EVALUATIE
1. Inleiding
DIDACTISCHE EVALUATIE EVALUATIE BINNEN EEN ONDERWIJSLEERSITUATIE OM NA TE GAAN OF
BEPAALDE DOELSTELLINGEN BEREIKT WORDEN.
EVALUATIE ALTIJD RECHTSTREEKS AFGESTEMD OP DOELEN DIE VOORAF
OPGESTELD WERDEN.
Er moet een congruentie zijn tussen wat in het onderwijs
nagestreefd wordt en wat er geëvalueerd wordt.
Functie van evalueren: een waardering uitspreken van iets/iemand na een meting.
leraar kan leerlingen hiermee motiveren voor onderwijsleerproces
Verschillende momenten: voor, tijdens of op het einde van een leerproces
Foutanalyse: opgesteld met oog op preventie en bijsturen van het leerproces.
WAAROM evalueren we?
WAT gaan we evalueren?
WIE betrek je in je evaluatie?
Welke EVALUATIEVORM wil je gebruiken?
Met welke KWALITEITSEISEN houd je rekening bij het evalueren?
Kan je DIFFERENTIËREN bij je evaluatie?
Rapporteer/geef FEEDBACK.
Leren onderwijzen Didactische evaluatie 1
, 2. Waarom evalueren?
2.1. De functie van evaluatie voor de verschillende factoren
Evaluatie speelt voor verschillende factoren een belangrijke rol in het onderwijs:
Reden voor de leerling/student:
- De leerling/student krijgt d.m.v. evaluatie een inzicht in eigen leerproces. Hij/zij leert eigen
sterke plus- en minpunten kennen en gaat zijn gedrag hier aan aanpassen.
Bijvoorbeeld: een leerling merkt dat ze vaak minder hoog scoort op toetsen van
spelling/ Op de toetsen van wiskunde haalt ze wel altijd hoge punten.
Hierdoor ontdekt ze dat ze meer moet oefenen op spelling.
- De leerling/student krijgt d.m.v. evaluatie inzicht in de verwachtingen van de leerkracht.
Bijvoorbeeld: een leerling merkt dat hij voor de toets wiskunde niet hoog scoort.
Dit is omdat hij alle formules vanbuiten heeft geleerd, terwijl de toets
bestond uit oefeningen waarvoor hij deze formules diende toe te
passen/ Voor de herhalingstoets oefent hij wel op het gebruiken van
de formules.
Reden voor de leerkracht:
- De leerkracht kan de positie van leerlingen t.o.v. de klasgroep (normgericht), de doelen
(criteriumgericht) en t.o.v. eerdere prestaties (leerlinggericht) ontdekken d.m.v.
evaluaties.
In het bijzonder kan de leerkracht uit evaluaties sterke- en werkpunten van de leerlingen
afleiden en zijn onderwijspraktijk hieraan aanpassen.
Bijvoorbeeld: een leerkracht merkt tijdens het verbeteren van de spellingstoetsen
dat veel leerlingen fouten maken tegen de dt-regel. Hij zoekt extra
oefeningen die hij met deze leerlingen kan maken om de dt-regel nog
eens in te oefenen.
- De leerkracht leert veel over eigen onderwijspraktijk. Indien de leerkracht merkt dat bepaalde
leerlingen systematisch dezelfde fouten blijven maken, kan dit een teken zijn dat er iets is
misgelopen in het didactisch proces. Het kan nuttig zijn om eigen onderwijspraktijk kritisch te
bekijken.
Bijvoorbeeld: een leerkracht merkt tijdens het verbeteren van de spellingstoetsen
dat veel leerlingen fouten maken tijdens de dt-regel. Hij kijkt kritisch
naar het eigen didactisch handelen en vraagt zich af of zijn instructie
duidelijk was voor de leerlingen. De volgende dag geeft hij de les
opnieuw, maar op een andere manier. Daarna liggen de prestaties van
de leerlingen beduidend hoger.
Redenen voor de school als organisatie:
- De school kan met behulp van evaluatieresultaten informatie verkrijgen over de instroom,
doorstroom en uitstroom in de school. Deze resultaten kunnen een bron van informatie zijn
over de kwaliteit van het onderwijs.
Bijvoorbeeld: de directie van een school merkt dat de resultaten van klas 3A hoger
zijn dan de resultaten van klas 3B. De leerkrachten stellen de toetsen
samen op en nemen beide dezelfde toetsen af in de klas. De directie
gaat dan een gesprek aan met de leerkrachten van de beide klassen en
ontdekt dat de leerkracht van klas 3B geen aangepaste werkvormen
gebruikt in de klas en geen begeleiding biedt waar nodig.
Leren onderwijzen Didactische evaluatie 2