Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 63 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Staatsrecht boek 1 & 2 (17/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 63 pagina's

Alles staat duidelijk uitgelegd, niet enkel de powerpoint en de onderwijsgroepen worden verduidelijkt maar ook het compendium zelf. Op een week of twee regelmatig lezen kan men een goed begrip krijgen en voorbereid en zelfzeker het examen maken.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting staatsrecht
Staatsrecht: Hoorcollege 1
Basisprincipes van het Grondwettelijk recht



1. Eenheidsstaat, federale staat, confederatie
●​ eenheidsstaat:
alle bevoegdheden liggen bij de centrale overheid
Kent enkele verzachtingen
o​ Deconcentratie: een administratieve beheersvorm, die een verdeling van taken
binnen een gecentraliseerde dienst inhoudt (dus de overheid wijst aan organen
de bevoegdheden toe voor bepaalde rechtshandelingen).
Hebben geen rechtspersoonlijkheid en hogere overheid behoudt hiërarchisch
toezicht
●​ Interne deconcentratie: wanneer de bevoegdheid wordt toegewezen aan
ambtenaren van het centraal bestuur (vb. delegatie van handtekening door
een minister).
●​ Externe deconcentratie: wanneer de bevoegdheid wordt toegewezen aan
ambtenaren van de buitendiensten van het bestuur (vb. belastingdienst).
o​ decentralisatie: decentralisatie is een vorm van gezagssplitsing, waarbij
autonome overheden of diensten over bepaalde bevoegdheden beschikken.
wel rechtspersoonlijkheid en de hogere overheid oefent slechts een
administratief toezicht uit
●​ Territoriale of politieke decentralisatie: wanneer bevoegdheden algemeen
omgeschreven zijn voor een bepaald gedeelte van het grondgebied
toekomen aan zelfstandige publiekrechtelijke lichamen die gesteund zijn op
politieke vertegenwoordiging (vb. provincies en gemeenten).
●​ Functionele of dienstgewijze decentralisatie: wanneer bevoegdheden
precies omschreven zijn en toekomen aan een overheidsdienst die over
organieke autonomie en zelfstandige beslissingsbevoegdheid beschikt en niet
op politieke vertegenwoordiging steunt (vb. instellingen van openbaar nut)

●​ regionalisme: Spanje is een tussenvorm tussen eenheidsstaat en federale staat: autonome
gebieden (deelstaten zoals Catalonië), maar de deelstaat neemt niet deel aan federale gezag,
heeft geen inzage in federale gezag

●​ federale staat of bondsstaat:
bevoegdheden zijn verdeeld tussen twee onderscheiden en autonome rechtsordeningen
o​ centrifugaal of segregatief: eenheidsstaat die uiteenvalt in verschillende
deelgebieden (eenheidsstaat tot bondsstaat) vb. België
o​ centripetaal of aggregatief: samenkomen van verschillende eenheden naar 1 eenheid
(van verscheidenheid naar eenheid) vb. VS
●​ Confederatie of statenbond: steunend op een verdrag om bepaalde dingen
gemeenschappelijk te regelen
Traditionele visie: Hierbij is er samenwerking tussen verschillende soevereine staten
op grond van een verdrag.
België is dus geen confederale staat en kan dit ook niet worden zonder dat er eerst
onafhankelijke deelstaten bestaan.

1

, Nieuwere visie: het is niet nodig om eerst een onafhankelijke staat te hebben, een
ver doorgedreven federalisme zou al voldoende zijn om zo verdragen aan te gaan.


2. De wetten van het federalisme




●​ De autonomie van de deelstaten (self-rule);
1.​ Eigen rechtsordening met eigen wetgevende normen (decreten en
ordonnanties)
2.​ Eigen bevoegdheden
●​ Residuaire bevoegdheden: federale grondwetten die aan de federale
overheid toe komen zijn limitatief opgesomd (enumerated powers), zodat
alle andere (residuaire) bevoegdheden bij de deelstaten berusten. (Zodra
art 35 GW in werking treedt)
●​ In sommige landen (Duitsland) zijn er naast de lijst federale en residuaire
bevoegdheden ook concurrerende bevoegdheden
a.​ Integrale of eigenlijke concurrerende bevoegdheden: deelstaten
mogen slechts handelen zolang de federale overheid niet is
opgetreden. Zodra de federale overheid een regeling aanneemt,
worden de vroegere deelstatelijke normen van rechtswege
opgeheven
b.​ Beperkte of oneigenlijke concurrerende bevoegdheden: de
federale overheid stelt basisregels vast, waarna de deelstaten
deze basisregels verder kunnen aanvullen, mits deze te
eerbiedigen.
​ Op deze wetten geldt Bundesrecht bricht Landesrecht,
wat betekent dat het federale recht voorrang heeft op
deelstatelijk recht
●​ Exclusieve bevoegdheden: (of een bevoegdheid van de ene OF van de
andere) wanneer deelstaat bevoegdheid heeft kan federale hier niks
aandoen.
3.​ Bevoegdheid niet overschreden? Grondwet toetsing door bevoegde rechter.

2

, ●​ Diffuus Amerika: Supreme Court: Elke rechter bevoegd om
Grondwettigheid Geschillen te beslechten Vb. Supreme court (Amerika)
●​ centraal: België: is dit centraal georganiseerd bij het Grondwettelijk Hof.
(speciaal om conflicten tussen wetgevers te beslechten) Ondertussen:
meer bevoegdheden: naast grondwettelijke piramide met bovenaan
cassatie staat het GWH. Scheidsrechter tussen verschillende bevoegde
wetgevers. Vroeger noemde dit het Arbitragehof. GWH eerst alleen
grondwetsconforme interpretatie
4.​ Financiering
●​ bevoegdheid om zelf belastingen te heffen bestaat voor deelstaten maar
niet voldoende om alle uitgave te kunnen financieren dus ook geholpen
door federale staat.
●​ De participatie (shared-rule)
Tweekamerstelsel: In een federale staat kunnen de deelstaten participeren aan
de federale besluitvorming, voor zover het hun statuut betreft. Deze participatie
gebeurt in een tweekamerstelsel:
●​ De Eerste Kamer vertegenwoordigt de hele staat.
●​ De Tweede Kamer vertegenwoordigt de deelstaten. maar rol is beperkt
▪​ Beide kamers hebben een gelijke bevoegdheid (ze kunnen allebei
leiden tot een herziening van de Grondwet), maar soms heeft de
Tweede Kamer niet dezelfde macht als de Eerste Kamer inzake
federale wetgeving. Het is ook mogelijk dat de Tweede Kamer de
federale regering niet ten val kan brengen.

●​ Toenemende samenwerking: want er is steeds meer overlapping
●​ Men is tot de conclusie gekomen dat het duaal federalisme (federatie en
deelstaten die naast en totaal los van elkaar staan met eigen
bevoegdheidssferen), niet absoluut is en dat er wel degelijk wederzijdse
beïnvloeding is.
●​ Hieruit is het coöperatief federalisme ontstaan, die zich kenmerkt door
een samenwerking, zowel tussen de deelstaten onderling (horizontaal)
als tussen de deelstaten en federatie (verticaal)

●​ Nationale soevereiniteit: het land heeft het recht om zichzelf te besturen zonder inmenging
van buitenaf


3. Parlementaire monarchie vs presidentieel stelsel
●​ De verschillen op een tweevoudig vlak
Voorbeeld van een parlementaire monarchie: Groot-Brittannië;
Voorbeeld van een presidentieel stelsel: de Verenigde Staten van Amerika.
🡪 Zij verschillen op twee manieren: de positie van het Staatshoofd en de verhouding tussen
volksvertegenwoordigers en de Regering
Staatshoofd:
o​ In het presidentieel stelsel wordt het Staatshoofd (President) rechtstreeks verkozen
en krijgt deze zo zijn persoonlijke macht.
o​ In een parlementaire monarchie is de functie van Staatshoofd (Koning) erfelijk en is
de Koning onschendbaar, onverantwoordelijk en onbekwaam om alleen te handelen


3

, (hij heeft dus geen persoonlijke macht, maar de Koning kan wel een politieke invloed
hebben).
Verhouding regering en volksvertegenwoordigers:
o​ In het presidentieel stelsel staan Parlement en Regering in een onafhankelijke
verhouding tegenover elkaar: de Regering is niet politiek verantwoordelijk tegenover
het Parlement, maar wel tegenover de President (die ministers benoemt en ontslaat).
Het Parlement kan niet voortijdig ontbonden worden, zodat de President en het
Parlement, gedurende de periode waarvoor zij verkozen zijn, ‘gedwongen’ worden
om samen te werken.
o​ In een parlementaire monarchie is er eerder een ‘samenwerking’ der machten:
Parlement en Regering staan in een wederzijdse afhankelijke verhouding tegenover
elkaar. De Regering is politiek verantwoordelijk tegenover het Parlement, waardoor zij
moet kunnen steunen op een parlementaire meerderheid en de government making
power bij het Parlement berust. Het Parlement kan de Regering tot ontslag dwingen,
maar als tegengewicht hiervoor kan de Regering het Parlement vroegtijdig ontbinden
en beroep doen op het kiezerskorps
●​ Tussenvormen
België kent sinds 1993 een gerationaliseerd parlementair stelsel, waarin de federale Regering
nog slechts in bepaalde gevallen tot ontslag kan worden gedwongen en het federale
Parlement nog slechts in bepaalde gevallen kan worden ontbonden (is een meer stabiel
stelsel).




4. het Frans publiekrecht
Filosofische invloeden
a.​ Montesqieu: de ‘scheiding der machten’ Montesqieu was van mening dat een scheiding van
de machten, zoals destijds in de ongeschreven Engelse Grondwet, de individuele vrijheid het
best tot haar recht laat komen. Echter is deze scheiding niet absoluut, omdat de machten
elkaar controleren. Men spreekt dus beter van een interdependentie dan van een ‘scheiding’.
b.​ Rousseau: de volkssoevereiniteit Rousseau verwierp het idee van meerdere zelfstandige
machten en vond dat alle machten moeten uitgaan van het volk. Het volk was dus de
collectieve soeverein, en deze soevereiniteit moest volgens hem onvervreemdbaar en
ondeelbaar zijn. Hij was dus sterk voor politieke vrijheid, waardoor de individuele vrijheid
(waar Montesqieu voor stond) op de achtergrond verdween.

Publiekrechtelijke concepten
c.​ De souveraineté nationale
Dit is een tegenstelling van de leer van de volkssoevereiniteit van Rousseau. Deze nieuwe leer
van de nationale soevereiniteit (geïnspireerd door E.J. Sieyès) vond dat alle machten uit
moeten gaan van de Natie.
Omdat ‘natie’ een abstract begrip is, is haar vertegenwoordiging noodzakelijk.
●​ Volgens Rousseau waren de vertegenwoordigers van het volk gewoon ‘lasthebbers’
die aangewezen worden om de wil van de kiezers uit te drukken, maar volgens de
nationale soevereiniteitsleer vertegenwoordigen de door het volk verkozen
parlementsleden de Natie zelf (dus niet de kiezers).

4

Inhoudsopgave

  1. 01 Staatsrecht: Hoorcollege 1 1
    1. 1. Eenheidsstaat, federale staat, confederatie 1
    2. 2. De wetten van het federalisme 2
    3. 3. Parlementaire monarchie vs presidentieel stelsel 3
    4. 4. het Frans publiekrecht 4
    5. 5. Scheiding der machten – Montesquieu 5
    6. 6. Wettigheidsbeginsel 5
    7. 7. “Bij de wet” en “krachtens de wet” 6
    8. 8. De juridische voorrang van de wetgevende macht in de Grondwet van 1831 7
    9. 9. toetsing van wetten aan verdragen 8
    10. 10. Toetsing van wetten aan de GW: 8
    11. 11. Van Arbitragehof tot Grondwettelijk Hof 9
    12. 12. Samenloop van grondrechten 9
    13. 13. Oplossing: volgorde van toetsing 9
    14. 14. De grondrechten 10
    15. 15. Aard van de Grondwet 10
    16. 16. Grondwet vs EVRM 10
    17. 17. Soevereiniteit van de natie 11
    18. 18. Monarchie 11
    19. 19. De ondergeschikte besturen 11
    20. 20. Brussel 12
    21. 21. Grondwetsherziening (art. 195 GW) 12
  2. 02 Staatsrecht: Hoorcollege 2 12
    1. 1. Verkiezingen 12
    2. 2. Tweekamerstelsel 14
    3. 3. Verhouding parlement - regering 14
    4. 4. De traditionele regeringsvorming 15
    5. 5. Lopende zaken 15
    6. 5.​Andere interacties parlement – regering 16
    7. 7. De wetgevende procedure 16
    8. 8. De terugwerkende kracht van een wet 17
    9. 9. Wettigheidsbeginsel 17
    10. 10. Koninklijke verordeningsbevoegdheid 18
    11. 13. Wettigheidstoezicht 19
    12. 14. Overheidsaansprakelijkheid 19
  3. 03 Staatsrecht: Hoorcollege 3 20
    1. 1. Uitgangspunten federale staatsstructuur 20
    2. 2. Territorialiteitsbeginsel 20
    3. 3. Evolutie gemeenschappen 21
    4. 4. Evolutie gewesten 21
    5. 5. Asymmetrie in de staatsstructuur 21
    6. 6. Staatshervormingen 22
    7. 7. Bescherming van minderheden 23
    8. 8. Paritaire samenstelling Ministerraad 23
    9. 9. Deelstaat Organen 24
    10. 10. Brussel 26
    11. 10. Autonomiekenmerken 29
    12. 11. Algemene bevoegdheidsbeperkingen 30
    13. 12. Strafrechtelijke bevoegdheden 30
  4. 04 Staatsrecht: Hoorcollege 4 31
    1. 1. Materiële bevoegdheden gemeenschappen 31
    2. 2. Materiële bevoegdheden gewesten 31
    3. 3. Samenwerking 32
    4. 4. Financiering 32
    5. 5. Raad van State 33
    6. 6. Grondwettelijk Hof 34
  5. 05 Staatsrecht: Hoorcollege 5 36
    1. 1. Rechtsstaat 36
    2. 2. Indeling grondrechten 36
    3. 3. Bronnen 37
    4. 4. Werking 37
    5. 5. Het woord ‘wet’ 38
    6. 6. Politieke rechten 38
    7. 7. Grondrechten 38
    8. 8. Strafzaken 41
    9. 9. Terugwerkende kracht van een wet 42
    10. 10. Artikel 6 EVRM – toepassingsgebied 42
    11. 11. Gelijkheidscontentieux 43
  6. 06 Staatsrecht: Hoorcollege 6 44
    1. 1. Hoven en rechtbanken 44
    2. 2. Strafzaken 44
    3. 3. Hof van Cassatie 45
    4. 4. Met eigenlijke rechtspraak belaste organen 45
    5. 5. Subjectief contentieux - objectief contentieux 45
    6. 6. Administratieve rechtscolleges 45
    7. 7. Statuut van de rechter 45
    8. 8. Onafhankelijkheid 46
    9. 9. Beperkte tussenkomsten Koning 46
    10. 10. Openbaar Ministerie 46
    11. 11. Bevoegdheden 46
    12. 12. Conflicten van attributie 46
    13. 13. Procedure 47
    14. 14. Overheidsaansprakelijkheid 47
  7. 07 Theorie onderwijsgroepen 47
    1. 1. De wet in formele zin en de wet in materiële zin 47
    2. 2. Bij de wet en krachtens de wet 48
    3. 3. Gewone rechters kunnen niet aan de grondwet toetsen 48
    4. 4. Interpretatieve wet en authentieke interpretatie van een decreet 48
    5. 5. Bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof 49
    6. 6. Soorten normen in de normenhiërarchie 49
    7. 7. Grondwettelijke gewoonte (lopende zaken) 49
    8. 8. Algemene rechtsbeginselen (rechtszekerheid en niet-retroactiviteit) Retroactiviteit: wanneer de wet van toepassing wordt gemaakt op toestanden, handelingen of feiten van voor haar definitieve bekendmaking 50
    9. 9. Provincies en gemeenten 50
    10. 10. Aard van de grondwet 51
    11. 11. Grondwetsherziening 52
    12. 12. Coördinatie van de grondwet 52
    13. 13. Bijzondere meerderheidswetten 52
    14. 14. Grondwettelijk Hof 52
    15. 15. Wetsbegrip 53
    16. 16. Artikel 23 van de GW 53
    17. 17. Verbod van delegatie 53
    18. 18. Wetgevende delegaties 54
    19. ●​Grondwettelijk Hof is niet bevoegd om bevoegdheidsverdeling tussen wetgevende en uitvoerende macht te controleren, enkel bevoegdheidsconflicten binnen de wetgevende macht = tussen wetten, decreten en ordonnanties 54
    20. 19. Het wettigheids- of legaliteitsbeginsel 54
    21. 20. Rechterlijke controle op naleving van het wettigheidsbeginsel 55
    22. 21. Strafrechtelijk wettigheidsbeginsel 55
    23. 22. Voorrang van internationale verdragen op wetgevende normen 56
    24. 23. Grondrechten 58
  8. 08 Schema: Buitenlandse betrekkingen (p. 319-329) 59

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789046539002 Druk: 1

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
24 januari 2025
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€12,76

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MaraCoenen
4,5
(2)
Verkocht
31
Volgers
1
Items
55
Laatst verkocht
1 maand geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen