Inhoud
2.2 Neurulatie.....................................................................................................................................2
2.3 Vorming van de somieten.............................................................................................................7
Hoofdstuk 3: De vierde tot achtste week................................................................................................9
3.1 Inleiding........................................................................................................................................9
3.2 De begrenzing van het embryo – de begrenzende plooien.........................................................11
3.2.1 De cefale en caudale begrenzende plooi.............................................................................12
3.2.2 De laterale begrenzende plooien.........................................................................................12
3.3 Overzicht v/d orgaanvorming uit de 3 kiembladen.....................................................................18
3.3.1 Ectoderm.............................................................................................................................18
3.3.2 Endoderm............................................................................................................................19
3.3.3 Mesoderm...........................................................................................................................19
1
,(Op dag 16: gastrulatie voltooid in craniale deel van de kiemschijf)
2.2 Neurulatie
Neurale plaat ontwikkelt zich tot gesloten neurale buis, die ligt los van het overige ectoderm
Neurale plaat:
o Geïnduceerd door axiale mesoderm van de chorda
o Gevormd door verdikking van het ectoderm
ectoderm verdikt zich craniaal van de knoop van Hensen
o Hoogcilindrisch epitheel <-> omgevende ectoderm (eenlagig kubisch)
o Peervormig; de brede zijde naar craniaal gericht
De neurale plaat is dus craniaal breder dan caudaal
brede craniaal deel: toekomstige hersenen
smallere caudale deel: ruggenmerg
De neurale plaat wordt caudaal begrensd door de knoop van Hensen en craniaal door de
orofaryngeale (= buccofaryngale) membraan -> (vs pagina 12?)
Proces v/d neurulatie:
1) Randen van de neurale plaat heffen zich op; de neurale wallen ontstaan
(te beginnen met middenstuk -> toekomstige halsstreek lichaam)
2) Randen plooien zich mediaalwaarts, terwijl centrum van plaat inzakt
ontstaan van neurale groeve
3) Neurale groeve sluit zich als beide zijden van groeve aan hun top met elkaar versmelten
Dag 21: neurale wallen van beide zijden zijn zover naar elkaar toegegroeid dat de toppen
kunnen fuseren Ontstaan neurale buis
komt als mediaan gelegen cilinder afzonderlijk onder het oppervlakte-ectoderm te liggen
neurale buis is in feit een afsnoering v/d amnionholte
2
, 3
2.2 Neurulatie.....................................................................................................................................2
2.3 Vorming van de somieten.............................................................................................................7
Hoofdstuk 3: De vierde tot achtste week................................................................................................9
3.1 Inleiding........................................................................................................................................9
3.2 De begrenzing van het embryo – de begrenzende plooien.........................................................11
3.2.1 De cefale en caudale begrenzende plooi.............................................................................12
3.2.2 De laterale begrenzende plooien.........................................................................................12
3.3 Overzicht v/d orgaanvorming uit de 3 kiembladen.....................................................................18
3.3.1 Ectoderm.............................................................................................................................18
3.3.2 Endoderm............................................................................................................................19
3.3.3 Mesoderm...........................................................................................................................19
1
,(Op dag 16: gastrulatie voltooid in craniale deel van de kiemschijf)
2.2 Neurulatie
Neurale plaat ontwikkelt zich tot gesloten neurale buis, die ligt los van het overige ectoderm
Neurale plaat:
o Geïnduceerd door axiale mesoderm van de chorda
o Gevormd door verdikking van het ectoderm
ectoderm verdikt zich craniaal van de knoop van Hensen
o Hoogcilindrisch epitheel <-> omgevende ectoderm (eenlagig kubisch)
o Peervormig; de brede zijde naar craniaal gericht
De neurale plaat is dus craniaal breder dan caudaal
brede craniaal deel: toekomstige hersenen
smallere caudale deel: ruggenmerg
De neurale plaat wordt caudaal begrensd door de knoop van Hensen en craniaal door de
orofaryngeale (= buccofaryngale) membraan -> (vs pagina 12?)
Proces v/d neurulatie:
1) Randen van de neurale plaat heffen zich op; de neurale wallen ontstaan
(te beginnen met middenstuk -> toekomstige halsstreek lichaam)
2) Randen plooien zich mediaalwaarts, terwijl centrum van plaat inzakt
ontstaan van neurale groeve
3) Neurale groeve sluit zich als beide zijden van groeve aan hun top met elkaar versmelten
Dag 21: neurale wallen van beide zijden zijn zover naar elkaar toegegroeid dat de toppen
kunnen fuseren Ontstaan neurale buis
komt als mediaan gelegen cilinder afzonderlijk onder het oppervlakte-ectoderm te liggen
neurale buis is in feit een afsnoering v/d amnionholte
2
, 3