Samenvatting spierstelsel
ALGEMEEN
- Deel van de tractus locomotorius/ muscolo-skeletaal systeem:
Ossa: botten
Cartilago: kraakbeen
Ligamenten
Musculus/musculi: skeletspieren
- Spieren:
Voornamelijk opgebouwd uit:
Spierweefsel
Bindweefsel
Zenuwvaten
Bloedvaten
Direct of indirect aan botten gebonden
Ca. 700 in ons lichaam
Soorten:
Skeletspieren:
Dwarsgestreepte, willekeurige spieren
Onderworpen aan de wil of aan de bewuste controle
Meest voorkomend
Glad spierweefsel
Hartspierweefsel
FUNCTIES SKELETSPIEREN
1) Locomotoriek: bewegen van skeletdelen:
Eenvoudige bewegingen
Complexe bewegingen
2) Handhaven van houding en lichaamspositie (tonus)
3) Ondersteunen van weke delen en organen:
Spieren dragen gewicht van organen in de buik en bekken
Bescherming inwendige organen
4) Openen en sluiten van lichaamsopeningen
Vnl bij het spijsverteringsstelsel en het urinair stelsel
5) Temperatuurregulatie:
Spiercontracties vereisen energie (warmte)
,OPBOUW SKELETSPIER: MACROSCOPISCHE OPBOUW
- Spierbuik:
Fasciculi: spierbundels
Spiervezels/spiercellen/
“samengesmolten” spiercellen
Myofibrillen
Sarcomeren
- Tendo/pees:
Pees: vastzittend op bot
Aponeurose: vastzittend op een andere spier
- Bindweefsel rond de spier:
1) Epimysium: rond de spier
2) Perimysium: rond spierbundel/ fasciculus
3) Endmysium: rond spiervezel/ spiercel
Gemaakt uit collageen, elastatine, bloevaten en zenuwvaten
, ORGANISATIE BLOEDVATEN EN ZENUWEN
- Netwerk van bloedvaten BV doorheen het bindweefsel van het epimysium en perimysium
Aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen
Afvoer van afvalstoffen
Spiercontracties vereisen veel energie
Netwerk van zenuwvaten ZV doorheen het bindweefsel voor de aansturing van de
skeletspier
Skeletspier trekt enkel samen door prikkeling van axon
OPBOUW SKELETSPIER: MICROSCOPISCHE OPBOUW
- Skeletspier:
Opbouw verschillende van andere cellen
Grotere diameter
Veel langer: tot 1 meter
Multinucleair
Verscheidene typische structuren/ onderdelen:
Sarcolemma en transversale tubuli= T-tubuli
Sarcomeren
Sarcoplasmatisch riticulum
Myofibrillen
o Dikke en dunne filamenten
o Glijdende filamenten en kruisbruggen
ALGEMEEN
- Deel van de tractus locomotorius/ muscolo-skeletaal systeem:
Ossa: botten
Cartilago: kraakbeen
Ligamenten
Musculus/musculi: skeletspieren
- Spieren:
Voornamelijk opgebouwd uit:
Spierweefsel
Bindweefsel
Zenuwvaten
Bloedvaten
Direct of indirect aan botten gebonden
Ca. 700 in ons lichaam
Soorten:
Skeletspieren:
Dwarsgestreepte, willekeurige spieren
Onderworpen aan de wil of aan de bewuste controle
Meest voorkomend
Glad spierweefsel
Hartspierweefsel
FUNCTIES SKELETSPIEREN
1) Locomotoriek: bewegen van skeletdelen:
Eenvoudige bewegingen
Complexe bewegingen
2) Handhaven van houding en lichaamspositie (tonus)
3) Ondersteunen van weke delen en organen:
Spieren dragen gewicht van organen in de buik en bekken
Bescherming inwendige organen
4) Openen en sluiten van lichaamsopeningen
Vnl bij het spijsverteringsstelsel en het urinair stelsel
5) Temperatuurregulatie:
Spiercontracties vereisen energie (warmte)
,OPBOUW SKELETSPIER: MACROSCOPISCHE OPBOUW
- Spierbuik:
Fasciculi: spierbundels
Spiervezels/spiercellen/
“samengesmolten” spiercellen
Myofibrillen
Sarcomeren
- Tendo/pees:
Pees: vastzittend op bot
Aponeurose: vastzittend op een andere spier
- Bindweefsel rond de spier:
1) Epimysium: rond de spier
2) Perimysium: rond spierbundel/ fasciculus
3) Endmysium: rond spiervezel/ spiercel
Gemaakt uit collageen, elastatine, bloevaten en zenuwvaten
, ORGANISATIE BLOEDVATEN EN ZENUWEN
- Netwerk van bloedvaten BV doorheen het bindweefsel van het epimysium en perimysium
Aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen
Afvoer van afvalstoffen
Spiercontracties vereisen veel energie
Netwerk van zenuwvaten ZV doorheen het bindweefsel voor de aansturing van de
skeletspier
Skeletspier trekt enkel samen door prikkeling van axon
OPBOUW SKELETSPIER: MICROSCOPISCHE OPBOUW
- Skeletspier:
Opbouw verschillende van andere cellen
Grotere diameter
Veel langer: tot 1 meter
Multinucleair
Verscheidene typische structuren/ onderdelen:
Sarcolemma en transversale tubuli= T-tubuli
Sarcomeren
Sarcoplasmatisch riticulum
Myofibrillen
o Dikke en dunne filamenten
o Glijdende filamenten en kruisbruggen