Algemene biologie en
weefselleer
4. Bindweefsel
Hoofdfunctie: voorzien en onderhouden van vorm en stevigheid in het
lichaam
Mechanische rol: verbinden van cellen en organen + lichaam
ondersteunen
3 structurele componenten: cellen (weinig), vezels, grondsubstantie
Vooral extracellulaire matrix:
- Proteïne vezels (collageen, reticulair en elastische vezels)
- Grondsubstantie: hydrofiel, visceus (slijmerig)
Anionische macromolecules (negatief geladen):
glycosamineglycanen en proteoglycanen
Multiadhesive glycoproteïns: binden op integrines op het
celoppervlakte
Functies:
- Uitwisselingsmedium tussen cellen en de bloedbaan
- Herstel na beschadiging
- Onderhoud en vorm van het lichaam
4.1 Cellen van het bindweefsel
Permanente cellen (aanmaak van BW) tijdelijke bewoners (passage
cellen -> tijdelijke reacties)
Fibroblasten
= actieve cel (fibrocyt = kleiner, minder actief door minder ontwikkelde
celorganellen)
Synthese van collageen, elastine, glycosamineglycanen,
multiadhesive glycoproteïnen (eiwit met suikerantenne)
Kenmerken:
- Veel cytoplasma (vertakte cel)
- Grote, ovale nucleus
- Prominente nucleolus
- Veel RER
- Goed ontwikkeld Golgi- complex
Fibrocyt in werking bij herstel van schade
, Macrofagen
Macrofaag: gaan alles verteren en kapot maken
Kenmerken:
- Onregelmatige oppervlak: met veel uitstulpingen (endocytose)
- Goed ontwikkeld GC
- Veel lysosomen => voor vertering
- Prominent RER
Macrofagen komen van monocyten in het bloed
- Monocyten verlaten de capillairen en penetreren het BW waar ze
verdere maturatie ondergaan
- Langlevende cellen = Kupffer cellen, microglia cellen, Langerhans
cellen, osteoclasten
Monocyt => naar macrofaag (activeren andere cellen van het
immuunsysteem) => toename van GC, lysosomen, microtubulen,
microfilamenten
Te herkennen door onregelmatige oppervlakte
Mestcellen
Eigenschappen:
- Bevoorradingscellen
- Gepakt met secreet granula
Granula bevatten: mediatoren (bv. Histamine), proteasen,
eosinofiele en neutrofiele chemotactische factoren (reageren op
antilichamen -> zorgen voor immuunrespons)
- Centrale, ronde nucleus
- Functie: stockeren van chemische mediatoren van de
ontstekingsreactie
Paracriene secretie: overreactie van histamine bij ontsteking om
secreten aan te trekken
- Stellen leukotriënen vrij (uit membraan fosfolipiden)
- Paracriene secretie (beïnvloeden hun onmiddellijke omgeving)
weefselleer
4. Bindweefsel
Hoofdfunctie: voorzien en onderhouden van vorm en stevigheid in het
lichaam
Mechanische rol: verbinden van cellen en organen + lichaam
ondersteunen
3 structurele componenten: cellen (weinig), vezels, grondsubstantie
Vooral extracellulaire matrix:
- Proteïne vezels (collageen, reticulair en elastische vezels)
- Grondsubstantie: hydrofiel, visceus (slijmerig)
Anionische macromolecules (negatief geladen):
glycosamineglycanen en proteoglycanen
Multiadhesive glycoproteïns: binden op integrines op het
celoppervlakte
Functies:
- Uitwisselingsmedium tussen cellen en de bloedbaan
- Herstel na beschadiging
- Onderhoud en vorm van het lichaam
4.1 Cellen van het bindweefsel
Permanente cellen (aanmaak van BW) tijdelijke bewoners (passage
cellen -> tijdelijke reacties)
Fibroblasten
= actieve cel (fibrocyt = kleiner, minder actief door minder ontwikkelde
celorganellen)
Synthese van collageen, elastine, glycosamineglycanen,
multiadhesive glycoproteïnen (eiwit met suikerantenne)
Kenmerken:
- Veel cytoplasma (vertakte cel)
- Grote, ovale nucleus
- Prominente nucleolus
- Veel RER
- Goed ontwikkeld Golgi- complex
Fibrocyt in werking bij herstel van schade
, Macrofagen
Macrofaag: gaan alles verteren en kapot maken
Kenmerken:
- Onregelmatige oppervlak: met veel uitstulpingen (endocytose)
- Goed ontwikkeld GC
- Veel lysosomen => voor vertering
- Prominent RER
Macrofagen komen van monocyten in het bloed
- Monocyten verlaten de capillairen en penetreren het BW waar ze
verdere maturatie ondergaan
- Langlevende cellen = Kupffer cellen, microglia cellen, Langerhans
cellen, osteoclasten
Monocyt => naar macrofaag (activeren andere cellen van het
immuunsysteem) => toename van GC, lysosomen, microtubulen,
microfilamenten
Te herkennen door onregelmatige oppervlakte
Mestcellen
Eigenschappen:
- Bevoorradingscellen
- Gepakt met secreet granula
Granula bevatten: mediatoren (bv. Histamine), proteasen,
eosinofiele en neutrofiele chemotactische factoren (reageren op
antilichamen -> zorgen voor immuunrespons)
- Centrale, ronde nucleus
- Functie: stockeren van chemische mediatoren van de
ontstekingsreactie
Paracriene secretie: overreactie van histamine bij ontsteking om
secreten aan te trekken
- Stellen leukotriënen vrij (uit membraan fosfolipiden)
- Paracriene secretie (beïnvloeden hun onmiddellijke omgeving)