Inhoud
Hoofdstuk 1: Implantatie........................................................................................................................2
1.1 Inleiding........................................................................................................................................2
1.2 De plaats van de implantatie......................................................................................................11
1
, Hoofdstuk 1: Implantatie
1.1 Inleiding
BEVRUCHTING : DAG 1
Door versmelting van een haploïde mannelijke en vrouwelijke pronucleus ontstaat een diploïde
organisme in de vorm van een zygote. Dat gebeurt in de ampulla van de eileider.
KLIEVING : START ONGEVEER 30 UUR NA DE BEVRUCHTING : DAG 2
Gebeurt in de eileider en uterus
Dag 2 : de zygote ondergaat opeenvolgende mitosen, de klieving
de dochtercellen van de zygote zijn blastomeren
(klievingsdelingen zijn dus mitotische delingen, waarbij het aantal cellen toeneemt, maar de
totale hoeveelheid cytoplasma vermeerdert niet, de vrucht neemt niet in volume toe)
Dag 3 : de kiem bevindt zich in het morulastadium (16/32 cellen !) & bereikt lumen
baarmoeder
morula is nog omgeven door zona pellucida
Dag 4: in morula ontstaat een holte; de kiem wordt nu blastocyst genoemd
Herschikking blastomeren :
- trofoblast (outer cell mass; OCM)
- kiemknop of embryoblast(inner cell mass; ICM)
- (+ blastocystholte of blastocoel)
Na 5 ½ dagen: desintegratie zona pellucida ( door lytische activiteit trofoblast)
Blastocyst bereikt lumen v uterus en komt vrij: start implantatie (zie volgende rubriek)
‘hatching’ proces = vrijstelling uit zona pellucida
Nog enkele belangrijke kenmerken v/h klievingsproces :
1) de blastomeren worden kleiner, het celvolume van de zygote wordt verdeeld
2) compactiefase bij stadium van 8 cellen, dit is na de 3de klievingsdeling:
blastomeren sluiten tegen elkaar aan ; -> celcommunicatie
2
Hoofdstuk 1: Implantatie........................................................................................................................2
1.1 Inleiding........................................................................................................................................2
1.2 De plaats van de implantatie......................................................................................................11
1
, Hoofdstuk 1: Implantatie
1.1 Inleiding
BEVRUCHTING : DAG 1
Door versmelting van een haploïde mannelijke en vrouwelijke pronucleus ontstaat een diploïde
organisme in de vorm van een zygote. Dat gebeurt in de ampulla van de eileider.
KLIEVING : START ONGEVEER 30 UUR NA DE BEVRUCHTING : DAG 2
Gebeurt in de eileider en uterus
Dag 2 : de zygote ondergaat opeenvolgende mitosen, de klieving
de dochtercellen van de zygote zijn blastomeren
(klievingsdelingen zijn dus mitotische delingen, waarbij het aantal cellen toeneemt, maar de
totale hoeveelheid cytoplasma vermeerdert niet, de vrucht neemt niet in volume toe)
Dag 3 : de kiem bevindt zich in het morulastadium (16/32 cellen !) & bereikt lumen
baarmoeder
morula is nog omgeven door zona pellucida
Dag 4: in morula ontstaat een holte; de kiem wordt nu blastocyst genoemd
Herschikking blastomeren :
- trofoblast (outer cell mass; OCM)
- kiemknop of embryoblast(inner cell mass; ICM)
- (+ blastocystholte of blastocoel)
Na 5 ½ dagen: desintegratie zona pellucida ( door lytische activiteit trofoblast)
Blastocyst bereikt lumen v uterus en komt vrij: start implantatie (zie volgende rubriek)
‘hatching’ proces = vrijstelling uit zona pellucida
Nog enkele belangrijke kenmerken v/h klievingsproces :
1) de blastomeren worden kleiner, het celvolume van de zygote wordt verdeeld
2) compactiefase bij stadium van 8 cellen, dit is na de 3de klievingsdeling:
blastomeren sluiten tegen elkaar aan ; -> celcommunicatie
2