Ontwikkelingspsycholo
gie
Ontwikkelingspsychologie als denkkader
Wat is het
Ontwikkelingspsychologie = domein binnen de psychologie waarin de mens
bestudeerd wordt in heel zijn ontwikkelingsgang
Ontwikkeling = een duurzame en langzame verandering van een persoon, van het
begin tot einde van het leven
- Van conceptie tot de dood
- Winst en verlies
- Geen momentopname
Hoe ontstaat ontwikkeling? Nature, nuture en zelfbepaling vormen een persoon
Ontwikkelingsfasen
- Babytijd
- Peutertijd
- Kleutertijd
- Schoolperiode
- Adolescentie
- Volwassenheid
- Ouderdom
Ontwikkelingsdomeinen
- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Perceptuele ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Taalontwikkeling
- Sociaal- emotioneel ontwikkeling
- Persoonlijkheidsontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Seksuele ontwikkeling
- Eetontwikkeling
- Tekenontwikkeling
- Spelontwikkeling
,Ontwikkeling domeinen
Verticale samenhang
- Tussen ontwikkelings domeinen
- Binnen 1 leeftijdsfase
Horizontale samenhang
- Binnen 1 ontwikkelingsdomein
- Over leeftijdsfasen heen
- Globale -> specifieke vaardigheden
Babytijd
Lichamelijke en motorische ontwikkeling
Eerste 6 maanden
- Hoog groeitempo
- Asynchrone groei
o Verschillende delen van het lichaam sneller
o Hoofd is groot in verhouding met de rest van het lichaam
Vanaf 1 jaar
- Vaste voeding
- Lepel vastpakken
- Uit beker drinken tandjes krijgen
Motorische ontwikkeling
1) Kijkstadium -> 0-3 maanden
2) Grijpstadium -> 3-6 maanden
3) Zitstadium -> 6-9 maanden
4) Kruipstadium -> 9 – 12 maanden
5) Loopstadium -> 12-15 maanden
Perceptuele ontwikkeling
2 maanden: kleuren waarnemen
3 maanden:
- gezichtsherkenning – betekenis gezicht
- Ontstaan exogene glimlach
- Exogene glimlach => glimlach door factoren van buitenaf
- Endogene glimlach => glimlach door een prettig gevoel door vertering
6 maanden:
- Verbeterde oog-hand coördinatie
- Gezichtsvermogen van een volwassene
- Diepteperspectief
-
cognitieve ontwikkeling
Jean piaget
Stadia van piaget
, Sensorisch-motorisch - Ontdekken van 5 zintuigen
stadium - A-dualisme (tot 1 jaar)
(0-2 jaar) - Ontbreken ‘subject-object splitsing’
- Baby ervaart eigen subject en objecten in de
buitenwereld
- Baby maakt onderscheid tissen zichzelf en
waarnemingen van de buitenwereld
- Er is nog geen zelfbesef, nog geen besef dat
hij/zij een apart individu s los van de
buitenwereld
- Vanaf 1 jaar ontstaat zelfbesef
- Kind geeft eigen betekenis aan dingen en
mensen in de buitenwereld
- Zo leert kind zichzelf te onderscheiden van de
omgeving
6 stadia
Ongecoördineerde - (0-1 maand)
reflexhandelingen Primaire en bestendige reflexen
- Archaïsche of primitieve reflexen
verdwijnen
bv. Zoek-, grijp- en zuigreflex
- Bestendige reflexen blijven
- Externe prikkel is noodzakelijk
primaire circulaire reacties - (1-4 maanden)
- = herhalen van handelingen die plezier
verschaffen
- Baby stelt eigen gedrag
- De handeling zelf biedt plezier
Secundair circulaire reacties - (4-8 maanden)
- = herhalen van handelingen omdat het
effect van de handeling plezier geeft
- Semi-intentionaliteit: baby stelt
handelingen eerst spontaan, ontdekt
toevallig het plezierige effect en herhaalt
nadien de handeling omwille van het
plezierige effect
Intentioneel handelen -
(8-12 maanden)
-Object permanentie
-
Handelen met een doel, bedoeling
-
Baby heeft eerst een doel voor ogen en
zoekt dan een middel om doel te bereiken
- Differentiatie middel-doel
- Objectpermanentie*
Tertiair circulaire reacties - (12-18 maanden)
- = nieuw effecten opzoeken door variaties
uit te proberen
- = experimenteren
Geïnterioriseerde tertiair circulaire - (18- 24 maanden)
reacties - Mentale voorstelling dei het gedrag vooraf
gaat
*objectpermanentie = de baby/ het kind ontwikkeld het besef dat objecten en
mensen niet verdwijnen wanneer hij ze niet meer ziet. Het kind ontdekt dat objecten
bestaan op zichzelf, onafhankelijk van hun aanwezigheid in zijn gezichtsveld. De
gie
Ontwikkelingspsychologie als denkkader
Wat is het
Ontwikkelingspsychologie = domein binnen de psychologie waarin de mens
bestudeerd wordt in heel zijn ontwikkelingsgang
Ontwikkeling = een duurzame en langzame verandering van een persoon, van het
begin tot einde van het leven
- Van conceptie tot de dood
- Winst en verlies
- Geen momentopname
Hoe ontstaat ontwikkeling? Nature, nuture en zelfbepaling vormen een persoon
Ontwikkelingsfasen
- Babytijd
- Peutertijd
- Kleutertijd
- Schoolperiode
- Adolescentie
- Volwassenheid
- Ouderdom
Ontwikkelingsdomeinen
- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Perceptuele ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Taalontwikkeling
- Sociaal- emotioneel ontwikkeling
- Persoonlijkheidsontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Seksuele ontwikkeling
- Eetontwikkeling
- Tekenontwikkeling
- Spelontwikkeling
,Ontwikkeling domeinen
Verticale samenhang
- Tussen ontwikkelings domeinen
- Binnen 1 leeftijdsfase
Horizontale samenhang
- Binnen 1 ontwikkelingsdomein
- Over leeftijdsfasen heen
- Globale -> specifieke vaardigheden
Babytijd
Lichamelijke en motorische ontwikkeling
Eerste 6 maanden
- Hoog groeitempo
- Asynchrone groei
o Verschillende delen van het lichaam sneller
o Hoofd is groot in verhouding met de rest van het lichaam
Vanaf 1 jaar
- Vaste voeding
- Lepel vastpakken
- Uit beker drinken tandjes krijgen
Motorische ontwikkeling
1) Kijkstadium -> 0-3 maanden
2) Grijpstadium -> 3-6 maanden
3) Zitstadium -> 6-9 maanden
4) Kruipstadium -> 9 – 12 maanden
5) Loopstadium -> 12-15 maanden
Perceptuele ontwikkeling
2 maanden: kleuren waarnemen
3 maanden:
- gezichtsherkenning – betekenis gezicht
- Ontstaan exogene glimlach
- Exogene glimlach => glimlach door factoren van buitenaf
- Endogene glimlach => glimlach door een prettig gevoel door vertering
6 maanden:
- Verbeterde oog-hand coördinatie
- Gezichtsvermogen van een volwassene
- Diepteperspectief
-
cognitieve ontwikkeling
Jean piaget
Stadia van piaget
, Sensorisch-motorisch - Ontdekken van 5 zintuigen
stadium - A-dualisme (tot 1 jaar)
(0-2 jaar) - Ontbreken ‘subject-object splitsing’
- Baby ervaart eigen subject en objecten in de
buitenwereld
- Baby maakt onderscheid tissen zichzelf en
waarnemingen van de buitenwereld
- Er is nog geen zelfbesef, nog geen besef dat
hij/zij een apart individu s los van de
buitenwereld
- Vanaf 1 jaar ontstaat zelfbesef
- Kind geeft eigen betekenis aan dingen en
mensen in de buitenwereld
- Zo leert kind zichzelf te onderscheiden van de
omgeving
6 stadia
Ongecoördineerde - (0-1 maand)
reflexhandelingen Primaire en bestendige reflexen
- Archaïsche of primitieve reflexen
verdwijnen
bv. Zoek-, grijp- en zuigreflex
- Bestendige reflexen blijven
- Externe prikkel is noodzakelijk
primaire circulaire reacties - (1-4 maanden)
- = herhalen van handelingen die plezier
verschaffen
- Baby stelt eigen gedrag
- De handeling zelf biedt plezier
Secundair circulaire reacties - (4-8 maanden)
- = herhalen van handelingen omdat het
effect van de handeling plezier geeft
- Semi-intentionaliteit: baby stelt
handelingen eerst spontaan, ontdekt
toevallig het plezierige effect en herhaalt
nadien de handeling omwille van het
plezierige effect
Intentioneel handelen -
(8-12 maanden)
-Object permanentie
-
Handelen met een doel, bedoeling
-
Baby heeft eerst een doel voor ogen en
zoekt dan een middel om doel te bereiken
- Differentiatie middel-doel
- Objectpermanentie*
Tertiair circulaire reacties - (12-18 maanden)
- = nieuw effecten opzoeken door variaties
uit te proberen
- = experimenteren
Geïnterioriseerde tertiair circulaire - (18- 24 maanden)
reacties - Mentale voorstelling dei het gedrag vooraf
gaat
*objectpermanentie = de baby/ het kind ontwikkeld het besef dat objecten en
mensen niet verdwijnen wanneer hij ze niet meer ziet. Het kind ontdekt dat objecten
bestaan op zichzelf, onafhankelijk van hun aanwezigheid in zijn gezichtsveld. De