• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 115 pagina's
Overig

alle werkgroepuitwerkingen bestuursrecht

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 115 pagina's

dit document bevat alle correcte werkgroepuitwerkingen van het vak Bestuursrecht. veel succes!!

Voorbeeld van de inhoud

Bestuursrecht 2022-2023

Collegeweek 1: aard van het bestuursrecht en de partijen in het
bestuursrecht

Literatuur:
R.J.N. Schlössels en S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de Sociale Rechtsstaat, deel 1 (2017):
 Hoofdstuk 1: nr. 1 – 12, nrs. 32 - 34,
 Hoofdstuk 2: nrs. 45 -51.
 Hoofdstuk 3: nrs. 75 – 80 en nrs. 82 – 83.
 Hoofdstuk 4: nr. 125 en nrs. 143 – 149.

Jurisprudentie:
 ABRvS 30 november 1995, ECLI:NL:RVS:1995:ZF1850 (Stichting Silicose)

Leerdoelen:
Na het bestuderen van de stof, het volgen van het live hoorcollege en het volgen
van de werkgroep behorende bij week 1,
- heeft u begrip van de drie functies van het bestuursrecht en kunt u
identificeren op welke manier er tussen deze functies spanning kan bestaan. U
heeft kennis over en inzicht in zowel de spanning tussen deze drie functies als
de juridische en ethische redenen die bij de afweging tussen de drie functies
van het bestuursrecht een rol spelen.
- kunt u de criteria noemen om te worden aangemerkt als ‘b-orgaan’ in de zin
van de Awb (art. 1:1 lid 1 onder b Awb) en kunt u deze criteria toepassen;
- kunt u de criteria op grond waarvan een organisatie kan worden aangemerkt
als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb noemen en toepassen;
- kunt u uitleggen hoe deze criteria zich verhouden tot de algemene criteria van
belanghebbendheid van artikel 1:2 lid 1 Awb;
- kunt u (nieuwe) rechtspraak met betrekking tot het bestuursorgaanbegrip en
het belanghebbendebegrip analyseren en beoordelen in het licht van de
bestaande rechtspraak.

Werkgroepvragen:

Vraag 1 - De drie functies van het bestuursrecht
Een centrale gedachte in het boek Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat is de
spanning tussen de drie verschillende functies van het bestuursrecht.

a. Welke drie functies heeft het bestuursrecht? Licht toe wat deze functies
inhouden.
Sprake zijn van drie functies:
1. Legitimerende functie: voorziet het bestuur optreden van een juridische

1

, grondslag welke de legitimerende functie tot uiting brengt door het in leven
roepen van bestuursorganen, toekennen van bestuursbevoegdheden en
het regelen van besluitvormingsprocedures;
a. Sprake moet zijn van een wettelijke grondslag om de instrumentele
functie uit te kunnen voeren.
2. Instrumentele functie: vaststelling en uitvoering van overheidsbeleid –
middel tot het bereiken van bepaalde doelen:
a. Het bestuur heeft er baat bij dat het bestuur op een bepaald moment
weet dat zij haar handelingen kan realiseren. Het niet tot in extenso
in beroep gaan is dus nuttig voor de instrumentele functie.
3. Waarborgende functie: beschermt de rechtspositie van de burger ten
opzichte van de overheid:
a. De overheid moet zich houden aan de rechtsnormen. Deze dienen
als waarborg voor de burger;
b. Bij de toeslagaffaire is ten koste van de waarborgfunctie, en dus de
bescherming van de burger, de instrumentele functie geprevaleerd:
namelijk het tegengaan van fraude.

b. Laat zien hoe in artikel 4:8 Awb en art. 4:12 van de Awb de drie functies van het
bestuursrecht tot uitdrukking komen en dat tussen die functies een zekere spanning
bestaat.

Ten aanzien van 4:8 Awb:
1. Legitimerende functie: deze bevoegdheid staat in de wet en heeft
aansluiting bij een bestuursorgaan en wat hij mag qua bevoegdheden, in
dit geval ten aanzien van het geven van een beschikking:
a. Grondslag van de bevoegdheid
2. Instrumentele functie: het gaat hier om het realiseren van een
beschikking waarvan de belanghebbende het niet heeft aangevraagd en
naar verwachting bedenkingen zal hebben. Deze wet realiseert dus het
doel tot zulke beschikkingen toch door een bestuursorgaan te laten
realiseren:
a. Het zou ondoenlijk zijn als het bestuursorgaan bij elke situatie iedere
burger te horen. Hierdoor is het teruggebracht tot een bepaalde
categorie gevallen, namelijk bij belanghebbende (sowieso).
3. Waarborgende functie: deze wetgeving bevat safeguards voor de
desbetreffende belanghebbende die de beschikking niet heeft verzocht,
namelijk dat hij in de gelegenheid moet worden gebracht om op de hoogte
te worden gehouden van de beschikking indien het steunt op feiten en
belangen die de belanghebbende treft en deze gegevens niet door de
belanghebbende is gegeven.

Ten aanzien van art. 4:12:
1. Legitimerende functie: grondslag staat in de wet om de
2

, informatieverplichting van de belanghebbende achter wege te laten indien
sprake is van een vaststelling van financiële verplichting of aanspraak
indien bezwaar of beroep kan worden ingesteld en de nadelige gevolgen
van dit bezwaar of beroep volledig ongedaan kunnen worden gemaakt:
a. Grondslag van de bevoegdheid.
2. Instrumentele functie: het doel is de informatieplicht te omzeilen ten
aanzien van financiële verplichtingen of aanspraak, waarschijnlijk omdat
hier een hoger belang op rust. Door middel van deze wetgeving kan het
bestuursorgaan dat realiseren;
3. Waarborgende functie: indien sprake zijn van een nadelig gevolg van
bezwaar of beroep en dit kan nog ongedaan worden gemaakt, dan pas mag
de informatieplicht worden omzeild. De burger wordt dus als het ware
beschermd tegen nadelige gevolgen die om hem heen hebben
plaatsgevonden.

Ik denk zelf dat vooral sprake is van een spanning tussen de (legitimerende en)
instrumentele functie, en daarnaast de waarborgende functie: zoals kan worden
gezien in de samenhang van de twee artikelen kunnen de waarborgen, onder
omstandigheden, van de burger worden beperkt om de instrumentele functie te
vervullen (in casu het omzeilen van de informatieplicht als het gaat om een
financiële verplichting of aanspraak. De waarborgende functie is dan niet volledig
van de kaart, maar is wel beperkt.

Volledig gefocust op de waarborgende functie: iedereen moet worden gehoord.
Volledig gefocust op de instrumentele functie: niemand horen.

c. Vanwege de spanning tussen de drie functies van het bestuursrecht geldt er een
zogeheten ‘optimaliseringsgebod’: er moet een oplossing worden gezocht die aan
alle drie de functies zoveel mogelijk recht doet. Niet alle functies kunnen tegelijk
volledig worden verwezenlijkt. Hier is de politieke dimensie van het bestuursrecht
zichtbaar: de spanning tussen functies vraagt om (politieke en ethische) keuzes.

De regering is blijkens de preconsultatie van het wetsvoorstel Versterking
waarborgfunctie Awb voornemens art. 4:12 Awb te wijzigen. Het artikel zal als volgt
komen te luiden (de belangrijkste wijziging is vetgedrukt):

“1. Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 voorts
achterwege laten bij een beschikking die strekt tot het vaststellen van een
financiële verplichting of aanspraak indien:

a. tegen die beschikking bezwaar kan worden gemaakt of administratief
beroep kan worden ingesteld, en



3

, b. de nadelige gevolgen na bezwaar of administratief beroep volledig
ongedaan kunnen worden gemaakt.

2. Het eerste lid geldt niet bij een beschikking die strekt tot:

a. het opschorten, beëindigen of intrekken van een eerder
toegekende financiële aanspraak
of tot een lagere vaststelling, ten nadele wijziging, ten nadele
herzien van een voorschot of
terugvordering daarvan, die het bedrag van €1.500 overstijgt;

b. het op grond van artikel 4:35 of met toepassing van artikel 4:51 weigeren
van een subsidie;

c. het op grond van artikel 4:46, tweede lid, lager vaststellen van een
subsidie, of

d. het ten nadele van de ontvanger wijzigen van een subsidieverlening of een
subsidievaststelling.”

Lees de overwegingen in de memorie van toelichting van deze beoogde wijziging
(zie bijlage bij de werkgroepvragen). Leg uit wat de aanleiding is voor deze wijziging
en hoe deze wijziging past in het ‘optimaliseringsgebod’.

Financiële beschikkingen kunnen heel ingrijpend zijn voor mensen en financiële wetgeving is niet
altijd duidelijk voor mensen. Herroeping of vernietiging kan de rechtsgevolgen wel terugdraaien, maar
niet altijd de nadelige gevolgen volledig ongedaan maken. Een bedrag van 15000 is gekozen omdat de
consequenties van zulke bedragen (of hoger) vaak groot zijn: de financiële beschikking resulteert in
anticipatie op het geld binnen het handelen waardoor het terugbetalen van geld zwaar kan vallen.
Daarnaast kan de handeling waarvoor de financiële beschikking werd gebruikt niet meer
plaatsvinden, maar dit betekend niet dat het ook altijd gelijk stop kan worden gezet; als jij geen geld
meer krijgt voor de kinderopvang, kan je je kind niet opeens niet meer naar de kinderopvang sturen
(zonder dat je daar consequenties aan hebt). Daarnaast is vaak sprake van een bulkbeslissing als het
gaat om deze financiële aanpakken waardoor de mogelijkheid tot hoor al heel lastig is.

De wijziging past bij het optimaliseringsgebod omdat deze wijziging de waarborgende functie van de
wetgeving doet versterken. Zoals hierboven gesteld is de introductie van een beperkte horig bij
financiële aanpak of verplichting om de instrumentale functie van het bestuursrecht te ondersteunen
maar, door de beperking op de mogelijkheid tot hoor, wordt de waarborgende functie beperkt. Dit
wordt nu gecompenseerd.

Gezocht wordt naar een balans: zoals de memorie van toelichting geeft aan dat dit niet opeens
betekend dat je voor alles gehoord moet worden. Het gaat uiteindelijk om miljoenen beschikkingen.

4

Inhoudsopgave

  1. 01 Bestuursrecht 2022-2023 1
  2. 02 Vraag 4 - Casus Frederiksplein 8
  3. 03 DOEL EN GRONDSLAG. 10
  4. 04 MIDDELEN. 10
    1. Uitdeelvraag (oud tentamenvraag) 14
  5. 05 Vraag 4 - Casus Frederiksplein (GAAT OVER LEERSTUK BELANGHEBBENDE, 1:2 Awb, van belang voor: bezwaar(schrift) en beroep + veel meer dingen in Awb) 21
  6. 06 DOEL EN GRONDSLAG. 24
  7. 07 MIDDELEN. 24
    1. Bestuursrecht 2022-2023 29
  8. 08 Besluit aanwijzing alcoholvrije weggedeelten 33
  9. 09 Wat voor soort besluit is dit? 33
  10. 10 Dit is een concretiserende besluit van algemene strekking. De normstelling, namelijk dat het op grond van art. 3 lid 2 APV verboden is om op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeelten alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, staat in de verordening. Het enige van het besluit van de burgemeester van Tulpendam doet is de werking van de verordening toespitsen in een concreet geval door de grenzen aan te geven. 33
  11. 11 Je hoeft niet het begrip besluit uit te leggen, want casu heeft al aan dat het een besluit is. 34
  12. 12 Bevat het een norm?  de norm is uitgewerkt in de APV, niet in het besluit zelf. 34
  13. 13 Spitst de werking van een AVVV (hier is dat de APV) toe naar tijd en plaats 34
  14. 14 Geen zelfstandige normstelling  norm is in de apv en niet in het besluit zelf 34
  15. 15 Zou je tegen het weigeren van een concretiserende besluit in bezwaar en beroep mogen?  in art. 8:3 Awb is niet de weigering van een concretiserende besluit uitgezonderd. Je kan dus via art. 6:2 sub a Awb hier tegen in bezwaar/beroep. Ook als de CB wel wordt genomen kan je er via art. 8:3 Awb wel tegen in beroep/bezwaar, want het is hierin niet uitgezonder. 34
  16. 16 Dit besluit zegt dus niet wat je wel of niet mag doen 34
  17. 17 b. Aangezien zich ook cafés binnen het gebied bevinden, is de burgemeester voornemens om ontheffingen te verlenen aan de caféhouders. De burgemeester neemt het volgende besluit: 34
  18. 18 Besluit ontheffing hinderlijk drankgebruik 34
  19. 19 Wat voor soort besluit is het Besluit ontheffing hinderlijk drankgebruik? 34
  20. 20 Het Besluit ontheffing hinderlijk drankgebruik is een beleidsregel in de zin van art. 1:3 lid 4 Awb. 34
  21. 21 Het moet ten eerste bij besluit vastgesteld zijn, uit de casus volgt dat dit het geval is. 34
  22. 22 Ten tweede moet het een algemene regel zijn, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. In dit besluit specificeert te burgemeester de gevallen waarin ontheffing hinderlijk drankgebruik als bedoelt in art. 3 lid 4 van de APV niet wordt verleend. Dit is dus een uitleg van een wettelijk voorschrift. 34
  23. 23 Dit geldt bij de gebruik van de bevoegdheid van een bestuursorgaan. De Burgemeester is een orgaan van de gemeente die krachtens publiekrecht is ingesteld (art. 1:1 lid 1 sub a Awb), die de ontheffing kan verlenen. Dit gaat dus om een discreditionele bevoegdheid waarbij hij de belangen moet afwegen, er zit ruimte voor eigen interpretatie. 34
  24. 24 Aan alle vereisten van een beleidsregel is derhalve voldaan. Het betreft in casu dus een beleidsregel. 34
  25. 25 Een cafe moet wel alcohol kunnen schenken. Op grond van art. 3 lid 4 Apv heeft de burgemeester de bevoegdheid om ontheffing te verlenen. 35
  26. 26 Beleidsregel art. 1:3 lid 4 BW  hiermee wordt de bevoegdheid van een burgemeester ingevuld. 35
  27. 27 Beoordeling 35
  28. 28 Stap 1: je moet kijken naar de definitie van art. 1:3 lid 4 BW. Je moet kijken of hetgeen wat je leest in de casus en wat in de wet staat overeenkomt. 35
  29. 29 Een bij besluit vastgestelde algemene regel  het gaat om een open categorie gevallen. Je moet de regel in meerdere gevallen kunnen toepassen. Het is niet alleen op caféhouder x van toepassing, als dit wel het geval is dan was het een beschikking. 35
  30. 30 Afweging van belangen, vaststelling van feiten of uitleg wet  beleidsregel kan verschillende dingen doen, ook alle drie mogelijk. Het gaat om de manier waarop je belangenafweging maakt. 35
  31. 31 De burgemeester mag een afweging maken over wanneer hij het wel verleent en wanneer niet. Hij moet beslissen, verlenen, ontheffen of afwijzing. Hij geeft het niet aan de mensen die veroordeeld zijn op basis van de APV. 35
  32. 32 Het kan ook gaan om vaststelling van feiten bijv. als je alleen een invalidekaart kan verstrekken aan mensen die niet goed kunnen lopen en je zegt ik verstrek die alleen als iemand niet meer dan 100m kan lopen. Hoe stel je dit vast? Je zou in casu ook kunnen zeggen dat burgemeester feiten vaststelt door te zeggen die mensen voldoen eraan die niet etc. 35
  33. 33 Uitleg wettelijke voorschrift?  als er normen heel erg open zijn, dan leg je uit hoe jij het als bestuursorgaan leest en interpreteert. Dit is allemaal bedoelt om de bestuursorgaan en de burger meer rechtszekerheid te geven. 35
  34. 34 Bij gebruik van bevoegdheid van een bestuursorgaan  burgemeester kan ontheffing verlenen volgt uit art. 3 lid 4 APV. 35
  35. 35 Is het niet een AVVV?  er moet een wetgevende bevoegdheid zijn. De burgemeester heeft hier niet een wettelijke bevoegdheid. De burgemeester kan niet regels vaststellen o.i.d. hij krijgt de bevoegdheid tot ontheffing op grond van de APV. Dit is niet een wetgevende beveogdheid. 35
  36. 36 Sommige bestuursorganen kunnen geen wetgevende bevoegdheid, die kunnen alleen beleidsregels vaststellen. 35
  37. 37 Sommige bestuursorganen kunnen en beleidsregels en AVVV opstellen  zoals, een minister. Een minister kan en ministeriele regelingen vaststellen en beleidsregels. Qua vorm is het lastig om dit te onderscheiden. Je moet dan kijken of het gaat om een AVVV  dus wetgevende bevoegdheid of niet. 35
  38. 38 Vb. wetgevende bevoegdheid: ‘Bij ministeriele regeling van onze minister worden er regels gesteld of de aanvrager niet meer dan 100m kan lopen.’ Als je het hierop baseert, dan is dit een AVVV.’ Bij een burgemeester geen wetgevende bevoegdheid, want die mag bijna niet in zijn eentje regels opstellen. 35
  39. 39 De het bestuursorgaan moet dus de bevoegdheid hebben om regels te maken op grond van de wet, alleen het mogen verlenen van ontheffing op grond van de APV is geen wetgevende bevoegdheid. 36
  40. 40 Bestuursrecht 2022-2023 63
  41. 41 Collegeweek 4: 63
  42. 42 Normering van bestuurshandelen I 63
    1. Vraag 2 65
  43. 43 Vraag 4 – Casus Loorbach 67
  44. 44 Bestuursrecht 2022-2023 71
  45. 45 Collegeweek 5: 71
  46. 46 Normering van bestuurshandelen II 71
  47. 47 Vraag 3 – Casus Hardcore Events 76
  48. 48 Vraag 5 – Casus Lambrecht 79
  49. 49 a. Heeft het betoog van Henk kans van slagen? 79
  50. 50 4:84 Awb: 2 voorwaarden: je moet de beleidsregel volgen, tenzij: 79
  51. 51 1. Bijzondere omstandigheden: de spoedeisendheid 79
  52. 52 2. En als er daar onevenredigheid kan zijn/onevenredige gevolgen: als hij het op tijd had aangevraagd, had hij de tegemoetkoming wel gekregen. 79
  53. 53 3:2 kan in verband worden gebracht/juncto met 4:84: zorgvuldigheid. 79
  54. 54 Dus het betoog van Henk heeft misschien wel kans van slagen omdat hij zich in beiden toepassingsvoorwaarden bevindt. Altijd worden voldaan aan beiden voorwaarden (hierboven) 79
  55. 55 Ja (bestuursrechtspraak is burgervriendelijker geworden). 79
  56. 56 Vraag 6 – Casus De Hoogwerker 80
  57. 57 De gemeente Haarlemmermeer is eigenaar van een midden in een industrieterrein liggend stuk braakliggende grond, waar zij al lange tijd mee in de maag zit. Gelukkig meldt zich op zeker moment Bouwbedrijf De Hoogwerker BV met het idee om het terrein te gaan ontwikkelen tot een concertzaal (in de termen van het bedrijf: een ‘rocktempel’). De Hoogwerker weet het college van burgemeester en wethouders en later de gemeenteraad te overtuigen dat dit een buitenkansje is. De gemeente zal het terrein aan De Hoogwerker verpachten, zodat de gemeente er jaarlijks een mooi bedrag aan overhoudt. Men wordt het eens over de prijs, en de erfpachtovereenkomst wordt gesloten. 80
  58. 58 Nog voordat de eerste spade de grond in gaat, meldt zich Hardcore Events BV bij het gemeentebestuur. Dat bedrijf had nu juist het plan om het terrein te ontwikkelen tot festivalterrein, en is boos en teleurgesteld dat de gemeente al zaken met De Hoogwerker heeft gedaan. Het gemeentebestuur vindt het allemaal erg jammer, maar er is nu eenmaal al een overeenkomst met De Hoogewerker, en pacta sunt servanda. 80
  59. 59 Bestuursrecht 2022-2023 89
  60. 60 Collegeweek 5: 89
  61. 61 Normering van bestuurshandelen II 89
  62. 62 Vraag 3 – Casus Hardcore Events 93
  63. 63 Vraag 5 – Casus Lambrecht 97
  64. 64 b. Heeft het betoog van Henk kans van slagen? 97
  65. 65 4:84 Awb: 2 voorwaarden: je moet de beleidsregel volgen, tenzij: 97
  66. 66 3. Bijzondere omstandigheden: de spoedeisendheid 97
  67. 67 4. En als er daar onevenredigheid kan zijn/onevenredige gevolgen: als hij het op tijd had aangevraagd, had hij de tegemoetkoming wel gekregen. 97
  68. 68 3:2 kan in verband worden gebracht/juncto met 4:84: zorgvuldigheid. 97
  69. 69 Dus het betoog van Henk heeft misschien wel kans van slagen omdat hij zich in beiden toepassingsvoorwaarden bevindt. Altijd worden voldaan aan beiden voorwaarden (hierboven) 97
  70. 70 Ja (bestuursrechtspraak is burgervriendelijker geworden). 97
  71. 71 Vraag 6 – Casus De Hoogwerker 97
  72. 72 De gemeente Haarlemmermeer is eigenaar van een midden in een industrieterrein liggend stuk braakliggende grond, waar zij al lange tijd mee in de maag zit. Gelukkig meldt zich op zeker moment Bouwbedrijf De Hoogwerker BV met het idee om het terrein te gaan ontwikkelen tot een concertzaal (in de termen van het bedrijf: een ‘rocktempel’). De Hoogwerker weet het college van burgemeester en wethouders en later de gemeenteraad te overtuigen dat dit een buitenkansje is. De gemeente zal het terrein aan De Hoogwerker verpachten, zodat de gemeente er jaarlijks een mooi bedrag aan overhoudt. Men wordt het eens over de prijs, en de erfpachtovereenkomst wordt gesloten. 97
  73. 73 Nog voordat de eerste spade de grond in gaat, meldt zich Hardcore Events BV bij het gemeentebestuur. Dat bedrijf had nu juist het plan om het terrein te ontwikkelen tot festivalterrein, en is boos en teleurgesteld dat de gemeente al zaken met De Hoogwerker heeft gedaan. Het gemeentebestuur vindt het allemaal erg jammer, maar er is nu eenmaal al een overeenkomst met De Hoogewerker, en pacta sunt servanda. 98
  74. 74 Bestuursrecht 2022-2023 107
  75. 75 Collegeweek 7: 107
  76. 76 Bestuursprocesrecht 107
  77. 77 U behoeft niet in te gaan op de vraag of het verzoek door de bestuursrechter zal worden toegewezen. 114

Gekoppeld boek
 image
F.C.M.A. Michiels, A.B. Blomberg Hoofdzaken van het bestuursrecht
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789013150735 Druk: 9

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
28 oktober 2024
Aantal pagina's
115
Geschreven in
2024/2025
Type
Overig
Persoon
Onbekend
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
129
Volgers
17
Items
141
Laatst verkocht
2 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen