• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 65 pagina's
Samenvatting

samenvatting inleiding in de sociologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 65 pagina's

Dit is een volledige samenvatting van inleiding in de sociologie, deze is gebaseerd op mijn notities van in de les, de pokerpoints en de cursus.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING IN DE SOCIOLOGIE



HOOFDSTUK 1: OP ONTDEKKINGSTOCHT
DOOR EEN BEKEND GEBIED



1. DE EIGEN AARD VAN DE SAMENLEVING
sociologie = ‘samenlevingskunde’ of ‘studie van de maatschappij’

De samenleving is een groot geheel -> gaat van micro tot macro (Grieks)

Micro : klein
Meso : midden
Macro : groot

Samenlevingskunde = een mogelijkheid om je te doen navigeren van
verschillende punten naar andere punten zonder dat je de weg kwijtraakt (komt
dichter bij de vraag ‘hoe moet ik de weg zoeken in de samenleving?’)

Kennen = iets begrijpen hoe het werkt
Kunnen = navigeren, iets kunnen in de samenleving

VAN SIEYÈS TOT COMTE EN VAN NORMATIEF TOT EMPIRISCH


Sieyès

 Werk : Qu’est-ce que le tiers état ? (Wat is de derde stand?)
 Verschillende ideeën over wat de samenleving(kunde) is :
 Iets wat normatief is, iets wat je moet kunnen nastreven, iets wat doelgericht
is
 Het idee is dat sociologie verandering teweeg moet brengen  de studie van
de verandering van de samenleving

Comte

 Word gezien als de uitvinder van de sociologie
 Bijna een halve eeuw later als Sieyès

Het idee van Comte is om meer empirisch te zijn
 Empirische wetenschap van de samenleving

Comte zijn concept van samenlevingskunde
= heel beschrijvend / empirisch , op een positivistische manier

Terwijl Sieyès : meer betrokken tot het normatief begrip van sociologie

 Hij zag vooral statica


1

, INLEIDING IN DE SOCIOLOGIE


Tussen de twee wereldoorlogen : werd het gezien als normatief
Van eind 19de eeuw tot begin 20ste eeuw zag men sociologie als empirisch

Evolutie op korte termijn van normatief concept (wat de samenleving zou
moeten zijn) naar een meer beschrijvend concept

Comte heeft ‘gewonnen’ => hij is een positivist

Tussen Sieyès en Comte dateren zich enkele decennia

Sociologie is een wetenschappelijke studie

Socios = verbonden met anderen
Logos = een bepaald systeem, een studie, een bepaalde manier van kijken

 Sociologie : de studie van de samenleving, van al de verschillende aspecten
(groot en klein) die de samenleving uitmaken

Causaliteit = dat er een duidelijk gevolg is van een duidelijke oorzaak

Causa = latijn voor oorzaak

SOCIOLOGIE : DE STUDIE VAN


 Sociale verbanden (gezinnen, verenigingen, bedrijven, steden, staten, ...)

 Kenmerken van die samenlevingsverbanden

 Wetmatigheden doorgronden die ons samenleven sturen

1.1. EEN BEELD VAN EEN TITEL

Samenleving = een speelveld met spelregels en spelers

 Samen spelen ze het samenlevingsspel
 Niet iedereen heeft evenveel inspraak
 Er zijn spelregels die je moet volgen

Speelveld : een manier om te spreken over zaken

 Maar er zijn ook altijd regels (spelregels)
- vb. speelveld (waar je de sport kan beoefenen) met spelregels
(hoe je de sport moet beoefenen Verschillende types regels
wat het mogelijk maakt om een spel te spelen




SPECIFIEKE POSITIES

2

, INLEIDING IN DE SOCIOLOGIE


 Een kernbegrip binnen de sociologie
(bv voorspeler, middenspeler, achterspeler,...) (de plaats in het veld)
 Elke speler heeft andere kwaliteiten (aanvallend, defensief,...)
 Posities in de samenleving werken eigenlijk op dezelfde manier

SPECIFIEKE ROLLEN

Bij die posities horen ook rollen
een rol = de manier hoe je de positie invult

 een positie (bv voorspeler) + een rol (bv agressief)

HOGE OF LAGE STATUS

 Mensen die over geld en kennis beschikken zijn hoger geplaatst in de
samenleving
 (geldt minder in de sport)
 Wie weinig kennis en geld heeft eindigt aan de lagere kant van de
samenleving
 Wilt niet zeggen dat dit minderwaardige mensen zijn
 Maar minder inspraak, minder financiële mogelijkheden, ...

Ondanks hun lagere waardering zijn de laatstgenoemde beroepen niet minder
belangrijk voor de goede werking van de samenleving

Status = de plaats die iemand inneemt in de hiërarchie

INFORMATIE EN COMMUNICATIE

Informatie is de grondstof en communicatie is het proces

Grondstof (uit boek, ervaringen, uit gsm,...)  brengt je binnen in het proces van
communicatie

In en op een speelveld en zelfs naast een speelveld (naast veld staan ook ‘spelers’ -
> publiek, EHBO, trainer,...) -> overal bestaat een ‘naastveld’

In elk van die omstandigheden heb je een taakverdeling (= nodig)

TAAKVERDELING EN HIËRARCHIE

Taakverdeling : taken worden verdeeld onder de verschillende posities, er komt
ook een vorm van hiërarchie aan te pas

 Formele en informele leiders
Formeel : die via oficiële kanalen op die posities terecht komen




3

, INLEIDING IN DE SOCIOLOGIE


 Conflicten tussen formeel en informeel maken deel uit van het dagelijks leven
en elke organisatie

Speler moeten zich ook nuttig maken en het doel is winnen, maar er zijn ook
andere motieven zoals bv. Een winstpremie, het komt erop neer dat ieder zijn of
haar eigen status wilt verbeteren.

RUIMTE ROND HET SPEELVELD IN CONCENTRISCHE CIRKELS

Concentrische cirkels : de verschillende ruimtes die aanduiden wie heel dicht en
heel ver van het centrum ligt ( commentator => supporter=> wielrenner)

 hetzelfde in de samenleving

Van hedendaagse wetenschappers wordt er verwacht dat ze zich bewust uitspreken
over hun positionaliteit, of het geheel van positie gebonden rollen, voorkeuren,
ervaringen en eigenschappen die een mogelijke invloed kunnen hebben op de
neutraliteit van hun onderzoe

 Je hebt pas vrijheid als er spelregels zijn. Spelregels zorgen voor zekerheid en
voorspelbaarheid

1.2. HET DAGELIJKS LEVEN DOOR DE SOCIOLOGISCHE LENS
DE SOCIOLOGISCHE LENS


Die lens is een professioneel instrument dat het mogelijk maakt om een beeld te
vormen van de structuur van de zichtbare sociale werkelijkheid

 De sociologische lens verleent betekenis aan de samenleving

Alleen nuttig als ze wordt gehanteerd door iemand die de waarnemingen ook kan
interpreteren, door iemand die de sociologische verbeelding bezit  sociological
imagination

CHARLES WRIGHT MILLS

 Dat iemands individuele ervaringen in verband staan met maatschappelijke
krachten en de ruimere historische context
 Hij doelt op het vermogen om te begrijpen dat iemands individuele ervaringen
in verband staan met maatschappelijke krachten en de ruimere historische
context.

Als je de sociologische bril op zet zie je andere dingen dan als je hem opzet of een
andere bril . je bril past zich aan, aan je sociologische beeld

Drie componenten van de sociologische verbeelding :



4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. DE EIGEN AARD VAN DE SAMENLEVING 1
    1. 1.1. EEN BEELD VAN EEN TITEL 2
    2. 1.2. HET DAGELIJKS LEVEN DOOR DE SOCIOLOGISCHE LENS 4
    3. 1.3. EEN STAP VERDER 9
    4. ARBEID (JAHODA) 10
    5. 1.4. EEN EERSTE DEFINITIE VAN SOCIOLOGIE 11
  2. 02 INLEIDING 13
  3. 03 2.1. INDIVIDU EN SAMENLEVING : EEN STRIJD VAN GOED TEGEN KWAAD? 14
    1. ACTOR-FACTORDILEMMA 15
    2. NATURE-NURTURE DEBAT 16
  4. 04 2.2. DE SAMENLEVING : EEN VAT VOL MOGELIJKHEDEN EN BEPERKINGEN 17
  5. 05 2.3. SOLIDARITEIT (SAMENHANG) VERSUS STRIJD 19
    1. 2.3.1. SOLIDARITEIT EN COHESIE 19
    2. 2.3.2. STRIJD EN CONFLICT 22
    3. FUNCTIONALISTEN VERSUS CONFLICTSOCIOLOGEN 23
    4. INDIVIDUELE CONFLICTEN EN ORGANISATIONELE CONFLICTEN 23
    5. BELANGENCONFLICTEN EN WAARDECONFLICTEN 23
    6. MANIFESTE CONFLICTEN EN LATENTE CONFLICTEN 24
    7. VORMEN VAN CONFLICTHANTERING EN POSITIONELE GEBONDENHEID 24
    8. ‘CONFLICTPARADOX’ : FUNCTIONEEL MAAR TE VERMIJDEN 24
  6. 06 2.4. ONGELIJKHEID VERUS GELIJKHEID 25
    1. POSITIEVE EN NEGATIEVE EFFECTEN VAN ONGELIJKHEID 25
    2. DRIE PERSPECTIEVEN OP GELIJKHEID 25
    3. OPTIMISTISCHE EN PESSIMISTISCHE VISIES OP (ON)GELIJKHEID 25
  7. 07 3.1. DE SOCIOLOGIE, EEN WETENSCHAP ALS (G)EEN ANDER? 26
  8. 08 3.2. SOCIALE FEITEN ZIJN DINGEN 28
  9. 09 3.3. SOCIOLOGIE IS NIET NORMATIEF 28
  10. 10 3.4. SOCIOLOGIE ONTDEKT EN VERRUIMT 29
  11. 11 3.5. EÉN VAN DE HUIZEN OP HET PLEIN 29
  12. 12 SOCIAAL HANDELEN (1) 30
  13. 13 4.1. SOCIAAL HANDELEN (2) 31
    1. VERSCHILLENDE SOORTEN SOCIAAL HANDELEN VOLGENS WEBER 31
  14. 14 4. 2. INTERACTIE EN COMMUNICATIE (1) 32
    1. 4.2.1. Interactie 33
  15. 15 4.2. INTERACTIE EN COMMUNICATIE (2) 33
    1. MECHANISMEN DIE DE INTERACTIE ORDENEN 34
    2. INTERACTIES GEKLASSEERD ADHV EEN AANTAL KENMERKEN 35
  16. 16 4.2. INTERATIE EN COMMUNICATIE (3) 36
    1. 4.2.2. COMMUNICATIE: VERBAAL EN NIET-VERBAAL 36
    2. IV.2.3. De impact van sociale media op communicatie 36
  17. 17 4.3. SOCIALE RELATIES EN POSITIES, SOCIALE ROL EN STATUS (1) 37
    1. 4.3.1. SOCIALE RELATIES 37
    2. 4.3.2. SOCIALE POSITIES 39
    3. 4.3.3. DE SOCIALE STATUS 39
    4. 4.3.4. De status(in)congruentiethese 40
  18. 18 4.4. DE SOCIALE ROL (1) 40
  19. 19 4.4. DE SOCIALE ROL (2) 41
  20. 20 4.5. ROLATTRIBUTEN EN STATUSSYMBOLEN 41
  21. 21 5.1. SOCIALE NETWERKEN 43
    1. 5.1.1.NETWERKEN ZIJN KANALEN WAARLANGS SOCIALE GOEDEREN (KUNNEN) STROMEN 43
    2. 5.1.2. KENMERKEN VAN NETWERKEN 45
  22. 22 5.2. GROEPEN 47
    1. 5.2.1. EEN TYPOLOGIE ALS UITGANGSPUNT 48
    2. 5.2.2. SOCIALE CATEGORIE 48
    3. 5.2.3. HET SAMENZIJN 49
    4. 5.3.4. PRIMAIRE GROEPEN 50
    5. 5.2.5. DE COLLECTIVITEIT 51
  23. 23 5.3. REFERENTIEGROEPEN 51
    1. 5.3.1.VERGELIJKENDE REFERENTIEGROEPEN 51
    2. 5.3.2. NORMATIEVE REFERENTIEGROEPEN 52
  24. 24 5.4.GROEPEN TUSSEN CONFLICT EN SOLIDARITEIT 53
    1. SOORTEN CONFLICTEN 54
  25. 25 6.1. DOOR DE OGEN VAN ANDEREN 55
  26. 26 6.2. WAARVOOR STAAT CULTUUR? 57
  27. 27 6.3.CULTUUR MET EEN GROTE EN MET EEN KLEINE C 58
  28. 28 6.4.CULTUUR: EEN PATROON VAN WAARDEN, NORMEN, DOELEINDEN EN VERWACHTINGEN 58
    1. 6.4.1. WAARDEN 59
    2. 6.4.2. NORMEN 61
    3. 6.4.3. DOELEINDEN 62
    4. 6.4.4. VERWACHTINGEN 62
  29. 29 6.5. DE ENE CULTUUR IS DE ANDERE NIET 63
    1. 6.5.1. DE VERSCHILLEN TUSSEN HOGE EN LAGE CULTUUR 63
    2. 6.5.2. DOMINANTE EN GEDOMINEERDE CULTUREN, TEGENCULTUREN EN SUBCULTUREN 64
    3. 6.5.3. VERSCHILLEN IN DE TIJD 64
    4. 6.5.4. VERSCHILLEN IN DE SOCIALE RUIMTE 65

Gekoppeld boek
 image
Jan Vrancken, Geert Van Hootegem Het sociologische speelveld, de essentie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789464144048 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
12 januari 2025
Aantal pagina's
65
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen