SOCIOLOGISCHE PERSPECTIEVEN OP
DE LERENDE SAMENLEVING
1 inleiding........................................................................................................................ 3
2 onderwijs als ordevraagstuk..........................................................................................3
2.1 Inleiding: sociale organisatie van leren........................................................................................... 3
2.2 Overheid en markt.......................................................................................................................... 6
2.3 Theorie, praktijk en beleid (Meer marktwerking in het onderwijs? - argumenten pro en contra).....7
2.4 Sociale ordes en actuele vraagstukken.........................................................................................10
3 onderwijs in de Lage Landen in historisch en internationaal perspectief.........................11
3.1 Inleiding........................................................................................................................................ 11
3.2 Historisch perspectief: godsdienstig, nationaal en neoliberaal......................................................11
3.3 Internationaal perspectief............................................................................................................. 16
3.4 Zoektocht van altijd en overal....................................................................................................... 17
4 Durkheims, Marx’ en Webers theorieën over het onderwijs als maatschappelijke institutie
...................................................................................................................................... 18
4.1 Inleiding........................................................................................................................................ 18
4.2 Institutionalisering van het onderwijs: korte historische schets.....................................................19
4.3 Maatschappij en het concept functie.............................................................................................20
4.4 Émile Durkheim: het onderwijs draagt bij aan de maatschappelijke continuïteit...........................20
4.5 Marx: het onderwijs draagt bij aan de reproductie van het kapitalistische systeem......................21
4.6 Weber: het onderwijs draagt bij aan het in stand houden van sociale dominantie........................22
4.7 Vergelijking en synthese............................................................................................................... 23
4.8 Klassieke kaders zijn nog steeds bruikbaar...................................................................................24
5 aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de lage landen....................................26
5.1 Inleiding........................................................................................................................................ 26
5.2 het socialisatie- en allocatiemodel van onderwijs..........................................................................26
5.3 bestaande theoretische inzichten over aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.................27
5.4 empirische bevindingen................................................................................................................ 29
5.5 implicaties voor het beleid............................................................................................................ 30
5.6 nog steeds concurrerende visies op aansluiting............................................................................31
6 onderwijsstelsel en kansgelijkheid: op zoek naar mertocratie........................................33
6.1 Inleiding........................................................................................................................................ 33
6.2 Het ontwerpen van een meritocratie.............................................................................................33
6.3 Kenmerken van ons onderwijsstelsel.............................................................................................33
6.4 Stelselkenmerken en kansengelijkheid.......................................................................................... 35
6.5 Lessen uit onderwijssociologie (en aanverwante wetenschappen)................................................36
6.6 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 37
6.7 Samenhangen in kenmerken bepalend voor meritocratisch onderwijssysteem............................38
7 onderwijsongelijkheden: confrontatie van gezinnen met een onderwijssysteem..............39
7.1 Inleiding........................................................................................................................................ 39
7.2 historiek........................................................................................................................................ 39
1
, 7.3 voornaamste theoretische perspectieven ter verklaring van onderwijsongelijkheden...................39
7.4 stand van zaken van het empirisch onderzoek naar de oorzaken van ongelijkheden
schoolloopbanen................................................................................................................................. 42
7.5 Onderzoek naar sociale ongelijkheden in onderwijsloopbanen in Nederland en Vlaanderen.........43
7.6 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 43
7.7 Hardnekkige verschillen en moeizame verklaringen.....................................................................43
8 sekseverschillen in onderwijs: meisjessucces en jongensprobleem?...............................44
8.1 Inleiding........................................................................................................................................ 44
8.2 Historiek en situering van de problematiek...................................................................................44
8.3 Theoretische verklaringen van sekseverschillen in onderwijs........................................................45
8.4 State-of-the-art: empirisch onderzoek en recente inzichten..........................................................47
8.5 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 49
8.6 Gendervraagstukken veranderen en blijven..................................................................................49
9 maatschappelijke opdracht van de school: burgerschapsonderwijs in ontwikkeling.........51
9.1 Inleiding........................................................................................................................................ 51
9.2 Achtergrond: sociale opbrengsten onderwijs zijn van grote waarde..............................................51
9.3 De burgerschapsopdracht van scholen: over welk burgerschap hebben we het?..........................53
9.4 Uitgangspunt bij invulling: welke competenties hebben jongeren nu?..........................................54
9.5 Mogelijkheden: hoe ontwikkelt burgerschap zich onder jongeren?................................................55
9.6 De rol van de school: onderwijs helpt, maar hoe?.........................................................................56
9.7 Sturen op burgerschap voor onderwijs?........................................................................................57
10 etnische diversiteit in het onderwijs..........................................................................58
10.1 Inleiding...................................................................................................................................... 58
10.2 Situering en historiek.................................................................................................................. 58
10.3 theorie......................................................................................................................................... 60
10.4 state of the art............................................................................................................................ 65
10.5 het doorbreken van vicieuze cirkel etnische diversiteit in onderwijsprestaties (= samenvattend)
............................................................................................................................................................ 67
2
,HOOFDLIJNEN
SOCIOLOGISCH DENKEN
OVER ONDERWIJS
1 INLEIDING
Onderwijs vervult 3 belangrijke functies:
kwalificatiefunctie: inhoudelijk voorbereiden op vervolgopleiding en beroepsuitoefening
selectie – en allocatiefunctie: onderwijs bepaalt welke sociale positie mensen innemen in de
samenleving (maatschappelijk aanzien)
socialisatiefunctie: onderwijs maakt burgers, samenlevers, leert mensen omgaan met elkaar, en
welke waarden en normen gerespecteerd moeten worden
2 ONDERWIJS ALS ORDEVRAAGSTUK
2.1 Inleiding: sociale organisatie van leren
Sociale organisatie van leren: abstract termen omdat vorm niet bestaat
Kan op verschillende manieren benodigde kennis en vaardigheden bijbrengen (thuis onderwijs,
leren door te doen, meester-gezel,…)
3
, Hoe leren georganiseerd wordt, bepaald door maatschappelijke omstandigheden/ontwikkelingen
o hoe het georganiseerd toont gelijkenis met de dominante economische modus van
productie (organiserende principes bij het produceren van goederen en diensten)
o in loop van de tijd is die sociale organisatie van vorm veranderd;
Agrarische maatschappij: directe overdracht van vader op zoon
Pre-industrieel: opleiding van vaklieden (meesters, gezellen en lln)
Industriële maatschappij = fabriek = massaproductie en lage kosten
Industriële revolutie: ontstaan school
o alle burgers moeten beschikken over de basisvaardigheden
o ontstaan massa-onderwijs door leerplicht en afschaffen
kinderarbeid
o mensen voorbereiden op veranderende maatschappij + overheden
konden greep houden op dat onderwijs!
Nu kennismaatschappij (kennissamenleving)
meer maatwerk + efficiënter
onderwijs op maat, behoeften individuele lln
SOCIALE ORDES
Vanuit SOL staan volgende vragen centraal:
Wat moet er onderwezen worden? – vraagstuk = curriculum
Hoe moet dat worden gedaan? – vraagstuk = inrichting onderwijsproces
Voor wie is welke vorm van leren ? – vraagstuk = selectie en verdeling van onderwijskansen
Vanuit socialogie extra vraag:
Wie beantwoordt deze vragen? – vraagstuk = governance
Antwoorden op vragen gegeven vanuit 4 sociale ordes = Groninger OMOP-model
Geconstrueerd: Spontaan:
om doelen te verwezenlijken ontstaan is ongepland
Veel interacties tussen mensen
Overheid Markt
Interactie obv algemeen gezag Onpersoonlijke relaties obv ruil
tussen overheid en burgers
vb: regels die je moet volgen
Marktmechanisme: bestaat uit 3 onderdelen:
kan doelbewust invloed uitoefenen concurrentie tussen aanbieders;
via 3 instrumenten: consumenten; prijsmechanisme:
o financieren: onderwijs meestal o Prijsmechanisme:
publiekelijk → bepaalt WAT/hoeveel produceren?
o verschaffen: zie GO, OVSG, … → Koppeling/evenwicht tussen vraag en
(officieel ond) productie (aanbod)
o reguleren: zie bv ET o Concurrentieprikkel:
→ bepaalt HOE produceren?
→ Zorgt voor efficiëntie: zo weinig
mogelijk kosten en zo hoog mogelijke
prijs/kwaliteit
Organisatie Primaire sociale orde (pso)
Specifi ek gezag Persoonlijke, onderlinge relaties
= alle soorten en vormen van verbanden Vaak affectief bv: gezin, collega’s, …
4
DE LERENDE SAMENLEVING
1 inleiding........................................................................................................................ 3
2 onderwijs als ordevraagstuk..........................................................................................3
2.1 Inleiding: sociale organisatie van leren........................................................................................... 3
2.2 Overheid en markt.......................................................................................................................... 6
2.3 Theorie, praktijk en beleid (Meer marktwerking in het onderwijs? - argumenten pro en contra).....7
2.4 Sociale ordes en actuele vraagstukken.........................................................................................10
3 onderwijs in de Lage Landen in historisch en internationaal perspectief.........................11
3.1 Inleiding........................................................................................................................................ 11
3.2 Historisch perspectief: godsdienstig, nationaal en neoliberaal......................................................11
3.3 Internationaal perspectief............................................................................................................. 16
3.4 Zoektocht van altijd en overal....................................................................................................... 17
4 Durkheims, Marx’ en Webers theorieën over het onderwijs als maatschappelijke institutie
...................................................................................................................................... 18
4.1 Inleiding........................................................................................................................................ 18
4.2 Institutionalisering van het onderwijs: korte historische schets.....................................................19
4.3 Maatschappij en het concept functie.............................................................................................20
4.4 Émile Durkheim: het onderwijs draagt bij aan de maatschappelijke continuïteit...........................20
4.5 Marx: het onderwijs draagt bij aan de reproductie van het kapitalistische systeem......................21
4.6 Weber: het onderwijs draagt bij aan het in stand houden van sociale dominantie........................22
4.7 Vergelijking en synthese............................................................................................................... 23
4.8 Klassieke kaders zijn nog steeds bruikbaar...................................................................................24
5 aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de lage landen....................................26
5.1 Inleiding........................................................................................................................................ 26
5.2 het socialisatie- en allocatiemodel van onderwijs..........................................................................26
5.3 bestaande theoretische inzichten over aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.................27
5.4 empirische bevindingen................................................................................................................ 29
5.5 implicaties voor het beleid............................................................................................................ 30
5.6 nog steeds concurrerende visies op aansluiting............................................................................31
6 onderwijsstelsel en kansgelijkheid: op zoek naar mertocratie........................................33
6.1 Inleiding........................................................................................................................................ 33
6.2 Het ontwerpen van een meritocratie.............................................................................................33
6.3 Kenmerken van ons onderwijsstelsel.............................................................................................33
6.4 Stelselkenmerken en kansengelijkheid.......................................................................................... 35
6.5 Lessen uit onderwijssociologie (en aanverwante wetenschappen)................................................36
6.6 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 37
6.7 Samenhangen in kenmerken bepalend voor meritocratisch onderwijssysteem............................38
7 onderwijsongelijkheden: confrontatie van gezinnen met een onderwijssysteem..............39
7.1 Inleiding........................................................................................................................................ 39
7.2 historiek........................................................................................................................................ 39
1
, 7.3 voornaamste theoretische perspectieven ter verklaring van onderwijsongelijkheden...................39
7.4 stand van zaken van het empirisch onderzoek naar de oorzaken van ongelijkheden
schoolloopbanen................................................................................................................................. 42
7.5 Onderzoek naar sociale ongelijkheden in onderwijsloopbanen in Nederland en Vlaanderen.........43
7.6 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 43
7.7 Hardnekkige verschillen en moeizame verklaringen.....................................................................43
8 sekseverschillen in onderwijs: meisjessucces en jongensprobleem?...............................44
8.1 Inleiding........................................................................................................................................ 44
8.2 Historiek en situering van de problematiek...................................................................................44
8.3 Theoretische verklaringen van sekseverschillen in onderwijs........................................................45
8.4 State-of-the-art: empirisch onderzoek en recente inzichten..........................................................47
8.5 Implicaties voor beleid.................................................................................................................. 49
8.6 Gendervraagstukken veranderen en blijven..................................................................................49
9 maatschappelijke opdracht van de school: burgerschapsonderwijs in ontwikkeling.........51
9.1 Inleiding........................................................................................................................................ 51
9.2 Achtergrond: sociale opbrengsten onderwijs zijn van grote waarde..............................................51
9.3 De burgerschapsopdracht van scholen: over welk burgerschap hebben we het?..........................53
9.4 Uitgangspunt bij invulling: welke competenties hebben jongeren nu?..........................................54
9.5 Mogelijkheden: hoe ontwikkelt burgerschap zich onder jongeren?................................................55
9.6 De rol van de school: onderwijs helpt, maar hoe?.........................................................................56
9.7 Sturen op burgerschap voor onderwijs?........................................................................................57
10 etnische diversiteit in het onderwijs..........................................................................58
10.1 Inleiding...................................................................................................................................... 58
10.2 Situering en historiek.................................................................................................................. 58
10.3 theorie......................................................................................................................................... 60
10.4 state of the art............................................................................................................................ 65
10.5 het doorbreken van vicieuze cirkel etnische diversiteit in onderwijsprestaties (= samenvattend)
............................................................................................................................................................ 67
2
,HOOFDLIJNEN
SOCIOLOGISCH DENKEN
OVER ONDERWIJS
1 INLEIDING
Onderwijs vervult 3 belangrijke functies:
kwalificatiefunctie: inhoudelijk voorbereiden op vervolgopleiding en beroepsuitoefening
selectie – en allocatiefunctie: onderwijs bepaalt welke sociale positie mensen innemen in de
samenleving (maatschappelijk aanzien)
socialisatiefunctie: onderwijs maakt burgers, samenlevers, leert mensen omgaan met elkaar, en
welke waarden en normen gerespecteerd moeten worden
2 ONDERWIJS ALS ORDEVRAAGSTUK
2.1 Inleiding: sociale organisatie van leren
Sociale organisatie van leren: abstract termen omdat vorm niet bestaat
Kan op verschillende manieren benodigde kennis en vaardigheden bijbrengen (thuis onderwijs,
leren door te doen, meester-gezel,…)
3
, Hoe leren georganiseerd wordt, bepaald door maatschappelijke omstandigheden/ontwikkelingen
o hoe het georganiseerd toont gelijkenis met de dominante economische modus van
productie (organiserende principes bij het produceren van goederen en diensten)
o in loop van de tijd is die sociale organisatie van vorm veranderd;
Agrarische maatschappij: directe overdracht van vader op zoon
Pre-industrieel: opleiding van vaklieden (meesters, gezellen en lln)
Industriële maatschappij = fabriek = massaproductie en lage kosten
Industriële revolutie: ontstaan school
o alle burgers moeten beschikken over de basisvaardigheden
o ontstaan massa-onderwijs door leerplicht en afschaffen
kinderarbeid
o mensen voorbereiden op veranderende maatschappij + overheden
konden greep houden op dat onderwijs!
Nu kennismaatschappij (kennissamenleving)
meer maatwerk + efficiënter
onderwijs op maat, behoeften individuele lln
SOCIALE ORDES
Vanuit SOL staan volgende vragen centraal:
Wat moet er onderwezen worden? – vraagstuk = curriculum
Hoe moet dat worden gedaan? – vraagstuk = inrichting onderwijsproces
Voor wie is welke vorm van leren ? – vraagstuk = selectie en verdeling van onderwijskansen
Vanuit socialogie extra vraag:
Wie beantwoordt deze vragen? – vraagstuk = governance
Antwoorden op vragen gegeven vanuit 4 sociale ordes = Groninger OMOP-model
Geconstrueerd: Spontaan:
om doelen te verwezenlijken ontstaan is ongepland
Veel interacties tussen mensen
Overheid Markt
Interactie obv algemeen gezag Onpersoonlijke relaties obv ruil
tussen overheid en burgers
vb: regels die je moet volgen
Marktmechanisme: bestaat uit 3 onderdelen:
kan doelbewust invloed uitoefenen concurrentie tussen aanbieders;
via 3 instrumenten: consumenten; prijsmechanisme:
o financieren: onderwijs meestal o Prijsmechanisme:
publiekelijk → bepaalt WAT/hoeveel produceren?
o verschaffen: zie GO, OVSG, … → Koppeling/evenwicht tussen vraag en
(officieel ond) productie (aanbod)
o reguleren: zie bv ET o Concurrentieprikkel:
→ bepaalt HOE produceren?
→ Zorgt voor efficiëntie: zo weinig
mogelijk kosten en zo hoog mogelijke
prijs/kwaliteit
Organisatie Primaire sociale orde (pso)
Specifi ek gezag Persoonlijke, onderlinge relaties
= alle soorten en vormen van verbanden Vaak affectief bv: gezin, collega’s, …
4