Sociologie =
- Leer samenleving + verschijnselen
- Gedrag van mensen in groepen ---> in impact moraal + ethiek + politiek + filosofie
- = maatschappijwetenschap = mensen in relatie met anderen bekijken
Sociale groepen =
Groepen waarin je zit = maakt deel je identiteit ---> sociale druk/ondersteuning van omgeving = bepalen hoe je gaat
handelen
----> individu = deel uitmaken van verschillende sociale groepen = bepalen allemaal deeltje van identiteit = uniek
(niet iedereen in zelfde groepen)
---> gemeenschappelijke groepen zorgen voor soort verbondenheid
---> groepen = heel veel macht/impact uitoefenen op individu
Voorwaarde groep:
- + 3 personen
- Gedeelde doelen + relaties + sociale identiteit
- Expliciete en impliciete afspraken/ gedragsregels
---> zorgen voor een samenhorigheid van groepen ---> niet aan houden = uit groep
Kenmerken van groepen:
1. Conformiteit
= groep verwacht dat iedereen zich aan expliciete en impliciete regels houdt ---> groep wordt sterk = macht
uitoefenen = zo kan iedereen op elkaar rekenen
Hoe?
- Normatieve druk = beloning en straf ---> conform gedragen = belonen ---> ergste straf = afwijzen
- Informationele druk ---> niet-conform = info achterhouden
---> conformeren aan groep ---> denken dat die beter geïnformeerd is
- Intergroepsdruk ---> horen bij ene groep = beschermen tegen andere groepen ---> meer opgaan in
anonimiteit
---> Asch conformity study =
- Normatieve sociale druk ---> niet conformeren aan groep = uitlachen
- Informationele druk ---> zelf niet zeker zijn van antwoord ---> groep volgen want denken dat die beter
geïnformeerd zijn (zeggen allemaal hetzelfde)
===> weerstaan aan druk = zelfvertrouwen hebben
Problemen met studie:
− Kleine populatie ---> mannelijke studenten van zelfde unief (= gedeelde sociale identiteit)
− Deelnemers wisten dat de deelnamen aan een studie = geen economische validiteit ---> studie
context = zo veel mogelijk lijken op realiteit
---> deelnemers antwoorden wat ze dachten dat opzetters wilden horen 1
, 2. Volgzaamheid en gehoorzaamheid
Milgram experiment =
Na hollocaust ---> wrm gingen medewerkers mee in mensonterende dingen?
Opzet:
---> proefpersonen = aan toestel met voor hem scherm met persoon achter ---> proefpersoon moest 5
woorden opsommen + andere kant = juist antwoord geven ---> fout = andere kant kreeg elektrische shock
---> voltage werd opgedreven ---> tot dodelijk ---> kijken hoe ver iemand kan gaan om shocken te geven --->
moest doorgaan tot einde + leider van experiment stond naast proefpersoon + zei dat proefpersoon moest
verder gaan
Resultaat:
Veel proefpersonen deden vaak verder tot dodelijke shocken ---> volgzaamheid groot:
− Slachtoffer was niet zichtbaar (horen = minder impact)
− Iemand met autoriteit staat erbij + geeft instructies ---> droeg witte jas = arts = personen hebben
veel vertrouwen in die persoon
===> leert ons hoe belangrijk volgzaamheid is + kritische geest = erg belangrijk
---> als arts = belangrijk om impact op patiënten te begrijpen
3. Deviant gedrag
= niet conform gedragen/ niet gehoorzaam is ---> uit groep zetten dr bedreigd gevoel in groep ---> zou
anderen ook kunnen aansporen
Wanneer vertonen?
Als je andere groep hebt om op terug te vallen ---> anders valt enige bron sociaal contact weg
---> deviant gedrag = zeer belangrijk voor groep ---> groep staat stil bij gedragsregels ---> nadenken over
standpunten ---> maakt groep sterker
4. Structuur
1e manier:
- Taakgerichte groepen =
Vormen door zelfde doel/taak ---> gedeelde sociale identiteit ---> hechting vormt zich langzaam (= weinig
binding, weinig gemeenschappelijk) ---> makkelijker conflict + doelgericht ---> valt makkelijk uit elkaar
- Sociale functie =
Veel connectie ---> veel sociale identiteit = erg loyaal + gehoorzaamheid
2e manier:
- Heterogene groepen = moeilijk vormen
- Homogeen = makkelijker dr zelfde ervaringen/ideeën
2