsten uit erfbelasting belangrijk
voor Belgische staat) zijn met 6e staatshervorming in 2015 =
element van overgang van elitair naar democratisering DUS
invasie door fiscaal recht, dus FVR is niet meer uit te
oefenen zonder fiscaal recht = fiscalisering
=> door democratisering kregen we groter belang erfrecht,
schenking
2.​ Emancipatie van de vrouw (gender gelijkwaardigheid)
a.​ Vrouw lange tijd handelingsonbekwaam met huishoudelijk mandaat (= juridische
fictie) => gender gelijkwaardigheid pas zeer recent + het vermogen werd zeer lange
tijd enkel beheerd door de man
i.​ PAS vanaf 14 juli 1976 gelijkwaardigheid tussen man en vrouw + gelijk
beheer van het vermogen door M&V
ii.​ MAAR de facto (in feite) nog te veel ongelijkheid ondanks de jure (= volgens
wet) dit niet het geval is
→ emancipatiebeweging door WOII versneld -> stemrecht voor vrouwen 1948
b.​ Vrouw = zwakke partner bij relatiebreuk (nog altijd) -> heeft te maken met
maatschappelijk model want vrouw zal vaker haar carrière stopzetten MAAR is dat
wel oké => maatschappelijke gender ongelijkwaardigheid is er eig nog altijd
3.​ Emancipatie seksuele geaardheid (vanaf jaren ‘90)
a.​ Heeft geduurd tot jaren ‘90 wegens christendemocratie die aan macht was ->
christelijke visies nog altijd hevig tegen homoseksualiteit
i.​ Maar socialisten en liberalen PUSHEN => door push ontstaat er over heel
Europa juridische vorm van intieme relatie naast het huwelijk
b.​ In 1998 invoering van wettelijke samenwoning door push van liberalen en socialisten
=> wettelijk samenwonen maakt samenwonen met hetzelfde geslacht mogelijk
i.​ Want huwelijk was nog niet mogelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht
(dus nog niet voor iedereen opengesteld)

, ii.​ Wettelijk samenwonen was er ook voor niet-intieme samenwoningen (vb:
met je zus, broer) omdat christenen uitleg moesten hebben om homo’s te
kunnen verantwoorden
→ MAAR uiteindelijk einde aan conservatisme van christenen wat in 2003
leidde tot openstelling van huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht
iii.​ MAAR wettelijke samenwoning nutteloos want biedt minder bescherming
dan huwelijk + huwelijk nu opengesteld voor personen zelfde geslacht DUS
wat zijn we nog met wettelijke samenwoning?
→ Fiscaal voordeel voor bv broers en zussen die zo samenleven dus
momenteel wettelijk samenwonen in niet-intieme context nog relevant
4.​ Emancipatie van het individu (wat vind ik?) -> recht op echtscheiding vanaf jaren ‘90
a.​ Persoonlijke vrijheid gefundamentaliseerd in vrijheid van echtscheiding (vroeger
zonde -> nu geaccepteerd) => nadruk op autonomie van het individu en zijn recht op
zelfbepaling
i.​ verschuiving van klemtoon naar individu en zijn autonomie = rode draad
doorheen hervormingen van P&F van laatste decennia
b.​ deze evolutie is zeer sterk aanwezig in relatievermogensrecht (RVR) waardoor
huwelijkvermogensrecht terrein verliest en er nood lijkt aan breder RVR
→ we onderscheiden 2 tendensen (intern en extern):
●​ INTERN: huwelijksvermogensrecht was een strak geregeld wettelijk domein,
met beperkte ruimte voor autonomie
●​ Eens huwelijkscontract gemaakt dan bleef die onveranderlijk tijdens
het huwelijk
●​ Met wet van 1976 werd wijzigbaarheid van
huwelijksvermogensstelsel ingevoerd
○​ Aanvankelijk: formaliteiten + controle rechter
○​ Later: versoepelingen van vormvoorschriften
=> toename contractualisering huwelijksvermogensrecht
●​ EXTERN:
●​ Aanvankelijk: niet-huwelijkse samenwoning beschouwd als
ongeoorloofd en strijdig met openbare orde en goede zeden
○​ RP en RL weigeren juridisch gevolg daaraan te koppelen
●​ Later: maatschappelijke aanvaarding van samenwoning + stijgend
succes van ervan werd behoefte sterker om voor samenwoning een
minimale regeling van persoonsrechtelijke en vermogensrechtelijke
verplichtingen uit te werken
●​ Wet 23 november 1998: wettelijke samenwoning ingevoerd
=> ook emancipatie van andere relatievormen:
●​ Wettelijk samenwonen: artikelen 1475-1479 oud BW voeren beperkt
uitgewerkt vermogensrechtelijk regime in
○​ Contractuele autonomie = regel
○​ Wettelijke samenwoners = personen die een verklaring van
wettelijke samenwoning hebben afgelegd -> art 1475 oud BW
■​ Om onder de regels van wettelijke samenwoning te vallen is deze
verklaring vereist
●​ Feitelijke samenwoning: niet geïnstitutionaliseerd maar berust louter op
feitelijke realiteit dat 2 personen onder 1 dak leven, gezamenlijke
huishouding voeren + duurzame levensgemeenschap hebben
●​ Sommigen vinden dat beperking van beschermingsregels tot personen die
gehuwd zijn discriminatie inhoudt tegenover mensen die in duurzame
intieme relatie zitten maar zonder huwelijk

, ○​ Iedereen die zich in feitelijke gelijke omstandigheid bevindt, zou op
dezelfde manier moeten worden behandeld door goed geregeld
relatievermogensrecht waarin faire balans wordt gevonden tussen
contractsvrijheid en billijke bescherming
=> men pleit voor een uniform statuut, een billijk
relatievermogensrecht, welke ook de gekozen duurzame
samenlevingsvorm is

Afdeling III. FVR (familiaal vermogensrecht)
Codificatie van het FVR in 2022 + eerdere evolutie in 2017 MAAR recht voorlopig niet in staat om
moderne relatievormen te vatten
●​ FVR is eigenlijk simpel ouderwets systeem dat eigenlijk meer in evenwicht en moderner
moet zijn want recht moet altijd billijk zijn

FVR: wat doen we met vermogen (extended fam en vermogen, gezin en vermogen en koppek en
vermogen)
3 elementen FVR:
1)​ Macroaspect: Ideologie of maatschappelijk model gaat mee bepalen hoe regels FVR eruit
zien
a.​ Dit is ook reden waarom ons FVR nog niet gemoderniseerd is want nog veel
ouderwetse ideologie (bourgeois model (man x vrouw en kind))
2)​ Microaspect: FVR is iets dat tot in diepste van hart snijdt en dat gaat terug tot kindertijd
a.​ Vb uw status accepteren, ben ik geliefd genoeg…
b.​ In FVR de vraag stellen wat met vermogen bij overlijden -> je kan niet uitchecken bij
je familie, ze zullen altijd je ma, pa, broer, zus… blijven en als je dat niet accepteert
veel gedoe = parentale loyauteit
c.​ Iedereen heeft te maken met FVR, je geraakt er niet onderuit + soms kan het ook
lelijk zijn want mensen maken elkaar kapot (zwaarste, diepste conflicten)
=> Persoonlijk concept in FVR is van giga belang -> menselijke emotionele kant
3)​ Complexiteit: erfrecht is zeer complex

BOB DE BOUWER in het erfrecht ​
-> in FVR altijd 3 vragen:
1)​ Wat met vermogen bij overlijden als er niks is afgesproken? (aanvullend recht)
a.​ Welke regels zijn van toepassing als er niks contractueel bepaald is? wat zegt de wet
als er niets bepaald is door de partijen
2)​ Kunnen we het maken, nou en of? (kunnen we Bob de Bouwer spelen)
a.​ In HVR kunnen we huwelijk overeenkomst maken en in andere vormen dan het
huwelijk (bv wettelijk samenwonen) kunnen we samen-levingscontract maken, ook
polyamoureuze contracten mogelijk (= relatievermogenscontract) in erfrecht kunnen
we contract maken bv. schenking, testament (= geen co maar eenzijdige
beschikking), erfovereenkomst…
=> ja we kunnen het maken
b.​ Sinds 2018 erfovereenkomst = in bepaalde gevallen beschikkingen maken vóór
overlijden + er bestaat ook recht op herroeping van testament vb testament
verscheuren of nieuwe maken of veranderen = testamentaire beschikkingsvrijheid
=> Nu ruime toelating van erfovereenkomst (belang van globale erfovereenkomst =
familiepact)
3)​ Wat zijn grenzen aan contractvrijheid? rijdt Bob de Bouwer soms tegen een muurtje? ->
vraag naar dwingend recht

, a.​ Vb uit erfrecht: ik legateer heel mijn vermogen aan rode kruis, dan kan kind zeggen
nee ik beroep me op mijn reserve MAAR sinds 2018 reserve zwakker en reserve is nu
max helft van vermogen, andere deel is vrij beschikbaar
b.​ Vb uit huwelijksvermogensrecht: je kan niet afwijken van principes van openbare
orde o.a. gelijkwaardigheid van man en vrouw
i.​ MAAR in HVR weinig van dwingende aard want je kan snel afwijken
⇨​ Veel kan maar niet afwijken van gelijkwaardigheid M & V (=
openbare orde)
c.​ Geen legaat tegen openbare orde of goede zeden

DUS bovenstaande 3 vragen toegepast:
1)​ Als je trouwt en niks vastgesteld hebt dan wettelijk stelsel
2)​ Kunnen we het maken, ja huwelijksovereenkomst mogelijk
3)​ Primair stelsel = dwingend
-> vooral gericht op persoonlijke verplichtingen, vermogensverplichtingen beperkt:
●​ Art 215 OBW bescherming gezinswoning; stel u hebt een huis en uw man woont er
ook in, dan gekwalificeerd als gezinswoning DUS u mag huis niet zomaar verkopen of
bezwaren met hypotheek want dan moet man of vrouw instemmen want gaat over
gezinswoning
●​ Art 217 OBW -> inkomsten uit beroep in eerste instantie besteden aan gezin, om de
lasten gezin te bekostigen, ook bij huwelijk met gescheiden goederen ->
proportionele bijdrage (bijdragen aan de lasten van het gezin evenredig met
hoeveelheid je verdient)
●​ Art 222 OBW -> voor huishoudelijke zaken hoofdelijk aansprakelijk ​
vb: u koopt als man TV maar u betaalt niet -> vrouw kan ook aangesproken worden
voor betaling TENZIJ de schulden buitensporig zijn (winkeliers zouden soms ook
rekening moeten houden met uitstraling van een persoon vb. het kan toch niet dat
die zo duur koopt en er zo arm uitziet = handelen als voorzichtig, redelijke winkelier)
○​ maar vaak werken winkels met eigendomsvoorbehoud => eerst alles
(af)betalen voordat eigendom over gaat en zo voorkom je dat iemand
insolvabel is
●​ Art 224 OBW -> schenkingen kunnen vernietigd worden als ze tegen gezin ingaan en
schade veroorzaken vb: man stelt zich borg voor renovatie v golfclub maar dit ook al
bij tennisclub gedaan dus vrouw is bang dat het misloopt, stel ze zijn gehuwde met
scheiding v goederen dus ze moet bewijzen dat belangen van gezin in gevaar komen
=> men moet kijken naar vermogen, inkomen… om dit te beoordelen en als man
groter vermogen heeft dan totale borgwaarde kan je niks doen tegen borg van 1
miljoen dus belangen gezin niet in gedrang -> in een goed huwelijk praat men
hierover
=> Vrouw moet aantonen dat vermogen niet in staat is de borg te betalen


Afdeling IV. RVR (relatievermogensrecht)
3 vormen duurzame intieme relatie
1)​ Feitelijke samenwoning (evt. situationship erbij)
2)​ Wettelijke samenwoning
3)​ Huwelijk (sterke vorm van bescherming)

, ​ ​ ​ ​ ​ ​
2 verschillende huwelijksstelsels:
●​ Secundair stelsel -> regels ivm huwelijksvermogensstelsel; men valt onder het wettelijk
stelsel tenzij partners hiervan via een huwelijksovereenkomst afwijken
o​ Vb: mogelijkheid tot scheiding goederen zonder bescherming en solidariteit ​
<-> alimentatie: gaat over behoefte en over niet vermogen
●​ Primair stelsel : regels van toepassing op alle echtparen, van deze regels kan niet worden
afgeweken vb: plicht tot bijdrage lasten ​

<-> wettelijke samenwoning (officieel aangeven dat je samenwoont) biedt veel minder bescherming dan
huwelijk en maar beetje meer dan feitelijke samenwoning
●​ Bij relatiebreuk bij wettelijk samenwoning heel weinig bescherming want opzegging
(eenzijdige beslissing) is heel makkelijk en er is geen beschermend kader + geen recht op
alimentatie tenzij contractuele regeling ​
-> alimentatie = uitkering voor levensonderhoud aan ex-partner na echtscheiding
DUS:
●​ Wetgever in België promoot eigenlijk ontrouw aan relatie
○​ In primair stelsel artikel dat huwelijkspartners elkaar hulp, trouw en bijstand beloven
en moeten samenwonen MAAR voorstel om ‘trouw weg te laten’ (waarom moet
wetgever zeggen dat je niet met een ander mag slapen) => waarom mogen mensen
niet zelf beslissen of ze trouw zijn + waarom moeten ze samenwonen (in Ned
wetgever al overtuigd dat trouw geschrapt zou moeten worden) ​
-> Bij ons trouw nog in artikel MAAR wetgever zegt niet je moet trouw zijn aan
relatie wat betekent je moet vermogensrechtelijk fair zijn naar elkaar toe bij
echtscheiding = wat je opbouwt door te werken gedurende je samen bent dan
achteraf eerlijk verdelen als ze uit elkaar gaan MAAR wetgever zegt niet dat dit moet,
enkel trouw in relatie is van belang
=> wetgever en scheiding van goederen bevestigen deze oneerlijkheid

GWMD (geen woorden maar daden) -> je kiest voor systeem uit de kaart (‘à la carte’) maar als je
kiest voor gescheiden vermogen dan zegt wetgever dit is voor jou en dit voor jou, het boeit niet of
het eerlijk is -> dit is bullshit want het moet eerlijk zijn
=> wetgever promoot ontrouw, zeker bij feitelijke en wettelijke samenwoning -> omdat er zo weinig
regels zijn om fair uit elkaar te gaan want je bouwt iets op samen maar je kan niet fair uit elkaar gaan
=> er is discriminatie in de hoeveelheid bescherming, als je niet kiest voor een huwelijk wil dat niet
zeggen dat je kiest voor negatieve gevolgen die voortvloeien uit keuze om niet te huwen




“Wilsgebrek van de liefde”

Inhoudsopgave

  1. 01 Familiaal vermogensrecht 1
  2. 02 Hoofdstuk 1. Situering 1
  3. 03 Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen en actuele tendensen 2
    1. Afdeling I. Familie- en relatievermogensrecht als spiegel van maatschappelijke waarden 2
    2. Afdeling II. Ontwikkelingen 2
    3. Afdeling III. FVR (familiaal vermogensrecht) 5
    4. Afdeling IV. RVR (relatievermogensrecht) 6
  4. 04 Hoofdstuk 4. Secundaire stelsels: werking tijdens het huwelijk 9
    1. Afdeling I. Het wettelijk stelsel 9
    2. Afdeling II. De conventionele stelsels. Algemeen: het huwelijkscontract (= ook secundair stelsel) 45
    3. Afdeling III. De conventionele stelsels van gemeenschap 49
    4. Afdeling IV. De stelsels van scheiding van goederen 54
  5. 05 Hoofdstuk 6. Secundaire stelsels: ontbinding, vereffening en verdeling 61
    1. Afdeling I. Het wettelijk stelsel 61
    2. afdeling II. De conventionele stelsels van gemeenschap 86
    3. Afdeling IV. De theorie van de huwelijksvoordelen 112
  6. 06 Erfrecht en giften 117
  7. 07 Hoofdstuk 1. Erven 117
    1. Afdeling I. Basisbegrippen 117
    2. Afdeling II. Openvallen van de nalatenschap 118
  8. 08 Hoofdstuk 2. Rechtsbekwaamheid 119
    1. Afdeling I. Begrip en voorwaarden 119
    2. Afdeling II. Bestaansvoorwaarde 119
    3. Afdeling III. overlevingsvoorwaarden 120
    4. Afdeling IV. Uitsluiting en verval van erfrecht 121
    5. Afdeling V. Onwaardigheid om te erven 121
  9. 09 Hoofdstuk 3. Wettelijke erfgerechtigden 123
    1. Afdeling I. Erfrechtelijke situaties of ordes 123
    2. Afdeling II. Lijnen, graden en plaatsvervulling 124
    3. Afdeling III. Aanwezigheid van afstammelingen 127
    4. Afdeling IV. Aanwezigheid van broers en zussen, vader en moeder 129
    5. Afdeling V. Geen afstammelingen en geen nauwe zijverwanten 130
    6. Afdeling VII. Wettelijke terugkeer 132
  10. 10 Hoofdstuk 4. De langstlevende echtgenote 133
    1. Afdeling I. Plaats van de langstlevende echtgenote in de devolutie 133
    2. Afdeling II. Voorwaarde voor het wettelijk erfrecht van de LLE 134
    3. Afdeling III. Welk wettelijk erfrecht voor de LLE? 134
    4. Afdeling VII. Regels voor het erfrechtelijk VB van de LLE 141
  11. 11 Hoofdstuk 5. De langstlevende wettelijke samenwonende partner 142
    1. Afdeling I. Voorwaarde voor het wettelijk erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende partner 142
    2. Afdeling II. Welk wettelijk erfrecht voor de LLP? 143
    3. Afdeling III. Afwijkende regels voor het wettelijke erfrecht van LLP 145
  12. 12 Hoofdstuk 6. De staat als erfopvolger 145
  13. 13 Hoofdstuk 7. Hoe de nalatenschap verkregen wordt 146
    1. Afdeling I. De positie van de erfgerechtigde 146
    2. Afdeling II. Het bezit van de nalatenschap 147
    3. Afdeling III. De erfkeuze 148
    4. Afdeling IV. Bewijs van erfrechtelijke hoedanigheid 154
  14. 14 Hoofdstuk 8. Het centraal erfregister 155
  15. 15 Hoofdstuk 9. Vereffening en verdeling van de nalatenschap 155
    1. Afdeling I. Basisbegrippen 155
    2. Afdeling II. Omzetting van erfrechtelijk vruchtgebruik 156
    3. Afdeling III. Vereffening en verdeling van de nalatenschap 160
    4. Afdeling IV. Inbreng van giften 165
    5. Afdeling V. Gevolgen van de verdeling 176
  16. 16 HOOFDSTUK 1. GIFTEN ZIJN BESCHIKKINGEN OM NIET 176
  17. 17 HOOFDSTUK 2. Algemene regels voor giften 181
    1. Afdeling I. Toestemming 181
    2. Afdeling II. Bekwaamheid om te geven 183
    3. Afdeling III. Bekwaamheid om te krijgen 185
    4. Afdeling IV. Voorwerp van de gift 190
    5. Afdeling V. Oorzaak: beweegreden van de gift 191
    6. Afdeling VI. Voorwaarde en lasten 193
  18. 18 HOOFDSTUK 3. Schenkingen 200
    1. Afdeling I. Specifieke regels inzake schenkingen 200
    2. Afdeling II. Schenkingsvormen 209
  19. 19 HOOFDSTUK 4. Testamentaire giften - legaten 217
    1. Afdeling I. Het testament 217
    2. Afdeling II. Essentiële kenmerken van het testament 218
    3. Afdeling III. Eigenhandig testament 219
    4. Afdeling IV. Notarieel testament 221
    5. Afdeling V. Testament in internationale vorm 222
    6. Afdeling VI. Herroeping van het testament 223
    7. Afdeling VII. Legaten 224
  20. 20 HOOFDSTUK 5. Drie bijzondere giften 233
    1. Afdeling I. Contractuele erfstelling 233
    2. Afdeling II. Ascendentenverdeling 233
    3. Afdeling III. Dubbele giften met en zonder bewaarplicht 233
    4. Afdeling I. Afstammelingen en langstlevende echtgenote 235
    5. Afdeling II. Uitgesloten van de reservebescherming 236
    6. Afdeling I. Omvang van de reserve 242
    7. Afdeling II. De rekenboedel 243
    8. Afdeling III. Aanrekening van de schenkingen 245
    9. Afdeling IV. Inkorting 249
    10. Afdeling I. Algemeen verbod 258
    11. ●​volgende erfOKen of erfbedingen zijn wel toegelaten: 259
    12. Afdeling II. Erfovereenkomsten onder kosteloze titel 259
    13. ●​uitzonderingen op het verbod van erfOKen over eigen nalatenschap en onder kosteloze titel: 260
    14. Afdeling III. Erfovereenkomsten onder bezwarende titel over de eigen nalatenschap 260
    15. ●​art 4.243 -> erfOKen onder bezwarende en bijzondere titel w toegelaten 260
    16. Afdeling IV. Regels die voor alle toegelaten erfovereenkomsten gelden 260
    17. ●​elke erfOK w ingeschreven in CRT art 4.253 261
    18. Afdeling V. De globale erfovereenkomst 261

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
10 februari 2025
Aantal pagina's
263
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€20,48

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
RechtenKUL1
4,2
(17)
Verkocht
218
Volgers
6
Items
11
Laatst verkocht
8 uur geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen