• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 54 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Landscape Geography

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 54 pagina's

Samenvatting van alle onderdelen Landscape Geography SGL-23312, eerstje jaar BLP landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning aan de WUR.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting landscape geography
Deel 1: Bodem
College 1
Rivierenlandschap

Oostelijke rivierenlandschap: laat-pleistocene afzettingen (Laat-Weichselien)

Centrale en westelijke rivierenlandschap: holocene afzettingen

OOSTELIJK rivierenlandschap
Rivierterrassen Noord-Limburg en midden-Limburg:

Gevormd door klimaatverandering (overgang weichselien-Holoceen)

- Koude perioden (stadialen): veel aanvoer sedimentatie (opheffing), vlechtende rivier,
grind/zandbanken. (Geen vegetatie)
- Warme perioden (interstadialen): insnijding en vormt lagere terrasniveaus, meanderende
rivier, onregelmatige ligging meanders. (3x gebeurd)
- Netto: insnijding (erosie)

Terrassen kunnen heel onregelmatig over elkaar liggen, de terrasniveaus wisselen elkaar af door
vlechtende en meanderende rivieren.




Hoe hoger (geel) hoe ouder, en hoe lager hoe jonger.

De terrassenkruising is de zone waar netto erosie overgaat in netto sedimentatie De ligging is
afhankelijk van de zeespiegelstand

Rivierduinen kunnen liggen op hogere terrassen in stroomvlakte vlechtende rivier (=dekzand dat niet
ver waait door toenemen vegetatie eind Weichselien)

Donken zijn toppen van rivierduinen beneden de terrassenkruising

Centrale rivierenlandschap
Holocene (centraal en westelijk) rivierenlandschap: meanderende of soms rechte rivieren met een
overstromingsvlakte bestaande uit oeverwallen en kommen

Onderling verbonden rivieren heten anastomoserende rivieren (Rijn, Waal)

,Een crevasse is een doorbraakgeul door een oeverwal met daarachter een sedimentwaaier. Wanneer
een nieuwe rivierloop ontstaat uit een crevasse noemen we dat een avulsie

Oeverwallen of stroomruggen worden gevormd door fining upward: zand → zware zavel/lichte klei.
Gebeurd als vanuit zee/rivier overstromingen zijn. Hoe hoger materiaal opgeslibt hoe kleiiger het is
want bovenin het water zweven lichtere en fijnere deeltjes.

Kommen (zware klei)




Centrale rivierenlandschap: brede oeverwallen en smalle kommen

Stroomrug: een voormalige rivierloop bestaande uit twee oeverwallen en een dichtgeslibde restgeul.

Kronkelwaard: een serie zandbanken, met daartussen geulvormige laagten, afgezet in binnenbocht
rivier. (kunnen overdekt zijn door oeverwalafzettingen)




Synsedimentaire ontkalking:

Ontkalking tijdens of direct na de afzetting van sediment in lage plekken, zoals kommen.

- Aanvoer kalkrijk sediment: CaCo3
- Slechte uitwisseling gassen in waterverzadigde bodem
- Ophoping van CO2 in de bodem als gevolg van wortelrespiratie
- Snelle afbraak van CaCO3

Woerden: zijn terpachtige hoogten (oude bewoningsplaatsen) kunstmatig.

,Landschapsidentiteit Centrale rivierenlandschap

Landschapsidentiteit oeverwallen/stroomruggen: zwak golvend; dorpen en oude boerderijen;
bochtige wegen; weinig sloten (bochtig, oude stroomgeulen); gevarieerd landgebruik (veel fruitteelt);
bomen bij bewoning en wegen; (onregelmatige) blokverkaveling.

Landschapsidentiteit uiterwaarden: niet afgegraven en afgegraven percelen t.b.v. de
bakstenenfabricage; geen bewoning (wel steenovens); indien cultuurland dominant: open; grasland
i.v.m. overstromingsgevaar; blokverkaveling; boomloos

Landschapsidentiteit kommen: open; vlak; geen dorpen en oude boerderijen; rechte wegen en sloten
(hoge waterstand); dominant grasland met greppels en plaatselijk populierenbos; brede
strokenverkaveling; bomen langs wegen.

Westelijke rivierenlandschap
Hier neemt de gradiënt af en daarmee de riviervorm en sedimentatie. Rechte rivieren.

Getijden hebben hier effect op de rivier: perimariene rivierengebied

Hier zijn smalle, kleiige en lage oeverwallen en brede (klei-op) veenkommen.

Minder sediment en minder energie om het te transporteren. De oeverwal in het Westen is zelfde als
de kom in het oosten (zware klei). Amper sediment in kom → veengroei (laagveen).

Bedijking

Vanaf 1000-1400 na chr. Bedijking van rivieren: ontstaan van uiterwaarden.

Door kwel onder dijken veel water er toch buiten.

Bij dijkdoorbraken ontstaan wielen (kolken) en overslaggronden (kleiig grof zand). Deze liggen binnen
of buitendijks, hangt af van herbedijking.

College 2
Veenlandschappen
Veel veen is verdwenen door zee-inbraken, brandstofwinning en oxidatie/klink. Oxidatie= afbreken
veen.

, Laaggelegen veenlandschappen
Laagveen = veenvorming gestuurd door grondwaterstijging als gevolg van zeespiegelstijging
(topogeen veen): grondwater veen. Komt voor in kust- en riviervlakten beneden 1 meter + NAP en in
beekdalen.

Trofiegraad veen (afhankelijk van afstand tot rivieren, mate van instroom slibhoudend water):

- Eutroof: voedselrijk veen. Dominante plantensoort: riet en els (zegge).
- Mesotroof: matig voedselrijk veen. Dominante plantensoorten: zeggen, berk, (riet).
- Oligotroof: voedselarm veen. Dominante plantensoort: veenmos.

Indeling laagveen naar positie:

Rivierbegeleidende venen: invloed van rivieren. Klei in en op veen, (matig) veel voedingsstoffen.
Trofiegraad: eutroof → mesotroof: bos-, riet-, zeggeveen.

Kustvlaktevenen: buiten invloedsfeer rivieren (geen slib). Ophoping regenwater, weinig
voedingsstoffen. Trofiegraad: oligotroof: veenmos → koepels → hoogveen. Oligotroof laagveen →
oligotroof hoogveen

Plateauvenen: komen voor in pleistocene zandgebieden, oligotroof door regenwater. Hoogveen.

Verlandingsvenen: plassen die dichtgroeien. Laagveen (eutroof) tot hoogveen (oligotroof).




Ontstaan veen:

1. Mariene afzettingen in kustvlakte
2. Sluiting kustvlakte door strandwalvorming (vorming riet/bosveen op vruchtbare zeeklei-
ondergrond)
3. 3.1 Rivierklei op en in veen afgezet langs rivieren (rivierbegeleidend)
3.2 in afgesloten kustvlakte ontwikkeling veenmos door regenwaterophoping (kustvlakte)
4. Vorming van veenmoskoepels (hoogveen) in kustvlakte. Laagveen wordt hoogveen.

Veenontginning

Eerst op oeverwallen (ontginningsbasis), later vanaf parallel aan oeverwal gegraven weteringen
(watergangen). Cope-verkaveling (strokenverkaveling 1250 m x 115 m).

Gekoppeld boek
 image
A.G. Jongmans, M.W. van den Berg Landschappen van Nederland 1 en 2
Uitgever: februari 2013 ISBN: 9789086862139 Druk: 1

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
27 mei 2019
Bestand laatst geupdate op
27 mei 2019
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting
€4,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
spiertzheleen
4,0
(1)
Verkocht
10
Volgers
10
Items
1
Laatst verkocht
4 jaar geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen