Hoofdstuk 1: Sociologie – What’s in
a name?
Sociologie: De leer van de samenleving
Sociologische benadering: Het leven en gedrag van mensen kan niet begrepen worden los van de
sociale context waarin ze leven.
Socioloog: Verwondert zich erover dat de samenleving mogelijk is. Hij probeert door middel van
feitelijke waarneming voorstellingen en verklaringen te ontmaskeren. Hij onderzoekt hoe
en onder welke condities mensen samenleven. (Elias)
Sociologische verbeelding: Vermogen om brede maatschappelijke ontwikkelingen in verband te
brengen met de individuele ervarings- en belevingswereld. (W. Mills)
‘Gepersonaliseerde wereldbeelden’
‘Sociaal’: Onderlinge verbondenheid van mensen.
Sociaal probleem: bv. migratie, racisme, werkloosheid, …
Moet aan 2 voorwaarden doen: - Objectief: Er moet iets schorten aan de samenleving, objectieve
feiten.
- Subjectief: Het moet door leden van de samenleving als
problematisch ervaren worden.
Sociaal dilemma: Een situatie waarin een aantal individuen van elkaar afhankelijk zijn en waarin het
individuele belang strijdig kan zijn met het collectieve belang. (zie Tragedy of Commons)
Wanneer sociaal dilemma?: - Wederzijdse afhankelijkheid tussen betrokkenen
- Strijdigheid tussen het individuele belang en het collectieve belang
Zie prisoner’s dilemma
Collectieve ramp: Wanneer mensen sterk geneigd zijn uitsluitend hun individuele belang na te streven
en kan dit leiden tot een situatie die voor allen zeer onwenselijk is.
Internalities <--> Externalities
Individuele rationaliteit <--> Collectieve rationaliteit
Autokinetisch effect: Wanneer iets de indruk geeft te bewegen.
a name?
Sociologie: De leer van de samenleving
Sociologische benadering: Het leven en gedrag van mensen kan niet begrepen worden los van de
sociale context waarin ze leven.
Socioloog: Verwondert zich erover dat de samenleving mogelijk is. Hij probeert door middel van
feitelijke waarneming voorstellingen en verklaringen te ontmaskeren. Hij onderzoekt hoe
en onder welke condities mensen samenleven. (Elias)
Sociologische verbeelding: Vermogen om brede maatschappelijke ontwikkelingen in verband te
brengen met de individuele ervarings- en belevingswereld. (W. Mills)
‘Gepersonaliseerde wereldbeelden’
‘Sociaal’: Onderlinge verbondenheid van mensen.
Sociaal probleem: bv. migratie, racisme, werkloosheid, …
Moet aan 2 voorwaarden doen: - Objectief: Er moet iets schorten aan de samenleving, objectieve
feiten.
- Subjectief: Het moet door leden van de samenleving als
problematisch ervaren worden.
Sociaal dilemma: Een situatie waarin een aantal individuen van elkaar afhankelijk zijn en waarin het
individuele belang strijdig kan zijn met het collectieve belang. (zie Tragedy of Commons)
Wanneer sociaal dilemma?: - Wederzijdse afhankelijkheid tussen betrokkenen
- Strijdigheid tussen het individuele belang en het collectieve belang
Zie prisoner’s dilemma
Collectieve ramp: Wanneer mensen sterk geneigd zijn uitsluitend hun individuele belang na te streven
en kan dit leiden tot een situatie die voor allen zeer onwenselijk is.
Internalities <--> Externalities
Individuele rationaliteit <--> Collectieve rationaliteit
Autokinetisch effect: Wanneer iets de indruk geeft te bewegen.