General introduction
Origin of life
Bacteriën bestaan al miljarden jaren veel langer dan eukaryote cellen en zoogdieren
- Meest primitieve vorm van leven op aarde
- Zijn extreem flexibel om zich aan te passen aan verschillende omstandigheden (goed vb
van survival of the fittest)
- Bij elke voortplanting worden aanpassingen gedaan in genoom hoe kleiner
generatietijd, hoe meer kans op aanpassing en overleving
Zoogdieren bestaan pas miljoenen jaren
History of MO
Er werd gedacht dat ziekten veroorzaakt werden door niet-biologische zaken. Later werd
men zich bewust van kleine organismen.
- Organismen zichtbaar maken microscoop
- Kiemen isoleren en laten opgroeien
- Kiemen karakteriseren
Tot pas geleden werd nog gedacht dat deze pathogenen spontaan ontstonden. Louis
Pasteur en Robert Koch deden dit ontkrachten.
Antonie van Leeuwenhoek belangrijke persoon 1632-1723
- Ontwikkelde lenzen/microscopen met vergroting 100-300x
- Animalcules = overal heel klein levende wezens aanwezig
o Ook in zieke dieren levende wezens in verschillende vormen (bacteriën)
Wet van biogenese TWIO!! Louis Pasteur 1822-1895
Germ theory of fermentation = experiment waarbij aangetoond werd dat fermentatie niet
spontaan gebeurd maar door de groei van MO
- Biogenese = alle leven is afkomstig van ander leven (omne vivum ex vivo)
Experiment met glazen bol met voedingsbodem en zwanennek
1. Vloeistof koken en stoom langs nek eruit gesteriliseerd dus gaat geen MO meer
toelaten (na weken nog altijd niks gegroeid)
2. Vloeistof koken dus steriel maar zwanennek afgebroken waardoor wel contact met
buitenwereld bacteriegroei
3. Vloeistof koken maar daarna bol kantelen zodat vloeistof met uiteinde in contact komt
bacteriegroei want niet meer steriel
Gebeurd dus niet spontaan want het kan ook blijven bestaan zonder bacteriegroei. Ziektes
worden veroorzaakt door MO die een gastheer invaderen (penetratie in weefsels)
, Postulaten van Koch TWIO!! Robert Koch 1843-1910
Oorzakelijk verband aantonen tussen bepaalde kiem en bepaalde ziekte
1. MO in overvloed aanwezig bij zieken dieren en afwezig bij gezonde dieren
2. Kiem isoleren en laten opgroeien in zuivere cultuur (kloon)
3. Kiem inbrengen bij gezond dier zou dezelfde symptomen moeten veroorzaken als bij
ziek dier
4. Kiem opnieuw isoleren en identificeren aan kunnen tonen dat het dezelfde kiem is die
ziekte veroorzaakte bij 1e zieke dier
Problemen waardoor niet altijd toepasbaar
- Veel gezonde dieren zijn dragers van kiemen
o Asymptotische infectie of subklinische infectie
- Opgebouwde immuniteit door eerdere infecties
- Sommige ziektes uiten op verschillende manieren vaak naar manier van introduceren
- Niet alle pathogenen zijn op te groeien in zuivere cultuur (zeker virussen niet)
- Vaak co-infecties kiem op zich veroorzaakt geen problemen maar in combinatie wel
o Meerdere pathogenen betrokken, niet duidelijk toe te wijzen aan 1
Aanpassingen voor 21e eeuw
Veel pathogenen kunnen we niet isoleren of laten groeien dus niet kijken naar kiemen maar
naar genomen van kiemen nucleïnezuren die al dan niet aanwezig zijn en in welke mate.
Daarnaast niet alleen naar dier kijken, maar ook naar plaats van pathologie (orgaan en
celniveau). En niet meer absoluut kijken (aan- of afwezig) maar naar hoeveelheden.
7 postulaten van Koch (21e eeuw)
1. Een nucleïnezuursequentie die behoort tot vermoedelijk pathogeen moet aanwezig zijn in
meeste gevallen van besmettelijke ziekte microbiële nucleïnezuren gevonden in
organen of anatomische plaatsen de ziek zijn en niet in organen die gezond zijn
2. Er mogen geen kopies van pathogeen geassocieerde NZsequenties optreden in
gastheren/weefsels die gezond zijn
3. Bij genezing zou aantal kopies van pathogeen geassocieerde NZsequenties moeten
verminderen of ondetecteerbaar worden
4. Als sequentiedetectie de ziekte vooraf gaat, of aantal kopies van sequentie correleert met
ernst ziekte, dan is het waarschijnlijk een causaal verband tussen sequentie en ziekte
5. Aard van MO dat uit sequentie is afgeleid, moet in overeenstemming zijn met bekende
biologische kenmerken van die groep organismen
6. Weefselsequentie correlaten moeten worden gezocht op cellulair niveau. Specifieke in
situ hybridisatie van microbiële sequentie aantonen in gebieden van weefselpathologie
en zichtbare MO in gebieden waar vermoedt wordt dat ze zitten
7. Deze sequentie gebaseerde vorm van bewijsmateriaal voor microbiële oorzakelijkheid
moet reproduceerbaar zijn
Origin of life
Bacteriën bestaan al miljarden jaren veel langer dan eukaryote cellen en zoogdieren
- Meest primitieve vorm van leven op aarde
- Zijn extreem flexibel om zich aan te passen aan verschillende omstandigheden (goed vb
van survival of the fittest)
- Bij elke voortplanting worden aanpassingen gedaan in genoom hoe kleiner
generatietijd, hoe meer kans op aanpassing en overleving
Zoogdieren bestaan pas miljoenen jaren
History of MO
Er werd gedacht dat ziekten veroorzaakt werden door niet-biologische zaken. Later werd
men zich bewust van kleine organismen.
- Organismen zichtbaar maken microscoop
- Kiemen isoleren en laten opgroeien
- Kiemen karakteriseren
Tot pas geleden werd nog gedacht dat deze pathogenen spontaan ontstonden. Louis
Pasteur en Robert Koch deden dit ontkrachten.
Antonie van Leeuwenhoek belangrijke persoon 1632-1723
- Ontwikkelde lenzen/microscopen met vergroting 100-300x
- Animalcules = overal heel klein levende wezens aanwezig
o Ook in zieke dieren levende wezens in verschillende vormen (bacteriën)
Wet van biogenese TWIO!! Louis Pasteur 1822-1895
Germ theory of fermentation = experiment waarbij aangetoond werd dat fermentatie niet
spontaan gebeurd maar door de groei van MO
- Biogenese = alle leven is afkomstig van ander leven (omne vivum ex vivo)
Experiment met glazen bol met voedingsbodem en zwanennek
1. Vloeistof koken en stoom langs nek eruit gesteriliseerd dus gaat geen MO meer
toelaten (na weken nog altijd niks gegroeid)
2. Vloeistof koken dus steriel maar zwanennek afgebroken waardoor wel contact met
buitenwereld bacteriegroei
3. Vloeistof koken maar daarna bol kantelen zodat vloeistof met uiteinde in contact komt
bacteriegroei want niet meer steriel
Gebeurd dus niet spontaan want het kan ook blijven bestaan zonder bacteriegroei. Ziektes
worden veroorzaakt door MO die een gastheer invaderen (penetratie in weefsels)
, Postulaten van Koch TWIO!! Robert Koch 1843-1910
Oorzakelijk verband aantonen tussen bepaalde kiem en bepaalde ziekte
1. MO in overvloed aanwezig bij zieken dieren en afwezig bij gezonde dieren
2. Kiem isoleren en laten opgroeien in zuivere cultuur (kloon)
3. Kiem inbrengen bij gezond dier zou dezelfde symptomen moeten veroorzaken als bij
ziek dier
4. Kiem opnieuw isoleren en identificeren aan kunnen tonen dat het dezelfde kiem is die
ziekte veroorzaakte bij 1e zieke dier
Problemen waardoor niet altijd toepasbaar
- Veel gezonde dieren zijn dragers van kiemen
o Asymptotische infectie of subklinische infectie
- Opgebouwde immuniteit door eerdere infecties
- Sommige ziektes uiten op verschillende manieren vaak naar manier van introduceren
- Niet alle pathogenen zijn op te groeien in zuivere cultuur (zeker virussen niet)
- Vaak co-infecties kiem op zich veroorzaakt geen problemen maar in combinatie wel
o Meerdere pathogenen betrokken, niet duidelijk toe te wijzen aan 1
Aanpassingen voor 21e eeuw
Veel pathogenen kunnen we niet isoleren of laten groeien dus niet kijken naar kiemen maar
naar genomen van kiemen nucleïnezuren die al dan niet aanwezig zijn en in welke mate.
Daarnaast niet alleen naar dier kijken, maar ook naar plaats van pathologie (orgaan en
celniveau). En niet meer absoluut kijken (aan- of afwezig) maar naar hoeveelheden.
7 postulaten van Koch (21e eeuw)
1. Een nucleïnezuursequentie die behoort tot vermoedelijk pathogeen moet aanwezig zijn in
meeste gevallen van besmettelijke ziekte microbiële nucleïnezuren gevonden in
organen of anatomische plaatsen de ziek zijn en niet in organen die gezond zijn
2. Er mogen geen kopies van pathogeen geassocieerde NZsequenties optreden in
gastheren/weefsels die gezond zijn
3. Bij genezing zou aantal kopies van pathogeen geassocieerde NZsequenties moeten
verminderen of ondetecteerbaar worden
4. Als sequentiedetectie de ziekte vooraf gaat, of aantal kopies van sequentie correleert met
ernst ziekte, dan is het waarschijnlijk een causaal verband tussen sequentie en ziekte
5. Aard van MO dat uit sequentie is afgeleid, moet in overeenstemming zijn met bekende
biologische kenmerken van die groep organismen
6. Weefselsequentie correlaten moeten worden gezocht op cellulair niveau. Specifieke in
situ hybridisatie van microbiële sequentie aantonen in gebieden van weefselpathologie
en zichtbare MO in gebieden waar vermoedt wordt dat ze zitten
7. Deze sequentie gebaseerde vorm van bewijsmateriaal voor microbiële oorzakelijkheid
moet reproduceerbaar zijn