Diabetes mellitus
- WAT?
o Chronische hyperglycemie (verhoogde glucose bloedspiegel) tgv een absoluut
(productie) en/of relatief (werking) tekort aan insuline.
o Te veel suiker in ons bloed
- Afbeeldingen
o 2 manieren waarop diabetes kan ontstaan
o Hoe wordt insuline geproduceerd?
- Geen of te weinig insuline door te weinig beta-cellen in de pancreas die insuline produceren
- Type 2: ander type en zeldzamer bij kinderen
o Aanvankelijk geen probleem van insuline
o Door aantal oorzaken die dikwijls te maken hebben met overgewicht is er weerstand
tegen insuline: er zal voldoende circuleren in het bloed, maar die insuline gaat niet
werken thv de cellen
o De cellen zullen meer insuline produceren om te proberen die verminderde werking
te compenseren
o Je zal dus meer insuline in bloed hebben
o Alle factoren zorgen voor weerstandsresistentie en dat er op termijn minder insuline
wordt geproduceerd
- Linker afbeelding: normaal
- Rechter afbeelding: in geel compensatiefase waarbij je uiteindelijk te weinig insuline gaat
hebben en hyperglycemie gaat krijgen
Criteria voor diagnose diabetes
- Als je bloedglucose hoger is dan 200 mg/dl heb je diabetes (glycemie random bepalen)
Pagina 1 van 21
, - Glycemie meten in nuchtere toestand: groter dan 126, dan heb je diabetes
- Niet voldoende voor diagnose, maar wel sterke verdenking
- Je doet orale glucosetolerantie test: glucose inkrijgen en aantal uren glycemie in bloed
bepalen en kijken of dit normaal reageert
- Uiteindelijk wordt diagnose gesteld op glycemie in bloed: soms duidelijk en soms extra test
- CLB screent ook op diabetes:
o Plassen in potje stick insteken om glycosurie te bepale
o Normaal scheiden we geen glucose uit via de nieren
o Als de glucose in bloed heel hoog is gaat deel wel door nieren worden gefilterd en
komt dit in de urine
Verschillende vormen van diabetes bij kinderen en adolescenten
- DM Type 1:
o Meest frequent bij kinderen
o Meer dan 95% van de gevallen in België
o Auto-immuun proces dat de beta-cellen van de pancreas vernietigt
- DM Type 2:
o Aanvankelijk genoeg insuline geproduceerd, maar resistentie tegen insuline
o Bij bepaalde bevolkingsgroepen: hindu’s, afro-amerikanen, de zwaardere populatie
o Aanvankelijk weinig problemen, maar geleidelijk aan hyperglycemie
o Behandelen met medicamenten
o Hoeven niet noodzakelijk insuline te krijgen, maar wel als ze niets aan hun
overgewicht doen
o Insulineresistentie, obesitas, familiale geschiedenis
o Monogenetische diabetes: MODY types (maturity onset diabetes of the young):
autosomaal dominant, minder ernstig bij presentatie, geen antilichamen tegen
eilandjes van Langerhans)
o Onvoldoende insulineproductie voor bepaalde glycemie
- Mucoviscidose
- Mitochondriale aandoeningen
- Genetische syndromen:
o Down
o Friedreich’s ziekte
- Medicatie
o Asparaginase
Pagina 2 van 21
, o Corticoïden
- Neonatale diabetes
o Transiënt: afwijkingen chromosoom 6q24
o Permanent: mutatie in KCNJ11 of ABCC8 gen
o Therapie: orale antidiabetica zoals MODY
o Geen insulineresistentie, wel verstoring insulineproductie; laag gewicht; tekenen van
diabetes zonder keto-acidose
- MODY: type 2 bij jonge kinderen
o Opvallend: familiaal
o Kan pasgeboren treffen maar is dan transiënt
o Niet transiënt bij de oudere kinderen
o Kinderen waarbij men denkt dat ze diabetes hebben omdat de ouders diabetes
hebben
o Maturity onset diabetes of the young
- 95% heeft type 1 diabetes
o Geen auto-antilichamen = geen type 1 diabetes, maar misschien andere vorm
- Andere vormen minder klassiek
- MODY en type 2 bij zwaardere patiënten: 1%
o Zwarte verkleuringen huidplooien of gewrichtsoppervlakken = acanthosis nigricans
- MODY : 3-4%
o Familiaal
o Bij milde klachten gaat men al kijken
Pagina 3 van 21