SAMENVATTING METHODEN 2
,METHODEN LES 1: EEN INLEIDING
We focussen ons op de mens, we bekijken de mens in normale omstandigheden maar ook naar de
pathalogische beelden
Voorbeeld: fysiologisch—> hoe werkt ons geheugen?
pathologie—> hoe ontstaat de ziekte van alzheimer?
Zo ontstaat er telkens een biomedische vraagstelling.
Heel vaak heeft biomedisch onderzoek een maatschappelijk belang.
Als we kijken naar de mens hebben we verschillende niveaus naar wat we kunnen kijken: organisme
zelf, weefsel, cel, subcellulair.
—> elk niveau heeft zijn eigen waarde
Om de mens te kunnen bestuderen gebruiken we vaak modelorganismen. De diermodellen kan gaan
van muizen naar fruitvlieg. We kunnen ze modelleren of het kan op de celniveau.
! We moeten blijven onthouden dat het dier niet altijd hetzelfde is als de mens!
We hebben verschillende soorten vraagstellingen.
• open exploratief: onderzoek waarbij we breed gaan zoeken naar een antwoord zonder een
specifieke richting te kiezen
• Hypothese-gedreven onderzoek: onderzoek waarbij we een antwoord vooropstellen.
We maken ook een onderscheid tussen: fundamenteel/ translationeel/ klinisch.
—> we hebben ze alle 3 nodig. Er is geen 1 de beste.
,• fundamenteel: gericht op een gedetailleerde analyse van de moleculaire bestanddelen en
processen in de cel en in het organisme
• translationeel: maakt de overgang tussen fundamenteel en klinisch onderzoek
• klinisch: patiënt gericht.
Soms maken we ook onderscheid op het niveau hoe we naar dingen kijken:
• in vivo: bepaling bij levende organismen.
—> voorbeeld: meting van lichaamstemperatuur
• ex vivo: meting op stalen van een organisme
—> immunohistochemie van een biopt
• in vitro: meting in de proefbuis.
—> celcultuur, kloneren
• in silico: analyse met een computer
Enkele definities:
• precisie
• Accuraatheid
• Detectielimiet = wat is de kleinste waarde dat we kunnen meten
• Kwantificatielimiet= kleinste waarde die voldoende nauwkeurig gemeten kan worden
• Robuustheid
, Selectie van methode:
De selectie van een geschikte methode hangt af van verschillende criteria:
• te meten variabelen
• Vereiste precisie
• Aantal stalen/ waarden/ subjecten
• Beschikbaarheid apparatuur
• Kosten
• Vergunning/ ethische toestemming
• Veiligheidsrisico’s
• Vroegere/ gepubliceerde ervaringen
• Persoonlijke voorkeur
,METHODEN LES 1: EEN INLEIDING
We focussen ons op de mens, we bekijken de mens in normale omstandigheden maar ook naar de
pathalogische beelden
Voorbeeld: fysiologisch—> hoe werkt ons geheugen?
pathologie—> hoe ontstaat de ziekte van alzheimer?
Zo ontstaat er telkens een biomedische vraagstelling.
Heel vaak heeft biomedisch onderzoek een maatschappelijk belang.
Als we kijken naar de mens hebben we verschillende niveaus naar wat we kunnen kijken: organisme
zelf, weefsel, cel, subcellulair.
—> elk niveau heeft zijn eigen waarde
Om de mens te kunnen bestuderen gebruiken we vaak modelorganismen. De diermodellen kan gaan
van muizen naar fruitvlieg. We kunnen ze modelleren of het kan op de celniveau.
! We moeten blijven onthouden dat het dier niet altijd hetzelfde is als de mens!
We hebben verschillende soorten vraagstellingen.
• open exploratief: onderzoek waarbij we breed gaan zoeken naar een antwoord zonder een
specifieke richting te kiezen
• Hypothese-gedreven onderzoek: onderzoek waarbij we een antwoord vooropstellen.
We maken ook een onderscheid tussen: fundamenteel/ translationeel/ klinisch.
—> we hebben ze alle 3 nodig. Er is geen 1 de beste.
,• fundamenteel: gericht op een gedetailleerde analyse van de moleculaire bestanddelen en
processen in de cel en in het organisme
• translationeel: maakt de overgang tussen fundamenteel en klinisch onderzoek
• klinisch: patiënt gericht.
Soms maken we ook onderscheid op het niveau hoe we naar dingen kijken:
• in vivo: bepaling bij levende organismen.
—> voorbeeld: meting van lichaamstemperatuur
• ex vivo: meting op stalen van een organisme
—> immunohistochemie van een biopt
• in vitro: meting in de proefbuis.
—> celcultuur, kloneren
• in silico: analyse met een computer
Enkele definities:
• precisie
• Accuraatheid
• Detectielimiet = wat is de kleinste waarde dat we kunnen meten
• Kwantificatielimiet= kleinste waarde die voldoende nauwkeurig gemeten kan worden
• Robuustheid
, Selectie van methode:
De selectie van een geschikte methode hangt af van verschillende criteria:
• te meten variabelen
• Vereiste precisie
• Aantal stalen/ waarden/ subjecten
• Beschikbaarheid apparatuur
• Kosten
• Vergunning/ ethische toestemming
• Veiligheidsrisico’s
• Vroegere/ gepubliceerde ervaringen
• Persoonlijke voorkeur