Interieur in context A
Les 1: (4/10)
Inleiding
1) Introductie
Eigen nota’s!!!
Termen kennen (157), vakjargon -> 5 punten; geen vragen over
architectuur maar over het werk zelf
Boeken: zie slide 4! (Jan Bleyen)
Examenleerstof: zie slide 9
Taak -> 1 bonuspunt (25/10 uitleg over de taak)
1. Het nut of nadeel van architectuur
Wat is architectuur?
- Architectuur is een ontwerpende discipline binnen de
ontwerpwetenschappen -> speelt in op het heden en de toekomst
- Geschiedenis -> speelt in op het verleden (studie vh verleden),
soms onvolledige bronnen, reflectieve praktijk
- Le Corbusier, Vers une Nouvelle Architecture -> “You touch my
heart this is beautiful” de esthetische defenitie de menselijke
dimensie
- Verband tussen de twee gerelateerd als voorwerp vd geschiedenis,
info bron vd architectuur
- Architectuur geeft vorm aan de maatschappij, reflecteert er kritisch
over
Wat is geschiedenis?
- Terugblik in de tijd
- Verbonden verhalen
- Voedende discipline
- Architectuur kunnen bevragen
- Antwoorden die we krijgen over onze architectuur in het heden
bevragen, erfgoed -> kostbaar bezit (heel even tot je beschikking,
renoveren) -> doorgeeft aan de volgende generatie
- Technieken uitwerken die we terug kunnen gebruiken
, 2) De Polis en megapolis
2.1) Griekenland <-> Rome
- Misvatting: de architectuurculturen van de antieke Griekse en
antieke Romeinse cultuur zijn niet hetzelfde, er zijn degelijke
verschillen. Er zijn wel ook enkele continuïteiten zoals de antieke
zuil.
- Aandacht die besteed wordt aan de typologie vd antieke tempel
waarbij er ook heel wat overeenkomsten zijn kleurgebruik (ze
gebruiken graag veel en felle kleuren)
- Maatschappelijke organisatie: de polis versus het imperium
- Culturele verschillen en invloeden: perfectie versus assimilatie
-> Romeinen willen perfectie, verschillende architecturale en
cultuur komen Rome binnen en worden vernieuwd
- Bouwtechnische evoluties: zuil/architraaf versus muur en gewelf ->
bepaalt door cultuur, politiek & sociologie
- Lokaaal bestuurt worden maar cultureel verbonden zijn met elkaar
Griekse architectuur:
- De polis
- Perfectie
- Zuil/architraaf
Romeinse architectuur:
- Imperium
- Assimilatie
- Muur/gewelf
2 afbeeldingen van dezelfde tempelsite door een andere bekeken
Lineair structuur, ideaalbeelden, sculptuur vd Griekse cultuur
Winkelmann ->
- Streeft naar
- Idealen weergave tss architectuur en natuur
- Manier waarop hij nr de architectuur kijkt: diagonaal
- Heel wat aandacht aan het lineaire aspect vr de pracht van licht en
schaduw speelt en de afstand tss
Piranesi ->
- Ziet de sterkte van assimilatie en integratie
- Functionalisme en techniek -> infrastructuur, grootsteden
- Romeinse Barok -> propaganda en rijkdom
,Sleutelwoorden antieke Griekse architectuur:
❑ Realisme
❑ Perfectionisme en eenvoud
❑ Zuil en architraafbouw
❑ Inplanting: diagonaal – Hoek benadering
❑ Homogene, zuivere architectuurstijl
❑ Harmonie en proportie
❑ Integratie in landschap
Sleutelwoorden antieke Romeinse architectuur:
❑ Fantasie en verbeelding
❑ Megalomane technische vernieuwing
❑ Gewelfbouw
❑ Frontale – gedwongen benadering van het gebouw
❑ Mix van stijlen
❑ Horror vaccui
❑ Domineert het landschap (aanpassing, creatie)
2.2) Verenigd in de siversiteit: de polis
Antieke Griekenland wordt gekenmerkt door grote geografische
versnippering – stadstaten functioneren autonoom op politiek domein
maar hebben wel een gemeenschappelijke cultuur -> gemeenschappelijke
taal (donker paars authentieke grieken) -> gemeenschappelijke
mythologie en godsdienst – overeenkomst door mondelinge
communicatie en mythologische verhalenbundel door Homerus. Zowel
gods als filosofie worden gedeeld binnen de geografische versnippering
vd stadstaten
Slide 10 niet kennen
Slide 12 proto Griekse erfenis
Hij laat zich leiden door de mythologie van Homerus
Proto-Griekse Erfenis:
Laatste der Megalithische culturen
❑ Megaronplan
❑ Zuil-architraaf constructie
❑ Tempelfronton
❑ Polychromie
❑ Realisme
, Algemene kenmerken vd zuilen:
• Constructief
• Stilistisch (Dorisch, Ionisch en Korintisch)
• Maatvoering en proportie
• Tempelordes of tempelgenres
• ZUIL:
Basis, schacht, kapiteel
(echinus, abacus)
• ENTABLEMENT:
Architraaf, fries, kroonlijst
• FRONTON: Tympanon, sima
Soorten zuilen:
Les 1: (4/10)
Inleiding
1) Introductie
Eigen nota’s!!!
Termen kennen (157), vakjargon -> 5 punten; geen vragen over
architectuur maar over het werk zelf
Boeken: zie slide 4! (Jan Bleyen)
Examenleerstof: zie slide 9
Taak -> 1 bonuspunt (25/10 uitleg over de taak)
1. Het nut of nadeel van architectuur
Wat is architectuur?
- Architectuur is een ontwerpende discipline binnen de
ontwerpwetenschappen -> speelt in op het heden en de toekomst
- Geschiedenis -> speelt in op het verleden (studie vh verleden),
soms onvolledige bronnen, reflectieve praktijk
- Le Corbusier, Vers une Nouvelle Architecture -> “You touch my
heart this is beautiful” de esthetische defenitie de menselijke
dimensie
- Verband tussen de twee gerelateerd als voorwerp vd geschiedenis,
info bron vd architectuur
- Architectuur geeft vorm aan de maatschappij, reflecteert er kritisch
over
Wat is geschiedenis?
- Terugblik in de tijd
- Verbonden verhalen
- Voedende discipline
- Architectuur kunnen bevragen
- Antwoorden die we krijgen over onze architectuur in het heden
bevragen, erfgoed -> kostbaar bezit (heel even tot je beschikking,
renoveren) -> doorgeeft aan de volgende generatie
- Technieken uitwerken die we terug kunnen gebruiken
, 2) De Polis en megapolis
2.1) Griekenland <-> Rome
- Misvatting: de architectuurculturen van de antieke Griekse en
antieke Romeinse cultuur zijn niet hetzelfde, er zijn degelijke
verschillen. Er zijn wel ook enkele continuïteiten zoals de antieke
zuil.
- Aandacht die besteed wordt aan de typologie vd antieke tempel
waarbij er ook heel wat overeenkomsten zijn kleurgebruik (ze
gebruiken graag veel en felle kleuren)
- Maatschappelijke organisatie: de polis versus het imperium
- Culturele verschillen en invloeden: perfectie versus assimilatie
-> Romeinen willen perfectie, verschillende architecturale en
cultuur komen Rome binnen en worden vernieuwd
- Bouwtechnische evoluties: zuil/architraaf versus muur en gewelf ->
bepaalt door cultuur, politiek & sociologie
- Lokaaal bestuurt worden maar cultureel verbonden zijn met elkaar
Griekse architectuur:
- De polis
- Perfectie
- Zuil/architraaf
Romeinse architectuur:
- Imperium
- Assimilatie
- Muur/gewelf
2 afbeeldingen van dezelfde tempelsite door een andere bekeken
Lineair structuur, ideaalbeelden, sculptuur vd Griekse cultuur
Winkelmann ->
- Streeft naar
- Idealen weergave tss architectuur en natuur
- Manier waarop hij nr de architectuur kijkt: diagonaal
- Heel wat aandacht aan het lineaire aspect vr de pracht van licht en
schaduw speelt en de afstand tss
Piranesi ->
- Ziet de sterkte van assimilatie en integratie
- Functionalisme en techniek -> infrastructuur, grootsteden
- Romeinse Barok -> propaganda en rijkdom
,Sleutelwoorden antieke Griekse architectuur:
❑ Realisme
❑ Perfectionisme en eenvoud
❑ Zuil en architraafbouw
❑ Inplanting: diagonaal – Hoek benadering
❑ Homogene, zuivere architectuurstijl
❑ Harmonie en proportie
❑ Integratie in landschap
Sleutelwoorden antieke Romeinse architectuur:
❑ Fantasie en verbeelding
❑ Megalomane technische vernieuwing
❑ Gewelfbouw
❑ Frontale – gedwongen benadering van het gebouw
❑ Mix van stijlen
❑ Horror vaccui
❑ Domineert het landschap (aanpassing, creatie)
2.2) Verenigd in de siversiteit: de polis
Antieke Griekenland wordt gekenmerkt door grote geografische
versnippering – stadstaten functioneren autonoom op politiek domein
maar hebben wel een gemeenschappelijke cultuur -> gemeenschappelijke
taal (donker paars authentieke grieken) -> gemeenschappelijke
mythologie en godsdienst – overeenkomst door mondelinge
communicatie en mythologische verhalenbundel door Homerus. Zowel
gods als filosofie worden gedeeld binnen de geografische versnippering
vd stadstaten
Slide 10 niet kennen
Slide 12 proto Griekse erfenis
Hij laat zich leiden door de mythologie van Homerus
Proto-Griekse Erfenis:
Laatste der Megalithische culturen
❑ Megaronplan
❑ Zuil-architraaf constructie
❑ Tempelfronton
❑ Polychromie
❑ Realisme
, Algemene kenmerken vd zuilen:
• Constructief
• Stilistisch (Dorisch, Ionisch en Korintisch)
• Maatvoering en proportie
• Tempelordes of tempelgenres
• ZUIL:
Basis, schacht, kapiteel
(echinus, abacus)
• ENTABLEMENT:
Architraaf, fries, kroonlijst
• FRONTON: Tympanon, sima
Soorten zuilen: