Afstamming van de mens
De vroegste evolutie van de primaten
● Mens is geëvolueerd → weten we door vondsten van fossielen (schedels
…)
● De mens behoort tot primaten, de hoogst ontwikkelde orde van de zoogdieren, net
zoals de halfapen, de apen en de mensapen
● Bijna 99 procent van onze genen komen overeen met die van chimpansees en
bonobo’s – wat wijst op een gemeenschappelijke voorouder.
● Er zijn duizenden fossielen gevonden die het beeld schetsen van een ontwikkeling
naar steeds ‘menselijker’ wordende soorten.
● De menselijke evolutie begon na de aftakking van andere grote (mens)apen, die zich
later ontwikkelden tot de huidige chimpansees en bonobo’s.
* voor de orang-oetan hoort nog de gibbon
, Vergelijking van mens en chimpansee
Door de mens en chimpansee op een aantal vlakken te vergelijken kunnen we de
evolutiegedachte ook ondersteunen.
Chromosoomaantal
● De mens heeft 46 chromosomen, mensapen 48.
● Vermoedelijke fusie van twee chromosoomparen tussen voorouder en mens.
Handen en voeten
Chimpansee
● leeft in bomen → grijphanden en grijpvoeten
● vingers en handpalm zijn veel langer dan duim
● opponeerbare dikke teen
● grote teen die niet evenwijdig is met andere tenen
Mens
● heeft opponeerbare duim
● duim en vingers in juiste verhouding voor precisiegreep
● geen opponeerbare dikke teen
Ledematen
Chimpansee
● voorste ledematen zijn langer dan achterste ledematen
Mens
● achterste ledematen zijn langste
Hoofd
Chimpansee
● Het hoofd hangt aan het uiteinde van de wervelkolom (die schuin naar voren helt).
● Het achterhoofdsgat ligt sterk naar achteren.
● Boven- en onderkaak hebben een U-vorm.
● Grote snij- en hoektanden.
● Duidelijke wenkbrauwbogen.
● Vooruitstekende mond zonder kin.
● Lage keelholte leidt tot afwezigheid van klinkers/spraak.
Mens
● Het achterhoofdsgat ligt vrijwel in het midden van het hoofd.
● Boven- en onderkaak hebben een parabolische vorm.
● Kleinere snij- en hoektanden.
● Geen duidelijke wenkbrauwbogen.
● Geen vooruitstekende mond, maar wel een kin.
● Laag strottenhoofd en hoge keelholte leiden tot aanwezigheid van klinkers/spraak.
De vroegste evolutie van de primaten
● Mens is geëvolueerd → weten we door vondsten van fossielen (schedels
…)
● De mens behoort tot primaten, de hoogst ontwikkelde orde van de zoogdieren, net
zoals de halfapen, de apen en de mensapen
● Bijna 99 procent van onze genen komen overeen met die van chimpansees en
bonobo’s – wat wijst op een gemeenschappelijke voorouder.
● Er zijn duizenden fossielen gevonden die het beeld schetsen van een ontwikkeling
naar steeds ‘menselijker’ wordende soorten.
● De menselijke evolutie begon na de aftakking van andere grote (mens)apen, die zich
later ontwikkelden tot de huidige chimpansees en bonobo’s.
* voor de orang-oetan hoort nog de gibbon
, Vergelijking van mens en chimpansee
Door de mens en chimpansee op een aantal vlakken te vergelijken kunnen we de
evolutiegedachte ook ondersteunen.
Chromosoomaantal
● De mens heeft 46 chromosomen, mensapen 48.
● Vermoedelijke fusie van twee chromosoomparen tussen voorouder en mens.
Handen en voeten
Chimpansee
● leeft in bomen → grijphanden en grijpvoeten
● vingers en handpalm zijn veel langer dan duim
● opponeerbare dikke teen
● grote teen die niet evenwijdig is met andere tenen
Mens
● heeft opponeerbare duim
● duim en vingers in juiste verhouding voor precisiegreep
● geen opponeerbare dikke teen
Ledematen
Chimpansee
● voorste ledematen zijn langer dan achterste ledematen
Mens
● achterste ledematen zijn langste
Hoofd
Chimpansee
● Het hoofd hangt aan het uiteinde van de wervelkolom (die schuin naar voren helt).
● Het achterhoofdsgat ligt sterk naar achteren.
● Boven- en onderkaak hebben een U-vorm.
● Grote snij- en hoektanden.
● Duidelijke wenkbrauwbogen.
● Vooruitstekende mond zonder kin.
● Lage keelholte leidt tot afwezigheid van klinkers/spraak.
Mens
● Het achterhoofdsgat ligt vrijwel in het midden van het hoofd.
● Boven- en onderkaak hebben een parabolische vorm.
● Kleinere snij- en hoektanden.
● Geen duidelijke wenkbrauwbogen.
● Geen vooruitstekende mond, maar wel een kin.
● Laag strottenhoofd en hoge keelholte leiden tot aanwezigheid van klinkers/spraak.