Bijeenkomst 4: De positie van verpleegkundigen bij zorg rondom het levenseinde
Inleiding
Verpleegkundigen komen bij zorg rondom het levenseinde in aanraking met moeilijke vragen en
dilemma’s. Het komt niet zelden voor dat een verpleegkundige de eerste is die geconfronteerd
wordt met een vraag van een patiënt om euthanasie. In deze vragen spelen visie op kwaliteit van
zorg en gezondheidsrecht een integrale rol.
Een verpleegkundige mag geen euthanasie uitvoeren, dat mag alleen een arts. Verpleegkundigen
zijn wel vaak betrokken bij het proces waarin euthanasie plaatsvindt. Zo kan een arts (of patiënt)
bijvoorbeeld vragen om voorbereidingen te treffen voor intraveneuze toediening van het
euthanaticum en/of assistentie bij het inbrengen en controleren van het infuus.
Doelen
De student kan:
1. het verschil benoemen tussen euthanasie en de situaties waarin er sprake is van een
natuurlijke dood zoals bij:
Dood = volledig en onherstelbaar verlies van alle hersenfuncties.
Verklaring van overlijden -> word opgesteld door de arts (het zogenaamde A-formulier)
Dit mag hij alleen opstellen als hij weet wie de persoon is en ervan overtuigd is dat de
gene aan een natuurlijke dood is overleden. Bij twijfel dient er een forensische
geneeskundige worden ingeschakeld om de doodsoorzaak vast te stellen. Is de
doodsoorzaak niet natuurlijk dan moet hij verslag uitbrengen aan de officier van justitie.
Begrafenis kan pas plaats vinden na toestemming officier van justitie.
Overleiden van een minderjarig persoons:
Forensische geneeskundige wordt altijd ingeschakeld. Er kunnen 3 uitkomsten leiden:
- Doodsoorzaak is vast gesteld verklaring van natuurlijke dood
- Doodsoorzaak is niet vast gesteld maar wel verklaring natuurlijke dood
- Er is twijfel over een niet natuurlijke doodsoorzaak en daarom wordt het openbaar
ministerie ingeschakeld.
Aangifte van overleiden:
Na het overlijden van een persoon dient er aangifte te worden gedaan bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand (iedereen kan dit doen). Die ambtenaar zal vragen naar de
verklaring van overlijden alleen als deze aanwezig is zal de ambtenaar toestemming geven
voor begrafenis.
a. stoppen of niet starten van een behandeling die zinloos is,
- Overlijdt de patiënt na het staken van een behandeling die zinloos is (omdat de
patiënt ongeneselijk ziek is verklaart) dan valt dit onder een natuurlijke dood.
b. pijn of symptoombestrijding,
- Behandelaar heeft plicht de het lijden van de patiënt te verlichten d.m.v. pijn
bestrijding.
- Soms kan dood eerder intreden door het geven van pijn bestrijding als de limiet
Inleiding
Verpleegkundigen komen bij zorg rondom het levenseinde in aanraking met moeilijke vragen en
dilemma’s. Het komt niet zelden voor dat een verpleegkundige de eerste is die geconfronteerd
wordt met een vraag van een patiënt om euthanasie. In deze vragen spelen visie op kwaliteit van
zorg en gezondheidsrecht een integrale rol.
Een verpleegkundige mag geen euthanasie uitvoeren, dat mag alleen een arts. Verpleegkundigen
zijn wel vaak betrokken bij het proces waarin euthanasie plaatsvindt. Zo kan een arts (of patiënt)
bijvoorbeeld vragen om voorbereidingen te treffen voor intraveneuze toediening van het
euthanaticum en/of assistentie bij het inbrengen en controleren van het infuus.
Doelen
De student kan:
1. het verschil benoemen tussen euthanasie en de situaties waarin er sprake is van een
natuurlijke dood zoals bij:
Dood = volledig en onherstelbaar verlies van alle hersenfuncties.
Verklaring van overlijden -> word opgesteld door de arts (het zogenaamde A-formulier)
Dit mag hij alleen opstellen als hij weet wie de persoon is en ervan overtuigd is dat de
gene aan een natuurlijke dood is overleden. Bij twijfel dient er een forensische
geneeskundige worden ingeschakeld om de doodsoorzaak vast te stellen. Is de
doodsoorzaak niet natuurlijk dan moet hij verslag uitbrengen aan de officier van justitie.
Begrafenis kan pas plaats vinden na toestemming officier van justitie.
Overleiden van een minderjarig persoons:
Forensische geneeskundige wordt altijd ingeschakeld. Er kunnen 3 uitkomsten leiden:
- Doodsoorzaak is vast gesteld verklaring van natuurlijke dood
- Doodsoorzaak is niet vast gesteld maar wel verklaring natuurlijke dood
- Er is twijfel over een niet natuurlijke doodsoorzaak en daarom wordt het openbaar
ministerie ingeschakeld.
Aangifte van overleiden:
Na het overlijden van een persoon dient er aangifte te worden gedaan bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand (iedereen kan dit doen). Die ambtenaar zal vragen naar de
verklaring van overlijden alleen als deze aanwezig is zal de ambtenaar toestemming geven
voor begrafenis.
a. stoppen of niet starten van een behandeling die zinloos is,
- Overlijdt de patiënt na het staken van een behandeling die zinloos is (omdat de
patiënt ongeneselijk ziek is verklaart) dan valt dit onder een natuurlijke dood.
b. pijn of symptoombestrijding,
- Behandelaar heeft plicht de het lijden van de patiënt te verlichten d.m.v. pijn
bestrijding.
- Soms kan dood eerder intreden door het geven van pijn bestrijding als de limiet