Protisten
Fungusachtige protisten
- Geen fotosynthese
- Protomycota: fungusachtige protisten
o Interne parasieten: leeft ten koste v ander organisme
o Gebruik sporen
o Complexe levenscycli
o Seksuele & aseksuele stadia verschillende gastheren
In tussengastheer aseksuele vermenigvuldiging
In eindgastheer seksuele vermenigvuldiging
o Sporozoën veroorzaken ernstige ziektes: malaria, toxoplasmose
(kattenuitwerpselen)
- Gymnomycota: slijmzwammen
o Dierlijk & plantaardig
o Op vochtige bodems, rottende boomstammen … organisch materiaal in
ontbinding
o Uitzicht: glinsterende hoopjes slijm, soms wit, vaak fel geel/rood
o 2 grote groepen
Cellulaire slijmzwammen (Acrasiodida)
Onderzoek: celdifferentiatie, celcommunicatie,
hormoononderzoek
Goedkoop in grote hoeveelheden kweken
Korte levenscyclus (24u) kan synchroon verlopen
Acellulaire / echte slijmzwammen (Myxoida)
,Plantaardige protisten
- Wel fotosynthese
- Euglenoidea: oogdiertjes
o 1-cellig
o Combinatie plant- & dierenkenmerken
Plant: chlorofyl a & b, carotenoïden autotroof
Dier: geen celwand, beweeglijk, ongepigmenteerde vormen zijn
heterotroof
Voeden door absorptie opgeloste organische & anorganische
nutriënten (osmotroof)
Of nemen particulair voedsel op (fagotroof)
o Soorten zonder chlorofyl: obligate heterotrofen
o Soorten met chlorofyl: facultatieve heterotrofen
o Kunnen overleven in donker moeten organische nutriënten hebben
mixotroof
o Koolhydraatreserves = paramylum
o Chloroplasten: 3 membranen
Groene kleur toont dat fotosynthese heeft plaatsgevonden
- Dinoflagellata
o Vrij heterogene groep: beweeglijke & onbeweeglijke unicellulaire vormen
Onbeweeglijke filamenten
Beweeglijke kolonievormen
o 2 flagellen
1 in groef rond midden cel rotatiebeweging
1 in achterwaarts verlopende groef loodrecht op gordel voorwaartse
beweging
o Fotosynthetisch met chloroplasten met chlorofyl a & c, carotenoïden &
accessorische pigmenten: xantofyllen
o Rode kleur
o Soorten zonder pigmenten: voeden via fagocytose
o Sommige parasitair
o Sommige als symbionten (zoöxanthellen) in verschillende organismen
o Fotosynthetische output zoöxanthellen: voornaamste voedselbron tropische
koralen
o Reservevoedsel zetmeel / oliën
o Mariene dinoflagellata vertonen bioluminescentie
o Massale ontwikkeling / bloei
o Red tides: enorme groei dinoflagellata (schadelijke algengroei)
o Veel bloeivormen toxisch door zenuwgif saxitoxine vissterfte
o Samen met diatomeeën: voornaamste primaire producenten v oceanen
,Wieren: algemene kenmerken
Inleiding
- Aquatische levenswijze water, zuurstof & nutriënten uit directe omgeving + biedt
mechanische ondersteuning geringe anatomische differentiatie: uitzondering:
o Bladvormige structuren
o Structuren voor vasthechting aan substraat
o Eenvoudige reproductieve organen
- Basisarchitectuur zo uniform dat volledig wier beschouwd wordt als 1 weefsel: thallus
- Komt overal voor
- In symbiose met schimmels (korstmossen), andere parasiteren op wieren / zaadplanten
- Ecologisch groot belang: helft fotosynthetisch geproduceerd org materiaal v wieren
- Zoetwater & marien fytoplankton basis aquatische voedselwebben
Cellulaire organisatie
- Eukaryote organismen DNA geconc in kern met kernmembraan
- Cellen éénkerning (uninucleaat) / meerkernig (multinucleaat)
- Endoplasmatisch reticulum, ribosomen, mitochondria, vacuolen, Golgi-apparaat
- Fotosynthese op gestructureerde chloroplasten (niet altijd lensvormig maar ster-, band-,
staaf, / netvormig, soms 1 massieve chloroplast per cel)
- In chloroplast: 1/> pyrenoïden bevat enzyme rubisco (1ste stap Calvin-cyclus)
- Fotosyntheseproducten opgeslagen in pyrenoïde / cytoplasma
- Beweeglijke cellen v wieren kunnen geflagelleerd zijn / amoeboïd
- Vermogen tot voortbeweging flagellen & stigmata (rode oogvlekken)
- Flagellen
o Karakteristieke organisatie v 9+2 fibrillen omgeven door flagellaire membraan
o Verschillen in aantal, lengte, inplanting (voor/achter), type
o Kan glad (akronematisch) / met haartjes (mastigonemen) (pleuronematisch)
o Tussen flagellen uitsteeksel/haptoneem: vasthechting substraat
- Veel beweeglijke wiercellen bevatten fotoreceptoren uit complex v pigmenten
- Andere gepigmenteerde structuur: oogvlek/stigma in cytoplasma / chloroplast
o Uit # kleine pigmentgranulen (carotenoïden)
o Rol: lichtinterceptie & fototactische bewegingen: lichtscherm dat verhindert dat
licht uit bepaalde richting fotoreceptor bereikt
- Door fotoreceptor & stigma oriëntatie tov lichtbron
- Contractiele vacuolen
o 1, 2, 4 / >
o Dicht bij celopp, in buurt flagelbasis
o Osmoregulerende functie
o In geflagelleerde & amoeboïde cellen & sommige onbeweeglijke cellen
- Celwand: verscheidene koolhydraten oplosbaar / onoplosbaar in kokend water
o Onoplosbare fractie: wandmateriaal
o Oplosbare fractie: accessorische matrices / schede
, Organisatie van de thallus
- Grote verscheidenheid: 1-cellige & lichaam uit meerdere cellen (thallus)
Eencellige wieren
- Beweeglijk / onbeweeglijk
- Sferisch / andere vormen
- Meestal 1-kernig, soms meerkernig
- Kunnen stevige wanden hebben (cellulose / andere) / naakt zijn (soms cytoplasmatische
uitsteeksels)
Meercellige wieren
- Celdeling 1-cellige wieren 2 vrijlevende dochterorganismen
- Dochtercellen na celdeling niet gescheiden worden aggregaten / kolonies
- 2 kolonietypes
o Ongedetermineerd: celdeling ongelimiteerd groot # cellen
o Gedetermineerd: # celdelingen & # cellen vast: coenobium
o Bij beide: rakend / los
- Schikking cellen in kolonies: onregelmatig/volgens geometrische regelmaat in 1/>
vlakken
- Kolonies: beweeglijk (flagellen) / onbeweeglijk
- Bladachtige (foliose) / membraneuze wierlichamen
o Ontstaan uit onvertakt juveniel filament: cellen delen volgens richting loodrecht
op juveniel filament 2-dimensionale expansie
o Soms delingen volgend 3de dimensie
o Gevormde thalli kunnen 1, 2 / > cellagen dik zijn
- Parenchym: weefsel samengesteld uit dunwandige aanliggende levende cellen gevormd
door delingen v gemeenschappelijke oudercellen
- Pseudoparenchym: talrijke filamenten verweven tot +/- weefselachtige structuur
- Sommige wieren meerkernig / coenocytisch door opeenvolgende kerndelingen niet
gevolgd door celdelingen
Histologische differentiatie
- Vegetatieve thalli v wieren: weinig / geen histologische differentiatie
- Sommige bruin- / roodwieren: inwendige differentiatie
- Aan opp 1/> cellagen rijk aan chloroplasten: fotosynthetische cortex
- Buitenste laag: bescherming & meristematisch: meristoderm
- Daaronder brede cortex uit pigmentloze parenchymatische cellen: vaak als
reserveweefsel
- Soms vormen slijmsecreterende cellen kanalen in cortex
- Centrale deel / medulla: los opeengeplakte dunne uitgerekte cellen
- Sommige cellen v binnenste cortex tegen medulla: gedifferentieerd tot floëemachtige
zeefcellen
o Bezitten zeefplaten & transloceren mannitol volgens analoog proces
floëemtranslocatie vaatplaten
o Wegens specifieke vorm: trompethyfen
o Transporteren vb licht naar lagere delen plant
Fungusachtige protisten
- Geen fotosynthese
- Protomycota: fungusachtige protisten
o Interne parasieten: leeft ten koste v ander organisme
o Gebruik sporen
o Complexe levenscycli
o Seksuele & aseksuele stadia verschillende gastheren
In tussengastheer aseksuele vermenigvuldiging
In eindgastheer seksuele vermenigvuldiging
o Sporozoën veroorzaken ernstige ziektes: malaria, toxoplasmose
(kattenuitwerpselen)
- Gymnomycota: slijmzwammen
o Dierlijk & plantaardig
o Op vochtige bodems, rottende boomstammen … organisch materiaal in
ontbinding
o Uitzicht: glinsterende hoopjes slijm, soms wit, vaak fel geel/rood
o 2 grote groepen
Cellulaire slijmzwammen (Acrasiodida)
Onderzoek: celdifferentiatie, celcommunicatie,
hormoononderzoek
Goedkoop in grote hoeveelheden kweken
Korte levenscyclus (24u) kan synchroon verlopen
Acellulaire / echte slijmzwammen (Myxoida)
,Plantaardige protisten
- Wel fotosynthese
- Euglenoidea: oogdiertjes
o 1-cellig
o Combinatie plant- & dierenkenmerken
Plant: chlorofyl a & b, carotenoïden autotroof
Dier: geen celwand, beweeglijk, ongepigmenteerde vormen zijn
heterotroof
Voeden door absorptie opgeloste organische & anorganische
nutriënten (osmotroof)
Of nemen particulair voedsel op (fagotroof)
o Soorten zonder chlorofyl: obligate heterotrofen
o Soorten met chlorofyl: facultatieve heterotrofen
o Kunnen overleven in donker moeten organische nutriënten hebben
mixotroof
o Koolhydraatreserves = paramylum
o Chloroplasten: 3 membranen
Groene kleur toont dat fotosynthese heeft plaatsgevonden
- Dinoflagellata
o Vrij heterogene groep: beweeglijke & onbeweeglijke unicellulaire vormen
Onbeweeglijke filamenten
Beweeglijke kolonievormen
o 2 flagellen
1 in groef rond midden cel rotatiebeweging
1 in achterwaarts verlopende groef loodrecht op gordel voorwaartse
beweging
o Fotosynthetisch met chloroplasten met chlorofyl a & c, carotenoïden &
accessorische pigmenten: xantofyllen
o Rode kleur
o Soorten zonder pigmenten: voeden via fagocytose
o Sommige parasitair
o Sommige als symbionten (zoöxanthellen) in verschillende organismen
o Fotosynthetische output zoöxanthellen: voornaamste voedselbron tropische
koralen
o Reservevoedsel zetmeel / oliën
o Mariene dinoflagellata vertonen bioluminescentie
o Massale ontwikkeling / bloei
o Red tides: enorme groei dinoflagellata (schadelijke algengroei)
o Veel bloeivormen toxisch door zenuwgif saxitoxine vissterfte
o Samen met diatomeeën: voornaamste primaire producenten v oceanen
,Wieren: algemene kenmerken
Inleiding
- Aquatische levenswijze water, zuurstof & nutriënten uit directe omgeving + biedt
mechanische ondersteuning geringe anatomische differentiatie: uitzondering:
o Bladvormige structuren
o Structuren voor vasthechting aan substraat
o Eenvoudige reproductieve organen
- Basisarchitectuur zo uniform dat volledig wier beschouwd wordt als 1 weefsel: thallus
- Komt overal voor
- In symbiose met schimmels (korstmossen), andere parasiteren op wieren / zaadplanten
- Ecologisch groot belang: helft fotosynthetisch geproduceerd org materiaal v wieren
- Zoetwater & marien fytoplankton basis aquatische voedselwebben
Cellulaire organisatie
- Eukaryote organismen DNA geconc in kern met kernmembraan
- Cellen éénkerning (uninucleaat) / meerkernig (multinucleaat)
- Endoplasmatisch reticulum, ribosomen, mitochondria, vacuolen, Golgi-apparaat
- Fotosynthese op gestructureerde chloroplasten (niet altijd lensvormig maar ster-, band-,
staaf, / netvormig, soms 1 massieve chloroplast per cel)
- In chloroplast: 1/> pyrenoïden bevat enzyme rubisco (1ste stap Calvin-cyclus)
- Fotosyntheseproducten opgeslagen in pyrenoïde / cytoplasma
- Beweeglijke cellen v wieren kunnen geflagelleerd zijn / amoeboïd
- Vermogen tot voortbeweging flagellen & stigmata (rode oogvlekken)
- Flagellen
o Karakteristieke organisatie v 9+2 fibrillen omgeven door flagellaire membraan
o Verschillen in aantal, lengte, inplanting (voor/achter), type
o Kan glad (akronematisch) / met haartjes (mastigonemen) (pleuronematisch)
o Tussen flagellen uitsteeksel/haptoneem: vasthechting substraat
- Veel beweeglijke wiercellen bevatten fotoreceptoren uit complex v pigmenten
- Andere gepigmenteerde structuur: oogvlek/stigma in cytoplasma / chloroplast
o Uit # kleine pigmentgranulen (carotenoïden)
o Rol: lichtinterceptie & fototactische bewegingen: lichtscherm dat verhindert dat
licht uit bepaalde richting fotoreceptor bereikt
- Door fotoreceptor & stigma oriëntatie tov lichtbron
- Contractiele vacuolen
o 1, 2, 4 / >
o Dicht bij celopp, in buurt flagelbasis
o Osmoregulerende functie
o In geflagelleerde & amoeboïde cellen & sommige onbeweeglijke cellen
- Celwand: verscheidene koolhydraten oplosbaar / onoplosbaar in kokend water
o Onoplosbare fractie: wandmateriaal
o Oplosbare fractie: accessorische matrices / schede
, Organisatie van de thallus
- Grote verscheidenheid: 1-cellige & lichaam uit meerdere cellen (thallus)
Eencellige wieren
- Beweeglijk / onbeweeglijk
- Sferisch / andere vormen
- Meestal 1-kernig, soms meerkernig
- Kunnen stevige wanden hebben (cellulose / andere) / naakt zijn (soms cytoplasmatische
uitsteeksels)
Meercellige wieren
- Celdeling 1-cellige wieren 2 vrijlevende dochterorganismen
- Dochtercellen na celdeling niet gescheiden worden aggregaten / kolonies
- 2 kolonietypes
o Ongedetermineerd: celdeling ongelimiteerd groot # cellen
o Gedetermineerd: # celdelingen & # cellen vast: coenobium
o Bij beide: rakend / los
- Schikking cellen in kolonies: onregelmatig/volgens geometrische regelmaat in 1/>
vlakken
- Kolonies: beweeglijk (flagellen) / onbeweeglijk
- Bladachtige (foliose) / membraneuze wierlichamen
o Ontstaan uit onvertakt juveniel filament: cellen delen volgens richting loodrecht
op juveniel filament 2-dimensionale expansie
o Soms delingen volgend 3de dimensie
o Gevormde thalli kunnen 1, 2 / > cellagen dik zijn
- Parenchym: weefsel samengesteld uit dunwandige aanliggende levende cellen gevormd
door delingen v gemeenschappelijke oudercellen
- Pseudoparenchym: talrijke filamenten verweven tot +/- weefselachtige structuur
- Sommige wieren meerkernig / coenocytisch door opeenvolgende kerndelingen niet
gevolgd door celdelingen
Histologische differentiatie
- Vegetatieve thalli v wieren: weinig / geen histologische differentiatie
- Sommige bruin- / roodwieren: inwendige differentiatie
- Aan opp 1/> cellagen rijk aan chloroplasten: fotosynthetische cortex
- Buitenste laag: bescherming & meristematisch: meristoderm
- Daaronder brede cortex uit pigmentloze parenchymatische cellen: vaak als
reserveweefsel
- Soms vormen slijmsecreterende cellen kanalen in cortex
- Centrale deel / medulla: los opeengeplakte dunne uitgerekte cellen
- Sommige cellen v binnenste cortex tegen medulla: gedifferentieerd tot floëemachtige
zeefcellen
o Bezitten zeefplaten & transloceren mannitol volgens analoog proces
floëemtranslocatie vaatplaten
o Wegens specifieke vorm: trompethyfen
o Transporteren vb licht naar lagere delen plant