Bloed
1. Bloed: introductie
Het cardiovasculaire stelsel is het eerst ontwikkeld bij een
embryo (eerst via diffusie)
Hoofddoel: bloed = intern transportmiddel
Cardiovasculair systeem: 3 onderdelen
Hart = motor
Arteriën en venen = buizen
Bloed = transportmiddel
Functies van het bloed
Transport van nuttige stoffen en afvalstoffen
Stabilisering van de pH (het bloed absorbeert en
neutraliseert de zuren die door de actieve weefsels
wordt gevormd (melkzuur)
Beperking van vloeistofverlies bij verwonding (bevat
enzymen die de bloedstolling in gang zetten
Verdediging tegen gifstoffen en ziekteverwekkers (vervoert leukocyten die
infecties voorkomen in de weefsels en antistoffen voor binnendringende
pathogenen
Stabiliseren van de lichaamstemperatuur (neemt warmte op die door actieve
skeletpieren wordt gevormd. Lichaamstemperatuur te hoog -> bloed naar
lichaamsoppervlak gestuurd. Lichaamstemperatuur te laag -> bloed naar
hersen en andere temperatuurgevoelige organen
Taak van de verpleegkundige
Inzicht krijgen in de waarden van de patiënt:
Algemene waarden
Evolutie in de tijd
hematologie= bloedcellen
wat is er aan de hand als het aantal bloedcellen te hoog zijn -> dan is er sprake van een infectie
2. Soorten bloedafname
Arterieel bloed is afkomstig uit een arterie (zuurstof rijk bloed)
Voelt rond aan, is elastisch een pulseert (voel aan je a. radialis)
Kleur bloed = helder rood (rood – transport van O 2)
Veneus bloed is afkomstig uit een vene (zuurstof arm bloed)
Voelt rond aan, is elastisch, pulseert niet
Kleur bloed = donker rood (paars – transport van CO 2)
Capillair bloed is afkomstig uit een capillair of haarvat
Is onzichtbaar
, Pees: aanhechting van een spier
Rond, hard, pulseert niet (hier zit géén bloed in !!
3.1 Arteriële bloedafname
Welke arterie?
Radialis
A. femoralis
Hoe?
Op intensieve zorgen: via een continue arteriële lijn
Op standaardafdeling: door de arts / gespecialiseerde
verpleegkundige
Waarom?
Nagaan wat de O2 – CO2 – pH is
Nagaan wat de zuurstofconcentratie is bij de patiënt
3.2 veneuze bloedafname
wordt venapunctie genoemd
Waar?
Elleboogplooi: v. mediana cubiti
Onderam, handrug
Waarom?
Alle soorten van bloedonderzoek
Wat is gelijk met arteriële bloed:
Temperatuur
Verdeling van ionen
Wat is verschillend met arterieel bloed?
O2 en CO2 concentratie
Deze bloedafname wordt het meest gebruikt
Oppervlakkig gelegen venen makkelijk te
lokaliseren zijn
De wanden zijn dunner dan die van de arteriën
De bloeddruk in de venen is laag
3.3 cappilaire bloedafname
Waar?
Vinger, oorlel, hiel (pasgeborenen)
Wanneer?
Kleine hoeveelheid bloed is nodig
Kan direct onderzocht worden
Meest gebruikt:
Glucosebepaling
1. Bloed: introductie
Het cardiovasculaire stelsel is het eerst ontwikkeld bij een
embryo (eerst via diffusie)
Hoofddoel: bloed = intern transportmiddel
Cardiovasculair systeem: 3 onderdelen
Hart = motor
Arteriën en venen = buizen
Bloed = transportmiddel
Functies van het bloed
Transport van nuttige stoffen en afvalstoffen
Stabilisering van de pH (het bloed absorbeert en
neutraliseert de zuren die door de actieve weefsels
wordt gevormd (melkzuur)
Beperking van vloeistofverlies bij verwonding (bevat
enzymen die de bloedstolling in gang zetten
Verdediging tegen gifstoffen en ziekteverwekkers (vervoert leukocyten die
infecties voorkomen in de weefsels en antistoffen voor binnendringende
pathogenen
Stabiliseren van de lichaamstemperatuur (neemt warmte op die door actieve
skeletpieren wordt gevormd. Lichaamstemperatuur te hoog -> bloed naar
lichaamsoppervlak gestuurd. Lichaamstemperatuur te laag -> bloed naar
hersen en andere temperatuurgevoelige organen
Taak van de verpleegkundige
Inzicht krijgen in de waarden van de patiënt:
Algemene waarden
Evolutie in de tijd
hematologie= bloedcellen
wat is er aan de hand als het aantal bloedcellen te hoog zijn -> dan is er sprake van een infectie
2. Soorten bloedafname
Arterieel bloed is afkomstig uit een arterie (zuurstof rijk bloed)
Voelt rond aan, is elastisch een pulseert (voel aan je a. radialis)
Kleur bloed = helder rood (rood – transport van O 2)
Veneus bloed is afkomstig uit een vene (zuurstof arm bloed)
Voelt rond aan, is elastisch, pulseert niet
Kleur bloed = donker rood (paars – transport van CO 2)
Capillair bloed is afkomstig uit een capillair of haarvat
Is onzichtbaar
, Pees: aanhechting van een spier
Rond, hard, pulseert niet (hier zit géén bloed in !!
3.1 Arteriële bloedafname
Welke arterie?
Radialis
A. femoralis
Hoe?
Op intensieve zorgen: via een continue arteriële lijn
Op standaardafdeling: door de arts / gespecialiseerde
verpleegkundige
Waarom?
Nagaan wat de O2 – CO2 – pH is
Nagaan wat de zuurstofconcentratie is bij de patiënt
3.2 veneuze bloedafname
wordt venapunctie genoemd
Waar?
Elleboogplooi: v. mediana cubiti
Onderam, handrug
Waarom?
Alle soorten van bloedonderzoek
Wat is gelijk met arteriële bloed:
Temperatuur
Verdeling van ionen
Wat is verschillend met arterieel bloed?
O2 en CO2 concentratie
Deze bloedafname wordt het meest gebruikt
Oppervlakkig gelegen venen makkelijk te
lokaliseren zijn
De wanden zijn dunner dan die van de arteriën
De bloeddruk in de venen is laag
3.3 cappilaire bloedafname
Waar?
Vinger, oorlel, hiel (pasgeborenen)
Wanneer?
Kleine hoeveelheid bloed is nodig
Kan direct onderzocht worden
Meest gebruikt:
Glucosebepaling