PROBLEEM 2
Leerdoelen:
1. Hoe werkt internationaal recht door in de Nederlandse rechtsorde?
2. Hoe werkt Europees recht door in de Nederlandse rechtsorde?
3. Hoe komt een verdrag tot stand en wanneer is een staat daaraan gebonden?
Bronnen:
- Van der Pot, Handboek van het Nederlandse Staatsrecht: H30 (p.695-696), 31 en 32
- Schtugens, Het rookverbod en de bevoegdheid van de HR om wetgeving aan verdragen te
toetsen, Annotatie, 307–311
- Jusrisprudentie: Van Gend & Loos/ Costa-ENEL/ Stakingsrecht/ Rusttijden/ Rookverbod
- Webcasts ‘Doorwerking EU-recht’ en ‘Doorwerking internationaal recht’
LEERDOEL 1 HOE WERKT INTERNATIONAAL RECHT DOOR IN DE
NEDERLANDSE RECHTSORDE?
Bij dit leerdoel zijn wel de artikelen 93 en 94 van de Grondwet van belang.
Artikel 93
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar
inhoud eenieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Artikel 94
Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze
toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende bepalingen van verdragen en van
besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
In art. 93 Gw staat dat eenieder verbindende bepalingen doorwerking hebben, hierbij is dus sprake
van rechtstreekse werking van internationaal recht.
In art. 94 Gw staat de voorrangsregel. De internationale regeling gaat voor als een nationale regel
niet verenigbaar is met de internationale regel.
Wat wordt getoetst?
De woorden ‘binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften’ duiden op een categorie die
zowel wetten alsook lagere regelgeving omvat. Ook de Grondwet valt eronder.
Een toetsing van de Gw aan een internationale regel komt echter weinig voor. Als dat wel gebeurt,
is art. 91 lid 3 van toepassing: “Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Gw dan
wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten
minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.”
Waaraan wordt getoetst?
(Webcast)
De Nederlandse staat is gebonden aan internationale afspraken voor zover zij bij die afspraken
partij is. Van oudsher waren verdragen afspraken tussen de staten maar dat betekent niet
automatisch dat burgers geen beroep kunnen doen op bepalingen uit die verdragen. Dit kan echter
niet op alle bepalingen.
Alleen als een verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft (d.w.z. eenieder verbindend) kan een
burger beroep doen. Als hier sprake van is, spreken we van ‘doorwerking van internationaal recht’.
Doorwerking van internationaal recht gaat via de artt. 93 en 94 Gw.
Art. 93 Gw: bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar
haar inhoud eenieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
1
, Art. 94 Gw: binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien
deze toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende bepalingen van verdragen en van
besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
Verdrag gaat boven nationaal recht
Nationale wet wordt buiten toepassing gelaten (geldt alleen voor eenieder verbindende
bepalingen)
Wat is ‘eenieder verbindende bepaling’? → Stakingsarrest
3 stappen om te bepalen of een verdrag rechtstreekse werking heeft a.d.h.v. het arrest:
1. Zijn de verdragsluitende partijen overeengekomen dat aan een verdragsbepaling geen
eenieder verbindende kracht zal toekomen?
Moet af te leiden zijn uit de totstandkomingsgeschiedenis of uit de tekst van de
verdragsbepaling
Als deze stap niks oplevert, dan naar stap 2
2. Verplicht de verdragsbepaling de Nederlandse wetgever tot het treffen van een regeling?
M.a.w. gaat het om een opdracht aan de wetgever?
Ja? → de bepaling is niet eenieder verbindend
Nee? → stap 3
3. Is de bepaling, gelet op haar inhoud en bewoording, geschikt om in de nationale rechtsorde
als objectief recht te kunnen functioneren?
Ja? → de bepaling is eenieder verbindend
LET OP: sinds Rookverbod-arrest (2014) worden de 3 stappen niet meer gebruikt.
Rookverbod-arrest → 3 stappen zijn 2 stappen geworden
1. Zijn de verdragsluitende partijen overeengekomen dat aan een verdragsbepaling geen
eenieder verbindende kracht zal toekomen?
Moet af te leiden zijn uit de totstandkomingsgeschiedenis of uit de tekst van de
verdragsbepaling
Als deze stap niks oplevert, dan kijken naar de bepaling zelf → naar stap 2
2. De verdragsbepaling is eenieder verbindend als het onvoorwaardelijk en voldoende
nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te kunnen
worden toegepast.
2 belangrijke gevolgen van het nieuwe stappenplan:
1. Een verdragsbepaling die tot nationale regelgeving verplicht is niet per definitie niet
eenieder verbindend.
Dus ook wanneer het gaat om een opdracht aan de wetgever kan een verdragsbepaling
eenieder verbindend zijn.
2. Het antwoord op de vraag of een bepaling eenieder verbindt wordt relatief
De eeniederverbindendheid wordt afhankelijk van de omstandigheden waarin de
nieuwe bepaling wordt ingeroepen. De context waarin de bepaling wordt ingeroepen is
van belang.
De bepaling kan in de ene context/situatie wel eenieder verbindend zijn, en in de
andere niet.
Gevolg van eenieder verbindende bepalingen is enerzijds dat burgers een beroep kunnen doen op
internationaal recht, anderzijds dat indien een strijd bestaat tussen nationale en internationale
regeling, de internationale voorgaat en de nationale buiten toepassing wordt gelaten.
LEERDOEL 2 HOE WERKT EUROPEES RECHT DOOR IN DE
NEDERLANDSE RECHTSORDE?
2
Leerdoelen:
1. Hoe werkt internationaal recht door in de Nederlandse rechtsorde?
2. Hoe werkt Europees recht door in de Nederlandse rechtsorde?
3. Hoe komt een verdrag tot stand en wanneer is een staat daaraan gebonden?
Bronnen:
- Van der Pot, Handboek van het Nederlandse Staatsrecht: H30 (p.695-696), 31 en 32
- Schtugens, Het rookverbod en de bevoegdheid van de HR om wetgeving aan verdragen te
toetsen, Annotatie, 307–311
- Jusrisprudentie: Van Gend & Loos/ Costa-ENEL/ Stakingsrecht/ Rusttijden/ Rookverbod
- Webcasts ‘Doorwerking EU-recht’ en ‘Doorwerking internationaal recht’
LEERDOEL 1 HOE WERKT INTERNATIONAAL RECHT DOOR IN DE
NEDERLANDSE RECHTSORDE?
Bij dit leerdoel zijn wel de artikelen 93 en 94 van de Grondwet van belang.
Artikel 93
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar
inhoud eenieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Artikel 94
Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze
toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende bepalingen van verdragen en van
besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
In art. 93 Gw staat dat eenieder verbindende bepalingen doorwerking hebben, hierbij is dus sprake
van rechtstreekse werking van internationaal recht.
In art. 94 Gw staat de voorrangsregel. De internationale regeling gaat voor als een nationale regel
niet verenigbaar is met de internationale regel.
Wat wordt getoetst?
De woorden ‘binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften’ duiden op een categorie die
zowel wetten alsook lagere regelgeving omvat. Ook de Grondwet valt eronder.
Een toetsing van de Gw aan een internationale regel komt echter weinig voor. Als dat wel gebeurt,
is art. 91 lid 3 van toepassing: “Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Gw dan
wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten
minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.”
Waaraan wordt getoetst?
(Webcast)
De Nederlandse staat is gebonden aan internationale afspraken voor zover zij bij die afspraken
partij is. Van oudsher waren verdragen afspraken tussen de staten maar dat betekent niet
automatisch dat burgers geen beroep kunnen doen op bepalingen uit die verdragen. Dit kan echter
niet op alle bepalingen.
Alleen als een verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft (d.w.z. eenieder verbindend) kan een
burger beroep doen. Als hier sprake van is, spreken we van ‘doorwerking van internationaal recht’.
Doorwerking van internationaal recht gaat via de artt. 93 en 94 Gw.
Art. 93 Gw: bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar
haar inhoud eenieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
1
, Art. 94 Gw: binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien
deze toepassing niet verenigbaar is met eenieder verbindende bepalingen van verdragen en van
besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
Verdrag gaat boven nationaal recht
Nationale wet wordt buiten toepassing gelaten (geldt alleen voor eenieder verbindende
bepalingen)
Wat is ‘eenieder verbindende bepaling’? → Stakingsarrest
3 stappen om te bepalen of een verdrag rechtstreekse werking heeft a.d.h.v. het arrest:
1. Zijn de verdragsluitende partijen overeengekomen dat aan een verdragsbepaling geen
eenieder verbindende kracht zal toekomen?
Moet af te leiden zijn uit de totstandkomingsgeschiedenis of uit de tekst van de
verdragsbepaling
Als deze stap niks oplevert, dan naar stap 2
2. Verplicht de verdragsbepaling de Nederlandse wetgever tot het treffen van een regeling?
M.a.w. gaat het om een opdracht aan de wetgever?
Ja? → de bepaling is niet eenieder verbindend
Nee? → stap 3
3. Is de bepaling, gelet op haar inhoud en bewoording, geschikt om in de nationale rechtsorde
als objectief recht te kunnen functioneren?
Ja? → de bepaling is eenieder verbindend
LET OP: sinds Rookverbod-arrest (2014) worden de 3 stappen niet meer gebruikt.
Rookverbod-arrest → 3 stappen zijn 2 stappen geworden
1. Zijn de verdragsluitende partijen overeengekomen dat aan een verdragsbepaling geen
eenieder verbindende kracht zal toekomen?
Moet af te leiden zijn uit de totstandkomingsgeschiedenis of uit de tekst van de
verdragsbepaling
Als deze stap niks oplevert, dan kijken naar de bepaling zelf → naar stap 2
2. De verdragsbepaling is eenieder verbindend als het onvoorwaardelijk en voldoende
nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te kunnen
worden toegepast.
2 belangrijke gevolgen van het nieuwe stappenplan:
1. Een verdragsbepaling die tot nationale regelgeving verplicht is niet per definitie niet
eenieder verbindend.
Dus ook wanneer het gaat om een opdracht aan de wetgever kan een verdragsbepaling
eenieder verbindend zijn.
2. Het antwoord op de vraag of een bepaling eenieder verbindt wordt relatief
De eeniederverbindendheid wordt afhankelijk van de omstandigheden waarin de
nieuwe bepaling wordt ingeroepen. De context waarin de bepaling wordt ingeroepen is
van belang.
De bepaling kan in de ene context/situatie wel eenieder verbindend zijn, en in de
andere niet.
Gevolg van eenieder verbindende bepalingen is enerzijds dat burgers een beroep kunnen doen op
internationaal recht, anderzijds dat indien een strijd bestaat tussen nationale en internationale
regeling, de internationale voorgaat en de nationale buiten toepassing wordt gelaten.
LEERDOEL 2 HOE WERKT EUROPEES RECHT DOOR IN DE
NEDERLANDSE RECHTSORDE?
2