ADEMHALING: PATHOLOGIE
1. INTRODUCTIE
1.1 MACROSCOPIE
ALGEMEEN:
Gladde oppervlakte bekleed met viscerale pleura
3 lobben aan de rechter kant, normaal gewicht: 400-450 g
2 lobben aan de linker kant, normaal gewicht: 300-350 g
LOBULI EN ACINI:
De lobuli (geel) en acini rood) hebben een min of meer piramidale structuur.
- Basis van lobulus tegen de pleura en apex naar de longhilus
- Pathologie: centrolobulair en/of subpleural/subseptaal
Dubbele arteriële bloedsomloop:
→ afkomstig van de a. pulmonalis en de bronchiale arteries (systemische circulatie)
1.2 MICROSCOPIE
BRONCHUS:
PERIFEER LONGPARENCHYM:
- in alveolaire septa/interstit zien we capilairen, stroma
, 1.3 BRONCHO-ALVEOLAIRE BARRIÈRE
1. Epitheliale opp, bekleed door surfactant:
- pneumocyten type I
o zeer gevoelig aan agressies
- pneumocyten type II
o Regeneratie van type I pneumocyten
2. BM ad epitheel
3. Stroma met histiocyten, enkele collageenvezels
4. BM ad endotheel
5. Cappilair endotheel
1.4 HET AFWEERSYSTEEM
Waarom?
- Erg grote epitheliale oppervlakte die in direct contact komt met de buitenlucht
- Inademen naast zuurstof van fijnstof, toxische gassen en micro-organismen
- Inoculatie van bacteriën vanuit de naso-/oro-farynx
Al deze elementen moeten verwijderd worden zonder een inadequate inflammatoire reactie uit te lokken:
MANIEREN:
- In de bovenste luchtwegen en bronchi:
o Mucociliaire clearance van de neus en de tracheo-bronchiale boom
geassocieerd met hoest
o Slijmvlies van de luchtwegen, die een fysieke barrière zijn en ook
defensie moleculen produceren
o Lymfocyten van het lymfoïd weefsel geassocieerd aan de bronchi (BALT)
o Productie van een hoge concentratie immuunglobuline A, die toxines,
virussen en bacteriën neutraliseert
- In de alveoli
o Histiocyten
o Immunoglobulines van het broncho-alveolair vocht
o Lymfocyten (10%) = BALT
o Neutrofielen (2%) en eosinofielen
2. INFECTIES
2.1 ALGEMEEN
Definitie
- Inflammatie die het hele longweefsel kan aantasten: longparenchym en bronchi
Classificatie
- Volgens de anatomie
o Lobaire pneumonie
o Bronchopneumonie
- Volgens origine:
o Primair: door inhalatie of aspiratie van oro-faryngeale gecontamineerde secreties
o Secundair: door hematogene disseminatie afkomstig van een ander orgaan
, 2.1 TYPE LONGINFECTIES
A. Bacteriële longinfectie:
• Lobaire pneumonie
• Bronchopneumonie
B. Virale longinfectie
C. Complicaties van longinfecties
2.1.A. BACTERIELE LONGINFECTIE: LOBAIRE PNEUMONIE
- Aantasting van een gehele longkwab
- Microbiologie:
o Streptokokken pneumoniae (pneumokok) = meest frequente verwekker
- 4 fasen:
1. Congestie en intra-alveolair oedeem rijk aanbacteriën: eerste 24 u
2. Rode hepatisatie
3. Grijze hepatisatie
4. Resolutie
- ! Bij uitbreiding naar de pleura toe is er een risico van sequellaire adhesies tussen de
pleurabladen of fibrose van de pleura
1. OEDEEM EN CONGESTIE:
1. initiele fase: opvulling alveolaire ruimtes door serum
2. intersitiium heeft met bloed opgevulde capilairen: congestie
2. RODE HEPATISATIE:
- long ziet eruit als lever: roder gekleurd als normaal en steviger gevoel
- vol RBC en neutrofielen
3. GRIJZE HEPATISATIE:
→ nogsteeds als lever maar veel fibrine en hisyiocyten: grijs aspect
1. INTRODUCTIE
1.1 MACROSCOPIE
ALGEMEEN:
Gladde oppervlakte bekleed met viscerale pleura
3 lobben aan de rechter kant, normaal gewicht: 400-450 g
2 lobben aan de linker kant, normaal gewicht: 300-350 g
LOBULI EN ACINI:
De lobuli (geel) en acini rood) hebben een min of meer piramidale structuur.
- Basis van lobulus tegen de pleura en apex naar de longhilus
- Pathologie: centrolobulair en/of subpleural/subseptaal
Dubbele arteriële bloedsomloop:
→ afkomstig van de a. pulmonalis en de bronchiale arteries (systemische circulatie)
1.2 MICROSCOPIE
BRONCHUS:
PERIFEER LONGPARENCHYM:
- in alveolaire septa/interstit zien we capilairen, stroma
, 1.3 BRONCHO-ALVEOLAIRE BARRIÈRE
1. Epitheliale opp, bekleed door surfactant:
- pneumocyten type I
o zeer gevoelig aan agressies
- pneumocyten type II
o Regeneratie van type I pneumocyten
2. BM ad epitheel
3. Stroma met histiocyten, enkele collageenvezels
4. BM ad endotheel
5. Cappilair endotheel
1.4 HET AFWEERSYSTEEM
Waarom?
- Erg grote epitheliale oppervlakte die in direct contact komt met de buitenlucht
- Inademen naast zuurstof van fijnstof, toxische gassen en micro-organismen
- Inoculatie van bacteriën vanuit de naso-/oro-farynx
Al deze elementen moeten verwijderd worden zonder een inadequate inflammatoire reactie uit te lokken:
MANIEREN:
- In de bovenste luchtwegen en bronchi:
o Mucociliaire clearance van de neus en de tracheo-bronchiale boom
geassocieerd met hoest
o Slijmvlies van de luchtwegen, die een fysieke barrière zijn en ook
defensie moleculen produceren
o Lymfocyten van het lymfoïd weefsel geassocieerd aan de bronchi (BALT)
o Productie van een hoge concentratie immuunglobuline A, die toxines,
virussen en bacteriën neutraliseert
- In de alveoli
o Histiocyten
o Immunoglobulines van het broncho-alveolair vocht
o Lymfocyten (10%) = BALT
o Neutrofielen (2%) en eosinofielen
2. INFECTIES
2.1 ALGEMEEN
Definitie
- Inflammatie die het hele longweefsel kan aantasten: longparenchym en bronchi
Classificatie
- Volgens de anatomie
o Lobaire pneumonie
o Bronchopneumonie
- Volgens origine:
o Primair: door inhalatie of aspiratie van oro-faryngeale gecontamineerde secreties
o Secundair: door hematogene disseminatie afkomstig van een ander orgaan
, 2.1 TYPE LONGINFECTIES
A. Bacteriële longinfectie:
• Lobaire pneumonie
• Bronchopneumonie
B. Virale longinfectie
C. Complicaties van longinfecties
2.1.A. BACTERIELE LONGINFECTIE: LOBAIRE PNEUMONIE
- Aantasting van een gehele longkwab
- Microbiologie:
o Streptokokken pneumoniae (pneumokok) = meest frequente verwekker
- 4 fasen:
1. Congestie en intra-alveolair oedeem rijk aanbacteriën: eerste 24 u
2. Rode hepatisatie
3. Grijze hepatisatie
4. Resolutie
- ! Bij uitbreiding naar de pleura toe is er een risico van sequellaire adhesies tussen de
pleurabladen of fibrose van de pleura
1. OEDEEM EN CONGESTIE:
1. initiele fase: opvulling alveolaire ruimtes door serum
2. intersitiium heeft met bloed opgevulde capilairen: congestie
2. RODE HEPATISATIE:
- long ziet eruit als lever: roder gekleurd als normaal en steviger gevoel
- vol RBC en neutrofielen
3. GRIJZE HEPATISATIE:
→ nogsteeds als lever maar veel fibrine en hisyiocyten: grijs aspect