Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 48 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Onderste extremiteit - Praktijk (heup)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 48 pagina's

Onderste extremiteit - Praktijk (heup). Anatomie, onderzoek, behandeling.

Voorbeeld van de inhoud

Heupregio
1. Klinische bewegingsanalyse
Eigenschappen Waarde

Eindgevoel Stevig, ligamentair voor de extensie

Rol/glij Tegengesteld

MCPP Maximale extensie met endorotatie

LPP 30° flexie, 30° abductie en lichte exorotatie




1.1 Ligamenten
Alle ligamenten van de heup zijn intra-articulair:
- Tijdens de extensie: spanning in het anterieure kapsel en dus op de anterieure ligamenten.
Deze spanning zorgt voor een effectief gewrichtscontact en dus voor stabiliteit;
- Tijdens de flexie: alle ligamenten zijn ontspannen waardoor het caput femoris niet langer
krachtig in het acetabulum wordt getrokken. Dit is dus een erg onstabiele stand.

Als we anteflexie combineren met adductie wordt de onstabiliteit nog groter. Denk aan
dashboardluxatie, gekruiste benen, …




1

,1.2 Inclinatiehoek
De as van het collum femoris wijst naar mediaal, craniaal en ventraal, het collum maakt een hoek
van 125° t.o.v. de schacht van de femur.




1.2.1 Coxa vara
De inclinatiehoek is verkleint.

Gevolgen:

1. Grotere schuifspanning t.h.v. het collum wat leidt tot een grotere rekspanning. Dit houdt in
dat er een groter risico is voor fracturen van het collum

2. Minder kans op luxaties van de heup
3. In abductiestand zal de heup onstabieler worden omdat het acetabulum het caput femoris
minder zal bedekken



1.2.2 Coxa valga
De inclinatiehoek is vegroot.

Gevolgen:
1. Bijna geen schuifspanning, wel een grote drukspanning. Alle krachten worden rechtstreeks
op de femurschacht doorgegeven

2. De kans op een luxatie is groter omdat het caput femoris minder bedekt wordt door het
acetabulum

3. In abductiestand zal de heup stabieler worden omdat het acetabulum het caput femoris
meer zal bedekken



2

,1.3 Anteversiehoek
De hoek tussen het frontale vlak en het collum femoris noemen we de anteversie hoek:
- Geboorte bedraagt deze rond de 35°, door het ouder worden neemt deze progressief af;
- Mannen 8 à 10°;
- Vrouwen 10 à 15°.

Hoe groter deze hoek (A) hoe meer mobiliteit in de endorotatierichting, maar ook hoe minder
stabiliteit! Bij een lichte exorotatie is er al kans op een anterieure luxatie.

Hoe kleiner deze hoek (B) hoe maar stabiliteit, maar ook verminderde mobiliteit.




1.4 Aanwezigheid van bursa
Rondom het heupgewricht zijn er meerdere bursa aanwezig. Het onderscheid maken tussen een
bursa problematiek of een musculaire problematiek is daarom zeer moeilijk want het klinisch
onderzoek voor beide structuren is hetzelfde.

Om een onderscheid te maken tussen beide is bijna altijd een echografie nodig.




3

,1.6 Joint-play
Flexie/extensie hebben weinig rol en glij componenten omdat dit eerder spinbewegingen zijn.

Exorotatie Endorotatie Abductie Adductie


Craniaal, lateraal en Caudaal, mediaal en
Rol Dorsolateraal Ventromediaal
ventraal dorsaal


Caudaal, mediaal en Craniaal, lateraal en
Glij Ventromediaal Dorsolateraal
dorsaal ventraal


Het tractie/translatie onderzoek van de heup beperkt zich tot de tractie omdat de glijcomponenten
moeilijk te evalueren zijn.




Basisprincipes voor tractie/translatie van de heup:
- Tractierichting is volgens de oriëntatie van het acetabulum: ventraal, lateraal en caudaal
- Russtand: 30° flexie en abductie met licht exorotatie

Een tractie kan specifiek of aspecifiek zijn:
1. Aspecifiek: vanuit de ruststand, bewegen buiten de beperking

2. Specifiek: vanuit de beperkte stand, bewegen binnen de beperking




4

,2. Klinisch onderzoek
Heuppijn is niet betrouwbaar omdat de lokalisatie vaak verspreid is:
- Heupklachten geven vaak pijn t.h.v. de lies tot aan de mediale zijde van de knie (dermatoom
L3).
- We spreken van gerefereerde pijn waarbij de pijn afkomstig is vanuit het convergentie-
projectie fenomeen (een centraal probleem).
- Ook klachten van de LWK en het bekken kunnen pijn geven in de heupregio.




Klinische implicatie:
Daarom onderzoeken we bij het klinisch onderzoek van de heup ook altijd de wervelkolom en het
bekken. Aan de hand van een aantal “quick testen” zoals rotaties, voorover buigen, … kan je
bijvoorbeeld de wervelkolom snel testen.




5

,2.1 Basisonderzoek
2.1.1 Inspectie
Dit is de eerste stap van het klinisch onderzoek.

De inspectie begint vanaf dat de patiënt binnenkomt:
1. Hoe komt de patiënt binnen?

2. Gelaatsuitdrukkingen?

3. Gebruikt hij/zij hulpmiddelen?



2.1.1.1 Specifieke inspectie

Tijdens een inspectie staat de patiënt blootsvoets met de rug en bekken voldoende ontbloot. Zorg
voor een witte muur met voldoende lichtinval.

De doelstellingen voor de inspectie:
- Nagaan of er standsafwijkingen aanwezig zijn;
- Nagaan of antalagische houding aanwezig is.

SIAS en SIPS langs dezelfde kant hoger dan aan de andere kant?
Beenlengteverschil




SIAS en SIPS aan verschillende kant verschillend van hoogte?
Bekkenverwringing


6

,2.1.2 Actief functioneel functieonderzoek
Dit is misschien wel het belangrijkste aspect van het klinisch onderzoek. Zorg bij een functioneel
onderzoek dat je de patiënt de bewegingen laat uitvoeren welke hij als moeilijk ervaart in ADL.

Enkele voorbeelden: hurken, trappen doen, spreidstand, trendelenburg, uitvalspas, ganganalyse,
test van Trendelenburg



2.1.2.1 Test van trendelenburg (p746, 12.26)

Deze test is een meer specifieke functionele test voor de heupabductoren, meer bepaald de
gluteus medius.




Uitgangshouding:
Patiënt staat vlak na de tafel, dit voor de veiligheid in geval van verlies van evenwicht. We testen
eerst het niet-aangedane been, en vervolgens het aangedane been.

Uitvoering:
1. Therapeut staat achter de patiënt en we trekken een denkbeeldige lijn tussen beide SIPS.
Dit kan je bijvoorbeeld doen door het ondergoed op deze lijn te leggen;
2. Je vraagt de patiënt het been 30° te flecteren in de heup en knie;

3. Vervolgens vraag je aan de patiënt dat hij aan de aangedane zijde ook het bekken
maximaal heft.

Beoordeling:
De patiënt moet deze houding 30 sec kunnen aanhouden, belangrijk hierbij is om deze test te
standaardiseren:
- C7 moet op 1 lijn zijn met de LWK
- Geen compensaties zoals lateroflexie naar de aangedane zijde




7

,2.1.3 Actief analytisch onderzoek
Ook wanneer het eerste deel van het klinisch onderzoek duidt op een heupaandoening, wordt er
altijd gestart met het basisonderzoek van de LWK.


Aandachtspunten:
- Het wordt indien mogelijk bilateraal uitgevoerd, én het dient slechts 1x te worden uitgevoerd
- Beoordeling: pijn, aROM, bereidwilligheid, coördinatie, geluiden

Volgende testen zijn er voor het actief analytisch onderzoek van de heup:

1. Flexie
2. (Hyper)extensie

3. Abductie

4. Adductie
5. Endorotatie

6. Exorotatie


In de praktijk wordt een actief analytisch onderzoek bijna nooit uitgevoerd t.h.v. de heup, we
gebruiken wel het actief functioneel onderzoek.




8

,2.1.4 Passief functieonderzoek
Aandachtspunten:
- Het wordt eerst 1x aan de niet-aangedane zijde en vervolgens 1x aan de aangedane zijde
uitgevoerd
- De bewegingen worden uitgevoerd vanuit de anatomische beginpositie
- Eindgevoel opnemen
- Comfort van de patiënt (kussen, kijkgat, armsteunen)
- Beoordeling: pijn, pROM, trajectweerstand, eindgevoel, geluiden

Volgende testen zijn er voor het actief analytisch onderzoek van de heup:

Test ROM Eindgevoel

Flexie 120° Zacht

Extensie 15/30° Stevig

Abductie 45° Stevig

Adductie 25° Stevig

Endorotatie 45° Stevig

Exorotatie 70° Stevig

Bilaterale endorotatie 30° Stevig




9

, 2.1.4.1 Flexie (p729, 12.1)

Uitvoering:
Palpatie van de SIAS om te voelen wanneer er compensatie optreed. Vanaf 90° flexie gaat SIAS al
meebewegen, weg van de minste weerstand is dan het bekken.

Teken van Drehmann:
- Flexie van de heup gaat gepaard met gedwongen exorotatie en abductie van de heup. Houdt
dus het been en de knie mooi in neutrale positie
- Typisch aanwezig bij patiënten met coxartrose




2.1.4.2 Abductie met gestrekte en geflecteerde knie (p729, 12.2)

De ROM is volledig opgenomen wanneer we via de SIAS het bekken voelen kantelen, het
eindgevoel wordt dan opgenomen.

Compensaties:
Lateroflexie LWZ (been laten afhangen om te fixeren eventueel)

Verschil tussen gestrekt of geflecteerd?
Hier kunnen we de m. gracilis insluiten of uitsluiten, we verwachten dat de rom met geflecteerde
knie groter is (50°).




10

Documentinformatie

Geüpload op
30 mei 2019
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting
Gratis
Downloaden

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
nickhellemans
4,1
(143)
Verkocht
5286
Volgers
693
Items
61
Laatst verkocht
7 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen