Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 92 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Fundamentele Wijsbegeerte - KU Leuven (16/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 92 pagina's

Deze uitgebreide samenvatting van het vak Fundamentele Wijsbegeerte aan de KU Leuven is gebaseerd op de lesnotities van twee studenten, aangevuld met gedetailleerde informatie uit de slides van de colleges en het lesboek. Het vak werd gedoceerd door professor Guy Claessens. Beide studenten slaagden met deze samenvatting in eerste zit.

Voorbeeld van de inhoud

FUNDAMENTELE WIJSBEGEERTE
MYTHOS-LOGOS EN NATUURFILOSOFEN

INLEIDING


PLATO’S GROT = ALEGORIE (BEELD MET BOODSCHAP):

De Grot is een kopie van de realiteit d.w.z.: de vastgeketende ziet een kopie (vuur,schaduw), wordt bevrijd en
ziet de realiteit, wanneer hij wederkeert gelooft niemand hem. De schaduwen zijn een kopie van een kopie.
Houten voorwerpen van iets in de werkelijkheid buiten de grot en dan schaduw van houten voorwerpen. Zizek:
‘wat mensen relatiteit noemen is niet de wkh’
Geboren -> terecht in laag die over de realtiteit ligt -> De wereld is volgens Plato een vooraf geordende
structuur waarin de mens meedoet, de wereld is al vormgegeven door de mens vr u. (Taal, Naam economie is
er al) => symbolic order = taal staat tussen ons en de dingen.

Filosofie vertrekt van de verwondering en zoekt naar betekenis van alles. Zowel actief door alles in vraag te
stellen, als passief door de betekenis te ondergaan. ‘Vervreemding’, we gaan het gewone als vreemd zien -> we
nemen het gegevene niet zomaar meer aan, gaan het ter discussie stellen.
Filosofie vertrekt vanuit betekenisverlies = verwondering en zoekt naar betekenis: je maakt iets verschrikkelijks
mee in je leven -> de dingen hebben geen zin meer, moment van betekenisverlies aangrijpen en theoretisch
over reflecteren.


FILOSFOFIE EN IDEOLOGIE

Filosofie wil een wetenschap zijn, ze wil iets stelligs over de werkelijkheid beweren. Verwondering alleen is niet
voldoende => ook denkwerk vereist. Om van filosofie te kunnen spreken moeten de verworven inzichten
steeds opnieuw worden aangevochten ( argumentatie, poneren v stelling, ruimte kritiek en vragen)
verwondering keert steeds terug -> bereikte opnieuw ter discussie stellen. Waar zekerheden klakkeloos worden
overgenomen, n meer in vraag gesteld, dan wordt de filosofie een ideologie = definitieve zekerheid.
(conservatief) + hier is geen plaats voor verwondering


HISTORICITEIT VD FILOSOFIE

Verschil in tijd en ruimte-> filosofie afhankelijk van haar spatio-temporele context => afhankelijk van historische
context. Filosofische vragen en antwoorden zijn uitdrukkingen van tijdsgeest. (historische context: vb: mogen 2
mannen kussen = nu geen relevante vraag meer (homo’s zijn normaal nu)) Interpretatie is historisch bepaald.
Historisch object = hetgeen ik observeer <-> historisch subject (vanaf 20 ste E) = diegene die observeert en die
wordt ook historisch bepaald dus geen objectieve maatstaf want we kunnen niet buiten de tijd staan => geen
blik van buitenaf. De interpretatie onstnapt niet aan historiciciteit


WERELDBEELDEN

Onze bestaanshorizon is een al gecreëerde wereld waarin we geworpen worden, deze is voor ons gekozen. Wel
veranderlijk (onbewust) door breuken (tussen oud en nieuw), revoluties (interpretaties vh gebeurde) of avant-

,garde (perspectief heden, verleden en toekomst veranderd)
Historisering v.h. object = Object bekijken dat ik analyseer
Historisering v.h. subject = Diegene die observeert wordt bepaald door zeitgeist, spatio-temporele context.




OUDHEID


MYTHOS – LOGOS

Mythos = Grondleggend verhaal, niet-kritisch, normatief (ze verklaard n wrm de dingen zijn wat ze zijn), als
verklaring voor iets rondom ons.
Griekse mytische wereldbeeld werd vastgelegd dr dichters Homerus (8e E v.chr) & Hesiodus (7eE v.chr)

Van mythos = verhaal die de dingen verklaren(antropomorfisme) ---> Logos= Rede, uitleg, rationaltiteit
Omschakeling naar logos omdat we kritischer worden.

Kritische kijk naar de mythos, kritiek op vanzelfsprekenheid mythe, KRITIEK DOOR 3 ELEMENTEN (DIE 3
ELMENTEN VORMEN GRIEKSE WONDER)

1) 6e eeuw -> Cultuurschok
Cultuurschok = Vreemde volkeren kwamen met elkaar in contact (handel & kolonies) -> en zagen dat
hun mythos niet overeenkwamen met die van andere volkeren.... Kritiek op Antropomorfisme
(Toekennen v menselijke eigenschappen aan niet menselijke wezens (goden)) ->godsbeeld verschilt
van volk tot volk (Ethiopiërs zwarte wij blanke goden)



2) Overgang mondelinge -> schriftelijke cultuur, verhalen oudheid: schriftelijk overgeleverd men wil nu
het originele ‘de echte tekst’ om zo beter te vergelijken



3) Desacralisering natuur. Eerst was er in oud Griekse godsdienst = animisme (natuur is bezield,
goddelijke valt samen met natuur) vb: zon = god DAN breuk : zon = niet meer god mr er is een
zonnegod die de zon als symbool heeft. -> goddelijke uit de natuur, goddelijke nr boven (olympos),
hoog boven wolken. Natuur nu op zichzelf beschouwd worden => Goden verklaren de natuur niet
meer

==> Kennisideaal vd Grieken is overschouwen vh geheel (theoria), dat ze willen begrijpen en waarvan ze geen
aspect onverklaard willen laten


NATUURFILOSOFEN

Uitbreiding handel & economie -> ++ behoefte aan kennis en kunde => geleerdheid wordt een ambacht.
‘wijzen’ (sophoi) staan maatschappij ten dienste met hun theoretisch inzicht. Deze gaan de natuur bestuderen
als iets dat op zichzelf bestaat/ groeit => natuurfilosofen genoemd + verklaren vanuit principes uit de natuur
zelf.

Natuur = organisme = kosmos (=sieraad, pronkstuk) <->Natuur is mooi omdat ze gehoorzaamd aan de rationele
principes (logos), logica is in de natuur zelf aanwezig.-> kosmo-logie

,1e filosofen op zoek nr oerbeginsel, Materialistische kijk: Hoe wordt iets, iets? Alles valt te herleiden tot een
oerstof (Anaximander -> oerstof = apeiron = theorie van oneindige). (of bv water, vuur...)

Phusis = groei, de natuur is een organisme => we gaan op zoek naar inherente principes die de aard van de
natuur verklaren
Alle filosofen tot Kant (idealist -> u spreekt en denkt MAAR u kan niet weten of dat de wkh is) zijn realisten (de
manier waarop ik spreek = wkh)

HERACLITUS, PARMENIDES, SOFISTEN EN SOCRATES

OUDHEID


HERACLITUS 6 E EEUW V.C – NATUURFILOSOOF

Aforismen = zeer beknopte uitspraken geven -> moeilijk te doorgronden

‘Het worden’

Alles vloeit, niets blijft. Sprake van een permanente flux. Niets is onveranderlijk.
Oorlog tussen tegengestelden is de grond voor creatie.
Dr de voortdurende verandering -> kosmos bestaan

Man van de tegengesteldheden vb: dag/nacht, koud/warm, leven/dood

Die tegengestelden hangen op 3 manieren samen: complementair (geen nacht zonder dag) , tegengestelde in
elkaar overgang ( jong -> oud) en inherente ambiguïteit (zee = leven vr vissen, dood verdrinken)
EENHEID TUSSEN 2 TEGENGESTELDE = KOSMOS, 2 tegengestelde maken het leven -> vuur is ++ ambiguïteit
(dubbelzinnig) = begin van smeden,koken ook van vernietiging, brand. dood = 2 tegengestelden -> de strijd
brengt tot stand
KOSMOS = het resultaat v/e steeds verschuivend evenwicht tussen bewegende krachten.

Oorlog is de vader van de dingen want conflicten brengen tot stand

Vuur is de oerstof volgens hem, dit kan veel maken maar ook veel verwoesten.
Boog (metafoor voor de kosmos) is voor hem het ideaal = perfecte contrast v.h. onbuigbare vh stuk hout vs.
Plooibare v Flexibel touw.

Wat u ziet = veranderlijk, waarnemen met zintuigen want wat zintuigen ons leren is waar


PARMENIDES 5 E EEUW V.C – NATUURFILOSOOF

“Het zijnde is, het niet-zijnde is niet. <- Radicaal denken.
Iets is of iets is niet, als je eraan kan denken bestaat het op een of andere manier (soms bestaat het slechts als
concept)

3 opties
1) Bestaat/ het is en het is onmogelijk dat het niet is
Als ik erover kan denken/spreken zal het ergens wel bestaan. Alles waar je over denkt moet op
een manier al bestaan (kan ook als concept), anders kan je er niet aan denken.
2) Het is niet en het is onmogelijk dat het is
Wat niet bestaat kan je niet over spreken of denken -> kan n gedacht worden

, 3) het is en het is niet
Principe van non-contradictie

Het ZIJNDE:
- niet ontstaat: ‘zijnde kan niet ontstaan’ want het ontstaat uit iets dat er altijd al was = eeuwig en
onvergankelijk

-ondeelbaar: iets is of iets is niet -> ongediferienteerd continuüm.

- onbewegelijk en begrensd: het staat vast, kan niet nog verder gaan

-volmaakt: volledig ontplooid

- bolvormig: het moet overal in alle richtingen identiek zijn (metafoor: ‘zoals een bol’)

Kritiek van Aristoteles op Parmenides -> dit is geen natuurfilosofie maar metafysica (leer v/d
bovennatuurkunde -> werkelijkheid onderzoeken
Het zijn begrip v parmenides = metafysich gegeven + Parmenides’ begrip van zijn gebonden aan zijn van
waarneembare dingen en niet het zijn op zich
‘het’ = Alles waar we aan kunnen denken of over spreken => het bestaat op een manier

Zintuigen bedriegen ons, het gaat niet om wat verandert mr om wat blijft, onveranderlijke, eeuwige


ONTSTAAN ETHIEK

Kritiek op mythe en door desacralisering (traditionele samenlevingsverbanden op losse schroeven gezet) leiden
tot ontstaan ethiek.
Morele filosofie, verantwoording
Aandacht vr spanning tussen Natuur,physis vs cultuur, wet, nomos -> politieke en maatschappelijke
veranderingen
=>6e E v.Chr °Democratie
- Bloedwraak (iemand vermoorden als schadevergoeding ) verboden = ° strafrecht
-Atheense staat vroeger onderverdeeld in familieclans ( Phulai) wordt nu geografische districten (Démoi)
=> oude maatschappelijke verbanden onder druk -> oude zekerheden verloren, niet vervangen door nieuwe
Ethisch vacuüm = Normen verliezen hun natuurlijke kracht, maar er zijn nog geen nieuwe normen (ethische
wordt in vraag gesteld door de ratio).

Ter zijde: monisten, atomisten: geloven in leegte, monisten: 1 oerstof, Pluralisten: meerdere kwalitatief
verschillende elementen bv Empedocles


KOMST VAN DE SOFISTEN (NAMEN RELATIVISTISCHE POSITIE AAN)

Rondtrekkende leraren in het democratische Athene die monoloog voerden. Zij gaan tegen betaling
tegemoetkomen aan behoefte aan vorming en kennis. In democratische debatten vaak belangrijker andere te
overtuigen (dr retorische technieken) zodat een beslissing/norm gelegitimeerd wordt dan werkelijk gelijk te
hebben.
Opportunisme (logos + monoloog als machtsmiddel) vs. Gefundeerd relativisme (Protagoras -> mens is maat
van alle dingen (er is geen kennis van de ultieme waarheid mogelijk), belangrijkste sofist= overtuigde relativist).

-> geen maatstaf om de dingen te beoordelen tenzij de individuele mens zelf.
Retorische overtuigingskracht overheerst -> kloof kennis en wijsheid --> Hierop reageren Socrates en zijn
leerling Plato (kritiek op monoloog binnen democratie)

Inhoudsopgave

  1. 01 Mythos-Logos en natuurfilosofen 1
    1. Inleiding 1
    2. Oudheid 2
  2. 02 Heraclitus, Parmenides, Sofisten en Socrates 3
    1. Oudheid 3
  3. 03 Plato & Aristoteles 5
    1. Systeembouwers/ realisme : Plato & Aristoteles 5
  4. 04 Aristoteles 8
    1. Aristoteles 4de eeuw v.C – Klassieke filosofie 8
    2. Systematische wetenschap 9
    3. Substantie en accidenten 9
    4. Oorzaken 9
    5. Vs. Darwin 19e EEUW ~ evolutieleer 10
    6. Statisch perspectief - Hylemorfisme 10
    7. Kennis 10
    8. Dynamisch perspectief 10
    9. Ethiek 11
    10. Goddelijke zijnde à Wel niet theologisch bedoeld. 11
  5. 05 Late oudheid (stoa, epicurisme en neoplatonisme) 12
    1. Context 12
    2. Stoa 12
  6. 06 Middeleeuwen 14
    1. Context 14
    2. Augustinus 4e eeuw n.C - realisme/ philosophia Christiana 14
    3. Philosophia Christiana 15
  7. 07 Moderniteit 19
    1. Descartes 17e eeuw – Rationalisme 20
    2. Context 20
    3. Twijfel 20
    4. 1ste zekerheid: cogito (Ik twijfel, dus ik ben er) 20
    5. Het probleem van de brug 21
    6. 2de zekerheid: God 21
    7. Idee van oneindigheid 22
    8. 3de zekerheid: buitenwereld 22
    9. Conclusie 22
    10. Empirisme 23
    11. Sensations en Reflections 24
    12. Kwaliteiten/ Qualities 24
    13. Scepticisme 25
    14. Causale inferentie 25
    15. Descartes, Locke & HumE 25
    16. Context Rede-lijkheid 26
    17. Uitgangspunt 26
    18. Copernicaanse revolutie 27
    19. Methode 27
    20. FASE 2: Transcendentale analytiek 28
    21. FASE 3: Transcendentale dialectiek (=heen- en weerspreken tot kennis) 29
    22. Kritiek van de praktische rede/ ETHIEK 29
    23. Reactie tegen Kant 31
    24. Idealisme 31
    25. Dialectische methode 31
    26. De Geest 32
  8. 08 Marx 19e eeuw – Historisch materialisme 33
    1. Historisch Materialisme 33
    2. Kritiek op Hegel 34
    3. Arbeid 35
    4. Klassenstrijd 36
    5. Filosofie als maatschappelijke praktijk 36
  9. 09 Revolutie 37
    1. Vooruitgangsgeloof ter discussie 37
  10. 10 Onttroning van het subject 38
    1. Meesters van het wantrouwen 38
  11. 11 Een wijsgerige revolutie 38
    1. Kritiek op Hegel 38
    2. Nieuwe klemtonen in de hedendaagse filosofie 39
  12. 12 Friedrich Nietzsche, de filosoof met de hamer – Nihilisme- 19e eeuw 39
    1. Begrippenmummies 39
    2. Afwijzing van de waarheid 40
    3. Afwijzing van de Moraal 41
    4. Hoe moet het nu verder? 42
  13. 13 Edmunt Husserl –fenemenologie – 19e eeuw 42
    1. Vertrekpunt 42
    2. De crisis van de wetenschappelijke rationaliteit 43
    3. Transcendentaal standpunt 43
    4. Fenomenologie 44
    5. Intentionaliteit 44
    6. De leefwereld als (re)constructie 45
    7. Objectiviteit 46
  14. 14 Martin Heidegger - existentiële fenomenologie – 20e eeuw 47
    1. Uitgangspunt 47
    2. Existentialen 48
    3. Sorge 49
    4. Mit-sein 49
    5. Entschlossenheit (=vastberadenheid) 50
    6. Tijdelijkheid 50
    7. Angst 51
    8. Dood 51
    9. Zijn en tijd: waarheidstheorie 52
  15. 15 Jean- Paul-Sartre – extentialisme – 20e eeuw 53
    1. ‘Pour soi’ en ‘en soi’ 53
    2. L’être et le néant 54
    3. Tot vrijheid gedoemd : driedimensionale conflict 54
  16. 16 Maurice Merleau-Ponty 55
  17. 17 Jacques Derrida – Deconstructivisme – 20e eeuw 55
    1. Uitgangspunt 55
    2. Structuralisme 56
    3. 3 problemen van kritiek op de Saussure volgens Derrida 56
    4. Taal 57
    5. Kritiek op de traditie in verband met taal 57
    6. Het schrift 57
    7. Heteronomie 58
    8. La différance 59
    9. Wereld als tekst 60
    10. Deconstructie = leespraktijk 60
    11. De tijd en het ‘ondeconstrueerbaare’ 61
  18. 18 Een nieuwe stem in het oude debat: de analytische wijsbegeerte 61
    1. Taalfilosofie 61
  19. 19 De ananyse van de logische taal: Wittgenstein I – analytische wijsbegeerte – 20e eeuw 63
    1. Het programma: vermijden van gezwets 63
    2. Betekenis, verwijzing en waarheid 64
    3. Gevolgen 64
    4. Filosofie als taalverheldering 65
    5. Het mystieke 65
    6. Scheiding van feitelijkheid en zingeving 66
  20. 20 De analyse van de ‘gewone dagelijkse’ taal: Wittgenstein II 66
    1. Taalspel 66
    2. Taal als gereedschapskist 67
    3. Levensvormen 67
  21. 21 Wiener Kreis – neopositivisme- 20e eeuw 67
    1. Wetenschappelijke wereldbeschouwing 68
    2. Problemen van verificatie 69
    3. Alternatief: Confirmatie 69
  22. 22 Karl Popper en het falsificicatiebeginsel – wetenschapsfilosofie – 20e eeuw 69
    1. Falsificatiebeginsel 70
  23. 23 Thomas Kuhn: de discontinuïteit v wetenschappelijke paradigma’s - wetenschapsfilosoof – 20e eeuw 71
    1. Wetenschappelijke paradigma’s 71
    2. Normale wetenschap 72
    3. Paradigmawissel 72
    4. Historisering van KANT 72
  24. 24 Foucault 20e E: epistèmèleer - post-structuralisme 73
    1. Het onbewuste/ijsberg 74
  25. 25 Simund Freud 20e E– psychoanalyse 75
    1. De drift 75
    2. Seksuele drift 75
    3. Zelfbehouwdsdrift 75
    4. 2 Structuurprincipes binnen elke drift 76
    5. Tweede driftenleer 76
    6. Het Es 76
    7. Wet 77
    8. Narcisme 77
    9. Über-Ich 77
    10. Ich 78
    11. Het subject is niet autonoom 78
    12. Ontwikkeling seksualiteit 78
  26. 26 Jacques Lacan 20e E – psychoanalyse en structuralisme 79
    1. Het subject wordt gesproken 79
    2. De keten van betekenaars 79
    3. Herinterpretatie van de Oedipusrelatie 80
    4. De wet en het verlangen 80
    5. Het ongelukkige bewustzijn 81
    6. Het historisme 81
  27. 27 OSWALD SPENGLER: nieuwe bandering 20 ste E (historicisme) 82
    1. De vraag naar ‘betekenis’ in menswetenschappen 83
  28. 28 Voorfase 84
  29. 29 Ontstaan v/e algemene hermeneutiek 85
  30. 30 De reproducerende hermeneutiek van Schleiermacher 18e E 85
    1. Universele hermeneutiek 85
    2. Reproducerende hermeneutiek 86
    3. De hermeneutische cirkel 86
  31. 31 W.Dilthey: het Verstehen 18e E 86
    1. Objectieve Geest 86
    2. Nacherleben 86
  32. 32 M. Heidegger over verstaan en interpretatie 87
  33. 33 Gadamer Historisering v/h verstaan 20e E 87
    1. Werkingshistorisch bewustzijn 87
    2. Vooroordelen 88
    3. Traditie 88
    4. Versmelten van horizonten = dialoog 88
    5. Kritiek op Gadamer 89

Gekoppeld boek
 image
Gerd van Riel Wijsbegeerte
Uitgever: 2012 ISBN: 9789058679277 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
24 september 2024
Aantal pagina's
92
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€17,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
RechtenKUL1
4,1
(17)
Verkocht
204
Volgers
6
Items
12
Laatst verkocht
4 weken geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen