Vragen ortho
Deel 1- H 1: Situering orthopedagogiek
1) Wat bedoelt men met “orthopedagogiek is een dynamische wetenschap?”
A. het is belangrijk als begeleider om op de hoogte te blijven van maatschappelijke evoluties, nieuwe
beleidslijnen en visies en nieuwe wetenschappelijke evoluties.
B. opvoeders werken in veel en uiteenlopende domeinen, die voortdurend in beweging zijn.
C. Als begeleider moet je voortdurend je aanbod afstemmen aan de hulpvraag van je cliënt.
2) Welke denkers behoren tot de geesteswetenschappelijke stroming ?
A. Dumont, Vliegenthart en Van Hove
B. Kok, Van der Doef en Langeveld
C. Ter Horst, Van der Ploeg en Freire
3) Wat verstaan we onder het woord POS ?
A. dat de opvoedingssituatie zeer verontrustend is.
B. Er komen veel problemen naar boven in de opvoedingssituatie.
C. Binnen de opvoedingssituiatie overschreidt je kind wettelijke feiten.
4) Welke stelling is juist ?
A. pedagogiek drukt de essentie van orthopedagogiek uit.
B. orthopedagogiek drukt de essentie van het pedagogische uit.
C. orthopedagogie drukt de essentie van het pedagosiche uit.
5) Voor wat staat de term “ortho” in het woord orthopedagiek ?
A. kinderen en jeugdigen
B. specifieke opvoeding
C. begeleiden naar een doel
6) Naar wat verwijst “agogie” in het woord orthopedagogiek ?
A. kinderen en jeugdigen
B. begeleiden, leiden naar…
C. de wetenschappelijke studie van orthopedagogie
7) Wat wordt er bedoelt met het doel en het object van de orthopedagogiek ?
A. doel verwijst naar goed leren opvoeden en object verwijst naar kinderen met een beperking
B. doel verwijst naar de vastgelopen opvoedings- of begeleidingssituatie weer goed te laten verlopen en
object verwijst naar bepalen van een problematische situatie
C. doel verwijst naar de vastgelopen opvoedings- of begeleidingssituatie weer goed te laten verlopen en
object verwijst naar personen die hulp nodig hebben.
8) welke stelling is juist ?
A. orthopedagogiek gaat over kleine dagdagelijkse problemen.
B. pedagogiek gaat over zeer specifieke noden.
C. Bij orthopedagogiek staan problemen centraal.
1
,9) Welke orthopedagoog zegt dat de basis van opvoeden gebeurd door klimaat en situatiehantering ?
A. Kok
B. Bronfenbrenner
C. Ter Horts
10) Welke stelling is juist ?
A. zowel in pedagogiek als orthopedagogiek kan een PLS optreden
B. vanuit het problematische wordt de essentie van het gewone duidelijk
C. pedagogiek drukt de essentie van orthopedagogiek uit
11) Bij welke stroming hoort het geïnterneerd onderwijs (GON) van Van Walleghem ?
A. maatschappijcorrecte stroming
B. maatschappijkritische stroming
C. maatschappelijke welzijns stroming
12) Wat is de definitie van orthopedagogiek ?
A. = wetenschappelijke studie van het begeleiden van kinderen, jongeren en volwassenen in een
problematische opvoedingssituatie
B. = begeleiden van kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking
C. = algemene opvoeding
13) Welke stelling is correct ?
A. door Kok en Ter Horst is het object verschoven van het gezin in opvoedingsnood naar de opvoeding van
het afwijkende kind
B. in de moderne benadering is het doel om de POS terug vlot te krijgen
C. het systeemdenken wordt in de moderne benadering toegepast door methodische hulpverlening aan het
kind is gespecialiseerde omgevingen
14) Wat onderzocht Belsky eerst ?
A. gewone opvoeding
B. problematische opvoeding
C. mishandeling
15) Wat betekend de “K” in orthopedagogiek ?
A. de wetenschappelijke studie van de pedagogie
B. de wetenschappelijke studie van de orthopedagogie
C. de wetenschappelijke studie van de orthopedagogiek
16) Wat is het verschil tussen ortho-agogiek en orthopedagogiek ?
A. kinderen / volwassen
B. dezelfde betekenis
C. volwassenen / kinderen
17) Wat is orthopedagogiek ?
A. de leer van de uitzonderingen
B. een aanhangsel va, pedagogiek
C. een PLS, VOS en MOF
2
,18) Welke stelling is juist ?
A. POS is een term van Langeveld
B. klassieke benadering gaat over de problematische opvoedingssituatie
C. “ortho” betekend het recht malen van iets
19) Wat betekend “ped” in orthopedagogiek ?
A. het begeleiden naar een doel. Het wijst naar het praktijkgerichte
B. het wijst naar de wetenschappelijke studie van de orthopedagogie
C. verwijst naar het feit dat orthopedagogiek over kinderen en jongeren gaat
20) Wat staat er niet in de situering van de orthopedagogiek ?
A. doel en object van orthopedagogiek
B. geesteswetenschappelijke stromingen
C. orthopedagogiek vanuit een internationaal perspectief
21) De stoming van het empirisch-analytisch ziet de mens als:
A. verhaal/ story
B. kennis
C. gerechtigheid
22) Wat onderscheid pedagogiek van orthopedagogiek ?
A. kinderen en jeugd
B. problematische situaties
C. begeleiden
23) Waarom spreken we in het geval van volwassenen van “ortho-agogie” ?
A. “ped” verwijst naar kinderen en jeugdigen
B. “ped” verwijst naar problematische ervaringen
C. “ped” staat voor begeleiden
24) Orthopedagogiek is een dynamische wetenschap en is voortdurend uit beweging vanuit….
A. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit de kritische kijk en nieuwe maatschappelijke
evoluties
B. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit empirische kijk en nieuwe maatschappelijke
evoluties
C. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit kritische kijk en nieuwe empirische
maatschappelijke evoluties
25) Waarom is orthopedagogiek een praktijkgerichte wetenschap ?
A. omdat we door maatschappelijke evoluties ook voortdurend met nieuwe en andere problemen worden
geconfronteerd
B. omdat het een wisselwerking is tussen wetenschap en praktijk
C. omdat orthopedagogiek voortdurend in beweging is
26) Waarin verschilt bijzondere orthopedagogiek van algemene orthopedagogiek ?
A. begeleiders werken in bijzondere jeugdzorg, niet in thuisbegeleiding
B. focust op alle aspecten van de orthopedagogiek
C. specialiseert zich in een specifieke doelgroep
3
, 27) Wat bepaald mee de situering van orthopedagogiek ?
A. maatschappij, dynamische wetenschap en vakliteratuur
B. doelgroep, de graad en de term
C. de term, verhouding tussen pedagogiek en orthopedagogiek, doel en object
28) Waar ligt de focus nu binnen de hedendaagse orthopedagogiek ?
A. het “opvallende” en “afwijkende” of “gehandicapte” kind en met methodische hulpverlening
B. gezin in opvoedingsnood en opvoeding optimaliseren
C. classificatie van de verschillende handicaps en stoornissen
29) Zara, een meisje van 10 jaar, heeft slaapproblemen. Vanaf dat haat mama of papa de kamer wilt
verlaten begint ze te wenen en vraagt of ze willen blijven. Ze zegt altijd dat ze niet kan slapen en heeft
weinig zelfvertrouwen. Op een nacht is ze naar buiten gegaan en bede aan bij haar bompa die in de
straat woont. Haar ouders hebben al geprobeerd om strengere regels op te stellen, maar dit had geen
effect. Ook zijn ze al met een opvoeder gaan praten. Maar deze tips hebben niet gewerkt. Nu gaan ze
overschakelen naar thuisbegeleiding. Binnen welke studie bevindt zich dit?
A. Orthopedie
B. Pedagogie
C. Orthopedagogiek
4
Deel 1- H 1: Situering orthopedagogiek
1) Wat bedoelt men met “orthopedagogiek is een dynamische wetenschap?”
A. het is belangrijk als begeleider om op de hoogte te blijven van maatschappelijke evoluties, nieuwe
beleidslijnen en visies en nieuwe wetenschappelijke evoluties.
B. opvoeders werken in veel en uiteenlopende domeinen, die voortdurend in beweging zijn.
C. Als begeleider moet je voortdurend je aanbod afstemmen aan de hulpvraag van je cliënt.
2) Welke denkers behoren tot de geesteswetenschappelijke stroming ?
A. Dumont, Vliegenthart en Van Hove
B. Kok, Van der Doef en Langeveld
C. Ter Horst, Van der Ploeg en Freire
3) Wat verstaan we onder het woord POS ?
A. dat de opvoedingssituatie zeer verontrustend is.
B. Er komen veel problemen naar boven in de opvoedingssituatie.
C. Binnen de opvoedingssituiatie overschreidt je kind wettelijke feiten.
4) Welke stelling is juist ?
A. pedagogiek drukt de essentie van orthopedagogiek uit.
B. orthopedagogiek drukt de essentie van het pedagogische uit.
C. orthopedagogie drukt de essentie van het pedagosiche uit.
5) Voor wat staat de term “ortho” in het woord orthopedagiek ?
A. kinderen en jeugdigen
B. specifieke opvoeding
C. begeleiden naar een doel
6) Naar wat verwijst “agogie” in het woord orthopedagogiek ?
A. kinderen en jeugdigen
B. begeleiden, leiden naar…
C. de wetenschappelijke studie van orthopedagogie
7) Wat wordt er bedoelt met het doel en het object van de orthopedagogiek ?
A. doel verwijst naar goed leren opvoeden en object verwijst naar kinderen met een beperking
B. doel verwijst naar de vastgelopen opvoedings- of begeleidingssituatie weer goed te laten verlopen en
object verwijst naar bepalen van een problematische situatie
C. doel verwijst naar de vastgelopen opvoedings- of begeleidingssituatie weer goed te laten verlopen en
object verwijst naar personen die hulp nodig hebben.
8) welke stelling is juist ?
A. orthopedagogiek gaat over kleine dagdagelijkse problemen.
B. pedagogiek gaat over zeer specifieke noden.
C. Bij orthopedagogiek staan problemen centraal.
1
,9) Welke orthopedagoog zegt dat de basis van opvoeden gebeurd door klimaat en situatiehantering ?
A. Kok
B. Bronfenbrenner
C. Ter Horts
10) Welke stelling is juist ?
A. zowel in pedagogiek als orthopedagogiek kan een PLS optreden
B. vanuit het problematische wordt de essentie van het gewone duidelijk
C. pedagogiek drukt de essentie van orthopedagogiek uit
11) Bij welke stroming hoort het geïnterneerd onderwijs (GON) van Van Walleghem ?
A. maatschappijcorrecte stroming
B. maatschappijkritische stroming
C. maatschappelijke welzijns stroming
12) Wat is de definitie van orthopedagogiek ?
A. = wetenschappelijke studie van het begeleiden van kinderen, jongeren en volwassenen in een
problematische opvoedingssituatie
B. = begeleiden van kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking
C. = algemene opvoeding
13) Welke stelling is correct ?
A. door Kok en Ter Horst is het object verschoven van het gezin in opvoedingsnood naar de opvoeding van
het afwijkende kind
B. in de moderne benadering is het doel om de POS terug vlot te krijgen
C. het systeemdenken wordt in de moderne benadering toegepast door methodische hulpverlening aan het
kind is gespecialiseerde omgevingen
14) Wat onderzocht Belsky eerst ?
A. gewone opvoeding
B. problematische opvoeding
C. mishandeling
15) Wat betekend de “K” in orthopedagogiek ?
A. de wetenschappelijke studie van de pedagogie
B. de wetenschappelijke studie van de orthopedagogie
C. de wetenschappelijke studie van de orthopedagogiek
16) Wat is het verschil tussen ortho-agogiek en orthopedagogiek ?
A. kinderen / volwassen
B. dezelfde betekenis
C. volwassenen / kinderen
17) Wat is orthopedagogiek ?
A. de leer van de uitzonderingen
B. een aanhangsel va, pedagogiek
C. een PLS, VOS en MOF
2
,18) Welke stelling is juist ?
A. POS is een term van Langeveld
B. klassieke benadering gaat over de problematische opvoedingssituatie
C. “ortho” betekend het recht malen van iets
19) Wat betekend “ped” in orthopedagogiek ?
A. het begeleiden naar een doel. Het wijst naar het praktijkgerichte
B. het wijst naar de wetenschappelijke studie van de orthopedagogie
C. verwijst naar het feit dat orthopedagogiek over kinderen en jongeren gaat
20) Wat staat er niet in de situering van de orthopedagogiek ?
A. doel en object van orthopedagogiek
B. geesteswetenschappelijke stromingen
C. orthopedagogiek vanuit een internationaal perspectief
21) De stoming van het empirisch-analytisch ziet de mens als:
A. verhaal/ story
B. kennis
C. gerechtigheid
22) Wat onderscheid pedagogiek van orthopedagogiek ?
A. kinderen en jeugd
B. problematische situaties
C. begeleiden
23) Waarom spreken we in het geval van volwassenen van “ortho-agogie” ?
A. “ped” verwijst naar kinderen en jeugdigen
B. “ped” verwijst naar problematische ervaringen
C. “ped” staat voor begeleiden
24) Orthopedagogiek is een dynamische wetenschap en is voortdurend uit beweging vanuit….
A. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit de kritische kijk en nieuwe maatschappelijke
evoluties
B. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit empirische kijk en nieuwe maatschappelijke
evoluties
C. nieuwe inzichten uit onderzoek, nieuwe tendensen uit kritische kijk en nieuwe empirische
maatschappelijke evoluties
25) Waarom is orthopedagogiek een praktijkgerichte wetenschap ?
A. omdat we door maatschappelijke evoluties ook voortdurend met nieuwe en andere problemen worden
geconfronteerd
B. omdat het een wisselwerking is tussen wetenschap en praktijk
C. omdat orthopedagogiek voortdurend in beweging is
26) Waarin verschilt bijzondere orthopedagogiek van algemene orthopedagogiek ?
A. begeleiders werken in bijzondere jeugdzorg, niet in thuisbegeleiding
B. focust op alle aspecten van de orthopedagogiek
C. specialiseert zich in een specifieke doelgroep
3
, 27) Wat bepaald mee de situering van orthopedagogiek ?
A. maatschappij, dynamische wetenschap en vakliteratuur
B. doelgroep, de graad en de term
C. de term, verhouding tussen pedagogiek en orthopedagogiek, doel en object
28) Waar ligt de focus nu binnen de hedendaagse orthopedagogiek ?
A. het “opvallende” en “afwijkende” of “gehandicapte” kind en met methodische hulpverlening
B. gezin in opvoedingsnood en opvoeding optimaliseren
C. classificatie van de verschillende handicaps en stoornissen
29) Zara, een meisje van 10 jaar, heeft slaapproblemen. Vanaf dat haat mama of papa de kamer wilt
verlaten begint ze te wenen en vraagt of ze willen blijven. Ze zegt altijd dat ze niet kan slapen en heeft
weinig zelfvertrouwen. Op een nacht is ze naar buiten gegaan en bede aan bij haar bompa die in de
straat woont. Haar ouders hebben al geprobeerd om strengere regels op te stellen, maar dit had geen
effect. Ook zijn ze al met een opvoeder gaan praten. Maar deze tips hebben niet gewerkt. Nu gaan ze
overschakelen naar thuisbegeleiding. Binnen welke studie bevindt zich dit?
A. Orthopedie
B. Pedagogie
C. Orthopedagogiek
4