OG 6 Regelsystemen
1.5 Homeostase is het streven nr intern evenwicht
Orgaanstelsels zn onderling afhankelijk, onderling verbonden, nemen een betrekkelijk kleine ruimte in.
cellen, weefsels, organen en stelsels werken samen in gezamenlijke omgeving.
Homeostase(onveranderlijke stilstand) => bestaan ve stabiel intern milieu, homeostase moet gehandhaafd
worden om te overleven dr elk organisme.
Homeostase regulering: = aanpassingen vd fysiologische systemen verstaan wrdr homeostase w
gehandhaafd( effector, receptor en besturingscentrum)
1) Homeostase in verstoord
2) Receptor/sensoren: gevoelig vr bepaalde veranderingen in de omgeving ofwel prikkel.(stimulus) =>
input => veranderingen die de receptoren waarnemen
3) Besturingscentrum/integratiecentrum: ontvangt en verwerkt info van receptor, vergelijkt waarde
met een streefwaarde.
4) Effector: reageert op signaal v integratiecentrum en waarvan de werking de prikkel tegengaat of
versterkt. Kan beweging zijn dr spieren of dr sapafscheiding v klieren. => output: stuurt de werking
uit
5) Normale toestand herstelt => homeostase
Homeostase regulering
Receptor
Homeostase Intergatiecentrum
Effector
, Negatieve terugkoppeling (negative feedback)
Correctiemechanisme dat een activiteit omvat waardoor een afwijking buiten de normale grenzen
direct wordt tegengewerkt.
1) Prikkel veroorzaakt een reactie die oorsprokkelijke prikkel tenietgaat
2) Lich.T w gereguleert dr besturingscentrum in de hersenen dat functioneert als thermostaats waarvan
T op 37 graden ingesteld is.
3) T hoger dan 37,2 neemt warmteafgifte toe dr toename
bloedstroom nr d huid en toename transpiratie
4) Lich.T lager dan 36,7 neemt warmteafgifte af dr afname
bloedstroom nr de huid en afname transpiratie
2de Warmteregulatie
1) Stimulus die homeostase uit evenwicht brengt
2) Afferent/aanvoerend: aanbrengen vn info vanuit omgeving via
afferente banen
3) Door gestuurd naar Receptoren
4) Besturingcentrum
5) Effector
6) Homeostase word terug instand gebracht
7) Efferent/afvoerend: wegbrengen vn info nr omgeving
1.5 Homeostase is het streven nr intern evenwicht
Orgaanstelsels zn onderling afhankelijk, onderling verbonden, nemen een betrekkelijk kleine ruimte in.
cellen, weefsels, organen en stelsels werken samen in gezamenlijke omgeving.
Homeostase(onveranderlijke stilstand) => bestaan ve stabiel intern milieu, homeostase moet gehandhaafd
worden om te overleven dr elk organisme.
Homeostase regulering: = aanpassingen vd fysiologische systemen verstaan wrdr homeostase w
gehandhaafd( effector, receptor en besturingscentrum)
1) Homeostase in verstoord
2) Receptor/sensoren: gevoelig vr bepaalde veranderingen in de omgeving ofwel prikkel.(stimulus) =>
input => veranderingen die de receptoren waarnemen
3) Besturingscentrum/integratiecentrum: ontvangt en verwerkt info van receptor, vergelijkt waarde
met een streefwaarde.
4) Effector: reageert op signaal v integratiecentrum en waarvan de werking de prikkel tegengaat of
versterkt. Kan beweging zijn dr spieren of dr sapafscheiding v klieren. => output: stuurt de werking
uit
5) Normale toestand herstelt => homeostase
Homeostase regulering
Receptor
Homeostase Intergatiecentrum
Effector
, Negatieve terugkoppeling (negative feedback)
Correctiemechanisme dat een activiteit omvat waardoor een afwijking buiten de normale grenzen
direct wordt tegengewerkt.
1) Prikkel veroorzaakt een reactie die oorsprokkelijke prikkel tenietgaat
2) Lich.T w gereguleert dr besturingscentrum in de hersenen dat functioneert als thermostaats waarvan
T op 37 graden ingesteld is.
3) T hoger dan 37,2 neemt warmteafgifte toe dr toename
bloedstroom nr d huid en toename transpiratie
4) Lich.T lager dan 36,7 neemt warmteafgifte af dr afname
bloedstroom nr de huid en afname transpiratie
2de Warmteregulatie
1) Stimulus die homeostase uit evenwicht brengt
2) Afferent/aanvoerend: aanbrengen vn info vanuit omgeving via
afferente banen
3) Door gestuurd naar Receptoren
4) Besturingcentrum
5) Effector
6) Homeostase word terug instand gebracht
7) Efferent/afvoerend: wegbrengen vn info nr omgeving