Gespreksvaardigheden
Je gaat een relatie aan met een ander basishouding belangrijk
Basishouding van de sociaal werker
Vertrekkend vanuit een mens- en maatschappijvisie gebaseerd op de
Internationale definitie van het sociaal werk
o Samen werken naar sociale verandering en sociale rechtvaardigheid
o Emancipatie en empowerment
o Mensenrechten
Empathie
Echtheid
Respect
Onvoorwaardelijke acceptatie
Empathie
Het gezichtspunt (gedachtegang) van de ander kunnen innemen, je
verplaatsen in de ervaringswereld van de ander
Niet oordelen
Gevoelens bij anderen (h)erkennen en daarover communiceren
Mee voelen
actief luisteren
Echtheid/ eerlijkheid
Je niet anders voordoen dan je bent
Niets beloven dat je niet kan waarmaken
Je niet boven iemand stellen
Respect en onvoorwaardelijke acceptatie
Erkenning van de uniekheid van de ander
Bevestiging van de eigenwaarde van de ander
Vertrouwen schenken
Afwezigheid van kritisch oordelen over de ander
Accepteren van de ander
zorgt voor vertrouwen en veiligheid, acceptatie van zichzelf, positieve
zelfwaardering
Belangrijk dat je als sociaal werker jezelf respecteert en accepteert
Werkalliantie
o Werkrelatie (jij bent brugfiguur tussen belanghebbende en de
oplossing)
o Samen bespreken wat het doel van jullie werkrelatie is
o Samen manier van werken afspreken
o Samen doelen afspreken
1
,Belanghebbende zoveel mogelijk eigenaar laten zijn van het proces
(empoweren).
1. Wat zijn gespreksvaardigheden?
1.1 Het zender- ontvangermodel
Shannon en Weaver
Zender probeert een bepaalde boodschap over te brengen aan ontvanger
o Boodschap in bepaalde symbolen (vaak taal, kan verbaal en non-
verbaal zijn) = coderen van de boodschap
Wordt overgebracht via een communicatiekanaal (vb telefoon)
o = de manier waarop de boodschap wordt overgebracht
Ontvanger: boodschap decoderen: boodschap op zo’n manier vertalen dat
die voor hem duidelijk wordt, betekenis geven
o Wordt beïnvloed door:
Objectiviteit of neutraliteit
Mens kan eig niet objectief waarnemen
Wel neutraal waarnemen: vb aantal belanghebbenden,
maar niet neutraal interpreteren
Subjectiviteit
Intersubjectiviteit
= interpretaties van mensen vergelijken, decoderen
met verschillende personen en uitwisselen om tot
gezamenlijke mening te komen
Er ontstaat een effect: de interpretatie van de ontvangen boodschap door
de ontvanger
Codering vertaling
Zender van de kanaal ontvanger van de effect
boodschap boodschap
Ruis
Kritiek: heel eenvoudige voorstelling
o Eenrichtingsverkeer
o Persoon B geeft geen feedback?
o Houdt geen rekening met de context en situatie waarin
gecommuniceerd wordt
o Ook geen rekening met de inhoud van de communicatie
o Ook geen rekening met non- verbale communicatie
(zie 2de tekening in boek)
2
,Waar komt het woord communicatie vandaan?
Communis=gemeenschappelijk.
Comm is eigenlijk alles wat tussen 2 of meer mensen gebeurt, gevolg veel
verwarring…..zie advertenties “communicatiemedewerker” …vaak
“manipulator nl reclame maken/verkopen, of in een organisatie: de
communverantw wordt verantw voor alles, website, dossiers opmaken,
vrijwilligers werven, onthaal doen,…..…..Alles IS communicatie.
1.1.1Ruis in de communicatie
Vaak beoordelen we het gedrag of de boodschap van de ander vanuit ons
eigen referentiekader
Factoren in de context
Tijdstip, plaats, aan- of afwezigheid van derden
Factoren bij het communicatiekanaal/ medium
Dialect spreken, slecht articuleren
Technische gebreken: slechte kopieën, slechte verbinding,…
Verkeerd medium inzetten (vb gevoelige informatie via email)
Factoren bij jezelf
Onvoldoende voorbereid, bewust of onbewust informatie achterhouden,
tegenstrijdige boodschappen uitzenden doordat verbale communicatie niet
in overeenstemming is met non- verbale
Taal: nooit helemaal exact wat we bedoelen… woorden vallen nooit
helemaal samen met wat ze omschrijven
Factoren bij de ander
Humeur van de ontvanger
Het oordelen over jou
Normen en waarden
De aandacht die die persoon heeft op dat moment
Bepaalde informatie niet kunnen plaatsen
1.2 De communicatietheorie van Watzlawick
De pragmatische aspecten die van invloed zijn op de menselijke
communicatie
Vooral aspecten die het gedrag belichten
Focust zich niet alleen op de taal, maar ook op de interpretatie ervan, de
interpretatie van de taal bepaalt de betekenis
Axioma’s: stellingen die niet bewezen zijn maar wel door de meeste
mensen voor waar worden aangenomen
Axioma 1: De onmogelijkheid om niet te communiceren- alle
gedrag is communicatie
Men beseft niet dat men communiceert ook als men niets doet, of met
kledij, ruimte,…
3
, Wat niet zichtbaar is in ons gedrag= de binnenkant (heeft geen invloed op
anderen)
Wat wel zichtbaar is= de buitenkant: kunnen we waarnemen via onze
zintuigen
De communicatie wordt afgewezen
De communicatie wordt eenzijdig beëindigd
Axioma 2: als ik wat zeg, zeg ik iets over hoe ik wil dat de ander
met mij omgaat
Iedere communicatie heeft ook een relationeel aspect
Elke communicatie heeft een gelaagdheid: een inhoudsniveau en een
betrekkingsniveau + een context
o Inhoudsniveau: wat er gezegd wordt
o Betrekkingsniveau: de aard van de relatie hoe moet de ander met
de inhoud of de boodschap omgaan
Expressieve boodschap: iemand toont al communicerend iets
over zichzelf en hoe hij wil dat de ander hem ziet
De relationele boodschap: al communicerend toont iemand
hoe hij de ander ervaart
De appellerende boodschap ( al communicerend toont iemand
wat hij verwacht van de ander)
Een slechte relatie geeft ruis op de communicatie
Onenigheid over de inhoud heeft effect op de relatie
Men probeert de relatie uit de communicatie te houden.
Men wil graag gezien worden (pleasen)
Men wil verbonden zijn met anderen.
De vraag achter de vraag (hou van mij, vind mij tof)
Axioma 3: Wat waar is voor mij, is dat nog niet voor een ander
Men ziet of hoort de waarheid van de ander niet. Omdat men niet kan of
niet wil of niet luistert. (referentiekader!)
Men verwacht iets (negatief) van de ander, en neemt zo een luisterhouding
aan waardoor het negatieve net uitgelokt wordt. Of het positieve: “het is
zo erg niet”….”Het is toch makkelijk om te….
Als ik vb heel ordelijk ben kan ik iemand anders ervaren als een chaoot,
maar niet iedereen gaat dat vinden
Een ander kan dus jou boodschap helemaal anders opvatten dan wat je
bedoelde
Axioma 4: mensen beïnvloeden met woorden en vooral zonder
woorden
Mensen communiceren digitaal en analoog (non-verbaal)
Er is verschil tussen verbaal en non-verbaal
Iemand verstaat het non-verbale niet.
Er is geen non-verbale (telefoon)
Non-verbale taalverschillen (cf Italië, andere talen?)
4
Je gaat een relatie aan met een ander basishouding belangrijk
Basishouding van de sociaal werker
Vertrekkend vanuit een mens- en maatschappijvisie gebaseerd op de
Internationale definitie van het sociaal werk
o Samen werken naar sociale verandering en sociale rechtvaardigheid
o Emancipatie en empowerment
o Mensenrechten
Empathie
Echtheid
Respect
Onvoorwaardelijke acceptatie
Empathie
Het gezichtspunt (gedachtegang) van de ander kunnen innemen, je
verplaatsen in de ervaringswereld van de ander
Niet oordelen
Gevoelens bij anderen (h)erkennen en daarover communiceren
Mee voelen
actief luisteren
Echtheid/ eerlijkheid
Je niet anders voordoen dan je bent
Niets beloven dat je niet kan waarmaken
Je niet boven iemand stellen
Respect en onvoorwaardelijke acceptatie
Erkenning van de uniekheid van de ander
Bevestiging van de eigenwaarde van de ander
Vertrouwen schenken
Afwezigheid van kritisch oordelen over de ander
Accepteren van de ander
zorgt voor vertrouwen en veiligheid, acceptatie van zichzelf, positieve
zelfwaardering
Belangrijk dat je als sociaal werker jezelf respecteert en accepteert
Werkalliantie
o Werkrelatie (jij bent brugfiguur tussen belanghebbende en de
oplossing)
o Samen bespreken wat het doel van jullie werkrelatie is
o Samen manier van werken afspreken
o Samen doelen afspreken
1
,Belanghebbende zoveel mogelijk eigenaar laten zijn van het proces
(empoweren).
1. Wat zijn gespreksvaardigheden?
1.1 Het zender- ontvangermodel
Shannon en Weaver
Zender probeert een bepaalde boodschap over te brengen aan ontvanger
o Boodschap in bepaalde symbolen (vaak taal, kan verbaal en non-
verbaal zijn) = coderen van de boodschap
Wordt overgebracht via een communicatiekanaal (vb telefoon)
o = de manier waarop de boodschap wordt overgebracht
Ontvanger: boodschap decoderen: boodschap op zo’n manier vertalen dat
die voor hem duidelijk wordt, betekenis geven
o Wordt beïnvloed door:
Objectiviteit of neutraliteit
Mens kan eig niet objectief waarnemen
Wel neutraal waarnemen: vb aantal belanghebbenden,
maar niet neutraal interpreteren
Subjectiviteit
Intersubjectiviteit
= interpretaties van mensen vergelijken, decoderen
met verschillende personen en uitwisselen om tot
gezamenlijke mening te komen
Er ontstaat een effect: de interpretatie van de ontvangen boodschap door
de ontvanger
Codering vertaling
Zender van de kanaal ontvanger van de effect
boodschap boodschap
Ruis
Kritiek: heel eenvoudige voorstelling
o Eenrichtingsverkeer
o Persoon B geeft geen feedback?
o Houdt geen rekening met de context en situatie waarin
gecommuniceerd wordt
o Ook geen rekening met de inhoud van de communicatie
o Ook geen rekening met non- verbale communicatie
(zie 2de tekening in boek)
2
,Waar komt het woord communicatie vandaan?
Communis=gemeenschappelijk.
Comm is eigenlijk alles wat tussen 2 of meer mensen gebeurt, gevolg veel
verwarring…..zie advertenties “communicatiemedewerker” …vaak
“manipulator nl reclame maken/verkopen, of in een organisatie: de
communverantw wordt verantw voor alles, website, dossiers opmaken,
vrijwilligers werven, onthaal doen,…..…..Alles IS communicatie.
1.1.1Ruis in de communicatie
Vaak beoordelen we het gedrag of de boodschap van de ander vanuit ons
eigen referentiekader
Factoren in de context
Tijdstip, plaats, aan- of afwezigheid van derden
Factoren bij het communicatiekanaal/ medium
Dialect spreken, slecht articuleren
Technische gebreken: slechte kopieën, slechte verbinding,…
Verkeerd medium inzetten (vb gevoelige informatie via email)
Factoren bij jezelf
Onvoldoende voorbereid, bewust of onbewust informatie achterhouden,
tegenstrijdige boodschappen uitzenden doordat verbale communicatie niet
in overeenstemming is met non- verbale
Taal: nooit helemaal exact wat we bedoelen… woorden vallen nooit
helemaal samen met wat ze omschrijven
Factoren bij de ander
Humeur van de ontvanger
Het oordelen over jou
Normen en waarden
De aandacht die die persoon heeft op dat moment
Bepaalde informatie niet kunnen plaatsen
1.2 De communicatietheorie van Watzlawick
De pragmatische aspecten die van invloed zijn op de menselijke
communicatie
Vooral aspecten die het gedrag belichten
Focust zich niet alleen op de taal, maar ook op de interpretatie ervan, de
interpretatie van de taal bepaalt de betekenis
Axioma’s: stellingen die niet bewezen zijn maar wel door de meeste
mensen voor waar worden aangenomen
Axioma 1: De onmogelijkheid om niet te communiceren- alle
gedrag is communicatie
Men beseft niet dat men communiceert ook als men niets doet, of met
kledij, ruimte,…
3
, Wat niet zichtbaar is in ons gedrag= de binnenkant (heeft geen invloed op
anderen)
Wat wel zichtbaar is= de buitenkant: kunnen we waarnemen via onze
zintuigen
De communicatie wordt afgewezen
De communicatie wordt eenzijdig beëindigd
Axioma 2: als ik wat zeg, zeg ik iets over hoe ik wil dat de ander
met mij omgaat
Iedere communicatie heeft ook een relationeel aspect
Elke communicatie heeft een gelaagdheid: een inhoudsniveau en een
betrekkingsniveau + een context
o Inhoudsniveau: wat er gezegd wordt
o Betrekkingsniveau: de aard van de relatie hoe moet de ander met
de inhoud of de boodschap omgaan
Expressieve boodschap: iemand toont al communicerend iets
over zichzelf en hoe hij wil dat de ander hem ziet
De relationele boodschap: al communicerend toont iemand
hoe hij de ander ervaart
De appellerende boodschap ( al communicerend toont iemand
wat hij verwacht van de ander)
Een slechte relatie geeft ruis op de communicatie
Onenigheid over de inhoud heeft effect op de relatie
Men probeert de relatie uit de communicatie te houden.
Men wil graag gezien worden (pleasen)
Men wil verbonden zijn met anderen.
De vraag achter de vraag (hou van mij, vind mij tof)
Axioma 3: Wat waar is voor mij, is dat nog niet voor een ander
Men ziet of hoort de waarheid van de ander niet. Omdat men niet kan of
niet wil of niet luistert. (referentiekader!)
Men verwacht iets (negatief) van de ander, en neemt zo een luisterhouding
aan waardoor het negatieve net uitgelokt wordt. Of het positieve: “het is
zo erg niet”….”Het is toch makkelijk om te….
Als ik vb heel ordelijk ben kan ik iemand anders ervaren als een chaoot,
maar niet iedereen gaat dat vinden
Een ander kan dus jou boodschap helemaal anders opvatten dan wat je
bedoelde
Axioma 4: mensen beïnvloeden met woorden en vooral zonder
woorden
Mensen communiceren digitaal en analoog (non-verbaal)
Er is verschil tussen verbaal en non-verbaal
Iemand verstaat het non-verbale niet.
Er is geen non-verbale (telefoon)
Non-verbale taalverschillen (cf Italië, andere talen?)
4