Inhoudsopgave
Deel 1: Wat is recht?......................................................................................2
Hoofdstuk 1: het recht als een geheel van gedragsregels...............................................2
deel 2: basisbegrippen...................................................................................3
Hoodstuk 1: rechtssubjecten........................................................................................... 3
Hoofdstuk 2: bekwaamheid............................................................................................. 9
Hoofdstuk 3: rechtshandelingen....................................................................................17
Hoofdstuk 4: aansprakelijkheid.....................................................................................38
hoofdstuk 5: rechtsmisbruik..........................................................................................72
Hoofdstuk 6: subjectieve rechten..................................................................................73
Hoofdstuk 7: duurzame ontwikkeling............................................................................87
Deel 3: professionele actoren in het recht.....................................................93
Hoofdstuk 1: de magistraat........................................................................................... 93
Hoofdstuk 2: het gerechtspersoneel..............................................................................94
Hoofdstuk 3: de advocaat..............................................................................................95
Hoofdstuk 4: de gerechtsdeurwaarder..........................................................................96
Hoofdstuk 5: de notaris................................................................................................. 96
Hoofdstuk 6: de bedrijfsjurist.........................................................................................97
Hoofdstuk 7: de overheidsjurist.....................................................................................97
Hoofdstuk 8: de jurist in academia................................................................................97
Deel 4: kennismaking met het burgerlijk procesrecht.....................................98
Hoofdstuk 1: inleiding.................................................................................................... 98
Hoofdstuk 2: bronnen van burgerlijk procesrecht........................................................101
Hoofdstuk 3: organisatie en bevoegdheid van de internrechtelijke rechtscolleges.....110
Hoofdstuk 4: rechtspleging..........................................................................................122
Hoofdstuk 5: gedwongen tenuitvoerlegging................................................................130
1
, Basisbegrippen van het recht 2024-2025
Deel 1: Wat is recht?
Hoofdstuk 1: het recht als een geheel van gedragsregels
AFDELING 1: ENKELE DEFINITIES
objectief recht versus subjectief recht
objectief recht: het geheel van gedragsregels dat in een bepaalde
samenleving op een bepaald tijdstip bestaat
subjectieve rechten : door het recht bekrachtigde aanspraken die
rechtssubjecten kunnen laten gelden ten aanzien van bepaalde personen of
voorwerpen
publiekrecht versus privaatrecht
publiekrecht: de verhouding tussen de overheid en de burger of tussen
overheden onderling bv. Strafrecht, fiscaalrecht
privaatrecht: de verhouding tussen burgers onderling bv. Goederenrecht,
erfrecht, verbintenissenrecht
materieel versus formeel recht
materieel recht: de inhoud van het recht
formeel recht: de vorm van het recht, soms ook procesrecht genoemd,
ondergeschikt aan het materieel recht
rechtssubjecten versus rechtsfeiten versus rechtshandelingen
rechtssubjecten: persoon voor wie de rechtsnorm rechten en plichten
meebrengt
rechtsfeiten: een feit dat rechtsgevolgen meebrengt bv. De geboorte brengt
gigantisch veel rechtsgevolgen met zich mee, door het rood rijden
rechtshandelingen: een menselijke wilsverklaring waarbij een rechtssubject
rechtsgevolgen wenst bv. Een kind erkennen
2
,bronnen van belgisch privaatrecht (artikel 1.1 BW)
- oud BW en BW (her)codificatie is nog niet compleet
- bijzondere wetten, bv. Organieke wet op het notariaat, regelgeving inzake
architecten en ambachtslieden
- de gewoonte
- de algemene rechtsbeginselen
vervaging klassieke onderscheiden
privaat/publiek : de overheid gebruikt meer en meer private instrumenten bij de
uitwerking en handhaving van haar beleid, regels die verhoudingen tussen burgers
regelen hebben een dwingend karakter gekregen
materieel/formeel: procesrecht heeft niet alleen publieke maar ook burgerlijke
aspecten, het gerechtelijk wetboek bevat niet alleen regels om een geschil te laten
beslechten door een rechter maar ook alternatieve geschillenoplossing
deel 2: basisbegrippen
Hoodstuk 1: rechtssubjecten
AFDELING 1: BEGRIPPEN
juridische persoonlijkheid: het geheel van rechten en plichten van een rechtssubject
juridische persoonlijkheid voor natuurlijke personen, rechtspersoonlijkheid
voor rechtspersonen
2 facetten: staat en bekwaamheid
Staat van de persoon = het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die
zijn rechtspositie in de maatschappij en de familie bepalen en hem onderscheiden
van andere personen (artikel 6, §2 oud BW)
3 elementen:
- Staat in de maatschappij: belgische nationaliteit
- Staat in de familie : status op het vlak van afstamming en huwelijk
- Staat als enkeling:
- Fyisieke elementen: bv. Leeftijd, als je 18 jaar wordt ga je van
handelingsonbekwaam naar volledig handelingsbekwaam
3
, - Psychische elementen: bv. Iemand begint zwaar te dementeren -> kan
rechterlijk onbekwaam verklaard worden
- Civielrechtelijke elementen tot identificering van de persoon: bv. Naam en
woonplaats
De verkrijging van elementen van de staat van de persoon is afhankelijk van:
- Rechtsfeiten
- Materiële rechtshandelingen
- Rechterlijke uitspraken
- Een wet
Burgerlijke staat =/= burgerlijke stand
Burgerlijke stand= de administratie die wijzigingen in de staat van de persoon
administreert (artikel 6, §1 oud BW)
de onderscheiden elementen van de staat van de persoon zijn vatbaar voor bezit
Bezit van staat: impliceert een behandeling van de persoon en feitelijke gedragingen
van een andere betrokkene , die wijzen in de richting van de uitoefening van rechten
en de naleving van plichten, inherent verbonden aan de status familiae
= een schijntoestand die juridisch wordt erkend bv. De toestad op vlak van huwelijk -
> ongeacht de vraag of tussen de persoon en de betrokkene een geldig huwelijk
bestaat
Functies in het afstammingsrecht :
- Bewijsmiddel (artikel 324 oud BW)
- grond van niet-ontvaneklijkheid (artikelen 318, §1 en 330, §1 oud BW):
verhinderen dat een op biologische werkelijkheid gefundeerd
afstammingsband die ermee confligeert, wordt vastgesteld
enkelvoudig en tweezijdig karakter
enkelvoudig: een kind kan maar bezit van staat hebben ten aanzien van 1 man
tegelijk
tweezijdig: kan ten aanzien van 1 man en 1 vrouw, 1 moeder en 1
meemoeder
bekwaamheid: 3 begrippen
feitelijke bekwaamheid: de feitelijke mogelijkheid die een persoon bezit om een
bepaalde daad te stellen
rechts- of genotsbekwaamheid: de bevoegdheid om titularis te zijn van rechten en
plichten
4