ALGEMENE CEL EN WEEFSELLEER: PRACTICUM
KLIEREPITHEEL
E10/17,18 = maagfundus (varken)
HE-kleuring paarse kernen, roze cytoplasma
Verschillende lagen: van buiten naar binnen
1) Tunica mucosa = volledig gevuld met klierweefsel
1. Lamina epithelialis
- Kliercellen = tubulaire klieren
Verlopen allemaal buisvormig
Volledige wand van buis bestaat uit kliercellen die secreet produceren
I. Hoofd van klier = net boven lamina muscularis mucosae (net boven BW)
- Zymogene cellen die in staat zijn om voorloperenzymen te produceren
- Apicale kant cel = granulen die voorloperenzym bevatten
- Kern ligt basaal
- RER rondom kernen gelegen = donkerpaars
- Enzymen gaan uitgestort worden in lumen van klier
II. Hals van klier = onder hoofd van klier
- In staat om maagzuur te produceren
- Pariëtale cellen = veel ronder
- Kern centraal in cel gelegen
- Roze cytoplasma vult verder de hele cel
- Tussen pariëtale cellen vinden we ook wat mucoïde cellen terug
III. Isthmus van klier = onder hals van klier
- Cilindrische cellen die aan apicale kant cel roze massa hebben = mucus
- Mucoïde cellen = kernen ovaal van vorm
- Epitheelaflijning = éénlagig cilindrisch epitheel met slijmnamcellen
Slijmnapcellen in staat om continue secreet te produceren zodat op die manier
continue een slijmlaag gevormd zal worden dat de wand van maag bedekt
Zo zal deze de maag zelf beschermen tegen het zure maagsap
2. Lamina propria
- Klierepitheel dat ondersteund wordt door de lamina propria
- Bindweefsel
3. Lamina muscularis mucosae
- Glad spierweefsel
2) Tela submucosa = losmazig bindweefsel
3) Tunica muscularis = glad spierweefsel
4) Tunica serosa
Wat gebeurt er in de klier:
- Zymogene cellen (hoofdgedeelte) produceren maagsapenzymen
- Enzymen hebben zuur nodig om actief te worden gaan heel lumen passeren en in contact komen
met het HCl dat door de pariëtale cellen (halsgedeelte) geproduceerd wordt.
- Hier en daar vinden we in halsgedeelte al mucoïde cellen zorgt dat maag-en klierwand zelf niet
wordt afgebroken = bescherming
- Actieve enzymen (bij lumen van maag) die in staat zijn om eiwitten af te breken + beschermlaagje
gemaakt door mucoïde cellen en slijmnapcellen
- Plaats waar sap terecht komt in lumen van maag = foveola (trechter)
- Trechter worden afgewisseld met uistekende structuren = areola
KLIEREPITHEEL
E10/17,18 = maagfundus (varken)
HE-kleuring paarse kernen, roze cytoplasma
Verschillende lagen: van buiten naar binnen
1) Tunica mucosa = volledig gevuld met klierweefsel
1. Lamina epithelialis
- Kliercellen = tubulaire klieren
Verlopen allemaal buisvormig
Volledige wand van buis bestaat uit kliercellen die secreet produceren
I. Hoofd van klier = net boven lamina muscularis mucosae (net boven BW)
- Zymogene cellen die in staat zijn om voorloperenzymen te produceren
- Apicale kant cel = granulen die voorloperenzym bevatten
- Kern ligt basaal
- RER rondom kernen gelegen = donkerpaars
- Enzymen gaan uitgestort worden in lumen van klier
II. Hals van klier = onder hoofd van klier
- In staat om maagzuur te produceren
- Pariëtale cellen = veel ronder
- Kern centraal in cel gelegen
- Roze cytoplasma vult verder de hele cel
- Tussen pariëtale cellen vinden we ook wat mucoïde cellen terug
III. Isthmus van klier = onder hals van klier
- Cilindrische cellen die aan apicale kant cel roze massa hebben = mucus
- Mucoïde cellen = kernen ovaal van vorm
- Epitheelaflijning = éénlagig cilindrisch epitheel met slijmnamcellen
Slijmnapcellen in staat om continue secreet te produceren zodat op die manier
continue een slijmlaag gevormd zal worden dat de wand van maag bedekt
Zo zal deze de maag zelf beschermen tegen het zure maagsap
2. Lamina propria
- Klierepitheel dat ondersteund wordt door de lamina propria
- Bindweefsel
3. Lamina muscularis mucosae
- Glad spierweefsel
2) Tela submucosa = losmazig bindweefsel
3) Tunica muscularis = glad spierweefsel
4) Tunica serosa
Wat gebeurt er in de klier:
- Zymogene cellen (hoofdgedeelte) produceren maagsapenzymen
- Enzymen hebben zuur nodig om actief te worden gaan heel lumen passeren en in contact komen
met het HCl dat door de pariëtale cellen (halsgedeelte) geproduceerd wordt.
- Hier en daar vinden we in halsgedeelte al mucoïde cellen zorgt dat maag-en klierwand zelf niet
wordt afgebroken = bescherming
- Actieve enzymen (bij lumen van maag) die in staat zijn om eiwitten af te breken + beschermlaagje
gemaakt door mucoïde cellen en slijmnapcellen
- Plaats waar sap terecht komt in lumen van maag = foveola (trechter)
- Trechter worden afgewisseld met uistekende structuren = areola