4. Woordenschatverwerving in een vreemde taal
Definitie ‘woord’
= vorm (=klank/spelling) die verwijst naar betekenis & die opgeslagen is in lange termijn geheugen
Totaal aantal termen in lange termijn geheugen = mental lexicon
Volledige kennis v. woord vereist kennis van:
o De klank
o De spelling
o De grammaticale rol
o De passende context
o De uitspraak
o De combinatiemogelijkheden met andere woorden
o De toepassingen ervan in uitdrukkingen
o De verschillende betekenissen
o Belangrijkste = connectie tussen betekenis & vorm = vorm-betekenis verband
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Incidentele woordenschatverwerving
= woordenschatverwerving d.m.v. activiteiten waarvan hoofddoel niet het aanleren van woordenschat is,
maar het overbrengen van informatie (bv. lezen, televisie kijken, liedjes beluisteren…)
Wordt verwacht van taalleerders buiten de klas = zelfstudie
Limited processing capacity (= beperkte capaciteit v. het werkgeheugen)
o Wanneer een leerder iets leest/beluistert, kan hij moeilijk op zowel de inhoud als de vorm
letten
o Aandacht automatisch op betekenis v. de boodschap i.p.v. verwoording ervan
o Verantwoordelijk voor het relatieve trage proces v. verwerving v. taalelementen
(bv. woordenschat & grammaticale patronen)
Volstaat niet om taalvaardig te worden => waarschijnlijkheid om nieuw woord te leren = zeer klein
Intentionele woordenschatverwerving
= woordenschatverwerving d.m.v. activiteiten waarvan hoofddoel wel het aanleren van woordenschat is
(bv. woordenlijsten aanmaken, woorden van buiten leren, woorden invullen in teksten…)
Ook cruciaal om actieve beheersing te hebben v. een taal
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Receptieve woordenschatkennis
= woordenschat die de taalleerder kent, maar (nog) niet gebruikt
Productieve woordenschatkennis
= woordenschat die de taalleerder kent & gebruikt
Fossilisatie
= stoppen met het toevoegen v. woorden aan het actief lexicon door al in staat te zijn om te communiceren
met een beperkte set woorden
Herhaling v. frasen & woorden (stopwoorden)
Vermijden v. een heleboel woorden
Lexical acquisition plateau
Frequentie = vaak onvoldoende aanwezig om een woord te kunnen onthouden wanneer je het
incidenteel tegenkomt
Woordenschatverlies = vervagen & uiteindelijk vergeten v. kennis van een nieuw woord
Definitie ‘woord’
= vorm (=klank/spelling) die verwijst naar betekenis & die opgeslagen is in lange termijn geheugen
Totaal aantal termen in lange termijn geheugen = mental lexicon
Volledige kennis v. woord vereist kennis van:
o De klank
o De spelling
o De grammaticale rol
o De passende context
o De uitspraak
o De combinatiemogelijkheden met andere woorden
o De toepassingen ervan in uitdrukkingen
o De verschillende betekenissen
o Belangrijkste = connectie tussen betekenis & vorm = vorm-betekenis verband
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Incidentele woordenschatverwerving
= woordenschatverwerving d.m.v. activiteiten waarvan hoofddoel niet het aanleren van woordenschat is,
maar het overbrengen van informatie (bv. lezen, televisie kijken, liedjes beluisteren…)
Wordt verwacht van taalleerders buiten de klas = zelfstudie
Limited processing capacity (= beperkte capaciteit v. het werkgeheugen)
o Wanneer een leerder iets leest/beluistert, kan hij moeilijk op zowel de inhoud als de vorm
letten
o Aandacht automatisch op betekenis v. de boodschap i.p.v. verwoording ervan
o Verantwoordelijk voor het relatieve trage proces v. verwerving v. taalelementen
(bv. woordenschat & grammaticale patronen)
Volstaat niet om taalvaardig te worden => waarschijnlijkheid om nieuw woord te leren = zeer klein
Intentionele woordenschatverwerving
= woordenschatverwerving d.m.v. activiteiten waarvan hoofddoel wel het aanleren van woordenschat is
(bv. woordenlijsten aanmaken, woorden van buiten leren, woorden invullen in teksten…)
Ook cruciaal om actieve beheersing te hebben v. een taal
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Receptieve woordenschatkennis
= woordenschat die de taalleerder kent, maar (nog) niet gebruikt
Productieve woordenschatkennis
= woordenschat die de taalleerder kent & gebruikt
Fossilisatie
= stoppen met het toevoegen v. woorden aan het actief lexicon door al in staat te zijn om te communiceren
met een beperkte set woorden
Herhaling v. frasen & woorden (stopwoorden)
Vermijden v. een heleboel woorden
Lexical acquisition plateau
Frequentie = vaak onvoldoende aanwezig om een woord te kunnen onthouden wanneer je het
incidenteel tegenkomt
Woordenschatverlies = vervagen & uiteindelijk vergeten v. kennis van een nieuw woord