• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 119 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Recht en onderneming

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 119 pagina's

Volledige samenvatting van het vak Recht en Onderneming 1ste bachelor FBE. gegeven door Hendrik Vanhees.

Voorbeeld van de inhoud

REO :D1: Inleiding
Wat verstaat u onder recht ?
Recht = een geheel van bindende regels tot ordening vd samenleving

1. WANNEER SPREEKT MEN VAN RECHT
I. Wanneer we regels hebben die onze samenleving ordenen
II. Wanneer we die regels afdwingen (niet afdwingen = geen regels)
III. Wanneer er regels zijn om die bestaande regels te kunnen wijzigen en
afschaffen waarom : het recht evolueert
Vb: seksueel strafrecht is verstrengd omdat de maatschappij daar nood aan had

2. RECHTSREGELS
= regels die afdwingbaar zijn met maatschappelijk geweld
= de geïnstitutionaliseerde ordening vh menselijk handelen
afgedwongen met politionele macht
garandeert de effectieve naleving

- Ordenen
- Afdwingen
- Wijzigen of afschaffen


3. SANCTIES
- burgerlijke gevolgen (schadevergoeding)
- kleine strafsancties (geldboete)


4. UITBREIDING
Objectief recht = het geheel van rechtsregels
Subjectief recht = de concretisering of individualisering vh objectief recht
Subjectief recht = de concrete bevoegdheid / macht om iets te eisen / vragen /
vorderen

Procedure recht = de omzetting naar de praktijk

, Indeling van het nationaal recht ?
1. NATIONAAL  INTERNATIONAAL RECHT
1.1 Nationaal recht
heeft een nationale bron
komt uit de werking van Belgische wetgevers (Vlaams/federaal/… parlement)

1.2 Internationaal recht
 komt uit internationale bronnen (bv: EVRM)
OOK Europees recht (bv: raad van ministers,…)


2. HET ONDERSCHEID PRIVAAT- PUBLIEK RECHT
2.1 Belang van het onderscheid:
Privaat recht
: regelt verhoudingen tussen burgers onderling
= regeling voor relaties tussen burgers
(vb: verkopen van uw fiets aan buur)

Publiek recht
= heeft te maken met regels die onze relatie bepalen tov de overheid EN de relatie
tussen de overheden onderling
(vb: recht om te kiezen of verkozen te worden)
(vb: Vlaams  Belgisch)




2

,2.2 Onderverdelingen privaatrecht :
- Burgerlijk recht
= het geheel van regels die de relatie regelen tussen burgers onderling
(overeenkomsten zoals trouwen testament, ..)

bron = BW1 + afzonderlijke wetten

evolutie BW: oorspronkelijk is van de tijd van Napoleon  verouderd
MAAR bewijsregels zijn al veranderd

het oud BW = nog niet herziene bepalingen (vb: 1382)
het nieuw BW word het geregeld met boeken (5.20)(5de boek 20ste artiekel)

(in burgerlijk recht beslist de burger zelf of er een vervolg komt aan een
voorval)


- Ondernemingsrecht
= recht voor ondernemingen
Soepeler recht voor overeenkomsten tussen ondernemingen EN tussen
ondernemingen en hun klanten

Bron = WER2 + afzonderlijke wetten
verschillende boeken adhv romeinse cijfers (XX.2)
(bv: 20: faillissementen, 6: marktpraktijken)


- Privaatrechtelijk procesrecht
= geheel van regels om af te dwingen/ te sanctioneren
 je hebt geen recht als je het niet kan afdwingen

1. gerechtelijke organisatie
(bv: voor wat moet u naar welke rechtbank gaan, hoeveel zijn er,…)

2. procedures
(vb: op eenzijdig verzoekschrift  Conner R  rechter neemt zonder tegenpartij
beslissing)


Bron = Ger. W.3 + afzonderlijke wetten




1
BW = burgerlijk wetboek
2
WER = wetboek van economisch recht
3
Ger. W. = gerechtelijk wetboek
3

, 2.3 Onderverdeling publiek recht
- Grondwettelijk recht
= meest fundamentele inrichting vd staat
(Europees recht staat er nog boven)

Bron = de grondwet

staatstructuur
(bv welke bevoegdheid voor waar)
rechten en vrijheden
(bv recht op verenigingen, persvrijheid )
belangrijke beginselen (principes) dingen die wij fundamenteel achten
(vb: beginsel van scheiding van machten (wetg, uitv, ger) moeten
onafhankelijk zijn)
Geen scheiding der machten = dictatuur

Rechtelijke macht = rechters, mensen die recht spreken


- Bestuursrecht
= geheel van rechtsregels omtrent de organisatie, de bevoegdheden en de
werking van de uitvoerende macht (= regeringen)
(bv: ambtenaren apparaat, werking van ministeries, gemeente en provincies, de
onteigening)

Bron = geheel van regels (geen boek)


- fiscaal recht
= regelt de relatie tussen u en de overheid en tussen ondernemingen en de
overheid
= regelt de staatsinkomsten
(bv: inkomstenbelastin, BTW, accijnzen, …)

Bron = Verschillende wetboeken + afzonderlijke wetten


- Strafrecht
= aparte rechtstak
= geheel van normen die tot het behoud van de openbare orde en de
veiligheid worden uitgevaardigd en bepaalt de misdrijven en de straffen
 bevat de regels en wetten die bepalen welke gedragingen als strafbaar
worden beschouwd verbonden met een strafrechtelijke sanctie
(Bv: diefstal, slagen en verwondingen  daar staan specifieke straffen op)

Bron = strafwetboek + afzonderlijke wetten




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. wanneer spreekt men van recht 1
  2. 02 2. rechtsregels 1
  3. 03 3. Sancties 1
  4. 04 4. uitbreiding 1
  5. 05 1. Nationaal  internationaal recht 2
    1. 1.1 Nationaal recht 2
    2. 1.2 Internationaal recht 2
  6. 06 2. het onderscheid privaat- publiek recht 2
    1. 2.1 Belang van het onderscheid: 2
    2. 2.2 Onderverdelingen privaatrecht : 3
    3. 2.3 Onderverdeling publiek recht 4
  7. 07 3. Relevantie van het onderscheid (privaat + publiek) 5
    1. 3.1 regels van suppletief / aanvullend recht 5
    2. 3.2 regels van dwingend recht 5
    3. 3.3 Regels van openbare orde 5
  8. 08 4. relativiteit 6
    1. 4.1 Het sociaal recht 6
    2. 4.2 Het economisch recht 6
  9. 09 5. overlappingen in concrete praktische problemen 6
    1. 5.1 juridische problemen 6
    2. 5.2 het europees recht 6
    3. 5.3 ov maakt niet alleen meer gebruik van het publiek recht ook op privaat recht 6
  10. 10 1. internationaal privaatrecht 7
  11. 11 2. volkerenrecht of internationaal publiek recht 7
    1. 2.1 Proces voor invoer regelgeving 7
  12. 12 3. Europees recht 7
    1. 3.1 2 beginselen 7
  13. 13 1. De rechtstaat 9
    1. 1.1 Functie 9
    2. 1.2 EVRM 9
  14. 14 2. Wetstaat 9
  15. 15 3. de 3 staatsmachten 10
    1. 3.1 principe van onafhankelijkheid van de machten 10
  16. 16 4. Democratisch beginsel 10
  17. 17 1. van EEG naar Europese Unie 11
    1. 1.1 EGKS verdrag (1952) 11
    2. 1.2 1957: EEG 11
    3. 1.3 EG 11
    4. 1.4 EU 11
    5. 1.5 voor de deur : 11
  18. 18 2. de politieke instellingen vd eu 12
    1. 2.1 Europees parlement 12
    2. 2.2 raad van de Europese unie 12
    3. 2.3 Europees raad 12
    4. 2.4 Europese commissie 13
    5. 2.5 de hoge vertegenwoordiger 13
    6. 2.6 Hof van justitie 13
  19. 19 3. europese normen 15
    1. 3.1 primair Europees recht 15
    2. 3.2 secundair Europees recht 15
  20. 20 4. DE DIRECTE WERKING 16
    1. 4.1 Verdrag werking Europese unie (VWEU) 16
    2. 4.2 Verordeningen (Vo) 16
    3. 4.3 Richtlijnen (Rl) 17
    4. 4.4 Besluiten 17
  21. 21 1. VN 18
    1. 1.1 historisch 18
    2. 1.2 Doelen 18
    3. 1.3 Organen: 18
  22. 22 2. Raad van Europa 19
    1. 2.1 Doelstelling 19
    2. 2.2 Verdragen 19
    3. 2.3 Europees Hof voor de rechten vd mens 19
  23. 23 1. Het federaal parlement 20
    1. 1.1 samenstelling 20
    2. 1.2 Bevoegdheden: 20
    3. 1.3 Hoe komt een wet tot stand ? 21
    4. 1.4 Controle op de regering 22
  24. 24 2. federale regering 22
    1. 2.1 Koning & regering 22
    2. 2.2 Samenstelling 22
    3. 2.3 Structuren 22
    4. 2.4 Koning 23
    5. 2.5 Rechtsnormen 23
  25. 25 1. het federalisme 24
    1. 1.1 Taalgebieden 24
  26. 26 2. instellingen 24
    1. 2.1 Gewesten = 3 24
    2. 2.2 Gemeenschappen = 3 24
  27. 27 3. bevoegdheden 24
    1. 3.1 Impliciete bevoegdheden 24
    2. 3.2 Samenwerkingsakkoord 25
  28. 28 1. de provincies = 10 26
    1. 1.1 Instellingen 26
  29. 29 2. gemeenten 26
    1. 2.1 Instellingen 26
    2. 2.2 Intercommunales 27
  30. 30 3. bestuurspyramide 27
  31. 31 1. het begrip wet 28
  32. 32 2. schematisch overzicht 28
    1. 2.1 Wat bij een conflict 28
  33. 33 3. de hierarchie 28
    1. 3.1 Het Europees recht 28
    2. 3.2 De Belgische grondwet 28
    3. 3.3 De wet 29
    4. 3.4 De decreten 29
    5. 3.5 Ordonnanties 29
    6. 3.6 De koninklijke besluiten 29
    7. 3.7 De besluiten vd gewest of gemeenschapsregering 29
    8. 3.8 De ministeriële besluiten 29
    9. 3.9 Provinciale regelement 29
    10. 3.10 Gemeentelijke regelementen 30
  34. 34 1. rechtspraak 31
    1. 1.1 Taak v rechter 31
    2. 1.2 Juridische draagwijde v vonnis of arrest 31
    3. 1.3 Eenheid in rechtspraak 31
  35. 35 2. Gewoonterecht 31
  36. 36 3. algemene rechtsbeginselen 32
    1. 3.1 Welke (voorbeelden) 32
  37. 37 4. rechtsleer 32
  38. 38 1. hof van justitie 33
    1. 1.1 Functies 33
  39. 39 2. benelux gerechtshof 33
    1. 2.1 1ste kamer 33
    2. 2.2 2de kamer 33
  40. 40 3. het internationaal gerechtshof 34
  41. 41 4. het europees hof voor de rechten vd mens 34
  42. 42 5. internationaal strafhof 34
  43. 43 1. het grondwettelijk hof 35
    1. 1.1 Reden van oprichting 35
    2. 1.2 Samenstelling 35
    3. 1.3 Bevoegdheden 35
    4. 1.4 Procedures 35
  44. 44 2. raad van state 36
    1. 2.1 Afdeling wetgeving 36
    2. 2.2 Afdeling bestuursrechtspraak 36
  45. 45 3. rekenhof 37
  46. 46 1. objectief en subjectief recht 38
    1. 1.1 Publieke subjectieve rechten (politieke rechten) 38
    2. 1.2 Private subjectieve rechten (burgerlijke rechten) 38
  47. 47 2. Rechtsfeiten 39
  48. 48 3. rechtshandelingen 39
    1. 3.1 Eenzijdige rechtshandeling 39
    2. 3.2 Meerzijdige rechtshandeling 39
  49. 49 4. Plechtige rechtshandelingen 39
  50. 50 1. bevoegdheid 40
    1. 1.1 Materiele bevoegdheid 40
    2. 1.2 Territoriale bevoegdheid 40
  51. 51 2. recht op hoger beroep 40
    1. 2.1 Uitzonderingen 40
  52. 52 3. beroeps- en lekenrechters 41
    1. 3.1 Beroepsrechters 41
    2. 3.2 Leken rechters 41
  53. 53 4. eenheid van rechtspraak, 42
    1. 4.1 Hof van Cassatie 42
  54. 54 5. taak van rechter 42
  55. 55 6. het openbaar ministerie 43
    1. 6.1 De zittende magistratuur 43
    2. 6.2 Staande magistratuur 43
  56. 56 7. rechtsgebieden 43
    1. 7.1 Het gerechtelijke arrondissement 43
    2. 7.2 De gerechtelijke gebieden 43
  57. 57 1. hierarchie 44
  58. 58 2. burgerlijklijke rechtscolleges 45
    1. 2.1 Vrederechter 45
    2. 2.2 Politierechtbank 45
    3. 2.3 Rechtbank van eerste aanleg 45
    4. 2.4 Ondernemingsrechtbank 46
    5. 2.5 Arrondissementsrechtbank 46
    6. 2.1 Hof van beroep 46
    7. 2.2 Hof van Cassatie 46
  59. 59 3. sociale zaken 47
    1. 3.1 Arbeidsrechtbank 47
    2. 3.2 Arbeidshoven 47
    3. 3.3 Hof v cassatie 47
  60. 60 4. misdrijven 47
    1. 4.1 Politierechter 47
    2. 4.2 Correctionele rechtbank 47
    3. 4.3 Hof van assisen 48
    4. 4.4 hof v cassatie 48
    5. 4.5 Strafuitvoering rechtbank 48
    6. 4.6 Schema strafrechtbanken 48
  61. 61 5. fiscale zaken 49
    1. 5.1 Fiscale kamers 49
    2. 5.2 hof van beroep 49
  62. 62 6. lagere of hogere 49
  63. 63 1. verloop van gerechtelijke procedure 50
    1. 1.1 Rechtsingang 50
    2. 1.2 Inleidende zitting 50
    3. 1.3 Conclusies 50
    4. 1.4 pleidooi 50
    5. 1.5 uitspraak 50
  64. 64 2. medewerkers vh gerecht 51
  65. 65 3. rechtsmiddelen 51
    1. 3.1 Gezag van gewijsde 51
    2. 3.2 Kracht van gewijsde 51
    3. 3.3 Beroep 51
    4. 3.4 Verzet 51
    5. 3.5 Cassatie 52
  66. 66 4. kortgeding procedure 52
    1. 4.1 Maatregelen 52
    2. 4.2 Uitzonderlijke procedure: Eenzijdig verzoekschrift 52
  67. 67 5. procedure zoals in kortgeding 52
  68. 68 6. arbitrage 54
    1. 6.1 Aarbitters 54
    2. 6.2 Komt enkel tot stand op verzoek v beide partijen 54
    3. 6.3 Dwang ? 54
  69. 69 7. Uitvoering 55
    1. 7.1 Uitvoerend beslag 55
    2. 7.2 Bewarend beslag 55
    3. 7.3 kantonnement 56
    4. 7.4 dwangsom 56
    5. 7.5 collectieve schulderegeling 56
  70. 70 1. verschillende rechters 57
    1. 1.1 Wanneer u processen heeft lopen bij 2 rechtbanken 57
  71. 71 2. initiatiefrecht 57
    1. 2.1 Bewijs 57
    2. 2.2 OM gaat werken bij 57
    3. 2.3 Probleem bij het OM 57
    4. 2.4 Verschil tussen burgerlijke procedure en strafrechtprocedure 57
  72. 72 1. bewijslast 59
    1. 1.1 Regel 1: De rechter blijft passief 59
    2. 1.2 Regel 2: wie beweert moet bewijzen 59
    3. 1.3 Regel 3: alleen feiten + rechtshandelingen moeten bewezen worden 59
  73. 73 2. het schriftelijk bewijs 60
    1. 2.1 Authentieke acte 60
    2. 2.2 Onderhandse acte 62
  74. 74 3. begin van geschreven bewijs 63
    1. 3.1 een goed geschrift 63
    2. 3.2 Bewijskracht v begin v geschreven bewijs 63
  75. 75 4. advocatenacte 63
    1. 4.1 Voorwaarden voor een advocatenacte (4) 63
  76. 76 5. niet ondertekende documenten 63
    1. 5.1 Wat is de waarde 63
  77. 77 6. getuigen 65
  78. 78 7. vermoeden 65
    1. 7.1 Wettelijk vermoeden 65
    2. 7.2 Feitelijke vermoeden 65
  79. 79 8. de bekentenis 65
    1. 8.1 De gerechtelijke bekentenis 65
    2. 8.2 De buiten gerechtelijke bekentenis 65
    3. 8.3 De uitdrukkelijke of stilzwijgende bekentenis 65
  80. 80 9. deskundigen onderzoek 67
  81. 81 10. verhoor vd partijen 67
  82. 82 11. de plaatsopneming 67
  83. 83 1. indeling goederen 68
    1. 1.1 Lichamelijke goederen 68
    2. 1.2 Onlichamelijke goederen 68
    3. 1.3 Roerende goederen 68
    4. 1.4 Onroerende goederen 68
    5. 1.5 Belang v onderscheid onroerend roerend 68
    6. 1.6 Gebruiksgoederen en verbruiksgoederen 69
    7. 1.7 Domeingoederen 69
  84. 84 2. Zelfstandige zakelijke rechten 69
    1. 2.1 Kenmerken 69
    2. 2.2 Eigendomsrecht 69
  85. 85 3. Vruchtgebruik 73
    1. 3.1 Eindig ? 73
  86. 86 4. Recht van opstal 73
  87. 87 1. de zekerheden in het algemeen 74
    1. 1.1 2 soorten 74
  88. 88 2. Voorrechten 74
    1. 2.1 De bijzondere voorrechten 74
    2. 2.2 De algemene voorrechten 75
  89. 89 3. Hypotheek 75
  90. 90 4. Pand 75
    1. 4.1 Hoe ? 75
  91. 91 1. wat is een verbintenis 76
    1. 1.1 Prestaties: 76
  92. 92 2. verschil tussen verbintenissenrecht en zakelijke rechten 76
    1. 2.1 Zakelijke rechten 76
    2. 2.2 Verbintenissen 76
  93. 93 3. bronnen v verbintenissen 76
    1. 3.1 Rechtshandeling 76
    2. 3.2 Wet 76
    3. 3.3 Buiten contractuele aansprakelijkheid 77
    4. 3.4 Oneigenlijke contracten 77
  94. 94 4. soorten verbintenissen 77
    1. 4.1 Verbintenissen met tijdsbepaling 77
    2. 4.2 Voorwaardelijke verbintenis 77
    3. 4.3 Splitsbare + hoofdelijk aansprakelijke verbintenis 78
    4. 4.4 Resultaat en middelen verbintenissen 78
    5. 4.5 Intuitu persona verbintenissen 78
  95. 95 1. wat 79
  96. 96 2. soorten 79
    1. 2.1 Eenzijdige overeenkomsten 79
    2. 2.2 Wederkerige overeenkomsten 79
    3. 2.3 Benoemde overeenkomsten 79
    4. 2.4 Onbenoemde overeenkomsten 79
    5. 2.5 Consensuele overeenkomsten 79
    6. 2.6 Plechtige overeenkomsten 79
    7. 2.7 Zakelijke overeenkomsten 79
    8. 2.8 Vergeldende overeenkomst 80
    9. 2.9 Overeenkomsten om niet 80
    10. 2.10 Kans contracten 80
    11. 2.11 Standaardcontracten 80
    12. 2.12 Toetreding overeenkomsten 80
  97. 97 3. Wilsautonomie . 81
    1. 3.1 Regels vh verbintenissenrecht = meestal aanvullend recht of suppletief recht 81
    2. 3.2 Regels v dwingend recht 81
    3. 3.3 Regels v openbare orde en goede zeden 81
  98. 98 4. Bindende kracht v overeenkomsten 81
  99. 99 5. Ter goed trouw uitvoeren 81
    1. 5.1 Subjectieve goede trouw 81
    2. 5.2 Objectieve goede trouw 81
  100. 100 6. Interpretatie 83
  101. 101 1. Toestemming geven 83
    1. 1.1 Dwaling 83
    2. 1.2 Geweld bij het sluiten vd overenekomst 84
    3. 1.3 Bedrog 84
    4. 1.4 Misbruik v omstandigheden 84
    5. 1.5 Benadeling 84
    6. 1.6 Overdrijving 84
  102. 102 2. Bekwaamheid 85
  103. 103 3. Voorwerp moet er zijn 85
  104. 104 4. Overeenkomst moet een oorzaak hebben 85
  105. 105 1. Er wordt een aanbod gedaan 86
    1. 1.1.1 Dubbel juridisch belang 86
    2. 1.1.2 kan ik het intrekken 86
    3. 1.1.3 hoe lang aanbod 86
  106. 106 2. aanvaarding 86
    1. 2.1.1 uitdrukkelijk aanvaarden 86
    2. 2.1.2 stilzwijgend 86
    3. 2.1.3 lauter stilzwijgen is geen aanvaarding 86
  107. 107 3. precontractuele aansprakelijkheid 86
    1. gebrekkige en of foutieve informatie delen tijdens de onderhandelingen 86
    2. opgewekte vertrouwen wordt foutief beschaamd 86
  108. 108 1. Vrijwillige uitvoering ve overeenkomst 88
  109. 109 2. Voorwaarden voor contractuele aansprakelijkheid 88
    1. 2.1 Geen overmacht 88
    2. 2.2 ingebrekestelling 89
  110. 110 3. ontbinding vd overeenkomst 89
    1. 3.1 Weigering wegens niet uitvoering 89
    2. 3.2 Ontbinden 89
    3. 3.3 Eenzijdig opzeggen 90
    4. 3.4 Uitdrukkelijk ontbindend beding 90
  111. 111 4. exomeratieclausule of vrijwaringsbeding 90
    1. 4.1 Gevolgen 90
  112. 112 1. de relativiteit v overeenkomsten 90
  113. 113 2. Uitzonderingen op relativiteit 90
    1. 2.1 Beding ten gunste ve derde 90
    2. 2.2 De rechtstreekse vordering 90
    3. 2.3 Overdracht ve schuldvordering 91
  114. 114 3. De tegenwerpelijkheid v overeenkomsten 91
    1. 3.1 Uitzonderingen waarbij de tegenwerpelijkheid wordt beperkt 91
  115. 115 1. koop verkoop overeenkomst 93
    1. 1.1 Garanderen v eigendom 93
  116. 116 2. huur verhuur overeenkomst 93
  117. 117 3. huur koop overeenkomst = leasing 93
  118. 118 4. bewaargeving overeenkomt 93
  119. 119 5. dading overeenkomst 93
  120. 120 6. aannemingsovereenkomst 93
  121. 121 7. lastgeving 94
  122. 122 8. persoonlijke zekerheden 94
    1. 8.1 Borgtocht 94
    2. 8.2 Delcredere overeenkomst 94
    3. 8.3 Kredietverzekering 94
  123. 123 1. fout ? 95
    1. 1.1 het niet naleven vd wetgeving 95
    2. 1.2 het overtreden ve algemene zorgvuldigheidsnorm 95
  124. 124 2. schade 95
  125. 125 3. de schade is het gevolg vd fout 95
  126. 126 4. schadevergoeding 95
  127. 127 1. vroeger  nu 96
    1. 1.1 Economisch recht 96
  128. 128 2. bronnen v ondernemingsrecht 96
  129. 129 3. sleutel to ondernemingsrecht 96
    1. 3.1 WIE/WAT is een onderneming I.1,1° 96
    2. 3.2 Uitzonderingen : GEEN ON 98
  130. 130 4. handelszaak/fonds 98
    1. 4.1 Handelszaak niet beschreven 98
    2. 4.2 NOOIT deel vd handelszaak 98
    3. 4.3 Klantenbestand 98
    4. 4.4 Handelszaak = geen juridische entiteit 98
    5. 4.5 Transacties 98
  131. 131 5. verschilpunt 1 : bewijsregels 100
    1. 5.1 factuur 100
    2. 5.2 boekhouding 101
  132. 132 6. verschilpunt 2: bevoegde rechtbanken 102
    1. 6.1 Rechtbanken 102
    2. 6.2 Organisatie 102
    3. 6.3 Bevoegdheid 102
  133. 133 7. verplichtingen bij aanvang ondernemingsactiviteit 102
    1. 7.1 De algemene vereisten 102
  134. 134 8. inschrijving KBO 104
    1. 8.1 Basisregel 104
    2. 8.2 Wat is de KBO 104
    3. 8.3 Doelstellingen 104
    4. 8.4 Ondernemingsnummer 104
    5. 8.5 Rechtspersonen 104
    6. 8.6 Inschrijving plichtige ON 104
    7. 8.7 Waarom belangrijk? 105
    8. 8.8 Inschrijving 105
    9. 8.9 Overheid 105
    10. 8.10 Bron informatie 105
    11. 8.11 Heeft u zelf inzage 105
    12. 8.12 derden 105
    13. 8.13 Verplichtingen 105
    14. 8.14 .hoe kan u zich inschrijven bij de KBO 105
    15. 8.15 Opening zichtrekening op eigen naam 105
    16. 8.16 Fiscale / sociale verplichtingen 105
    17. 8.17 Verplichting tot bijhouden v boekhouding 106
    18. 8.18 Onbeslagbaarheid vd gezinswoningen 106
  135. 135 1. Problematiek 107
  136. 136 2. Handelstussenpersonen 107
  137. 137 3. Distributiecontracten 109
    1. 3.1 Concessieovereenkomst 109
    2. 3.2 Franchising-overeenkomst 110
  138. 138 4. overeenkomsten in verband met de handelszaak 110
    1. 4.1 HZ of HF 110
  139. 139 5. de pandovereenkomst 111
    1. 5.1 Wat ? 111
    2. 5.2 Schriftelijk of mondeling gesloten 111
    3. 5.3 Hoe ? 111
    4. 5.4 Welke goederen 111
  140. 140 1. Reorganisatie v ondernemingen in moeilijkheden 112
    1. 1.1 Buiten gerechtelijke reorganisatie 112
    2. 1.2 Gerechtelijke reorganisatie 112
  141. 141 2. Faillissement 113
    1. 2.1 Voorwaarden 113
    2. 2.2 Hoe ? 114
    3. 2.3 Vonnis v faillissement 114
    4. 2.4 Wat na het vonnis 115
    5. 2.5 Currator 115
    6. 2.6 Rechter commissaris 115
    7. 2.7 De verdachte periode 116
    8. 2.8 actief en passief ve faillissement en de positie vd schuldeiser 117
    9. 2.9 onbetaalde verkoper v roerende goederen 118
    10. 2.10 retentie en terugvorderingsrecht 118
    11. 2.11 Faillissement en de lopende overeenkomsten 118
    12. 2.12 Kwijtschelding vd schulden 118

Documentinformatie

Geüpload op
10 december 2024
Aantal pagina's
119
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€10,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
5
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen