T1H4 : oligopolie
1. Kenmerken van de markt: oligopolie
criterium oligopolie
aantal aanbieders/ vragers weinig aanbieders, veel vragers
aard product homogeen → doorzichtig (benzine)
doorzichtigheid heterogeen → ondoorzichtig (wifi abonnement)
toetreden tot markt moeilijk te betreden
2. Prijsvorming bij oligopolie
oligopolist = prijszetter maar winst hangt af van reactie van aanbieders
prijsverhoging → V minder producten vragen→ V naar andere aanbieder
beperkt aantal producenten → afspraken maken → kartel (illegaal)
geknikte vraagcurve: bij prijsverlaging verloopt inelastischer als gevolg van reactie van andere
oligopolisten
prijsleiders= grootste, dominante ondernemingen die prijs bepalen → andere oligopolisten
volgen prijsverhoging / verlaging
prijsverlaging: zelden want gevaar prijzenoorlog
prijzenoorlog → consument wint, bedrijven ‘verliezen’ (verkopen ong evenveel aan lagere prijzen)
begrip omschrijving
prijsstarheid prijzen dalen amper om prijzenoorlog te vermijden
duopolie oligopolie met 2 aanbieders
kartelafspraak illegale afspraak om concurrentie te verminderen
prijzenoorlog elkaar beconcurreren met lagere prijzen
non-price competition elkaar beconcurreren op andere manier dan prijsverlaging
soort kartel omschrijving
rayonkartel markt verdelen in gebieden en concurreren niet buiten hun
regio's
hoeveelheidskartel afspraak over hoeveel ze mogen produceren om prijzen
stabiel te houden
researchkartel samenwerking tussen bedrijven om gezamenlijk onderzoek
en ontwikkeling te doen
prijskartel afspraak tussen bedrijven om zelfde prijzen te hanteren,
kortingen te beperken
1. Kenmerken van de markt: oligopolie
criterium oligopolie
aantal aanbieders/ vragers weinig aanbieders, veel vragers
aard product homogeen → doorzichtig (benzine)
doorzichtigheid heterogeen → ondoorzichtig (wifi abonnement)
toetreden tot markt moeilijk te betreden
2. Prijsvorming bij oligopolie
oligopolist = prijszetter maar winst hangt af van reactie van aanbieders
prijsverhoging → V minder producten vragen→ V naar andere aanbieder
beperkt aantal producenten → afspraken maken → kartel (illegaal)
geknikte vraagcurve: bij prijsverlaging verloopt inelastischer als gevolg van reactie van andere
oligopolisten
prijsleiders= grootste, dominante ondernemingen die prijs bepalen → andere oligopolisten
volgen prijsverhoging / verlaging
prijsverlaging: zelden want gevaar prijzenoorlog
prijzenoorlog → consument wint, bedrijven ‘verliezen’ (verkopen ong evenveel aan lagere prijzen)
begrip omschrijving
prijsstarheid prijzen dalen amper om prijzenoorlog te vermijden
duopolie oligopolie met 2 aanbieders
kartelafspraak illegale afspraak om concurrentie te verminderen
prijzenoorlog elkaar beconcurreren met lagere prijzen
non-price competition elkaar beconcurreren op andere manier dan prijsverlaging
soort kartel omschrijving
rayonkartel markt verdelen in gebieden en concurreren niet buiten hun
regio's
hoeveelheidskartel afspraak over hoeveel ze mogen produceren om prijzen
stabiel te houden
researchkartel samenwerking tussen bedrijven om gezamenlijk onderzoek
en ontwikkeling te doen
prijskartel afspraak tussen bedrijven om zelfde prijzen te hanteren,
kortingen te beperken