Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's
Samenvatting

samenvatting kopen = tentamen halen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's

Deze samenvatting bevat alle leerdoelen voor de keuzecursus: jeugdcriminologie, van IVK (2024/2025). Alle literatuur incl powerpoint en het boek van jeugdcriminologie zijn gebruikt + extra uitleg bij lastige onderdelen.

Voorbeeld van de inhoud

Jeugdcriminologie




1

,Samenvatting Week 1 Inleiding jeugdcriminologie: beelden en
feiten over jeugd en criminaliteit.

Leerdoel 1 Student kan aan de hand van voorbeelden beschrijven welke beelden er in onze
maatschappij bestaan over jongeren en verklaringen hiervoor geven.

Beelden over jongeren in de maatschappij
Jongeren worden vaak gezien als een groep met een dubbel imago:
 Positief beeld: Jongeren worden beschouwd als de toekomst van onze samenleving.
 Negatief beeld: Jongeren worden geassocieerd met overlast en zorgen, met
uitspraken zoals: "Tja, de jeugd van tegenwoordig."

Paradoxale waarneming van jeugdcriminaliteit
Overal neemt de jeugdcriminaliteit af maar toch lijkt er in sommige landen sprake van een
algemene, aanhoudende paniekstemming dat het de verkeerde kant opgaat met de jeugd
(paradox)

 Dit gaat samen met een roep om krachtig ingrijpen door de overheid alleen gebeurt dit
niet overal. Het onderwerp overlast en criminaliteit van jongeren staat volop in de
aandacht in een wisselwerking tussen politiek en media.

Waar komt de negatieve beeldvorming rondom jongeren vandaan?
- Media -> negatief nieuws scoort beter dan positief en zie je daarom vaker in het nieuws
- Politiek -> de negatieve beelden van de media werken door in de politiek en daarmee
heeft het invloed op beleid.

Verklaringen voor negatieve beeldvorming
Vanuit de media:
1. Media verdraait de waarheid: jeugdcriminaliteit nam af met 40%, media vertelden
dat dit slechts 10% was.
2. Disproportionele hoeveelheid aandacht aan high impact crimes (terwijl die juist zijn
afgenomen).

Vanuit de politiek:
1. Politici baseren hun beleid vaak op negatieve mediabeelden in plaats van op feiten of
trends.
2. Noodzaak tot onderzoek: Beleid moet gebaseerd zijn op objectief onderzoek naar
trends, niet op uitzonderingen.

 Conclusie: Door de nadruk van media en politiek
blijft het publiek denken dat jeugdcriminaliteit een
groot en actueel probleem is, terwijl de feiten dit
niet ondersteunen.


Historische veranderingen in het beeld over jongeren

2

,Het beeld over jongeren is door de jaren heen flink veranderd  Pendelbewegingen.
Dit hangt vaak samen met grote maatschappelijke veranderingen.

Na de tweede wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog verschoof de benadering van jongeren naar een meer
sociologische en sociaalpsychologische aanpak. Dit reflecteerde een groeiend begrip voor de
complexe sociale factoren die het gedrag van jongeren beïnvloeden.

Jaren '60 en '70
In deze periode kwam er kritiek op de traditionele etiologische benadering. Onderzoekers
ontdekten dat veel bronnen uit empirisch onderzoek vertekend waren, wat leidde tot een
heroverweging van bestaande theorieën over jeugdgedrag

Jaren '80
De opkomst van de Law & Order-beweging zorgde voor een terugkeer naar een meer
afschrikkend en beveiligend beleid ten aanzien van jeugdcriminaliteit. Dit weerspiegelde een
bredere maatschappelijke roep om strengere aanpak van criminaliteit.

Eind jaren '80
Er ontstond meer aandacht voor de sociale achtergronden van jeugdcriminaliteit. Hirschi's
bindingstheorie kreeg invloed, die stelde dat goede bindingen van jongeren met sociale
subsystemen zoals gezin en school een remmende werking hebben op jeugddelinquentie.

Jaren '90 en daarna
Eind jaren '90 kwam er kritiek op politie en politiek vanwege onvoldoende veiligheid voor
burgers. Er ontstond meer focus op "ernstig jeugddelinquenten" - een kleine groep jongeren
verantwoordelijk voor een groot aantal zwaardere misdrijven. Termen als "veelplegers" en
"risicojongeren" kwamen in zwang.

Recente ontwikkelingen
Later verschoof de aandacht naar allochtone daders en ontstond er een roep om een
effectievere aanpak gericht op het identificeren van risicofactoren om jeugdcriminaliteit
preventief aan te pakken

Age-crime curve en ontwikkelingen in de jeugdcriminologie
De age-crime curve is een grafiek die een veelvoorkomend patroon laat zien in delinquent
gedrag onder jongeren. Criminaliteit piekt tijdens de adolescentie (vanaf ongeveer 17 en 19
jaar). Na het 18e levensjaar daalt het delinquent gedrag sterk, omdat jongeren in deze
periode meer volwassen worden en hun levensomstandigheden veranderen (bijvoorbeeld
werk, studie of relaties).


 Dit patroon heeft belangrijke implicaties voor hoe we jeugdcriminaliteit begrijpen en
aanpakken, omdat het gedrag vaak tijdelijk is en niet iedereen die delinquent gedrag
vertoont een "criminele carrière" ontwikkelt.




3

, De age-crime curve heeft bijgedragen aan een bredere
wetenschappelijke en maatschappelijke benadering
van jeugdcriminaliteit. Deze benadering heeft twee
belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt:

1. Verandering in afhankelijkheid van jongeren in
westerse samenlevingen
 Langer afhankelijk van ouders: Door de
toenemende tijd die jongeren doorbrengen in
onderwijs, zijn zij langer financieel en praktisch afhankelijk van hun ouders. Dit heeft
invloed op hun overgang naar volwassenheid.
 Meer invloed en autonomie: Jongeren worden in de samenleving serieuzer genomen.
Hun mening wordt zwaarder meegewogen in beslissingen, bijvoorbeeld in de politiek en
media.

 Gevolg: Jongeren bevinden zich in een unieke, verlengde levensfase waarin ze niet
volledig zelfstandig zijn, maar ook niet meer kind. Deze "tussenfase" beïnvloedt hun
gedrag en de manier waarop delinquentie zich manifesteert.

2. Toegenomen interesse in adolescentie vanuit meerdere disciplines. In de afgelopen
decennia hebben verschillende wetenschappen zich intensiever beziggehouden met
adolescentie. Dit heeft geleid tot:
 Psychologie en psychiatrie: Focus op de hersenontwikkeling in de adolescentie,
waarbij blijkt dat jongeren impulsiever en risicovoller gedrag vertonen doordat hun
prefrontale cortex (voor plannen en controle) nog niet volledig ontwikkeld is.
 Sociologie en pedagogiek: Onderzoek naar de invloed van sociale structuren, zoals
gezin, school en buurt, op het gedrag van jongeren.

 Adolescentie wordt steeds beter begrepen als een unieke ontwikkelingsfase, gekenmerkt
door persoonlijke en sociale veranderingen. Jeugdcriminologen richten zich niet alleen
meer op individueel gedrag, maar kijken ook naar bredere sociale factoren
(macroniveau), zoals armoede, werkloosheid en gezinsstructuur.

Kritiek = er is gebrek aan aandacht voor de omgeving (speelt ook een rol) en het onderzoek
geeft geen concrete handvaten om jeugdcriminaliteit effectief aan te pakken.

Voorbeeld: Als het echt mis is met een jongeren, dan zijn er meerdere risicofactoren in het
spel. Er is dan een opeenstapeling van ingrijpende veranderingen, zoals andere school,
scheiding, verhuizing etc. Om deze veranderingen goed aan te kunnen, is het belangrijk dat
er minstens één levensdomein stabiel is, bijv. een goede vriend, een goede band met een
ouder, goed kunnen leren en hierin gesteund worden.


Relatie tussen jeugdcriminaliteit en strafrecht
De meeste minderjarige geweldplegers (<18 jaar) delen een aantal kenmerken:
- Leeftijd: 15-17 jaar.

4

Inhoudsopgave

  1. 01 Leerdoel 1 Student kan aan de hand van voorbeelden beschrijven welke beelden er in onze maatschappij bestaan over jongeren en verklaringen hiervoor geven. 2
  2. 02 Leerdoel: De student kan op basis van literatuuronderzoek actuele cijfers over jeugdcriminaliteit verzamelen en analyseren. 5
  3. 03 Leerdoel: De student kent de risico- en beschermende factoren bij jongeren. 8
  4. 04 Leerdoel: De student kan de risico- en beschermende factoren toepassen op casuïstiek. 9
  5. 05 Leerdoel: De student kan de klassieke Dual Taxonomy-theorie van Moffitt uitleggen én toepassen. 10
  6. 06 Leerdoel: De student kan de wijze waarop het gezin een rol speelt in het al dan niet ontwikkelen van antisociaal gedrag aan de hand van de vier niveaus van functioneren toelichten. 11
  7. 07 De student begrijpt hoe bio psychosociale interacties werken in relatie tot deviant en crimineel gedrag. 13
  8. 08 De student kent verschillen en overeenkomsten tussen verklaringen van deviant of crimineel gedrag tussen jongens en meiden. 16
  9. 09 De student kent de belangrijkste gedragsstoornissen in relatie tot deviant en crimineel gedrag. 20
  10. 10 De student begrijpt hoe intelligentie/LVB samenhangt met deviant en crimineel gedrag. 20
  11. 11 De student kan aangeven welke cognitieve en emotionele ontwikkelingen de adolescentiefase kenmerkt. 22
  12. 12 De student kan aan de hand van casuïstiek aangeven en verklaren waarom juist adolescenten (jongens en meiden) deviant of crimineel gedrag vertonen aan de hand van criminologische verklaringsmodellen en/of theorieën. 25
  13. 13 Meerdere criminologische theorieën uit de voorgaande eeuw staan nog steeds centraal in de denkwijze over adolescentie en delinquent gedrag 25
  14. 14 De student kan beargumenteren waarom het nemen van preventieve maatregelen ter voorkoming van een criminele carrière lastig is bij jongeren. 27
  15. 15 De student kent de what works beginselen en kan het belang en de werking ervan uitleggen. 29
  16. 16 De student kan de what works beginselen toepassen op en herkennen in aanpak en beleid van jeugdcriminaliteit. 31
  17. 17 De student kent de belangrijkste theorieën en empirische bevindingen met betrekking tot 'desistance’ 32
  18. 18 Student kan theorieën over het ontstaan van groepsrelaties uitleggen en toepassen. 34
  19. 19 Student kan theorieën over het plegen van criminaliteit door jongeren in groepsverband uitleggen en toepassen. 35
  20. 20 Student is in staat om interventies van groepscriminaliteit te beschrijven aan de hand van actuele cijfers en kennis én kan dit toepassen en vertalen naar een passende aanpak. 36
  21. 21 De student kan uiteenzetten wat het adolescentenstrafrecht inhoudt en beargumenteren waarom deze wijziging is doorgevoerd. 37
  22. 22 De student kent de mogelijkheden die het jeugdstrafrecht biedt voor het beëindigen van een criminele carrière 38
  23. 23 Preventief interventieteam (PIT) 39

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789462361874 Druk: 4

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
27 januari 2025
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
vlinderdemi
4,5
(2)
Verkocht
20
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
2 weken geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen