• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 114 pagina's
Samenvatting

Samenvatting politiële en gerechtelijke organisatie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 114 pagina's

Duidelijke samenvatting waarin alle slides van de lessen zitten vervat met bijhorende lesnotities van het vak politiële en gerechtelijke organisatie. Dit vak werd gedoceerd door prof Verhage. Ik was met deze samenvatting geslaagd in eerste zit met 15/20.

Voorbeeld van de inhoud

POLITIËLE EN GERECHTELIJKE
ORGANISATIE
LES 1

1.1. INLEIDING-FRANSE TIJD


TEKST E-READER


 Ponsaers, P. (s.d.), Geschiedenis van het Belgische politiewezen, 56p.
 1794 liggen fundamenten van ons politiebestel


OVERZICHT

INLEIDING: Waarom stilstaan bij de geschiedenis van de Belgische politie?
1. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
2. De eerste fundamenten van een nationaal gecentraliseerd politiesysteem (1830-1885)
3. De verhoogde militarisering van een nationaal systeem van openbare orde (1886-1914)
4. De versterking van een nationaal en gemilitariseerd politiebestel (1918-1940)
5. De Belgische politie en magistratuur en het probleem van de ordehandhaving (1940-1945)
6. Herstel van het politiebestel (1945-1959)
7. Naar een concurrentieel politiebestel (1960 – 1981)
8. Het neoliberale regime en de machinale uitbouw van het politiebestel (1981-1987)


WAAROM STILSTAAN BIJ DE GESCHIEDENIS?

Doel van dit hoorcollege: inzicht geven in de geschiedenis van het politiewezen in België
 waarom hebben we dag van vandaag een bestel op federaal en lokaal niveau?


• Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd, is in hoge mate de vrucht
van tal van beslissingen die in het (verre) verleden onder druk van alle mogelijke omstandigheden zijn
genomen, maar ook de manier waarop er momenteel door beleidsmakers wordt gesproken over zijn
verdere reorganisatie, laat zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’
(Fijnaut 1995: v)
• Opdrachten van politie én de organisatie van - én toezicht op - het politiebestel, steeds gesitueerd in een
ruimere socio-politieke en economische context
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van de opdrachten
van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat over de plaats van de politie in

, de samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen (staats)orde en individuele rechten en
vrijheden’ (Eliaerts 1999: 39).




DRIE VOORAFGAANDE BEMERKINGEN


1. De geschiedenis van het politiewezen is een rijke en complexe geschiedenis (waar we slechts fragmentair en
selectief aandacht aan kunnen besteden in het licht van deze cursus).


2. De geschiedenis van het politiewezen is niet enkel – en zelfs niet primair – een geschiedenis van de
misdaadbestrijding


3. De geschiedenis van het politiewezen kan niet losgekoppeld worden van de Belgische politieke en sociale
geschiedenis.


RODE DRADEN DOORHEEN POLITIEGESCHIEDENIS

1. Een politiebestel gekenmerkt door een grote verscheidenheid enerzijds en een onevenwichtige ontwikkeling
anderzijds.
 Grote verscheidenheid: verschillende politiediensten, vroeger waren er meerdere politiediensten
(nu 1)  nadelen: geen duidelijke coördinatie => conflicten
 Onevenwichtige ontwikkeling: rijkswacht groeide zeer erg terwijl anderen kleinschalig bleven


2. Spanning tussen centrale aansturing enerzijds en lokale (gemeentelijke) autonomie anderzijds.
 hoofd lokale autonomie: burgemeester


3. Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden enerzijds en legitimiteit en
democratische controle anderzijds.


4. Diverse politie-instanties met eigen ontwikkelingsdynamiek die samen de politiezorg moeten verzorgen –
maar hoe?


BRONNENMATERIAAL

• Tekst e-reader is een samenvatting gebaseerd op het boek:
L. Van Outrive, Y. Cartuyvels & P. Ponsaers (1992). Sire, ik ben ongerust. Geschiedenis van de
Belgische politie, 1794 – 1991. Leuven: Kritak.
• Andere interessante bronnen (waaruit we verderop enkele citaten overnemen):
C. Fijnaut (1995). Een kleine geschiedenis van de huidige organisatie van het Belgische politiewezen.
Antwerpen: Kluwer.
Chr. De Valkeneer (2016). Handboek Organisatie en werking van de politie. Brussel: Politeia

,1. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830)

DE FRANSE TIJD (1794-1814)

Belgisch politiebestel zal nog lang (tot aan de hervorming) de kenmerken van het Franse model hebben


Frans model:
• De burgerlijke republiek (1794-1799) -> politie hoort herkomst te vinden in burgerij
• Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat”
Gericht op openbare ordehh en politieke informatie


Kenmerken: militarisering, centralisering, verscheidenheid:


1. Militarisering (discipline, orders opvolgen, weinig beweegruimte en interne hiërarchie -> gendarmerie)
 manier waarop politie op dat moment functioneert
2. Centralisering: uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving, aansturing centrale niveau
• Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de rechterlijke!!).
• Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie




ONDERSCHEID ADMINISTRATIEVE EN GERECHTELIJKE POLITIE (1795)

Administratieve
Gerechtelijke politie
(bestuurlijke) politie


Opsporen van misdrijven, vaststellen, bewijzen
Openbare orde handhaving
verzamelen

Voorkomen van misdrijven
Misdadigers voor het gerecht dagen (repressief)
(preventief toezicht)


Obv politiereglementen Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters, luitenanten en
kapiteins gendarmerie


 Administratieve politie: preventief (voorkomen misdrijven)
 Gerechtelijke politie: repressief optreden
= vandaag nog steeds zo

JOSEPH FOUCHÉ

Joseph Fouché en de idee van de ‘haute police’.
• Fouché was 1e minister van Algemene Politie ooit (v.a. 1799)
• Oprichting Police Secrète (Openbare Veiligheid)

, • Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van
informanten en infiltranten
• Reden: nood aan verzameling politieke informatie


• Politie wordt instrument in handen van machthebbers en wordt verwacht de samenleving in het oog te
houden
= Haute police (politieke inlichtingen) (itt police basse – focus op criminele inlichtingen)
 Vanuit zijn positie erin geslaagd een specifieke dienst op te richten om informatie te verzamelen over politiek


DE FRANSE TIJD (1794-1814)

3. Een verscheiden politieapparaat met als belangrijkste korpsen:
• ‘Corps de la Gendarmerie Nationale’ (1798-1809), daarna ‘Gendarmerie Impériale’ (elitekorps)


• ‘Police municipale’ (vanaf 1789); zij moesten « zorgen voor een vlot en veilig verkeer, openbare
rust bewaken, handhaven orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, treffen van
maatregelen bij brand, besmettelijke ziekten,.. En het verhinderen dat geesteszieken en dolle
dieren ongelukken veroorzaken » (Vandewalle, 1992)
• Administratieve en gerechtelijke taak
• Commissarissen, veldwachters
• Belangrijke rol voor lokale overheid: burgemeester!
• Lokaal actief (soort gemeentepolitie)


• ‘Garde Nationale’, opgericht tussen 1800 en 1810 (voorloper burgerwacht – openbare orde en
grens/kustbewaking)
 burgerwacht : burgers gingen zichzelf organiseren om voor veiligheid te zorgen

3 KORPSEN:




 nadeel drie verschillende korpsen: communicatie en gebrek aan afstemming

,1.2. HOLLANDSE TIJD - INTERBELLUM

Hollandse tijd (1815-1830)
 niet zo lang geduurd
• Overname Franse erfenis/ systeem, maar in mildere vorm; afzwakking van de ‘politiestaat’.
 wouden van het idee politiestaat af
• Niettemin: handhaving van idee van ‘haute police’.


• Politieorganisatie:
• Maréchaussée
(= gendarmerie, maar de term werd vervangen wegens beladen)
werd centrale korps in de Nederlanden
• Gemeentelijke politie (commissarissen en veldwachters)
• Toename gemeentelijke autonomie van 1815 (maar weer afzwakking v.a. 1825)
• Burgerwacht of ‘schutterij’


2. NAAR EEN NATIONAAL GECENTRALISEERD POLITIESYSTEEM

• De eerste fundamenten (1830-1885) van een Belgisch politiebestel:
• 1830: Belgische onafhankelijkheid -> naar een sterke, gecentraliseerde staat met
gemeentelijke autonomie
• 1831: grondwet
• 2e helft 19e eeuw: industriële ontwikkeling
• Industriële crisis tussen 1873 en 1885: disciplinering van werkende klasse
• Stakingen en sociale onrust
• Nood aan openbare ordehandhaving dus nood aan politieapparaat
• Oog voor gemeentelijke autonomie


DE VERSCHILLENDE POLITIE-INSTANTIES (1830-1885)
- STERK GEËNT OP DE FRANS-HOLLANDSE MODELLEN

Weerstand tegen gecentraliseerd politiemodel: diversiteit aan politiediensten, 1 lokaal korps en 3 gebaseerd op
militaire korpsen: gendarmerie, leger en burgerwacht + openbare veiligheid
1. De ‘Gendarmerie nationale’
• November 1830: ontbinding Maréchaussée; vervangen door ‘Gendarmerie nationale’.
• Aanvankelijk kleine rol op vlak van ordehandhaving. Vnl. veiligheid op het platteland
• Aantal manschappen blijft beperkt (± 1200 begin, 2000 in 1883)
• Strikte discipline
• Later: rijkswacht
• Vooral taken van leger

,2. Het leger
• ‘binnenlandse’ ordehandhaving (optreden n.a.v. stakingen, protesten, ...).
• Inzetten als er rust nodig is op straat


3. De burgerwacht
• Decreet oktober 1830: burgerwachten georganiseerd op gemeentelijk niveau.
• Vnl werkzaam in de steden; initiatief van de burgerij, vanuit wantrouwen
• In loop van 19e eeuw zal zijn rol geleidelijk aan uitgespeeld geraken.
• Ordehandhaving deels taak burgerwacht
• Burgerwacht  rijkswacht


4. Lokale/Gemeentepolitie (grootste korps)
• ‘Ruraal’ België met landelijke politie (veldwachters) in kleinere gemeenten en (bekritiseerde)
gemeentepolitie in grotere gemeenten.
• Gemeentewet 1836: burgemeester krijgt algemene politiebevoegdheid (bestuurlijke politie),
kan preventief beleid ontwikkelen en korps aansturen
• Taak: politiereglementen toepassen (herbergen, vreemdelingen, bedelaars,..)


Eerste pleidooien voor afzonderlijke gerechtelijke politie
• Gebrek aan iemand die criminaliteit gaat opsporen
• 1871: voorstel Prins en Pergameni (Réforme de l'instruction préparatoire en Belgique)
• 1872: oprichting speciale afdeling voor gerechtelijk werk te Brussel, maar terug afgeschaft in
1880 (budgettaire redenen).
• Voorlopig zonder resultaat (↔ gemeentelijke autonomie)




5. Oprichting openbare veiligheid
• 1830: einde van ‘haute police’, maar toch behoud openbare veiligheidsdienst.
• Bevoegdheden zullen pas in 1998 bij wet worden vastgelegd!, vooraf geen gebied gesteld
waarin zij moeten werken


3. MILITARISERING (1886-1914)

Eind jaren 1880 eerder somber beeld van politie:


“Alle politiediensten zijn gebrekkig, zowel door hun aantal, als door de kwaliteit van de agenten” (De Valkeneer,
2016, 16)
 periode met negatief beeld over politie

,• Verhoogde militarisering; Periode van sociale onrust en beroering; Grootschalige stakingen, dodelijke
slachtoffers. Algemeen stemrecht; Politieke polarisatie: oprichting ‘Belgische Werklieden Partij’ (1885).
• Politiek van het ‘sociaal verweer’
 beschermende maatregelen nemen waar nodig
• Versterking van het politieapparaat (vooral gendarmerie maakt opgang voor veiligheid)
• Sociale wetgeving


DE VERSCHILLENDE POLITIE-INSTANTIES (1886-1914)
- EEN RELATIEF STABIEL POLITIEBESTEL


Algemeen: tot WO I is belangrijkste inzet van politie openbare ordehandhaving; veiligheid en
criminaliteitsbestrijding zijn geen prioriteiten
 grote korpsen blijven bestaan tot WOI


Politie = instrument om werkende klasse in bedwang te houden (De Valkeneer, 2016)
Periode van grote sociale onrust


1. De gendarmerie (eind jaren 1880 ruim 2.000 manschappen)
• In het begin bescheiden rol in openbare orde
• Opmars agv openbare ordeproblemen; gendarmerie wordt grootste openbare ordehandhaver
• Kritieken op optreden (m.n. nieuwe rol politieke infoverzameling) en militarisering, maar ook
brutaal optreden (hard optreden tijdens betogingen)
• Rol wordt in vraag gesteld
• Zet in op opleiding, training en professionalisering | reorganisatie 1889: brigades, mobiel
eskadron




2. Het leger
• Wordt ingezet bij openbare ordehandhaving en burgerlijke bescherming in licht van stakingen en
manifestaties.
• Geleidelijk aan naar de achtergrond t.v.v. gendarmerie.
3. De burgerwacht
• Taak: openbare ordehandhaving
• Op terugweg en verdwijnt van het toneel door rijkswacht na toenemende kritiek (weinig
efficiënt)


4. De landelijke politie
• 1886: nieuwe ‘code rural’ (veldwetboek; voerde min 1 veldwachter in per gemeente), maar
toestand blijft quasi ongewijzigd, blijft achter qua organisatie

, • Taken veldwachter: “waken over behoud van de eigendommen, de oogsten en de vruchten van
de bodem, uitvoering wetten en verordeningen, handhaving van de orde en rust in de gemeente
• Nog grotere impact vd burgemeester (bevestiging bevoegdheid over veldwachter);


5. De gemeentepolitie
• Uitbreiding en verbetering organisatie in de belangrijke gemeenten
• Specialisatie en taakverdeling
• Groeiende impact van burgemeester: enkel de burgemeester staat in voor politiereglementen en
–wetten (en niet langer de gemraad)


6. De gerechtelijke politie
• Debatten zetten zich verder; weerstand blijft (angst voor ‘staatspolitie’ en gem. autonomie);
voorlopig zonder resultaat | ook vraag naar wetenschappelijke politie


7. Openbare veiligheid in diskrediet
• Cf zaak ‘Pourbaix’: provocatie door lid openbare veiligheid bij betogingen (1888); gebruik
dynamiet; tijdelijk budgetten gekort (tijdelijk wegens terroristische dreiging)
• Rol openbare veiligheid wordt steeds minder




4. NATIONAAL & GEMILITARISEERDE POLITIE

• De versterking van een nationaal en gemilitariseerd politiebestel (1918-1940):
• Aanvankelijk (jaren ‘20): wederopbouw na WOI, economische bloei.
• Jaren ’30: economische wereldcrisis.
• Interbellum gekenmerkt door sociale onrust, politieke instabiliteit en opmars van extremistische
partijen.


DE VERSCHILLENDE POLITIE-INSTANTIES (1918-1940)

 toename extremistische partijen

1. Gendarmerie
• Verdere uitbouw
• Gendarmerie wordt spil in openbare ordehandhaving.
• Geleidelijk aan spreekt men in Vlaanderen van ‘Rijkswacht’
• 1919: ruim 5.800 manschappen (x3 van manschappen)


2. Leger
• Rol verkleint in openbare ordehandhaving.
• Focus op buitenlandse vijand.

Inhoudsopgave

  1. 01 Les 1 1
  2. 02 1.1. Inleiding-Franse tijd 1
    1. Tekst e-reader 1
    2. Overzicht 1
    3. Waarom stilstaan bij de geschiedenis? 1
    4. Drie voorafgaande bemerkingen 2
    5. Rode draden doorheen politiegeschiedenis 2
    6. Bronnenmateriaal 2
  3. 03 1. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830) 3
    1. De Franse Tijd (1794-1814) 3
    2. Onderscheid administratieve en gerechtelijke politie (1795) 3
    3. Joseph Fouché 3
    4. De Franse Tijd (1794-1814) 4
    5. 3 korpsen: 4
  4. 04 1.2. Hollandse tijd - interbellum 5
  5. 05 2. Naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem 5
    1. De verschillende politie-instanties (1830-1885) - sterk geënt op de Frans-Hollandse modellen 5
  6. 06 3. Militarisering (1886-1914) 6
    1. De verschillende politie-instanties (1886-1914) - een relatief stabiel politiebestel 7
  7. 07 4. Nationaal & gemilitariseerde politie 8
    1. De verschillende politie-instanties (1918-1940) 8
    2. De verschillende politie-instanties (vervolg) 9
  8. 08 1.3. 1940 – eind Jaren ‘80 10
  9. 09 5. Probleem van ordehandhaving (1940-45) 10
  10. 10 6. Herstel van het politiebestel (1945-1959) 10
    1. De verschillende politie-instanties (1945-1959) 11
    2. Centrale tendensen 12
  11. 11 7. Een concurrentieel politiebestel (1960-1981) 12
    1. Voor meer informatie: 13
    2. De verschillende politie-instanties (1960-1981) 13
    3. Centrale tendensen 14
  12. 12 8. Machinale uitbouw v/h politiebestel (‘81-’87) 14
    1. Heizeldrama 15
    2. De Bende van Nijvel 15
    3. De aanslagen van de CCC 15
    4. Eind jaren ’80: chaos in politielandschap 15
    5. Politieoorlog 16
    6. Voorbeeldvraag voor dit gedeelte: 16
    7. Les 2 16
    8. Rode draden doorheen politiegeschiedenis 16
    9. Octopus en de hervorming 17
    10. Overzicht 17
  13. 13 1. De weg naar het Octopusakkoord 17
    1. A. Het Octopus-akkoord en de totstandkoming 17
    2. Octopusakkoord: drie luiken 18
    3. B. Ontstaansgeschiedenis 18
  14. 14 2. Achtergronden rapport Bende-Commissie I 18
  15. 15 3. Het rapport van de Bende-Commissie I 19
  16. 16 5. De Pinksterplannen I, II en verder 19
    1. Pinksterplan I: inhoud 20
    2. Pinksterplan I: inhoud (vervolg) 20
    3. Pinksterplan I: inhoud (vervolg) 21
    4. Pinksterplan II 21
    5. Parlementaire OZ-commissie ‘Mensenhandel’ 22
    6. Politiebeleid periode 1990 – 1995 (vervolg): naar meer coördinatie 22
    7. Wet op het politieambt (1992) 22
    8. Politiebeleid periode 1990 – 1995 (vervolg) 23
  17. 17 5. Beleid Dehaene II tot na uitbreken van affaire-Dutroux 23
    1. Interpolitiezones 23
    2. Politiebeleid periode 1995 – 1997 24
    3. Interpolitiezones (1995) 24
    4. Bendecommissie II (1995; Van Parys) 25
  18. 18 De impact van de zaak-Dutroux 25
    1. Augustus 1996: losbarsten Dutroux-crisis 25
    2. Reacties 26
    3. Het (eerste) rapport van de Commissie-Dutroux 26
    4. Opgemerkte commissiewerkzaamheden 26
    5. Aanbevelingen Commissie-Dutroux 26
    6. Leidde tot politieke discussies 26
    7. Commissie voor efficiëntere politiestructuur 27
    8. Aanzet tot verdere afstemming 1997 27
    9. Senaatscommissie Binnenlandse aangelegenheden 28
    10. Regeringsnota ‘Reorganisatie van de politiediensten’ 28
  19. 19 7. Het Octopus-akkoord 29
    1. Een nieuw politiebestel: de geïntegreerde politie 29
    2. Samenvattend: vóór de politiehervorming 29
    3. Politielandschap voor ‘Dutroux’ 29
    4. Maar er waren ook belangrijke stappen gezet met het oog op afstemming: 30
    5. Een aantal spanningen in het politielandschap 30
    6. Octopus-akkoord: een revolutie 30
    7. Het revolutionair gehalte v/h Octopus-akkoord 30
    8. Voorwaarden 31
    9. Niet zonder slag of stoot 31
    10. Octopusakkoord: inhoud 31
  20. 20 Wet op de geïntegreerde politie (WGP) 32
    1. Wet op de geïntegreerde politie (1998) 32
    2. Federale en lokale politie 32
    3. Drie fundamentele regels / principes 32
    4. Art. 1 WPA (=wet politieambt) en art. 123 WGP (=wet geïntegreerde politie) 33
    5. Functioneel schema politiehervorming 33
    6. Onderscheid bestuurlijk-gerechtelijk 33
    7. Taken van bestuurlijke politie 34
    8. Taken van gerechtelijke politie 34
    9. De gezagsoverheden 35
    10. Bestuurlijke overheden: 35
    11. Gerechtelijke overheden 35
    12. De organen verantwoordelijk voor coördinatie en beheer inzake de reguliere/geïntegreerde politie 35
    13. Veiligheidsplannen 36
    14. Nationaal veiligheidsplan 36
    15. Zonaal veiligheidsplan 37
  21. 21 Interne organisatie 37
    1. Interne organisatie van de geïntegreerde politie 37
    2. Personeel GPI (geintegreerde politie) 37
    3. Lokale politie 37
    4. Politiezones 38
    5. Lokale politie in cijfers 38
    6. Typologie op basis van verstedelijkingsgraad (Belfius-typologie) 38
    7. Samenwerking en fusie  schaalgrootte 38
    8. Aanmoediging fusie (door Jambon) 39
    9. Wet op de geintegreerde politie: naar een eenheidsstatuut 39
    10. 4 kaders: hulpkader, basiskader, middenkader en officierenkader 39
    11. 4 graden 40
    12. Lokale politie: korpschef 40
    13. Lokale Politie: Zonaal veiligheidsplan 40
    14. Verhoudingen: calog-operationeel 41
    15. Vaste Commissie van de lokale politie 41
  22. 22 2. Het federale niveau 41
    1. Structuur federale politie 42
    2. ‘Scharnierfuncties’ 42
    3. AIK + CIC => SICAD 43
    4. Federale politieraad (zie ook leerpad) 43
  23. 23 Taken reguliere politie 44
    1. De 5 pijlers van de gemeenschapsgerichte politiezorg 44
    2. COP = deel van excellente politiezorg 44
    3. Taken van de lokale politie 45
    4. Basisfunctionaliteiten 45
    5. Taken van de lokale politie 45
    6. Taken van de federale politie 46
    7. Toezicht op de reguliere politie 46
    8. Ontwikkelingen na de WGP 48
    9. Wet van 26 maart 2014 (‘hervorming’) 48
    10. Nieuw (2018) Directie Beveiliging 49
    11. De politie als werkgever: selectie en rekrutering 49
    12. Uitdagingen 50
    13. Kritiek op functioneren politie 50
    14. De Standaard, 10/7/2017 50
    15. Kamercommissie “Aanslagen”, 2016 50
    16. Recente uitdagingen 51
    17. Toekomst? 51
    18. Voorbeeldvraag 51
    19. Les 3: gastcollege inspectie en douane 51
    20. Les 4: tweede echelon: vervolging 51
    21. De e-reader: hoe beginnen? 51
    22. Vorige lessen: eerste deel strafrechtsketen 52
    23. 2e echelon: niveau vervolging: openbaar ministerie 52
    24. Teksten e-reader openbaar ministerie: 52
    25. Teksten e-reader: 52
    26. Overzicht 53
    27. Justitie in het oog van de storm 53
    28. Terug naar het verleden: overzicht 53
    29. Dertig jaar justitiebeleid: 1968 - 1998 54
    30. Onrust over justitie, niet in politieke kringen 55
    31. Onrust over justitie 55
  24. 24 1. Politieke benoemingen 55
    1. Partijpolitieke benoemingen: problematisch? 55
    2. Aanpak partijpolitieke benoemingen? 56
    3. Rapport werkgroep-Krings (1976) 56
    4. Politieke agenda ? 57
    5. Justitie zakt nog dieper op de politieke agenda (1979-1987) 57
    6. Een eerste correctie (1988-zomer van 1996) 58
    7. De Dutroux-affaire als versneller (augustus 1996-eind 1998) 58
    8. En vandaag? 59
  25. 25 2. Gerechtelijke achterstand 59
    1. En vandaag? 60
  26. 26 2. Bevindingen over het problematisch functioneren van justitie uit wetenschappelijk onderzoek 60
  27. 27 1. OM en vervolgingsbeleid 60
    1. Harmonisering OM-beleid? 61
  28. 28 2. Knelpunten in het functioneren v/h strafrechtelijk vooronderzoek 61
    1. Resultaten Dupont et al, 1992: 61
  29. 29 3. De bevindingen en aanbevelingen mbt justitie van enkele parlementaire onderzoekscommissies 62
    1. Bende van Nijvel 62
    2. (3.1) Bende-Commissie I 62
    3. Mensenhandel 62
    4. (3.2) Commissie Mensenhandel 62
    5. Witte Mars (20/10/1996) 63
    6. (3.3) Commissie-Dutroux 63
    7. (3.4) Bende-Commissie II 63
    8. Gevolgen? 64
    9. Geplande en (niet-)gerealiseerde hervormingen vóór het Octopus-akkoord 64
    10. Pinksterplan I: inhoud 64
    11. Oprichting DSB 65
    12. Andere initiatieven 66
    13. Uitbreiding buitengerechtelijke afhandeling van strafzaken 66
    14. Recente aanvulling op buitengerechtelijke afhandeling 67
    15. Beleidsinitiatieven regering Dehaene-II 67
    16. Twee belangrijke wetten 68
    17. College van PG’s 68
    18. Wet Franchimont 69
    19. Het Octopus akkoord 69
    20. Het Octopus-akkoord: luiken twee en drie 70
    21. Octopusakkoord: luik 2 (Hoge Raad voor de Justitie) 70
    22. Octopusakkoord: luik 3 (hervorming ger. org) 70
    23. Krachtlijnen inzake hervorming gerechtelijke organisatie 71
    24. Oprichting federaal parket o.l.v. federale procureur-generaal 72
    25. Verdere uitbreiding Wet van 4 maart 1997 tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal magistraat 72
    26. Oprichting Federaal Parket (gerealiseerd) 72
    27. Mandaatsysteem korpschefs 72
    28. Taaie Octopus: een gecontesteerde hervorming 72
    29. Waarom kwam er wel een politiehervorming, maar geen justitiehervorming? 73
    30. ‘paniekvoetbal’? 73
    31. Voorbeeldvraag 73
  30. 30 Het openbaar ministerie: huidig bestel 73
    1. Teksten e-reader: 73
  31. 31 I. Kenmerken en taken van het OM 74
    1. Overzicht : Kenmerken en taken van het OM 74
    2. 1. Inleiding 74
    3. 2. Kenmerken van het OM 74
    4. 3. De taken van het OM 75
    5. 3. Taken van het OM: opsporingsonderzoek 76
    6. 3. Taken van het OM 76
    7. 3. Taken van het OM: opsporingsonderzoek 77
  32. 32 II. Organisatie van het OM 78
    1. 1. De Justitiehervorming (2013/2014) 78
    2. 2. Organisatie van het openbaar ministerie 80
    3. De parketten van eerste aanleg en de arbeidsauditoraten 80
    4. De procureur des Konings en de beleidsvoering op arrondissementeel niveau 80
    5. Analyse instroom (nat. cijfers) 81
    6. De parketten-generaal en de arbeids-auditoraten-generaal 81
    7. Ressortelijk niveau 81
    8. Procureur-generaal 81
    9. College van het Openbaar Ministerie 82
    10. College van procureurs-generaal 82
    11. Parket bij het Hof van Cassatie 82
    12. Federaal Parket 83
    13. De interne organisatie van het federaal parket 83
    14. Opdrachten federaal parket 83
    15. Taken federaal parket vandaag: uitoefening strafvordering 83
    16. Bijkomende taken 84
    17. De uitoefening van de strafvordering 85
    18. Evaluatie rol federaal parket 85
    19. Voorbeeldvraag 85
    20. Les 4: De rechtbanken, hoge raad voor de justitie en de hertekening van het gerechtelijk landschap 86
    21. Teksten e-reader 86
    22. Overzicht 86
  33. 33 Hoge Raad voor de Justitie 86
  34. 34 1. Inleiding 86
    1. Wat waren de kritieken op justitie? 86
    2. Wat waren de belangrijkste kritieken op justitie? 87
    3. De Hoge Raad voor de Justitie 87
    4. Kader en opdrachten 87
    5. Hoge Raad voor de Justitie 88
    6. Hoge Raad voor de Justitie: onafhankelijkheid 88
    7. Samenstelling 88
    8. Organen 89
    9. Commissies 89
    10. Adviezen 90
    11. Welke klachten? 90
    12. U heeft een klacht? 91
    13. Dossiers 2022 (bron:Klachtenverslag HRJ, 2023) 91
    14. Instroom dossiers HRJ 91
    15. Klachtenbehandeling 92
    16. Gegrond verklaarde klachten (voorbeeld) 92
    17. Gegrond verklaarde klacht (voorbeeld) 92
    18. De Justitiebarometer 92
    19. Resultaten Justitiebarometer 2014 kort 92
    20. European Social Survey (ESS) 92
    21. Samenvattend 93
    22. Begeleidende vragen bij het deel over de HRJ 93
  35. 35 Organisatie straftoemeting 93
    1. Overzicht 93
    2. Personeelsbezetting 94
    3. Kanton (162) 94
    4. Gerechtelijk arrondissement 94
    5. Rechtbank van eerste aanleg (13 : elk arrondissement (=12), FR + NL in Brussel) 95
    6. Onderzoeksrechter en onderzoeksgerechten 95
    7. Raadkamer / Kamer van inbeschuldigingstelling 96
    8. Hof van Assisen 96
    9. Rechtsgebied 97
    10. Federaal 97
  36. 36 Hertekening van het gerechtelijk landschap 97
    1. 4. De hertekening van het gerechtelijk landschap 97
    2. Indeling in 27 arrondissementen dateerde uit de Franse tijd 98
    3. 4.1 Historiek van enkele hervormingsvoorstellen 98
    4. 4.1.1 Het voorstel van Koninklijk commissaris Charles Van Reepinghen 98
    5. Eindverslag Commissie Dutroux – april 1997 99
    6. 4.1.2 Het voorstel van het Interuniversitair Onderzoekscentrum Gerechtelijk Recht (1998) 99
    7. 4.1.3 De Octopushervorming 99
    8. 4.1.4 Het Themisplan 100
    9. Tussentijdse stand van zaken 100
    10. 4.1.5 Het voorstel van het OM 101
    11. (4.1.6) Het voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie en de rechtbanken en hoven 101
    12. (4.1.7) Het voorstel van minister S. De Clerck 102
    13. De hervormingsvoorstellen van de regering Di Rupo 102
    14. Herindeling landschap: nota 2012 102
    15. 3 grote pijlers van de hervorming in 2013: 103
    16. Tot slot: twee verwezenlijkingen van Octopus: 103
    17. Les 5: gastcollege slachtofferbejegening 104
    18. Les 6: gastcollege strafuitvoeringsrechtbank 104
    19. Les 7: kennisclips strafuitvoering 104
  37. 37 Strafuitvoering (deel 1): inleiding en gevangenissen 104
    1. Overzicht 104
    2. Teksten e-reader: zie ppt 105
    3. Inleiding: gevangeniswezen in België 105
    4. Belgie als ‘outlier’? 105
    5. Gevangenisbevolking 2016-2020 105
    6. Overbevolking Europa: SPACE study 105
    7. Beyens & Maes, 2020 105
    8. Overbevolking 106
  38. 38 Strafuitvoering (deel 2): justitiehuizen en strafuitvoeringsrechtbanken 106
    1. Strafuitvoering & hervormingen jaren ‘90 106
    2. De oprichting van de Justitiehuizen 107
    3. 1. Situatie midden jaren ‘90 107
    4. 2. Project justitiehuizen 107
    5. 2.1. Taken van justitiehuizen (Artikel 2 KB 13 juni 1999 houdende organisatie van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie (B.S., 29 juni 1999)) 108
    6. 3. Communautarisering 109
    7. De Standaard,20/3/2019 109
    8. 3. communautarisering 109
    9. Decreet 26/4/2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand (gewijzigd op 17 maart 2023), art. 5. 110
    10. 4. Taken van Justitiehuizen en VCET vandaag: 110
  39. 39 Strafuitvoeringsrechtbanken 111
    1. 1. De situatie vóór 1888 111
    2. 2. De wet Lejeune van 31 mei 1888 111
    3. 3. Jaren 1990: hervorming wordt op gang gebracht: 112
    4. 3.1 Regeerakkoord Dehaene II (juni 1995) 112
    5. 3.2 Oriëntatienota De Clerck (juni 1996) 112
    6. 3.3 Rapport Commissie-Dutroux 112
    7. 3.4 Octopusakkoord 113
    8. 4. Tussenstap: Commissies VI 113
    9. 5. Naar strafuitvoeringsrechtbanken 113

Documentinformatie

Geüpload op
8 december 2024
Aantal pagina's
114
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€13,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
8
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
5 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen