Dupont 2024-2025
HOOFDSTUK 1: DIAGNOSTISCHE METHODEN
Geen leerstof
HOOFDSTUK 2: RESPIRATOIRE INFECTIES
1. VIRALE RESPIRATOIRE INFECTIES
EPIDEMIOLOGIE
• hoge prevalentie en incidentie
o 85,6 episodes per 100 personen per jaar
o in 44% wordt medische hulp ingeroepen, belangrijke oorzaak van werk- en schoolverlet
o 5-7/jaar bij kleuters tot 2-3/jaar bij volwassenen
o vnl in wintermaanden (tgv ‘indoor crowding’ niet door koude)
• lage mortaliteit (behalve influenza en COVID-19)
• risicofactoren
o leeftijd
o chronische pathologie
o imuundeficientie
o ondervoeding
o roken
MICROBIOLOGIE
• transmissie: aërogeen (via droplets) en via contact
• > 200 subtypes
• frekwente oorzaken van virale respiratoire infecties: influenza, RSV, rhinovirus, coronavirus…
• virusreplicatie in nasaal epitheelcellen
--> IL-8 productie
--> influx PMN (granulocyten) (OR)
--> vrijzetting ontstekingsmediatoren (BK)
--> toegenomen vasculaire permeabiliteit
• virale shedding ged 5d-2-3wkn
o virus gaat zich in epitheel repliceren & wordt vrijgezet
1.1 VERKOUDHEID
• etiologie
o 30-50% rhinoviridae, 10-15% coronaviridae, 5-15% influenza, 5% RSV, 5% parainfluenza, <5%
adenovirus, enz.
o kliniek aspecifiek
• symptomen
o rhinitis (waterige neusloop, neusverstopping, niezen)
1
, o keelpijn, heesheid (evt. hoesten), evt conjunctivitis
o koudegevoel, beperkte temperatuurstijging (meestal zonder koorts)
o algemene malaise, hoofdpijn, (oorpijn)
• diagnose
o kliniek: (sino)nasale congestie, normale longauscultatie
o (cultuur neusaspiraat niet nodig)
o virale wisser (PCR) (meestal niet nodig)
• verloop
o start klachten binnen 1⁄2 tot 3 d na besmetting
o zelflimiterend (mediane duur symptomen 7-10 dagen) (langer bij rokers)
o complicaties: hoesthypersensitiviteit, bacteriële infectie (<5%: sinusitis, otitis media),
exacerbatie astma/COPD, bronchiolitis, pneumonie, meningitis, ...
• behandeling supportief
o zakdoeken
o evt. intranasaal ipratropium of (nasale) decongestiva (bv. pseudoephedrine)
o evt. paracetamol (NSAI)
o (weinig effect van antihistaminica)
o evt. nasale irrigatie (NaCl 0,9%)
o (evt. vitamine C (200mg qd))
o geen antivirale therapie, geen antibiotica, geen hoestsiroop, geen intranasale
corticosteroïden
1.2 FARYNGITIS
= keelinfectie
• tgv. rhinovirus, adenovirus, SARS-CoV-2, influenza, (EBV,CMV,HSVofHIV)
(differentiatie met bacteriële faryngitis (groep A Streptococcus) (5-15%))
• symptomen:
o keelpijn
o heesheid
o odynofagie
o coryza
o halitosis
o (cervicalelymfadenopathie)
o → (hoest, stridor enkel bij laryngitis)
o (koorts)
o (faryngeaal/tonsillair oedeem)
o (viraal exantheem)
o *complicatie cellulitis → abces → necrotizerende fasciitis
o *complicatie acuut gewrichtsreuma (post-streptokokken-reactieve-artritis tgv
antistreptolysine)
2
,• Behandeling: supportief
• analgetica(paracetamol,NSAI)
• vermijdoralecorticosteroïden
• lokalebehandeling(warme/koudedranken,menthol,lokaleanesthetica
evt. acyclovir (HSV)
evt. antibiotica (GAS): amoxicilline 500mg bid of clindamycine 300mg tid ged 10 dagen
1.3 TRACHEOBRONCHITIS
• Etiologie en epidemiologie
o 90% VIRAAL: tgv. rhinovirus, influenza, SARS-CoV-2, (coronavirus, parainfluenzavirus, RSV, HMPV)
o 6% bacteriële bronchitis (Mycoplasma pneumoniae, Chlamydia pneumoniae, Bordetella spp.)
o 22 - 100/1000 per jaar in de huisartsenpraktijk
• Pathofysiologie
- mucosale ontsteking van trachea en bronchi tgv infectie
- meestal met infectie van bovenste LW --> (micro)aspiratie
- bij personen zonder onderliggend longlijden (differentiatie met acute COPD exacerbatie)
- RF: roken, leeftijd > 75 jaar
•. Symptomen (ziektebeeld)
- niet uitgesproken ernstig ziek
- paroxysmale (al of niet productieve) hoest (ged 10-20 dgn)
- soms ademhalings- en hoestgebonden substernaal pijngevoel, milde dyspnee, soms wheezing
- algemene malaise & matige koorts
- initieel rhinitisklachten en keellast
- meestal gedurende de wintermaanden
• diagnose
- typische auscultatie met diffuse brommende rhonchi (+ soms crepitaties)
- meestal is aanvullende diagnostiek overbodig
- (evt. microbiologie) (evt. serum procalcitonine)
- RX-thorax alleen ter exclusie van pneumonie bij hoge koorts, ernstig ziektebeeld
- bij persisterende klachten (hoesten >14 d.): onderliggend longlijden uitsluiten (COPD, astma,
bronchiëctasieën, ..)
• verloop
- zelflimiterend en symptomen verdwijnen meestal binnen 1-3 weken
- complicaties: bacteriële infectie, pneumonie, exacerbatie astma/COPD
• aanpak
- educatie over natuurlijk verloop en alarmsymptomen
- supportieve (symptomatische) behandeling
• paracetamol, NSAI of aspirine
• evt. nasale decongestiva
• warme thee met honing
• (OTC hoestremmers)
- (oseltamivir 75mg bid ged 5d, enkel nuttig indien <48u na eerste symptomen gestart)
- geen AB nodig, beïnvloeden het ziekteverloop niet
3
, 1.4 VIRALE BRONCHIOLITIS
= ontsteking kleinere luchtwegen (4e-5e generatie aftakking)
• meestal tgv RSV,HMPV (evt.parainfluenzavirus,adenovirus)
• vooral op jonge leeftijd (2-6mnd,80%<1jaar) (meestal oktober-mei)
• virusreplicatie
--> necrosebronchiaalepitheel&inflammatie
--> obstructie distale bronchi(oli) --> air trapping & V/Q mismatch
• symptomen
- incubatie 4-5 dgn, prodromale rhinitisklachten
- paroxysmale hoest en wheezing, koorts ged 3-4 dgn
- tachypnee, rhonchi & crepitaties
- hypoxemie, hyponatriëmie
• diagnose dmv PCR
• behandeling
- O2, parenterale rehydratatie, systemische steroïden, bronchodilatatoren
- ribavirine, pavilizumab
- RSV vaccinatie
2. PNEUMONIE
DEFINITIE EN EPIDEMIOLOGIE
• definitie
- infectie --> inflammatie longparenchym --> verstoorde gasuitwisseling
- onderscheid tussen:
• thuisopgelopen “community-acquired” pneumonie (CAP)
• nosocomialepneumonie
• >48-72uurnaopnameinziekenhuisopgelopen “hospital-acquired” pneumonie (HAP)
• “ventilatorassociated”pneumonie (VAP) bij pt die (om andere reden) geventileerd wordt
• epidemiologie
- incidentie 5-23/1000 per jaar, stijgt met de leeftijd (20/1000 bij > 65 j en 34/1000 bij >75 j)
- 15-44% hospitalisatie, daarvan 2-10% opname op ICU nodig (2de meest frequente reden van
hospitalisatie)
- frequenter gedurende de wintermaanden
- frequenter bij comorbiditeit (COPD, hartfalen, nierfalen, ..) of slikstoornissen (aspiratiepneumonie)
- belangrijke oorzaak van mortaliteit, vooral bij ouderen
PATHOFYSIOLOGIE
• pathogeen in bovenste LW via droplet/inhalatie
• microaspiration --> infectie in alveolus
• alveolaire dysbiose (∆ microbioom)
• immuunreactie
- cytokinen uit alveolaire macrofagen
- influx van vnl. neutrofielen in alveolen
- weefselschade
- spill van cytokinen in circulatie
• extravasatie vocht & leukocyten: alveolair exsudaat --> longconsolidatie
• V/Q mismatch & intrapulmonale shunting --> hypoxemie
4